Send a link to your students to track their progress
245 Terms
1
New cards
Socialisatie
het proces waarbij kinderen vaardigheden en gedragingen aanleren en overtuigingen, waarden en normen eigen maken die eigen zijn aan een bepaalde cultuur/samenleving \>
Hierdoor kunnen ze participeren in een samenleving
2
New cards
Psychodynamische benadering
Freud: o.a. Driften uitingen van instinctieve, agressieve of seksuele impulsen.
de taak van ouders om die impulsen te helpen beheersen om te buigen of uit te stellen.
3
New cards
couple system
relatie tussen partners - goed relatie (supportive) zorgt voor betrokken kinderen - slechte relatie minder betrokken; problemen, slechte emotieregulatie
4
New cards
effect van een baby
vrouw (tevredenheid daalt sneller), baan opgeven.
5
New cards
Wie is van mening dat kinderen gedrag aanleren door volwassenen te observeren en te imiteren (modeling)?
Bandura (sociaal cognitieve leertheorie)
het kunnen nadoen vs. het leren (performance vs. learning) - motivatie - self-efficacy
- het kunnen uitvoeren wil niet zeggen dat je het ook wil uitvoeren.
taak ouders: een goed model zijn voor het kind.
6
New cards
Opvoeden moet democratisch zijn
Baldwin
7
New cards
Baumrind
autoritatief, autoritair, permissief, univolved
8
New cards
Bowlby
hechtingstheorie.
9
New cards
joint legal custody
beide ouders behouden het recht om beslissingen te maken over het kind
10
New cards
joint physical custody
beide ouders brengen evenveel tijd door met kind
11
New cards
solo custody
een ouder beslist over het kind.
12
New cards
Zelfregulatie (Block en block 1970)
ego-controle: het kunnen uiten van emotie
ego-resilency: de mate waarin je iets wel of niet uit kan stellen
13
New cards
Effort control (Rothbart)
Self-resiliency uitbereiding: onderscheid maken in aandacht verdelen over verschillende aspecten en in staat zijn om te focussen. - zorgt voor inhibitie: remming en uiting - foccussen - nadeel: lage intensiteit van plezier door zelfregulatie.
14
New cards
Langeveld
kind zijn eigen ding laten doen, met rust laten.
Taak van ouders: kind helpen mondig te worden / moreel betrouwbaar deelnemen aan de samenleving. - zelfstandig en autonoom - zelfverantwoordelijke zelfbepaling.
15
New cards
Tabula rasa (Watson) Klassiek conditioneren
het kind is een onbeschreven blad. \> hij kon kinderen zo vormen tot hij wou van advocaat tot dief.
16
New cards
Operante conditionering (Skinner)
Zelf iets doen, aanleren van gewenst gedrag dmv bekrachtiging.
rat leert drukken op een bel: * negatieve bekrachtiging: haalt iets weg, daarnaast nog straffen (stroomstoot) * positieve bekrachtiging: voegt iets toe (brood eten)
- zelf iets doen, op een handeltje drukken en krijgt voedsel (Skinner).
17
New cards
Klassiek conditioneren
leren door stimulus \> respons (little Albert leren door associaties) 20e eeuw
- opgelegd: je hoort een bel en schrikt, het gedrag veranderd (Pavlov)
18
New cards
Patterson: coercion cycle
gebaseerd op sociaal leren, focust op ineffiecente ouderlijke discipline. --\> ouders geven toe aan negatief gedrag om "van het gezeur af te zijn".
1. moeder dringt op 'aversieve' manier binnen in de activiteit van het kind 2. het kind gaat in de tegenaanval 3; moeder stopt met berispen - effect op : korte termijn - effect op : lange termijn 4. kind staakt de tegenaanval.
Korte termijn --\> gaat door met tekenen, staakt haar tegenaanval Lange termijn --\> in het vervolg weet het kind dat het zo gaat, dus vervelend voor de moeder.
vb: negatieve bekrachtiging: moeder haalt iets weg, wil dat het kind stopt met kleuren
positieve bekrachtiging: snoepje, neemt een likje, niet lekkern moeder geeft nieuwe lolly.
19
New cards
Lorenz/ sensitieve methode
taak ouders: kritische/sensitieve periode het kind iets aanleren.
