ALW termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/208

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:51 AM on 8/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

209 Terms

1
New cards

poëzie

overkoepelende term, een genreaanduiding. Komt van 'poiein' (Grieks)=verzen maken (ging toen over alle literatuur want alles was in verzen geschreven)

2
New cards

Gedicht

compacte vorm die bestaat uit verzen

3
New cards

lyriek

3e genre uit de klassieke oudheid, begeleid door een lier. Persoonlijke inhoud wordt verteld door een lyrische ik. Petersen: de monologische uitbeelding van een toestand

4
New cards

retoriek

redenaarskunst uit de klassieke oudheid waaruit verschillende stijlfiguren zijn gekomen

5
New cards

stilistiek

onderdeel van retoriek dat zich bezighoud met de studie van stijl(figuren)

6
New cards

register

aanpassing van stijl aan de context. Kan verheven, gematigd of eenvoudig zijn

7
New cards

klanksymboliek

bepaalde klanken roepen de betekenis van een woord-gevoel op

8
New cards

denotatie

woordenboek betekenis van een woord

9
New cards

connotatie

het afgeleide van een woord, welke betekenis je eraan geeft

10
New cards

symbolische dimensie van taal (Kristeva)

hoe wij de regels van syntax/betekenis van een taal gewoon volgen

11
New cards

semiotische dimensie van taal (Kristeva)

de primitieve manier van communiceren: hoe dingen worden gezegd (bv. hoge stem als je tegen jonge kinderen praat)

12
New cards

volrijm

laatse klinker en medeklinker zijn hetzelfde (wacht-nacht)

13
New cards

identiek rijm

Rijm van woorden die identiek zijn van klank (betekenis of spelling kunnen echter verschillend zijn) Bv. zijn oude hart bonsde erg hard

14
New cards

assonantie

vorm van halfrijm: klinkers in een woorden zijn hetzelfde (lief-diep-ziek)

15
New cards

acconsonantie

vorm van halfrijm: medeklinkers in woorden zijn hetzelfde

16
New cards

alliteratie

vorm van halfrijm: 1e letter is hetzelfde (mooi machtig meisje)

17
New cards

voorrijm

Rijm aan het begin van de versregels.

18
New cards

middenrijm

rijm in het midden van opeenvolgende versregels

19
New cards

eindrijm

Rijm aan het einde van de versregels

20
New cards

Mannelijk rijm (staand rijm)

de laatste lettergreep van een eindrijm is beklemtoond

21
New cards

vrouwelijk rijm (slepend rijm)

de laatste lettergreep van een eindrijm is onbeklemtoond

22
New cards

gepaard rijm

aa bb

23
New cards

gekruist rijm

ab ab

24
New cards

omarmend rijm

abba

25
New cards

keerrijm

letterlijke herhaling van 1 of meer versregels = refrein

26
New cards

ritme

de natuurlijke beweging van gesproken taal

27
New cards

metrum

regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen in versvoeten

28
New cards

heffing

de beklemtoonde lettergreep in een versvoet

29
New cards

kwantitatieve accentuering

klemtoon hangt af van de lengte van de lettergrepen (in Grieks/Latijn)

30
New cards

kwalitatieve accentuering

klemtoon hangt af van de sterkte van de lettergrepen (in Germaanse talen)

31
New cards

Jambe

onbeklemtoond - beklemtoond

32
New cards

trochee

beklemtoond - onbeklemtoond

33
New cards

spondee

beklemtoond - beklemtoond

34
New cards

anapest

onbeklemtoond - onbeklemtoond - beklemtoond

35
New cards

dactylus

beklemtoond - onbeklemtoond - onbeklemtoond

36
New cards

amfibrachus

onbeklemtoond - beklemtoond - onbeklemtoond

37
New cards

dreun

het samenvallen van ritme en metrum

38
New cards

antimetrie

het opzettelijk verbreken van het metrum

39
New cards

jambische pentameter

5 jambes

40
New cards

dactyllische hexameter

5 hexameters en 1 spondee

41
New cards

alexandrijn

6 jamben en 1 cesuur na de 3e heffing

42
New cards

Ekfrasis

levendige, gedetailleerde literaire beschrijving van een echt of verzonnen beeldend kunstwerk

43
New cards

Bienséance

verwijst naar de kwaliteit die aan iets wordt toegekend wanneer het beantwoordt aan de morele voorschriften of de beleefdheidsconventies van een bepaalde periode. In een literair werk mag niets de morele of esthetische verwachtingen van het publiek doorbreken. Dit betekent dat personages in een literair werk zich moeten gedragen volgens hun rang en stand (externe bienséance) en ook in overeenstemming met andere personages in het verhaal of toneelstuk (interne bienséance).

