1/60
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Reanimatie
Het proces van het overnemen van de circulatie en ademhaling om de bloedsomloop te behouden en zuurstofrijk bloed te transporteren.
Basis Life Support (BLS)
Het garanderen van zuurstoftoevoer naar de cellen, vooral naar het hart en de hersenen, om de vitale organen te ondersteunen.
Automatisch Externe Defibrillator (AED)
Een apparaat dat vroegtijdige defibrillatie bij ventrikelfibrillatie of ventriculaire tachycardie mogelijk maakt om het normale hartritme te herstellen.
Last grasp/agnoale ademhaling
Een overlevingsmechanisme waarbij het lichaam een laatste moeilijke ademhaling doet om te proberen te blijven ademen, vaak bij circulatiestilstand.
Stabiele zijligging
Een positie waarin een bewusteloze patiënt met ademhaling wordt geplaatst om de luchtweg open te houden en te beschermen tegen verslikken.
Vasovagale collaps
Een flauwvalreactie door een toename van parasympathische activiteit, vaak veroorzaakt door stress of angst, leidend tot bradycardie en bewustzijnsverlies.
Anafylactische shock
Een ernstige allergische reactie op een antigeen, met symptomen zoals ademhalingsproblemen, circulatoire symptomen en mogelijk flauwvallen.
Anafylaxie
Een ernstige allergische reactie die kan leiden tot symptomen zoals jeuk, zwelling van het gezicht, urticaria en ademhalingsproblemen.
Lokale anesthetica intoxicatie
Ernstige bijwerkingen door een te hoge bloedspiegel van lokale verdovingsmiddelen, met symptomen zoals oorsuizen, bewustzijnsverlies en ademhalingsproblemen.
Hypoglycemie
Lage bloedsuikerspiegel met symptomen zoals wisselend humeur, zweten en duizeligheid, vaak bij diabetespatiënten.
Hyperventilatie
Verdiepte en versnelde ademhaling door angst of stress, met symptomen zoals duizeligheid en hartkloppingen.
Vertebrobasilaire insufficiëntie
Uitval van bloedtoevoer naar de hersenstam met symptomen zoals duizeligheid en visusklachten.
Angina pectoris
Pijn op de borst door verminderde bloedtoevoer naar het hart, met typische pijn en uitstraling naar kaak of arm.
Orthostatische hypotensie
Lage bloeddruk bij snel opstaan, met symptomen zoals duizeligheid en flauwvallen.
Antibiotica
Geneesmiddelen tegen bacteriële infecties, zoals penicillines en tetracyclines.
Antimycotica
Geneesmiddelen tegen schimmelinfecties, zoals azolen en polyenen.
Antivirale middelen
Geneesmiddelen tegen virale infecties, zoals (Val)aciclovir.
Feneticilline
Oraal toedienbare vorm van penicilline G met minder bijwerkingen en lagere kosten.
Procaine-penicilline
Langwerkende vorm van penicilline effectief tegen penicillinase-vormende grampositieve bacteriën.
Meticilline
Ongevoelig voor MRSA, een bacterie die resistent is tegen dit type antibiotica.
Amoxicilline
Antibioticum werkzaam tegen streptokokken en gram-negatieve staven.
Macroliden
Antibiotica zoals azitromycine met bacteriostatische eigenschappen en orale toediening.
Clindamycine
Antibioticum effectief tegen anaerobe bacteriën, vaak gebruikt in tandheelkunde.
Tetracyclinen
Antibiotica zoals doxycycline met breed spectrum en orale toediening.
Metronidazol
Antibioticum tegen anaerobe bacteriën en parasieten, niet te combineren met alcohol.
Antimycotica
Geneesmiddelen met schimmelwerende werking, zoals polyenen en azolen.
Aciclovir
Medicatie tegen herpes door remming van viraal DNA-polymerase.
Valaciclovir
Met hogere biologische beschikbaarheid dan aciclovir, effectief bij tropische ziekten.
Rationeel gebruik van antibiotica
Criteria voor effectief en veilig antibioticagebruik.
Intrinsieke resistentie
Natuurlijke resistentie van bacteriën tegen bepaalde antibiotica.
Verworven resistentie
Ontwikkelde resistentie door bacteriën door selectiedruk.
Bepaling van resistentie
Testen van resistentie via Minimum Inhibitory Concentration (MIC).
Klinisch breekpunt
Punt waarop bacteriën gevoelig of resistent zijn voor een antibioticum.
Spectrum van antibiotica
Bereik van bacteriën dat een antibioticum kan behandelen.
