1/23
persoonlijkheidleer
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
16 PF van Cattell
Emotionele betrokkenheid
Emotionele stabiliteit
Levendigheid
Sociale zelfverzekerdheid
Waakzaamheid
Geslotenheid
Openheid voor verandering
Perfectionistisch
Redenerend vermogen
Dominantie
Regelbewust
Gevoeligheid
Abstractheid
Onzekerheid
Zelfstandigheid
Gespannenheid
Big-Five (Norman)
Extraversie
Vriendelijkheid
Zorgvuldigheid
Emotionele stabiliteit
Intellect
Extraversie (big five)
spraakzaam, sociaal, avontuurlijk, open
Zwijgzaam, teruggetrokken, niet avontuurlijk, geheimzinnig doend
Vriendelijkheid (big five)
goedaardig, coöperatief, mild, niet jaloers
prikkelbaar, negatief, koppig, jaloers
Zorgvuldigheid (big five)
verantwoordelijk, gewetensvol, volhardend, netjes
onbetrouwbaar, gewetenloos, geeft gauw op, onverschillig
Emotionele stabiliteit (big five)
kalm, beheerst, niet hypochondrisch, evenwichtig
angstig, onbeheerst, hypochondrisch, nerveus
Intellect
intellectueel, artistiek, fantasierijk, verfijnd
onnadenkend, niet artistiek, eenvoudig, lomp
Big seven (Tellegen-Waller)
Fig five (Extraversie, Vriendelijkheid, Zorgvuldigheid, Emotionele stabiliteit, Intellect)
Negatieve valentie
Positieve valentie
negatieve valentie
corrupt, vulgair, slecht, vies, gemeen, wreed, gestoord, ziek, vandalistisch
positieve valentie
verfijnd, nobel, briljant, indrukwekkend, superieur, bewonderenswaardig, charismatisch
Big eight (De Raad en Barelds)
Deugdzaamheid
Competentie
Extraversie
Mildheid
Zorgvuldigheid
Neuroticisme
Hedonisme
Volgzaamheid
factoren die synaptische overdracht beinvloeden
hoeveelheid neurotransmitters
blocking agents
remmende neuronen
neuronengevoeligheid
aantal receptoren
belangrijkste organen voor hormoonproductie
epifyse (pijnappelklier)
hypothalamus en hypofyse
thyroid (schildklier)
bijnieren
pancreas (alvleesklier)
ovaria / testes
6 kenmerken humanistische benadering
de mens is van nature goed
de mens word gezien als individueel en uniek (geen hokjes)
de mens wordt bestudeerd als geheel
de mens is een zich ontwikkelend wezen
de mens beleefd bewust dmv zelfreflectie
het individu is een zichzelf regulerend wezen
Carl Rogers, 4 principes bij ontwikkeling van een individu
persoon heeft neiging tot zelfverwezelijking
de realiteit van de persoon is een subjectieve realiteit
het gedrag is de doelgerichte poging zelfverwezenlijking te realiseren in een werkelijkheid zoals men die zelf percipieert
individu ontwikkelt als gevolg van zelfverwezenlijking een samenhangend zelfbeeld
Procesgerichte benadering
persoonlijke mythe van client (symptomatologie, verklaring eigen gedrag en stagneren)
alibi tot existeren (wat client tegenhoud)
keuzeverhinderingsmechanismen (tot oplossing komen)
Voorwaarden voor cliëntgerichte therapie
therapeut in relatie met de client moet congruent kunnen functioneren
therapeut moet client met een maximaal aan onvoorwaardelijke positieve waardering tegemoet treden
therapeut moet zich maximaal inleven in denk en gevoelswereld client
aspecten van abnormaliteit (Seligman)
persoonlijk lijden
disfunctionaliteit van het gedrag
irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
onvoorspelbaarheid en controleverlies
opvallend en onconventioneel gedrag
ongemakkelijk gevoel bij anderen
overtreden van morele normen
3 modellen om onderscheid normaal en abnormaal gedrag te maken
statistisch model (normaalverdeling)
medisch / ziektemodel
leer / onderwijsmodel
Eysenck indeling traits
verschillende hierarchische levels, trait level, habitual level, specific responslevel
Wallport indeling traits
personality descriptors
traits (cardinal, central, secondary dispositions)
states (emotion/mood)
activities (social?)
Neurobiologische benadering (focus en ingreep)
focus: genetisch, fysiologisch en chemische processen
ingreep: psychofarmaca
bij: depressie, angst, ADHD, slaap en eetstoornis, psychose
Leertheoretische benadering (focus en ingreep)
focus: gedrag aangeleerd door optreden omgevingsinvloeden, interactie lichaam, omgeving
ingreep: gedragstherapie
bij: fobie, impulsstoornis (verslaving, obesitas, obsessief-compulsief handelen)
cognitieve benadering (focus en ingreep)
focus: niet alleen leerervaring maar ook HOE individu informatie selecteert en verwerkt (verdieping leertheorie)
ingreep: Cognitieve gedragstherapie, gebruik van schema’s
bij: depressie, angst, psychose, verslaving en obsessief-compulsief handelen