Leerdoel thema 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/49

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Oefenkaarten over Thema 1 van Klinische Psychologie ter voorbereiding op het tentamen.

Last updated 10:16 PM on 9/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

50 Terms

1
New cards

Wat is klinische psychologie volgens het studiemateriaal?

Een toepassingsgerichte subdiscipline van de psychologie die zich bezighoudt met psychische problemen, psychische stoornissen en andere vormen van problematisch functioneren.

2
New cards

Welke centrale vragen onderzoekt de klinische psychologie?

Vragen over het ontstaan, het voortbestaan, de herkenning en diagnostiek, de classificatie, de preventie en de behandeling van psychische problemen.

3
New cards

Wat betekent de term "klinisch" in de klinische psychologie niet?

Het betekent niet dat een klinisch psycholoog uitsluitend in een kliniek werkt.

4
New cards

Welke twee betekenissen heeft het begrip psychopathologie?

Het verwijst naar de wetenschappelijke bestudering van psychische stoornissen én naar de verschijnselen of symptomen die bij zulke stoornissen voorkomen.

5
New cards

Wat is het verschil in achtergrond en opleiding tussen een klinisch psycholoog en een psychiater?

De klinisch psycholoog is opgeleid binnen de psychologie, terwijl de psychiater is opgeleid binnen de geneeskunde.

6
New cards

Waarom is kennis van de basisdisciplines noodzakelijk voor een klinisch psycholoog?

Om afwijkend of problematisch functioneren te kunnen herkennen, moet je weten hoe psychologisch functioneren zich onder normale omstandigheden ontwikkelt en verloopt.

7
New cards

Wat bestudeert de psychologische functieleer?

Algemene psychologische functies en processen, zoals waarneming, aandacht, geheugen, leren, denken, taal, motivatie en emotie.

8
New cards

Hoe voorkomt kennis van de ontwikkelingspsychologie foutieve diagnostiek?

Het voorkomt dat leeftijdsadequaat gedrag (zoals scheidingsangst bij een jong kind) ten onrechte als pathologisch wordt gezien.

9
New cards

Waarom is de sociale psychologie van belang bij de beoordeling van gedrag?

Omdat gedrag sterk afhankelijk is van de sociale en culturele context; wat in de ene context afwijkend lijkt, kan in een andere passend zijn.

10
New cards

Wat is de bijdrage van de persoonlijkheidspsychologie aan de klinische praktijk?

Het helpt om normale persoonlijkheidsvariatie te onderscheiden van starre, disfunctionele patronen.

11
New cards

Waarom is methodenleer onmisbaar voor klinisch psychologen?

Omdat klinische uitspraken gebaseerd moeten zijn op betrouwbare en valide gegevens, met inzicht in testscores, meetfouten en onderzoeksopzet.

12
New cards

Wat is de kern van de APA-definitie van een psychische stoornis?

Een syndroom met klinisch betekenisvolle verstoring van cognitie, emotieregulatie of gedrag, dat een disfunctie weerspiegelt in psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen.

13
New cards

Met welke gevolgen gaat een psychische stoornis volgens de APA-definitie doorgaans gepaard?

Met duidelijke lijdensdruk of met beperkingen in belangrijke levensgebieden zoals werk, studie, relaties of dagelijkse activiteiten.

14
New cards

Waarom geldt normale rouw na verlies niet als een psychische stoornis?

Omdat verwachte en cultureel aanvaarde reacties op een specifieke gebeurtenis expliciet zijn uitgesloten in de definitie.

15
New cards

Is een conflict tussen een individu en de maatschappij op zichzelf een psychische stoornis?

Nee, dat verandert pas in een stoornis wanneer het conflict voortkomt uit disfunctioneren van het individu.

16
New cards

Wat houdt de term "syndroom" in binnen de psychologie?

Dat er sprake is van een samenhangend patroon of cluster van symptomen, en niet slechts één los symptoom.

