2.1. DE CELMEMBRAAN OF PLASMALEMMA

0.0(0)
Studied by 7 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/51

flashcard set

Earn XP

Last updated 8:01 PM on 4/12/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

52 Terms

1
New cards

inhoud

1 — bouw

2 — functies

2
New cards

1 — BOUW

3
New cards

opbouw — fluid mosaic model

  • membraan lipiden

  • eiwitten‎

  • suikers


<ul><li><p>membraan lipiden</p></li><li><p>eiwitten‎</p></li><li><p>suikers</p></li></ul><p></p>
4
New cards

membraanlipiden

  • 40%

  • amphiphatische molecules = hydrofiel + hydrofoob

  • lipden dubbellaag (bi-layer); spontane formatie

  • functies/eigenschappen;

    • bouwsteen membraan

    • selectieve barrière

    • zelf-herstellend (‘kleine’ lekken)


5
New cards

membraanlipiden — types (3)

  • glycero-fosfolipiden

    • glycerol + 2 vetzuurstaarten + fosfaat

    • vb. fosfatidylcholine

  • sphingo-lipiden

    • ceramide = sphingosine + vetzuur

    • (polaire groep)

    • vb. ceramide, sphingomyeline …

  • sterolen

    • vb. cholesterol


6
New cards

lipiden — rigiditeit vs fluïditeit factoren (3)


fluïditeit

rigiditeit

lengte vetzuurstaarten

kort

lang

verzadigdheid

onverzadigd

  • dubbele binding

  • knik

verzadigd

  • recht

  • stapel-baar

cholesterol

bij lage temp.

bij hoge temp.


7
New cards

aanmaak membraan

  • synthese membraanlipiden;

    • uit glycerol, vetzuren, fosfaatgroepen …

    • door enzymen aan cytosolzijde GER

  • modificatie;

    • membraanlipiden en membraaneiwitten

    • in Golgi (inwendig)‎


8
New cards

aanmaak membraan

  • scramblasen

    • verdelen lipiden willekeurig over beide membraanlagen

    • passief, ATP-onafhankelijk

    • in ER en plasmamembraan

  • flippasen / floppasen

    • flip; extra → intra

    • flop; intra → extra

    • ATP-afhankelijk

    • in Golgi-apparaat en plasmamembraan


9
New cards

asymmetrisch membraan

  • = verschillende lipiden aan binnen- en buitenkant

    • beïnvloedt buiging (curvature) en vloeibaarheid membraan

    • intracellulair; negatief geladen

    • extracellulair; glyco-lipiden/-eiwitten voor herkenning


10
New cards

eiwitten

  • 55%

  • 2 soorten;

    • integraal

    • perifeer



<ul><li><p>55%</p></li><li><p>2 soorten;</p><ul><li><p>integraal</p></li><li><p>perifeer</p><p></p></li></ul></li></ul><p></p>
11
New cards

eiwitten — types (8)

  • kanaal; transport moleculen/ionen

    • aspecifiek

  • transport; actief/passief

    • specifiek

  • drager; endocytose

  • receptor; signalen

  • cel herkenning; immuniteit

  • enzymen; vb. cAMP

  • verankering; CAM & integrines

  • celcortex


12
New cards

eiwitten — celcortex

  • = submembranair netwerk van fibreuze eiwitten dat membraan verstevigt

    • types filamenten;

      • spectrine (RBC)

      • actine / myosine

    • → vorm & stevigheid cel

    • → ‘vasthouden’ membraan EW


13
New cards

organisatie van membraan-domeinen (4)

  • A: koppeling aan de celcortex

  • B: koppeling aan extracellulaire eiwitten

  • C: koppeling aan de transmembraaneiwitten van een andere cel

  • D: gebruik maken van een tight-junction band

  • lipid rafts


<ul><li><p>A: koppeling aan de celcortex</p></li><li><p>B: koppeling aan extracellulaire eiwitten</p></li><li><p>C: koppeling aan de transmembraaneiwitten van een andere cel</p></li><li><p>D: gebruik maken van een tight-junction band</p></li><li><p>lipid rafts</p></li></ul><p></p>
14
New cards

lipid rafts

  • = zones in celmembraan met bijzondere samenstelling

    • veel cholesterol

    • veel verzadigde fosfolipiden

    • → weinig fluïditeit


15
New cards

suikers

  • 5%

  • geen basistructuur; hangen vast aan

    • proteïnen = glycoproteïnes

    • lipiden = glycolipiden

  • indien bovenstaande rijkelijk aanwezig; glycocalix


16
New cards

suikers — functies

  • celherkenning, celvasthechting, receptor

  • bescherming

  • vb.

