1/14
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Ik ben (ser)
eu sou
jij bent (ser)
tu Ă©s
hij/zij/u is (ser)
ele/ela/vocĂŞ Ă©
wij zijn (ser)
nĂłs somos
zij/jullie zijn (ser)
eles/elas/vocĂŞs sĂŁo
ik ben (estar)
eu estou
jij bent (estar)
tu estás
hij/zij/u is (estar)
ele/ela/você está
wij zijn (estar)
nĂłs estamos
zij/jullie zijn (estar)
eles/elas/vocĂŞs estĂŁo
ik heb
eu tenho
jij hebt
tu tens
hij/zij/u heeft
ele/ela/vocĂŞ tem
wij hebben
nĂłs temos
zij/jullie hebben
eles/elas/vocĂŞs tĂŞm