17
New cards

Wat is het doel van de eis van "klinische significantie"?

Voorkomen dat alledaagse schommelingen of normale menselijke moeilijkheden worden gemedicaliseerd.

18
New cards

Welke zeven aspecten beïnvloeden het oordeel dat gedrag "abnormaal" is?

Persoonlijk lijden, (dis)functionaliteit, irrationeel/onbegrijpelijk gedrag, onvoorspelbaarheid/controleverlies, opvallend/onconventioneel gedrag, ongemak bij anderen en overtreden van morele normen.

19
New cards

Wat is het ezelsbruggetje voor de zeven aspecten van abnormaliteit?

Lijden - functioneren - begrijpelijkheid - controle - opvallendheid - ongemak bij anderen - moraal.

20
New cards

Waarom is persoonlijk lijden op zichzelf niet voldoende om van psychopathologie te spreken?

Omdat lijden ook normaal kan zijn (zoals bij verlies) en sommige ernstige stoornissen gepaard gaan met een gebrek aan ziekte-inzicht zonder lijdensdruk.

21
New cards

Waarom mag een meerduidig of immoreel oordeel niet dienen als diagnostisch criterium?

Omdat een moreel oordeel zegt wat onwenselijk is, wat niet automatisch betekent dat het door een psychische stoornis wordt veroorzaakt.

22
New cards

Hoe bepaalt het statistisch model de grens tussen normaal en abnormaal?

Door te kijken naar de verdeling in een populatie: een score die ver van het gemiddelde ligt (statistisch uitzonderlijk is), geldt als afwijkend.

23
New cards

Bij welk type benadering van psychopathologie sluit het statistisch model aan?

Bij een dimensionele benadering, waarbij kenmerken op een continuüm liggen en mensen gradueel van elkaar verschillen.

24
New cards

Wat is het bezwaar inzake de afkapgrens bij het statistisch model?

De afkapgrens waar "normaal" ophoudt en "abnormaal" begint is arbitrair en gebaseerd op afspraken, niet op een natuurlijke grens.

25
New cards

Waarom is het statistisch model niet op elk psychisch probleem toepasbaar?

Omdat niet alle relevante psychische kenmerken of verschijnselen een normale verdeling volgen.

26
New cards

Waarom is een statistisch afwijkende score niet per definitie een stoornis?

Omdat uitzonderlijke eigenschappen ook positief of onschuldig kunnen zijn, zoals een zeer hoge intelligentie of bijzonder talent.

27
New cards

Wat is het bezwaar betreffende veelvoorkomende verschijnselen bij het statistisch model?

Een verschijnsel kan relatief vaak voorkomen in een populatie en toch ernstig en klinisch relevant zijn.

28
New cards

Wat is de uitgangsgedachte van het medisch of ziektemodel?

Dat waarneembare symptomen voortkomen uit een onderliggend mechanisme dat opgespoord, gediagnosticeerd en behandeld moet worden.

29
New cards

Wat is het verschil tussen een somatogeen en een psychogeen mechanisme?

Somatogeen verwijst naar een lichamelijk of biologisch proces; psychogeen verwijst naar een onderliggend psychologisch proces.

30
New cards

Welke rolverdeling hanteren therapeut en hulpvrager in het klassieke medische model?

De therapeut is de sturende deskundige en de hulpvrager is een relatief passieve patiënt die meewerkt aan de behandeling.

31
New cards

Wanneer is het medisch model het meest toepasbaar en overtuigend?

Wanneer symptomen voortkomen uit een aantoonbaar of sterk aannemelijk lichamelijk of neurologisch proces.

32
New cards

Wat wordt bedoeld met het risico van "medicalisering van levensproblemen"?

Het onnodig benoemen van normale variaties, levensproblemen of begrijpelijke reacties in medische ziekte-termen.

33
New cards

Waarom schiet de passieve patiëntrol van het medisch model vaak tekort in psychologische therapie?