- montessori onderwijs (kinderen makkelijk aanleren omdat die sensitieve periode dan is)
20
New cards
Experimenten van Harlow
koestering is belangrijker dan voedsel (aapjes / robot)
doel: gericht op fysiek en emotioneel welzijn van het kind, kind voelt zich begrepen en geaccepteerd.
22
New cards
Diathesis-stress model/ dual risk model
over welke leeftijd je het hebt: er is onderscheid
kwetsbare kinderen verschillen van de norm in een reactie op een negatieve gebeurtenis
23
New cards
Differential susceptibility model
kinderen variëren in hun gevoeligheid voor opvoeding
kwetsbare kinderen verschillen van de norm in een reactie op zowel negatieve en positieve gebeurtenissen.
24
New cards
gehechtheidsrelatie
sterke, duurzame band tussen kind en gehechtheidsfiguur
- samenspel tussen exploratie en nabijheid
25
New cards
Strange situation procedure (Ainsworth)
meestal tot 1 jaar gebruikt evt. tot 6 jaar.
- nadeel: grote individuele en culturele verschillen waarin kinderen gewend zijn aan separatie van hun ouders.
26
New cards
Attachment Q-sort
gebruik gemaakt van een interview 90 kaartjes met gedragsbeschrijvingen worden verdeeld. -nadeel: wordt met name geactiveerd bij stress semi-gestructureerd en tijdintensief
27
New cards
Veilig-autonoom
Veilig gehecht: coherent verhaal: kan ouders vergeven in het geval van negatieve ervaringen. praat open over ervaringen, niet door in beslag genomen.
28
New cards
Vermijdend (dismissing)
vermijdend gehecht:
geen coherent verhaal: idealiseren of degraderen ouder. zien zichzelf als sterk en onafhankelijk. bategalliseren negatieve ervaringen.
29
New cards
Gepreoccupeerd (preoccupied)
Ambivalent gehecht:
geen coherent verhaal. gefocust op fouten van ouders. herinneringen vooral conflicten met ouder. schuld van problemen bij ouders. tegelijk positief en negatief over ouder
30
New cards
unresolved/gedesorganiseerd
gedesorganiseerd gehecht:
vreemde, ongepaste uitspraken. onlogische redeneringen. abrupte overgangen. dissociatie weigeren te praten. overdreven positief of gedetailleerd. onverwerkt verlies/trauma.
31
New cards
Voorspeller gehechtheid moeder
toename oestrogeen en oxcitocine - meer responsief voor babys meer gevoelig voor signalen van babys belangrijk voor het aangaan van hechitngsrelaties
32
New cards
Voorspeller gehechtheid vader
normaal testosteron hoog (goede relatie met kind in de weg) als ze in een monogame realties zitten en een baby verwachten gaat het testosteronniveau omlaag. - ook al je toekomstige babyplaatjes laat zien.
signalen opvangen, correct interpreteren adequaat en prompt reageren
35
New cards
2. non-instrusiviteit - Ainsworth
kind-volgend niet abrupt interfereren (tussenkomen) met waar kind op dat moment mee bezig is
36
New cards
3. acceptatie -Ainsworth
niet negatief/afwijzend, positief effect
37
New cards
4. fysieke psychologische aanwezigheid
bewust van behoeften van het kind, alert en open op ervaren van het kind.
38
New cards
interne werkmodellen (IWM)
mentale representatie van jezelf en de ander in een gehechtheidsrelatie. - verwachtingen van reacties op bepaald gedrag.
39
New cards
sensitief ouderschap
veilig (classificatie SSP) - nabijheid zoeken bij stress. exploratie bij geen stress
40
New cards
intrusief, boos, geïrriteerd, hard aanpakken
vermijdend (classificatie SSP) - veel exploratie, ouder vermijden ook bij stress. contact met vreemden.
41
New cards
inconsistent, gebrek aan warmte
ambivalent (classificatie SSP) - Erg onzeker. weinig exploratie, bij ouder in buurt blijven.
42
New cards
verwaarlozend, mishandelen, beangstigend gedrag
gedesorganiseerd (classificatie SSP) - gedesorganiseerd, geen patroon in toenadering-vermijdingsgedrag
43
New cards
Met de oudste kinderen zijn ouders meer non-instrusief en meer instusief dan met jonge kinderen
oude kinderen zijn langer op de wereld, als ouder ervaring met signalen oppikken.