    • suikers op RBC; bepaling bloedgroep

    • suikers op WBC; herkenning van ontstekingshaard door lectine (= eiwit op oppervlaktecellen bloedvlaten)


17
New cards

2 — FUNCTIES

18
New cards

functies (3)

  • stevigheid & vasthechting / barrière

  • transport / passage / uitwisseling

  • signalisatie in/out → “effect”


19
New cards

stevigheid & vasthechting / barrière

  • celmembraan an sich; weinig invloed

  • cytoskelet

  • cel-celverbindingen

    • molecules; CAM’s

    • gespecialiseerde


20
New cards

CAM’s = cel-adhesie moleculen — types

  • “lijmen” cellen aan;

    • elkaar; cel-cel transmembranair

      • vb. cadherines

    • ECM; cel-interstitiële matrix

      • vb. integrines

    • basale membraan; cel-basale membraan

      • vb. integrines


21
New cards

CAM’s = cel-adhesie moleculen — types

  • structuur;

    • 1 intracellulair domein, 1 transmembranaire α-helix en 1 extracellulair domein

  • onderverdeling;

    • Ca-dependent; cadherines + selectines

    • Ca-independent; Ig-Superfamily-CAMs + integrines


22
New cards

gespecialiseerde cel-celverbindingen

  • tight junction = zonula occludens

  • adhering junction = zonula adherens

  • gap junction

  • desmosomen = macula adherens


23
New cards

tight junction = zonula occludens

  • wat? membranen v. twee cellen komen samen → vormen barrière tegen vloeibare stoffen

  • doel? barrrière + selectieve “poorten” + grenslaag tss apicaal en basolateraal domein

  • proteïne? claudines + occludines


24
New cards


adhering junction = zonula adherens

  • wat? eiwitcomplex dat hechte verbinding tussen verschillende cellen in een weefsel vormt

  • doel? stevigheid in weefsels die onder mechanische belasting staan, zoals epitheel- en hartspierweefsel

  • proteïne? cadherines


25
New cards

gap junction

  • wat? kanaalvormige verbindingen tussen naburige cellen

  • doel? uitwisseling van ionen en kleine moleculen; communicatie tss cellen, vooral in hartspiercellen en neuronen; elektrische en chemische signalen

  • proteïne? connexonen


26
New cards

desmosomen = macula adherens

  • wat? sterke, puntvormige cel-celverbindingen die zorgen voor mechanische stevigheid in weefsels die veel rek en druk ondergaan

  • doel? voorkomt dat cellen uit elkaar getrokken worden bij mechanische stress, zoals in de huid en het hart

  • proteïne?

    • schijfdesmosomen; cadherines

      hemi-desmosomen; integrines


27
New cards

gespecialiseerde cel-celverbindingen — samengevat

knowt flashcard image
28
New cards

gespecialiseerde cel-celverbindingen — schema

knowt flashcard image
29
New cards

transport / passage / uitwisseling

  • passief

  • actief


30
New cards

passief transport

  • diffusie

  • gefaciliteerde diffusie

  • osmose

  • filtratie


31
New cards

passief transport — diffusie

  • hoge → lage conc

  • slechts enkele, kleine en ongeladen moleculen;

    • gassen; O2, CO2

    • hydrofobe moleculen

    • polaire moleculen


32
New cards

passief transport — gefaciliteerde diffusie

  • gebruikmakend van transmembranair eiwit

  • hoge → lage conc

  • 2 manieren;

    • transporter eiwitten; specifiek

    • kanalen; aspecifiek

      • leakage channels

      • controlled channels


33
New cards

gefaciliteerde diffusie — beïnvloedende factoren

  • concentratie gradiënt

  • elektrochemische gradiënt

  • aantal transporteiwitten/kanalen

  • activatie status; on-off

    • afhankelijk chemische, elektrische en/of mechanische signalen


34
New cards

gefaciliteerde diffusie — types kanalen (3)

  • voltage-gated

  • ligand-gated

  • mechanically-gated


35
New cards

passief transport — osmose

  • vorm van diffusie

    • transport H2O

    • door semi-permeabel membraan

    • doel; concentratie aan opgeloste stoffen gelijk krijgen aan beide zijden

  • opm; water kan ook via specifieke kanaaltjes (=aquaporines) doorheen celmembraan bewegen


36
New cards

passief transport — filtratie

  • water en opgelosten stoffen worden door (hydrostatiche) druk doorheen membraan geperst

    • al dan niet via carrier / kanaal


37
New cards

actief transport

  • primair

    • enkelvoudige pompen

    • uitwisselingspompen

  • secundair

    • gekoppelde pompen

      • symport = zelfde richting

      • antiport = tegengestelde richting

  • endo-, exo-, pino- en fagocytose


38
New cards

soorten pompen

  • P-klasse

    • pompen ionen

  • F- en V-klasse

    • pompen protonen

  • ABC-klasse

    • pompen macromoleculen


<ul><li><p>P-klasse</p><ul><li><p>pompen ionen</p><p>‎</p></li></ul></li><li><p>F- en V-klasse</p><ul><li><p>pompen protonen</p><p>‎</p></li></ul></li><li><p>ABC-klasse</p><ul><li><p>pompen macromoleculen</p></li></ul></li></ul><p></p>
39
New cards

(receptor gemedieerde) endocytose

  • liganden binden aan membraanreceptoren

    • “drijven” samen naar membraanoppervlak

    • instulpingen worden afgesnoerd

    • vorming vesikels in cytosol = endosomen

40
New cards

(receptor gemedieerde) endocytose — clathrine gemedieerde endocytose

  • afhankelijk van een heleboel eiwitten waaronder;