44
New cards

Vraisemblance

realisme, iets moet geloofwaardig zijn

45
New cards

Episch theater

Bertolt Brecht=grondlegger, politiek theater om publiek te informeren →gebruikt hiervoor het doorbreken van de 4e wand, wat voor vervreemding zorgt

46
New cards

theater van de wreedheid

Ruige theatervorm bedacht door Antonin Artaud. Door acteurs fysiek uit te putten probeert Artaud de rationele controle weg te nemen en hen te laten spelen vanuit het onderbewuste. Doel=intense ervaring brengen

47
New cards

Absurd theater

Samuel Beckett en Eugen Ionesco: vorm van anti-theater dat het radicale falen van taal aantoont. Het stuk stopt middenin, er is geen einde of plot

48
New cards

Pictorial turn

Beeld werd belangrijker dan tekst in theater

49
New cards

neologisme

het maken van een nieuw woord op basis van bestaande woorden

50
New cards

polysemie

gebruikt een enkel woord met meerdere betekenissen. Dit fenomeen is een vorm van semantische ambiguïteit.

51
New cards

homonymie

Eenzelfde woord met verschillende betekenissen maar ook een andere woordsoort (bv. arm: zelfst. nw=lichaamsdeel ↔ arm: bijv nw=niet rijk)

52
New cards

homofonie

eenzelfde klank (uitspraak) maar verschillen qua betekenis of grammaticale categorie (bv. hart/hard, eis/ijs, ...)

53
New cards

homografie

eenzelfde schrijfwijze maar verschillen qua betekenis (bv. bedelen=iets uitdelen/vragen om geld, bank=om op te zitten/voor geld/...)

54
New cards

paronomasia

woordspel gebaseerd op (gedeeltijke) klankovereenkomst (bv. 'Champagne for my real friends and real pain for my sham friends.')

55
New cards

paragram

woordspel waarbij binnen een woord of woordgroep één of meerdere letters veranderd worden, vaak met humoristische bedoeling Bv. Dat doen wij expresso' (reclame voor koffie))

56
New cards

anafoor

Letterlijke herhaling van een woordgroep aan het begin van opeenvolgende versregels, strofen, zinnen of zinsdelen

57
New cards

chiasme

twee paren van woorden of woordgroepen worden in kruis gesteld (Denkend aan de dood kan ik niet slapen. Niet slapend denk ik aan de dood. (J.C. Bloem))

58
New cards

enjambement

een zin of gedachte doorloopt over meerdere versregels zonder dat er een pauze of interpunctie aan het einde van de regel staat.

59
New cards

parataxis

Nevenschikking van gelijkwaardige zinnen. Bv. "Veni,vidi, vici."

60
New cards

hypotaxis

afwijking van gewone structuur in een zin (bv. woorden/woordgroepen die niet volledig worden uitgedrukt)

61
New cards

anastrofe

Omkering van de gebruikelijke syntactische woordorde

62
New cards

inversie

plaatsing van het subject na de persoonsvorm

63
New cards

postpositio (naplaatsing)

het adjectief wordt geplaatst na het substantief waar het bij hoort → is taalafhankelijk, want woordvolgorde is niet universeel!!

64
New cards

ellips

Woorden die grammaticaal noodzakelijk zijn worden weggelaten 'het moet gezegd (worden) dat'

65
New cards

(zeugma)

Bijzondere vorm van ellips: verkeerde samentrekking (een woord, woorddeel of zinstuk wordt weggelaten terwijl het een andere functie of betekenis heeft)

'Hij zag de flitsen, het licht en de rollende donder' (verschillende werkwoorden nodig: zien en horen)

66
New cards

anakoloet

zin die is opgebouwd uit twee (of meer) tegenstrijdige zinspatronen. De zin die daardoor ontstaat, is ongrammaticaal.

67
New cards

ambiguiteit

iets dat op meerdere dingen geinterpreteerd kan worden

68
New cards

antithese

tegengestelde begrippen of ideeën verbindt om een bepaald effect of contrast te creëren in de tekst. →letterlijker dan oxymoron

69
New cards

synthese

indrukken van verschillende zintuigen in uitdrukkingen worden gebruikt. Het kan worden gezien als een vorm van metafoor en komt vaak voor in symbolisme, modernisme. Bv. schreeuwende kleuren" of "warme stem".

