Untitled Flashcard Set

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
linked notesView linked note
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

21 Terms

1
New cards

Synoniem

Een ander woord met dezelfde betekenis dat in de buurt staat.

2
New cards

Omschrijving

Een definitie of uitleg van het onbekende woord in de tekst.

3
New cards

Voorbeeld

Voorbeelden die helpen om het onbekende woord te verduidelijken.

4
New cards

Tegenstelling

Het tegenovergestelde van het woord dat genoemd wordt, waardoor je de betekenis kunt afleiden.

5
New cards

Samenstelling

Het woord wordt opgedeeld in delen die je al kent.

6
New cards

Afleiding

Je herkent de stam, voorvoegsels of achtervoegsels van het woord.

7
New cards

Woord uit een andere taal

Het onbekende woord lijkt op een woord uit een taal die je al kent.

8
New cards

Onderwerp

Waar de tekst in één of enkele woorden over gaat.

9
New cards

Hoofdgedachte

De belangrijkste uitspraak van de schrijver over het onderwerp, meestal in één volledige zin.

10
New cards

Tekstdoelen

De verschillende doelen die een schrijver heeft met zijn tekst, zoals activeren, amuseren, informeren, instrueren, of overtuigen.

11
New cards

Doelgroep

De specifieke groep mensen waarvoor de schrijver zijn tekst schrijft.

12
New cards

Hoofdzaak

De meest cruciale informatie in de tekst.

13
New cards

Bijzaak

Een toelichting, extra uitleg of voorbeeld dat minder belangrijk is voor de kern.

14
New cards

Kernzinnen

Zinnen die meestal de hoofdgedachte van een alinea bevatten, vaak de eerste of laatste zin.

15
New cards

Tekstverbanden

De relaties tussen zinnen of alinea's in een tekst, vaak aangegeven met signaalwoorden.

16
New cards

Opsomming

Signaalwoorden die een opsomming aangeven, zoals 'en', 'ook', 'bovendien'.

17
New cards

Tegenstelling

Signaalwoorden die een tegenstelling aanduiden, zoals 'maar', 'echter', 'toch'.

18
New cards

Chronologisch

Signaalwoorden die de volgorde van gebeurtenissen aangeven, zoals 'eerder', 'vergeet', 'tot slot'.

19
New cards

Oorzaak-gevolg

Signaalwoorden die oorzaak en gevolg relateren, zoals 'doordat', 'waardoor'.

20
New cards

Reden

Signaalwoorden die een reden geven, zoals 'omdat', 'want', 'immers'.

21
New cards

Voorwaarde

Signaalwoorden die een voorwaarde aangeven, zoals 'als', 'wanneer', 'indien'.