    • adaptine (eiwit) verbindt clathrine met de membraanreceptoren

    • dynamine (eiwit) essentieel voor afsnoeren vesikel

  • afgesnoerde vesikel is aanvankelijk nog ‘gecoat’ met eiwitten (o.a. clathrine)

    • komen los + gerecycleerd

    • cargo komt los receptor

    • we spreken over “early” endosoom

  • “early” endosoom splitst in;

    • “late” endosoom (met enkel cargo)

    • “recycling'“ endosoom = leeg vesikel


41
New cards

(receptor gemedieerde) endocytose — clathrine gemedieerde endocytose

knowt flashcard image
42
New cards

“late” endosoom

  • moeten op juiste plaats terechtkomen;

    • “docking”

    • membraanfusie

  • gebeurt adhv eiwitten;

    • Rab = “adreskaartjes”

      • herkend door Rab-receptoren

    • SNARE

      • v-SNARE = vesikel

      • t-SNARE = target


43
New cards

(receptor gemedieerde) endocytose — types samengevat

  • clathrin-mediated endocytosis (CME)

  • lipid raft dependent endocytosis

    • caveolin-mediated

    • clathrin- and caveolin-independent


<ul><li><p>clathrin-mediated endocytosis (CME)</p></li><li><p>lipid raft dependent endocytosis</p><ul><li><p>caveolin-mediated</p></li><li><p>clathrin- and caveolin-independent</p></li></ul></li></ul><p></p>
44
New cards

endocytose — pinocytose

  • opname opgeloste stoffen via vesikels

    ‎‎

  • 2 opties;

    • fuseren met lysosoom

    • “reizen” naar andere kant om via exocytose inhoud vrij te zetten in extracellulair milieu

      = transcytose


45
New cards

endocytose — fagocytose

  • receptor gemedieerd endocytose

    ‎‎

  • opname stoffen via vesikels (fagosomen)

    • gereguleerd door antistoffen (Y)

    • worden herkend door vb. neutrofielen, macrofagen …

  • fuseren met lysosoom → fagolysosoom



46
New cards

exocytose

  • vesikels zijn intracellulair gemaakt, maar geven inhoud aan extracellulaire milieu

  • 2 types;

    • constitutief = automatisch

    • gemedieerd (door signalen)

      • vb. hormonen, neurotransmitters …


47
New cards

signalisatie in/out

  • werking via signaal-molecules en receptor eiwitten

  • soorten;

    • endocrien, hormonen

    • paracrien, lokale mediatoren

    • autocrien

    • synaptisch, neurotransmitter

    • juxatacrien = contact dependent


48
New cards

signaal ≠ effect

  • één signaalmolecule kan meerdere effecten hebben, afhankelijk van celtype

  • cel reageert maar op bepaalde signaalmoleculen; afhankelijk van aan- of afwezigheid signaal-receptor

  • vb. ACh

    • hart → vertraagde hartslag

    • speekselklier → speekselvorming


49
New cards

signaalreceptoren

  • signaalmoleculen die doorheen membraan kunnen;

    • intracellulaire receptor

  • signaalmoleculen die niet doorheen membraan kunnen;

    • membraanreceptor — 3 types;

      • ion-channel linked

      • G-protein linked

      • enzyme-linked


50
New cards

ion-channel linked receptor

  • signaalmolecule → openen ion-kanaal

  • gefaciliteerde diffusie

    • → verschil in membraan potentiaal

    • → spiercontractie

    • → …

  • zenuwcellen; signalen = neurotransmitters


<ul><li><p>signaalmolecule → openen ion-kanaal</p></li><li><p>gefaciliteerde diffusie</p><ul><li><p>→ verschil in membraan potentiaal</p></li><li><p>→ spiercontractie</p></li><li><p>→ …</p><p>‎</p></li></ul></li><li><p>zenuwcellen; signalen = neurotransmitters</p></li></ul><p></p>
51
New cards

G-protein linked receptor

  • = GPLR

  • = “seven pass transmembrane receptors”

    ‎‎

  • activatie G-proteine → activatie enzym / kanaal

    • vb. geursignalen, lichtsignalen, ontstekings-signalen …


<ul><li><p>= GPLR</p></li><li><p>= “seven pass transmembrane receptors”</p><p>‎‎</p></li><li><p>activatie G-proteine → activatie enzym / kanaal</p><ul><li><p>vb. geursignalen, lichtsignalen, ontstekings-signalen …</p></li></ul></li></ul><p></p>
52
New cards

enzyme-linked receptor — voorbeeld

  • insuline bindt op de insuline receptor;

    • activatie receptor

    • cascade-activatie

    • expressie GLUT-4

    • gefaciliteerde diffusie glucose


<ul><li><p>insuline bindt op de insuline receptor; </p><ul><li><p>activatie receptor</p></li><li><p>cascade-activatie </p></li><li><p>expressie GLUT-4 </p></li><li><p>gefaciliteerde diffusie glucose</p></li></ul></li></ul><p></p>