begrippen MS deel 1 en 2

studied byStudied by 1 person
0.0(0)
get a hint
hint

SES

1 / 139

Tags and Description

140 Terms

1

SES

socio-economische status = indicator de iemands hogere of lagere plaats in de samenleving aanduidt en die wordt gemeten adhv het onderwijsniveau, het beroep en het inkomen.

New cards
2

sociologie

de wetenschap die (1) de maatschappelijke patronen en structuren bestudeert, (2) in hun ontstaan, voortbestaan en veranderen, en (3) ook het sociaal handelen van mensen in wisselwerking met deze patronen en structuren.

New cards
3

patronen/structuren

= alle sociale fenomenen die relatief onafhankelijk van ons handelen bestaan en zich veeleer opdringen aan ons handelen. = de min of meer vaste resultaten van het sociaal handelen, die op hun beurt het sociaal handelen zullen sturen.

New cards
4

positionele dimensies

of netwerkdimensie = positie die we in verschillende samenlevingsverbanden bekleden (knooppunten in netwerken van sociale relaties)

New cards
5

symbolische structuren of cultuurpatronen

= waarden en normen, doelstellingen en verwachtingen en hoe deze ons handelen sturen = de geïnstitutionaliseerde opvattingen (waarden en normen, doelstellingen en verwachtingen) en focust daarbij op het patroonmatige, het gestructureerde karakter daarvan.

New cards
6

sociaal handelen

gedrag dat je stelt dat (on)rechtstreeks beïnvloed wordt door het handelen van anderen. kan gericht zijn op heden, verleden & toekomst, bevat een interactie- en een communicatiecomponent. -> !! kan in positieve & negatieve zin zijn

New cards
7

maatschappelijke structuur

georganiseerde samenhang tussen sociale fenomenen, kenmerken of variabelen, die samenhang vertoont regelmatigheden of sociale wetmatigheden

New cards
8

relatieve deprivatie

Een gevoel van ontevredenheid dat wordt veroorzaakt door de als mindergunstig gepercipieerde situatie ten opzichte van de situatie van een ander, men vergelijkt de eigen situatie met een ander en dus niet gefocust op de objectieve feiten. De mate van relatieve deprivatie wordt bepaald door de grootte van de (gepercipieerde) kloof met de referentiegroep, de omvang van de groep en de intensiteit van de gevoelens. -> speelt bij iedereen

New cards
9

causale verbanden

verband tussen oorzaak en gevolg(en), eventueel via enkele intermediare en/of moddererende variabelen. -> A heeft effect op B (zeker)

New cards
10

probabiliteitsverbanden

verband tussen variabelen in termen van waarschijnlijkheid, zonder zekerheid over de causaliteit -> er is een kans op effect

New cards
11

sociologische verbeelding

het levendig bewustzijn v/d relatie tussen ervaring & bredere samenleving

New cards
12

massificatie

opeens veel meer mensen in het hoger onderwijs doordat overheid in 1995 meer heeft ingezet op onderwijsparticipatie. -> maatschappij faalt om onderwijs als sociale lift te gebruiken

New cards
13

zelfdeterminatietheorie

een sense of belonging: we bestaan uit 3 basisbehoeften die we kunnen bevredigen of waardoor we gefrustreerd kunnen geraken (autonomie, competentie & verbondenheid)

New cards
14

conscience collective

collectieve bewustzijn = het geheel van gedeelde overtuiging dat al bestond voordat we er waren en dat zal voortbestaan als we weer zijn verdwenen = er ontstaat daar iets, komt iets bij die zorgt dat je niet meer terug kunt naar vroeger -> ontstaan eenheid die meer is dan de som v/d aparte delen, meer dan de som van alle individuen samen

New cards
15

individueel determinisme

elk individu, los van iemand of iets, zelf beslissen, individu bepaald

New cards
16

structureel determinisme

mensen denken dat je vooral gestuurd wordt door structuur, regels, kan alleen doen wat samenleving toe laat te doen, geen eigen verantwoordelijkheid

New cards
17

sociale ruil

betekenissen in sociaalhistorische context dus verklaard vanuit geven & nemen, men doet iets maar wil iets in ruil -> zolang balans positief is (evenwicht of meer) krijgen dan geven we

New cards
18

= In ons handelen baseren we ons op de uitwisseling van sociale goederen, interacties worden aangegaan en voortgezet als de deelnemers er voordeel in hebben.