Resistentiemechanismen
Methoden zoals verminderde penetratie, doelwitwijziging en enzymatische inactivatie.
Clavulaanzuur
Een β-lactamase remmer die de productie van β-lactamase remt, waardoor antibiotica weer kunnen binden aan het aangrijpingspunt op bacteriën.
Methicilline-Resistente Staphylococcus Aureus (MRSA)
Een S. aureus bacterie die resistent is geworden tegen methicilline en andere β-lactam antibiotica door genetische mutaties en resistentiegenen.
Antibioticaresistentie
Ontstaat door genetische mechanismen en selectie onder antibiotica-druk, waardoor bacteriën overleven en resistent worden.
One health approach
Benadering waarbij het ecosysteem wordt betrokken om antibioticaresistentie te verminderen door aanpassingen op verschillende vlakken.
Toxiciteit
Bijwerkingen van antibiotica zoals allergische reacties, QT-tijd verlenging, misselijkheid, en tandverkleuringen.
Juiste wijze van toediening
Voorkeur voor orale toediening boven intraveneuze toediening vanwege kosten, opname en tijd.
Farmacodynamiek
Wat het geneesmiddel van de patiënt doet, terwijl farmacokinetiek gaat over wat de patiënt met het geneesmiddel doet.
Aangrijpingspunten van geneesmiddelen
Receptoren, ionkanalen, enzymen en transporters zijn de plekken waar geneesmiddelen op kunnen werken in het lichaam.
Pijn
Een onplezierige sensorische ervaring die gepaard gaat met weefselschade, behandeld met verschillende niveaus van pijnstillers zoals paracetamol, NSAID's, en opiaten.
Prostaglandines
Worden aangemaakt door COX-1 en COX-2 enzymen en spelen een rol bij ontstekingen, pijn en koorts.
NSAID's
Medicijnen die niet specifiek zijn en binden aan zowel COX-1- als COX-2-receptoren, wat kan leiden tot bijwerkingen zoals maagproblemen.
Aspirine
Verantwoordelijk voor het inactiveren van COX-1 in bloedplaatjes, wat leidt tot bloedplaatjesafbraak en kan 5 dagen duren voordat nieuwe bloedplaatjes worden geproduceerd.
RAS
Afkorting voor het afknijpen van de efferente arteriole, wat invloed heeft op de nierfunctie.
Opioïden
Agonisten van de opiaat Mu-receptor die verschillen in potentie en kunnen leiden tot bijwerkingen zoals ademhalingsdepressie en obstipatie.
Zwakke opiaten
Niet-selectieve opioïden met bijwerkingen zoals misselijkheid en sufheid, zoals tramadol.
Sterke opioïden
Krachtige opioïden zoals morfine en fentanyl die effect hebben op pijnreceptoren en bijwerkingen zoals constipatie kunnen veroorzaken.
Farmacokinetiek
Studie van de beweging van geneesmiddelen in het lichaam, inclusief absorptie, distributie, metabolisme en eliminatie.
Absorptie
Proces waarbij geneesmiddelen in de bloedbaan terechtkomen, beïnvloed door biologische beschikbaarheid en first pass-effect.
Distributie
Verdeling van geneesmiddelen in het lichaam, afhankelijk van lipofiliteit en hydrofiliteit, wat invloed heeft op de detecteerbaarheid en effecten.
Metabolisme + excretie
Eliminatie van geneesmiddelen door biotransformatie en uitscheiding via urine, gal, uitgeademde lucht of moedermelk.
Enterohepatische kringloop
Proces waarbij stoffen of metabolieten het lichaam verlaten via de gal/feces en na afsplitsing van het conjugaat opnieuw geabsorbeerd kunnen worden in het maagdarmkanaal.
Lipofiel
Eigenschap van een geneesmiddel dat slecht oplosbaar is in water.
Hydrofiel
Eigenschap van een geneesmiddel dat goed oplosbaar is in water.
CYP-enzymen
Enzymen die lipofiele geneesmiddelen omzetten naar meer hydrofiele vormen, waarbij de activiteit ervan de snelheid van metabolisme beïnvloedt en interacties tussen geneesmiddelen kan veroorzaken.
Halfwaardetijd
De tijd waarin de plasmaconcentratie van een stof tot de helft daalt, wat de snelheid van afbraak en dosering van geneesmiddelen beïnvloedt.
Formules voor dosering
Inclusief formules voor oplaaddosis en onderhoudsdosis van geneesmiddelen, waarbij parameters zoals verdelingsvolume, klaring, biologische beschikbaarheid en gewenste concentratie een rol spelen.