44
New cards
video feedback intervention to promote positive parenting VIPP
wat doet een ouder al goed? 6 sessies met thema's gerelateerd aan gehechtheid - sensitiviteit neemt toe wat invloed kan hebben op hechtingsrelaties.
45
New cards
Ainsworth
vier factoren van belang bij attachment security: 1. sensitivity 2. acceptance 3. cooperation 4. accessibility
46
New cards
maternal sensitivity
mogelijkheid van een moeder om adequaat te reageren op de signalen van haar kind.
47
New cards
cooperative learning
kleine groepen leerlingen die samenwerken om een probleem op te lossen doel: leren optimaliseren, nieuwe relaties
48
New cards
desensitisatie
verminderde emotionele reactie op bijv. geweld omdat geweld zo veel wordt gezien op tv en in games.
49
New cards
latchekey children
kinderen die nan school alleen thuis zijn en voor zichzelf zorgen tot de ouders thuiskomen.
50
New cards
magic window thinking
kinderen kennen het onderscheid niet tussen opgezette mediawereld en de echte wereld. in hun ogen is de tv net zo echt als de persoon om hen heen.
51
New cards
natural mentors
familie, docenten coaches buren etc. vanzelfsprekend een mentor.
52
New cards
open classroom
active participatie in de klas warabij leerlingen elkaar helpen, uitleggen en discussies voeren (niet passief luisteren) effect: positiever tegenover school meer samenwerking zelfreflectie betere participatie
53
New cards
peer tutoring
oudere leerling begeleid jongere leerling positief voor de mentor door verbetering zelfvertrouwen en gevoel iemand te helpen
54
New cards
pygmalion effect
leerling gedraagt zich naar verwachting van de docent (beter of slechter dan hij normaal zou doen) - gaat om verwachting van iemand die boven jou staat
55
New cards
Self-fulfilling prophecy
presteren naar verwachting die er is. onderzoeken wijzen uit dat leerlingen waarbij er hoge verwachtingen zijn beter presteren.
56
New cards
stage-environment fit
hoe goed past de leeftijd (Stage of life) bij de omgeving waarin je moet functioneren
57
New cards
adaptatie
het aanpassen van een organisme of zijn gedrag om in de omgeving te passen
58
New cards
internalisation
proces waarbij van buitenaf gestimuleerd gedrag overgaat in gedrag wat zelf gereguleerd is.
59
New cards
passive genotype environment interaction
muzikale ouders laten hun kind vaak al vroeg piano spelen. (aangeboden door ouders, vaak beïnvloedt door hun genotype)
60
New cards
evocative genotype-environment interaction
een blij en sociaal kind heeft vaak meer interactie in groepen en heeft zo een warme omgeving in op te groeien. (genotype lokt omgevingsreacties uit)
61
New cards
active genotype environment interaction
verlegen kind zoek vaak rustige omgeving
(genotype zorgt er voor dat je vaak een vergelijkbare omgeving opzoekt, dit heeft invloed op de ontwikkeling.
62
New cards
maturation
veranderingen in de ontwikkeling die gepaard gaan met het ouder worden
63
New cards
intentional and unintentional socialization
met of zonder intnentie het socialisatieproces aanleren aan een kind
64
New cards
developemntally appropriate programm
afgestemd op de normale groei van kinderen en de individuele verschillen. door veranderingen als verhuizing of werkverandering bij ouder kan het socialisatieproces namelijk verschillen per kind.
65
New cards
Piaget baby - peuter (0-2jr)
snapt dingen aan de hand van zintuigen en motorische activiteit
66
New cards
Piaget voorschool (3-5jr)
begint met het snappen van relaties tussen mensen, objecten en evenementen, puur op intuïtie(niet logisch)
67
New cards
Piaget school (6-11jr)
kunnen logica gebruiken om relaties te begrijpen maar enkel concreet.
68
New cards
Piaget adolescenten (12+)
begrijpt abstracte en hypothetische realties en kunnen problemen oplossen ook al hebben zij deze problemen niet direct meegemaakt.
69
New cards
Bronfenbrenner
individuele ecologische omstandigheden beïnvloeden de ontwikkeling van het kind.