New cards
19

faith social

sociale feiten = er zijn duidelijk structuren aanwezig en gaan (on)bewust gevolgen hebben voor uw gedrag, vormen een objectieve, eigensoortige werkelijkheid buiten het individu -> dwingend in het verkeer: sturen het D, V en H (on)gewild -> verschillen van psychische verschijnselen omdat deze enkel bestaan in en door het individuele bewustzijn -> objectieve eigensoortige werkelijkheid buiten het individu -> 3 soorten: sociale relaties, instituties, spelregels allerhanderea

New cards
20

symbolisch interactionisme

individuele mensen die in interactie treden in een omgeving die ze delen (symbolen, verwachtingen etc) + verwachtingen van een hogere orde (vb. media)

New cards
21

realiteit sui generis

~ werkelijkheid is meer dan de optelsom van individuele eigenschappen, behoeften of neigingen (geheel > som delen) -> mannen & vrouwen uiten welbevinden anders: vrouwen praten meer

New cards
22

homo lupus

individuen zijn wolven & er is een sociale orde nodig om samenleven mogelijk te maken

New cards
23

conflictbenadering

samenleving is een arena waar individuen & groepen voortdurend strijd leveren om schaarse goederen, conflict is onvermijdelijk en zelfs nodig, er zullen altijd problemen, ander gedachten, gevoelens & posities zijn, ze gaan het conflict op zichzelf herkennen, benomen & een plaats geven -> bestaansrecht geven zodat individueel welzijn niet in gedrang komt

New cards
24

consensusbenadering

conflict & tegenstelling zijn onnodig & te vermijden, we gaan conflict proberen oplossen, het sociaal gebeuren is vooral gericht op:

  1. Evenwicht

  2. Stabiliteit

  3. Consensus

New cards
25

paradigma

manier om naar de realiteit te kijken (invalshoek), waarbij zowel theoretische assumpties & methodiek (onderzoeken) over realiteit gemaakt worden. è Iedereen heeft een functie & doel maar moeten daar samen naar streven door middel van instituties vb. school, ziekenhuis

New cards
26

structureel functionalisme

groter geheel bestaat uit deeleenheden (aparte functie afleiden uit geheel), een samenleving bestaat uit delen die elk een specifieke functie hebben en afhankelijk zijn van elkaar (zoals een menselijk lichaam) -> Het geheel streeft steeds naar evenwicht (homeostase) -> samenleving reageert op onevenwicht (aanvaard dit niet), zodat evenwicht terugkomt

New cards
27

(neo) Marxisme

samenleving bestaat uit hiërarchie van sociale posities waar schaarse goederen aan gekoppeld zijn (status, macht, rijkdom ...) -> Algemene waarden in een samenleving dienen om de positie en belangen van de heersende klassen te bewaren en te bevorderen

New cards
28

homo economicus

kosten minimaliseren, baten maximaliseren

New cards
29

affectief sociaal handelen

over emoties, niet gericht op doel en refereert niet naar een waarde è Centrale vraag: zijn kernemoties "natuurlijk" of worden ze sociaal gereguleerd (of kan de samenleving hier niet aan)?

New cards
30

traditioneel sociaal handelen

quasi-automatisch handelen/gedrag/reacties/reflexen, het onbewust volgen van diep ingewortelde gewoonten/regels

New cards
31

waarderationeel sociaal handelen

handelen omwille van het waardevolle van het handelen zelf, onafhankelijk van het resultaat, omdat je het belangrijk vindt Vb. depressieve vriendin ondersteunen omdat je de vriendschap belangrijk vindt

New cards
32

doelrationeel sociaal handelen

gericht op het systematisch realiseren van doelstellingen , doelgericht iets uitvoeren Vb. depressieve vriendin ondersteunen via het 'opleggen' van stap-voor-stap doelen -> soort druk gaan leggen

New cards
33

beleefde inattentie

= gedrag veranderen door interactie Vb. iemand komt bij je in de lift staan -> regels samenleving toepassen -> geen attentie aan geven Ø Cultuurverschillend opgebouwd Ø Verschillende normen, dus verschillende vormen beleefde inattentie

New cards
34

front stage & back stage

verschillende regels voor het stellen van gedrag in publiek (front) & in privé (back) Ø Westerlingen vinden dit nu normaal maar vroeger was dit niet zo Ø Vroeger: 1 stage -> weinig privacy Ø Nu: rekening houden beide stages als iemand wil leren kennen

New cards
35

hoog context communicatie

= meeste info van het bericht zit vervat in de context Ø Uitgesproken woorden ondergeschikt aan boodschappen niet uitgesproken worden maar wel verstuurd worden -> impliciet Ø Vanuitgaande dat veel dingen niet benoemt of besproken worden maar dat men dit wel weet Ø Vaak in Arabische landen Ø Collectivistische culturen -> weet goed wat anderen denken, sterke culturele W&N en die ook delen met elkaar -> verbondenheid

