1/16
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Waarom is het belangrijk dat leerlingen al aan het begin van een lessenreeks mogen meepraten?
Het stelt hen in staat om hun eigen ervaringen met het onderwerp naar voren te brengen in de hen vertrouwde, alledaagse termen.
Wat verandert er in de interactie naarmate de lessenreeks vordert?
De leraar introduceert geleidelijk vakbegrippen en de logische relaties daartussen, waar de leerlingen aan gewend moeten raken.
Hoe kunnen leraren de betekenis van vaktermen verankeren bij leerlingen?
Door eerst de concepten te laten ontdekken en pas daarna de formele namen (vaktermen) aan te reiken.
Waarom wordt gesproken taal gezien als een "belangrijk schakelmoment"?
Het vormt de brug tussen de informele, spontane thuistaal en de formele, doordachte taal van geschreven lesmateriaal.
Waarom is interactie in de klas het belangrijkste middel voor begripsontwikkeling?
Het biedt de leraar de kans om de leerlingen de nodige steun (scaffolding) te bieden om hun gedachten in een formeel schooltaalregister te leren verwoorden.
Wat zijn de kenmerken van leerzame interactie volgens de term 'dialogisch onderwijs'?
Alle leerlingen krijgen de kans om vragen te stellen en hun eigen visie op de vakinhoud te verwoorden.
Leerlingen reageren op elkaars gedachten en vullen deze aan, wat helpt om het kennisnetwerk uit te breiden en nieuwe vakkennis te integreren.
De leraar fungeert als iemand die ook kan leren en stimuleert de inbreng van de leerlingen door mee te denken over hoe een onderwerp verder ontwikkeld kan worden.
Hoe verbindt de onderwijsleercyclus (Gibbons) mondelinge en schriftelijke schooltaal?
De cyclus slaat een brug tussen de eerste mondelinge verkenning van leerstof en het uiteindelijke lezen en schrijven van abstracte teksten.
Uit welke 4 stappen bestaat de onderwijsleercyclus?
Een betekenisveld opbouwen
Decontructie van een tekst
Gezamelijke constructie van een nieuwe, geschreven tekst
Zelfstandig schrijven
Welke drie hoofdfactoren bepalen de kwaliteit van interactie in de les?
Taalaanbod: Dit moet begrijpelijk, rijk en betekenisvol zijn.
Taalproductie: Leerlingen moeten volop de gelegenheid krijgen om zelf taal te gebruiken.
Feedback: Er moet gerichte terugkoppeling zijn op zowel de vorm als de inhoud van wat leerlingen zeggen of schrijven.
Wat is de praktische vertaling van de sociaal-culturele leertheorie van Vygotsky in de klas?
Dit wordt dialogisch onderwijs genoemd.
In deze visie wordt leren gezien als een sociaal onderhandelingsproces.
Welke twee kernbegrippen dienen als onderbouwing voor de pijler interactie tussen leerkracht en leerling(en)?
De Zone van de naaste ontwikkeling (wat een leerling met hulp kan bereiken).
Scaffolding (het tijdelijk bieden van de juiste ondersteuning om leerlingen naar een hoger niveau te tillen).
Wat is het doel van de fase "Betekenisveld opbouwen"?
Leerlingen krijgen de kans om mee te praten en mee te denken in hun vertrouwde dagelijkse taal (DAT).
De leraar introduceert vervolgens de cognitieve academische taal (CAT) door vakterminologie en logische relaties aan te bieden.
Welke activiteiten horen bij de fase van "Gerichte interactie"?
Deconstructie van een tekst: Het samen analyseren van hoe een vaktekst is opgebouwd.
CAT analyseren: Het bestuderen van het specifieke academische taalgebruik in de tekst.
De leraar fungeert hierbij als modellezer.
Hoe ziet de fase van "Productie" eruit in de onderwijsleercyclus?
Gezamenlijke constructie: Leraar en leerlingen schrijven samen een tekst als oefening.
Onafhankelijk schrijven: De leerling schrijft zelfstandig een tekst.
De leraar geeft hierop gerichte feedback.
Welke didactische stappen van Pauline Gibbons vormen de kern van de onderwijsleercyclus?
Oriënteren: Op het onderwerp en de context.
Instrueren: Door middel van modeling en analyse.
Begeleiden: Via een geleide lees- of schrijfoefening.
Stimuleren: Tot zelfstandig lezen en schrijven.
Evalueren: Nakijken, feedback geven en revisie.
Wat is de kern van de pijler "Taalsteun" binnen TVO?
Het bieden van tijdelijke hulp (scaffolding) die leerlingen in staat stelt een taak uit te voeren die ze net nog niet zelfstandig konden.
Welke drie vormen van taalsteun worden onderscheiden op basis van de taalvaardigheden?
Steun bij receptieve vaardigheden: Hulp bij het luisteren en lezen (bijv. tekstwijzers).
Steun bij productieve vaardigheden: Hulp bij het spreken en schrijven (bijv. schrijfkaders).
Steun bij de woordenschat: Hulp bij het aanleren van vaktermen en schooltaalwoorden.