70
New cards
microsysteem
activiteiten en relaties dichtbij; familie, vrienden, school
71
New cards
mesosysteem
relaties tussen twee of meer microsystemen van een persoon bijv: school, familie
72
New cards
exosysteem
settingen waarin het kind niet zelf participeert, maar wat hem wel of zijn microsysteem wel beinvleodt bijv. het werk van ouders.
73
New cards
macrosysteem
maatschappij en cultuur waarin de persoon leeft.
74
New cards
Laissez-faire
permissieve opvoedstijl; studenten iets laten doen wanneer zij dat vragen
75
New cards
zone of proximal development
ruimte tussen wat een student zelfstandig kan en wat hij kan met begeleiding van een mentor.
76
New cards
additief effect
beide variabelen hebben effect maar staan los van elkaar.
77
New cards
Freud
id: primitieve, ongeoraniseerde aangeboren deel persoonlijkehid
ego: rationele en redelijke deel van de persoonlijkeheid, reguleert impsulsen, buffer tussen id en echte wereld
superego: geweten, maakt onderscheid tussen goed en kwaad.
taak ouders: kind helpen om implusen te beheersen.
78
New cards
Spock (1903-1998)
kind als individu beschouwen, sensitief naar behoeften.
79
New cards
piaget
leerpontentieel ontwikkelt zich met de leeftijd.
80
New cards
Piaget sensomotorische fase
0-2 jr
81
New cards
Piaget preoperationele fase
2-7jr
82
New cards
Piaget concreet operationele fase
7-11 jr
83
New cards
Piaget formeel operationele fase
11+ jr
84
New cards
Drive-reduction learning
moeder is attachment omdat zij honger stilt
85
New cards
harlow
apenonderzoek; niet voeding maar comfort zorgt voor attachment
86
New cards
Veilige gehechtheid
kind ontdekt de wereld actief in bijzijn van ouders, accepteert contact van vreemden in bijzijn van ouders
87
New cards
ambivalent gehecht
kind dichtbij ouders, ontdekt wereld niet, boos wanneer ouders weggaan, bang voor onbekenden, claimt moeder bij terugkomst (maar ook moeilijk te troosten, boos)
88
New cards
Vermijdend gehecht
kind laat lichte stress zien wanneer moeder weggaat, negeert onbekenden en negeert moeder wanneer ze terugkomt, weinig emotie
89
New cards
gedesorganiseerd
heel boos bij vreemde situatie, verward, negeert vreemden (tegengesteld gedrag, geen duidelijk patroon)
90
New cards
gender-based beliefs
zich bewust zijn van eigen gender, snappen van jongen/meisje
91
New cards
gender identity
perceptie van jezelf met karakter-eigenschappen behorende bij je gender.
92
New cards
gender-role preferences
voorkeur om bepaalde gendergerelateerde eigenschappen te bezitten
93
New cards
gender stability
man blijft man, vrouw blijft vrouw; interesses volwassenen lijken overeen t ekomen met speelgedrag als kind
94
New cards
gender constancy
veranderingen in gedrag veranderen gender niet
95
New cards
expressive characteristics
bezorgdheid, oriëntatie op kinderen, gevoelig (vrouw) --\> hierdoor na geboorte kinderen sterkeer rolverdeling naar gender roles.
96
New cards
instrumental characteristics
orientatie op taak en handeling (man) --\> hierdoor na geboorte kinderen sterker rolverdeling naar genderroles
97
New cards
Cognitive developmental theory of gender typing (Kohlberg, 1966) fase 1
Kinderen zien al heel snel het verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke rol, waarbij zij zich meer richten op het rolmodel van dezelfde gender. 3 fases 2-3 jaar: basis van gender identity; herkennen jongen of meisje
98
New cards
Cognitive developmental theory of gender typing (Kohlberg, 1966) fase 2
4-5 jr. begrijpen van gender stability
99
New cards
Cognitive developmental theory of gender typing (Kohlberg, 1966) fase 3
6-7 jaar; begrijpen van gender constancy --\> die beïnvloedt keuzes.
100
New cards
Social strucural theory of gender roles
richt zich op beperkingen in kansen (onderwijs, banen) voor mannen en vrouwen / sociale invloeden.