New cards
36

laag context communicatie

alle informatie die nodig is bericht te kunnen begrijpen is opgenomen in bericht zelf Ø Alles wat wilt communiceren expliciet gezegd of opgeschreven Ø Vaak in Westen -> gaan op doel af -> moet op papier hebben Ø Individualistische culturen -> weet niet wat andere denkt Ø Werkt in veel culturen vaak niet

New cards
37

sociale relaties

verbindingen tussen sociale posities -> communicaties en interacties via vaste patronen leiden tot sociale relaties die zelf de communicatie en interactie zullen sturen ● aard van sociale relaties kan heel uiteenlopend zijn (affectie tot afkeer -> primaire & secundaire

New cards
38

sociale positie

plaatsen die actoren binnen samenlevingsverbanden innemen

New cards
39

sociale status

waarderingen verbonden aan ruimere cultuurpatron = waardering gekoppeld aan de positie -> prestige -> ivm functie

New cards
40

sociale rollen

verwachtingen verbonden aan ruimer cultuurpatronen

New cards
41

positionele dimensie van sociale relaties

posities in relaties die zich verbinden zich verder tot sociale netwerken en groepen

New cards
42

positieset

geheel van posities die een actor inneemt Vb. sociale positie student X : student, vriend, kleinzoon, inwoner ...

New cards
43

sociaal aanzien

individuele manier waarop actoren een positie waarnemen, waardering gekoppeld aan de positiebekleder, hoe je als persoon bent -> hoge mate bepaald door beroepsstatus -> ivm actor

New cards
44

sociale stratificatie

in veel sociale eenheden is er een rangorde van posities met een hogere sociale status naar posities met een lagere sociale status

New cards
45

etnostratificatie

opdeling van de samenleving in sociale strata volgens etnische lijnen => verklaart door dat ze minder toegang hebben tot zwakke banden

New cards
46

Extended family's

gezin dat verder rijkt dan het kerngezin, leven in hetzelfde huis

New cards
47

homogamie

partner zoeken past in set sociale status -> globale gemeenschappelijkheden

New cards
48

1e partnermarkt

= mensen jonger dan 25 jaar ~ Vraag niet of je een lief vindt maar wanneer je een lief vindt

New cards
49

2e partnermarkt

al een paar (deftige) relaties acht de rug, misschien gescheiden ~ Vraag of je nog een lief vindt wordt veel sterker

New cards
50

statuscongruentie/consistentie

toestand waarin de meeste componenten van een globale sociale status in evenwicht zijn

  • Sociale samenleving beschouwd dit als de norm

  • Positief bekrachtigen

  • Proberen dit dus na te streven: constant houden door gedrag

New cards
51

Statusincongruentie/inconsistentie

= statussen ontleend aan sociale posities van een actor te ver uit elkaar staan, verschillende statussen komen niet overeen vb. prof hoge status maar bijbaan kuisvrouw wat lage status is

  • Sociale samenleving beschouwd dit al deviant

  • Negatief sanctioneren

New cards
52

watervaleffect

bv: hoge studie beginnen en dan dalen (meestal middenklasse), lage klasse worden direct naar lagere studie verwezen => status congruent denken van leerkrachten (onderzoek Speybroek)

New cards
53

zalm effect

stroomopwaarts zwemmen (meestal gezien als rolmodel bij meisjes en wordt ook gezien als status congruent denken) bv. leeftijdsverschil tussen partners

  • in regel dezelfde leeftijdsgroep

  • bij afwijking: juridische/sociale sancties

  • mannen meer positieve reacties dan op vrouwen

New cards
54

Muss-erwarten

= verplicht = op straffe van juridische negatieve sanctionering (afdwingbaar) of harde kernverwachting

New cards
55

Soll-erwarten

= afdwingbaar via het sociaal verkeer, sociale controle is 'sturend' = sociale sanctionering/uitsluiting Vb. roddel, negatie

New cards
56

Kann-erwarten

= niet verplicht = wel een positieve beoordeling in sociale omgeving

New cards
57

Rollenset

alle rollend die gekoppeld zijn aan 1 en dezelfde positie

New cards
58

Intern rollenconflict

conflict gekoppeld aan de verschillende verwachtingen die gekoppeld zijn aan 1 positie Vb. werkstudent -> werk ofwel les gaan? door geen lesopname meer

New cards
59

Extern rollenconflict

wanneer je niet aan beide verwachtingen kan voldoen Vb. in kerstvakantie studeren of naar familie gaan voor kerst te vieren

New cards
60

Rolattributen

voorwerpen nodig om rol te kunnen vervullen, zegt iets over de rol op zich maar ook hoe de verwachtingen bij die rol per cultuur worden ingevuld

New cards
61

sociaal feit

durkheim = Sociale feiten kunnen door niets anders veroorzaakt worden dan sociale feiten. De maatschappij is opgebouwd uit de associatie en combinatie van individuen. -> wijzen van handelen, denken en voelen die uitwendig zijn aan het individu en een dwingende macht op hem uitoefenen