Omdat psychologische behandelingen juist actieve inzet, oefening en gedragsverandering van de cliënt vereisen.

34
New cards

Waarom is persoonsgerichte taal belangrijk bij het gebruik van diagnostische labels?

Om stigmatisering te voorkomen: een persoon heeft een stoornis, maar is niet gelijk aan de stoornis.

35
New cards

Wat houdt de kritiek in dat normatieve en medische criteria door elkaar lopen?

Dat men een probleem vaststelt op basis van psychosociale normen, maar het vervolgens beschrijft in strikt medische termen.

36
New cards

Wat is de basisveronderstelling van het leer- of onderwijsmodel?

Dat problemen vaak het resultaat zijn van leerervaringen, aangeleerde patronen en tekorten in kennis of vaardigheden.

37
New cards

Hoe vervangt het onderwijsmodel de term "patiënt" en "therapeut"?

Patiënt wordt leerling/cliënt genoemd; therapeut wordt leraar/trainer/begeleider genoemd.

38
New cards

Wat is het voornaamste doel van diagnostiek binnen het onderwijsmodel?

Het vaststellen van een leerdoel: bepalen wat de cliënt moet leren, afleren, oefenen of anders toe passen.

39
New cards

Wat is het centrale afgrenzingscriterium in het leer- of onderwijsmodel?

Aanspreekbaarheid of eigen verantwoordelijkheid (de mate waarin iemand verantwoordelijk kan worden gehouden voor gedrag).

40
New cards

In welke situatie schiet een puur onderwijsmodel tekort?

Wanneer de eigen verantwoordelijkheid en realiteitstoetsing ernstig zijn aangetast, zoals bij ernstige psychotische toestanden.

41
New cards

Noem drie concrete voorbeelden van leerelementen in psychologische therapie.

Psycho-educatie, exposure, gedragsexperimenten, vaardigheidstraining, cognitieve oefeningen of huiswerk.

42
New cards

Wat zegt de beslisregel over wanneer je het statistisch model gebruikt?

Als je wilt bepalen hoe sterk een meetbaar psychologisch kenmerk afwijkt van een referentiegroep.

43
New cards

Waarom is een persoon met zeer hoge intelligentie wel statistisch maar niet klinisch afwijkend?

Omdat er geen sprake is van lijdensdruk, beperkingen in functioneren of een onderliggend disfunctioneren.

44
New cards

Hoe vullen het medisch model en het onderwijsmodel elkaar aan bij een angststoornis?

Het medisch perspectief belicht biologische kwetsbaarheid, terwijl het onderwijsmodel helpt aangeleerde vermijding te doorbreken via training.

45
New cards

Waarom is het hebben van onconventionele politieke ideeën geen psychische stoornis?

Omdat louter sociale deviantie of een conflict met sociale normen zonder disfunctioneren of lijdensdruk geen stoornis is.

46
New cards

Waarom is de grens tussen normaal en abnormaal gedrag niet eenvoudig vast te stellen?

Omdat psychologische kenmerken dimensioneel zijn en de beoordeling afhangt van ernst, duur, context en culturele normen.

47
New cards

Wat is het verschil tussen een dimensionele en een categoriale benadering?

Een dimensionele benadering ziet eigenschappen op een continuüm; een categoriale benadering deelt verschijnselen in afzonderlijke categorieën in.

48
New cards

Wat betekent het begrip "somatogeen"?

Voortkomend uit of sterk samenhangend met een lichamelijk of biologisch proces.

49
New cards

Wat betekent het begrip "psycho-educatie"?

Systematische uitleg over klachten, onderliggende mechanismen, behandeling en manieren om ermee om te gaan.

50
New cards

Welke drie niveaus van oordeelsvorming moeten worden onderscheiden volgens de integratie?

Beschrijven (statistische afwijking), verklaren (etiologisch model) en waarderen (moreel oordeel).