70
New cards

paradox

uitspraak die op het eerste zicht een tegenstelling bevat, maar bij nader inzien een diepere waarheid bevat, die deze tegenstelling enigszins opheft

71
New cards

oxymoron

combinatie tot één begrip van twee woorden die elkaar in hun letterlijke betekenis tegenspreken

72
New cards

understatement

vorm van ironie waarbij een uitdrukking wordt afgezwakt. Bv. 'het viel wel mee' voor 'het was super

73
New cards

Ironie

iets met een letterlijke en figuurlijke betekenis / het omgekeerde van wat je bedoelt zeggen

74
New cards

litotes

de ontkenning van het tegendeel, bv. niet slecht voor goed

75
New cards

eufemisme

verwant met understatement, iets wordt mooier voorgesteld dan het is. Bv. 'heengaan' voor 'sterven'

76
New cards

hyperbool

overdrijving. Bv. 'ik stierf duizend doden voor ik eraan durfde beginnen' voor 'ik heb moeite gehad om...'

77
New cards

pleonasme

een eigenschap die reeds aanwezig is wordt nog eens benadrukt. Bv. het rood bloed op de witte sneeuw'

78
New cards

tautologie

een begrip wordt minstens twee maal uitgedrukt. Bv. 'gratis en voor niets', 'geheel en al', 'nooit ofte nimmer'

79
New cards

epitheton ornans

wordt gebruikt in de antieke en middeleeuwse poëzie, een adjectief dat steeds terugkeert bij een bepaalde naam. Bv. 'de snelvoetige Achilles'

80
New cards

Vergelijking

vorm van beeldspraak waarbij twee elementen worden verbonden via 'als', 'zoals', 'gelijk → bestaan verschillende soorten van

81
New cards

Simile

expliciete vergelijking tussen twee elementen

82
New cards

Homerische vergelijking

(een specifieke vorm van simile) een breed uitgesponnen vergelijking

83
New cards

Metafoor

de overdracht van betekenis van een term op een andere term →Jan is een ezel → de eigenschappen van een ezel (dom, koppig) worden overgedragen op Jan

84
New cards

Conventionele metaforen

metaforen die veelvuldig voorkomen in het alledaags taalgebruik (=dood) bv. in de lente van je leven zijn'

85
New cards

Creatieve/ poëtische metaforen

metaforen waarbij nieuwe betekenis wordt geproduceerd (=levend)

86
New cards

Catachrese

versteende metafoor, fenomeen dat enkel met een metafoor kan worden benoemd Vb. De voet van een berg, tafelpoot, rivierarm

87
New cards

Personificatie/ prosopopeia

speciale vorm van metafoor waarbij dingen voorgesteld worden als levende wezens (mensen)

88
New cards

Synesthesie

metafoor waarbij verschillende zintuiglijke ervaringen met elkaar worden versmolten Vb. schreeuwerige kleuren

89
New cards

Allegorie

een geheel van metaforen die op elkaar voortbouwen

90
New cards

Metonymie

het met elkaar verbinden van verschillende elementen op basis van nabijheid (verschuiving van syntagmatische as)

91
New cards

Pars pro toto

metonymie waarbij een deel voor het geheel staat 'een vloot van driehonderd zeilen' (schepen)

92
New cards

Totum pro parte

metonymie waarbij het geheel voor een deel staat 'het huis stortte in' (het dak)

93
New cards

Synecdoche

metonymie die te maken heeft met omvang, zoals deel vs geheel, enkelvoud vs meervoud

94
New cards

symbool

de vaste verbinding van een beeld met een begrip, vanuit het gevoel of cultuur (bv. wit als kleur van hoop), kan ook veranderen afhankelijk vd cultuur

95
New cards

Universele symbolen

terug te vinden in alle culturen

96
New cards

Culturele symbolen

werken binnen de context van een cultuur

97
New cards

Individuele symbolen

symbolen eigen aan een werk of oeuvre

98
New cards

Metaleps

Het doorbreken van narratieve niveaus (de 4e wand)

99
New cards

Recentering

Mary-Laure Ryan: dat een lezer zich kan orienteren in een verhaal

100
New cards

bewustzijnsrepresentatie

Brian Mchale: de weergave van gedachten en gevoelens van personages (hoe en door wie)