New cards
62

sociaal netwerk

geheel van (sociale) posities & relaties met een bepaalde mate van (onbewuste) organisatie Meer dan alleen e-netwerken binnen sociale media

New cards
63

netwerk

geraamte = verzameling van posities & relaties aan elkaar

New cards
64

groep

body = netwerk/geraamte + statussen & rollen

New cards
65

Sociale goederen

= (im)materiële goederen, informatie, emotionele steun, vertrouwen... die worden meegegeven via sociale relaties Ø Mensen geven veel maar kunnen niet ontvangen vb. liefde Ø ! aspect in menselijk functioneren

New cards
66

Gatekeepers/poortwachters

= nemen een centrale positie in ee n netwerk, bevinden zich op een knooppunt van kanalen van sociale relaties & hierdoor kunnen ze toegang tot sociale goederen vergemakkelijken, bemoeilijken of zelfs verhinderen

New cards
67

Dyade

een netwerk bestaande uit 2 personen

New cards
68

Triade

een netwerk bestaande uit 3 personen

New cards
69

Sociaal kapitaal

wanneer worden sociale goederen uitgewisseld

New cards
70

reciprociteit

ik geef iets a ik krijg iets terug -> samenleving is hieruit opgebouwd: constant geven & nemen aan mekaar zodat gedrag voorspelbaar wordt maar ! Het is niet perse zo dat je van dezelfde persoon iets moet terugkrijgen (het is dus niet 1 op 1) Vb. sociale zekerheid: mensen blijven dit betalen omdat we erop vertrouwen dat dit ook voor ons telt -> link sociale ruiltheorie simmel

New cards
71

'rally-round-the-flag' effect

~ Men schuilt zich achter de vlag v/h land = tijdens een (internationale) crisis krijgt het vertrouwen in de overheid in de 1e plaats een boost -> als burger gaat overheid gaan steunen, scharen zich achter de overheid Ø Regering doet beroep op ons nationaal gevoel Ø Tijdelijk effect: vertrouwen neemt af in latere fasen v/d crisis Oa. Doordat economische & sociale gevolgen zwaarder doorwegen

New cards
72

Evaluatie-effect (coronamaatregelen)

mate waarin de OH erin slaagt om de crisis het hoofd te bieden: kijken wat ze effectief doen -> blootleggen wat mensen echt denken over OH

New cards
73

Media-effect (coronamaatregelen)

aandacht die media geeft aan bepaalde OH'en Vb. meer aandacht in media voor lokale OH'en in zomer 2020 Oa. Stengere maatregelen provincie Antwerpen -> Minder zichtbaarheid voor Vlaamse OH & zeker Europese OH

New cards
74

Politiek-effect (coronamaatregelen)

Oa. Nieuwe federale regering oktober 2020

New cards
75

Bonding sociaal kapitaal

sterke banden binnen een homogene groep mensen = mensen in totaliteit zien, meer emotioneel -> Putnam

New cards
76
  1. Bridging sociaal kapitaal:

zwakke banden in een netwerk waarmee brug wordt geslagen naar andere groepen in de samenleving

  • Instrumentele relaties

  • Doelrationeel sociaal handelen -> Putnam -> kan soms tot bonding sociaal kapitaal komen maar dit is geen belofte -> 'strenght of weak ties'

New cards
77

'strenght of weak ties'

  • inzicht dat wanneer we vooruit willen in het leven doen we dit meestal via bridging social kapital è Westen: 1/3 à 2/3 komt eigenlijk via via tot stand dus niet via interimkantoor Vb. sociale klassen

New cards
78

armoede

verwijst tot een geringe toegang tot sociale goederen die hoog gewaardeerd zijn & opgeslagen zijn in andere netwerken dan die van jou -> Beperkte of volledige toegang tot de netwerken waar die goederen zitten

New cards
79

Sociale uitsluiting

mensen hebben enkel toegang tot laag gewaardeerde goederen wel binnen bereik liggen Vb. gesegmenteerde primaire & secundaire arbeidsmarkt (zelfs 'working poor': hebben job maar zitten nog altijd in armoede), secundaire markt van tweedehandsgoederen of diensten (gezondheid - onderwijs - leningen - onderhoudstechnici)

New cards
80

groepen

posities, relaties, status en rollen -> conscience collectieve

New cards
81

Lidmaatschapsgroepen

Individueel gedrag wordt beïnvloed door het lidmaatschap v/e groep, de groep waartoe je behoort, je eigen gedrag wordt hierdoor bepaald. Vb. lid 1e bachelor psychologie

New cards
82

Referentiegroepen

individueel gedrag wordt beïnvloed door groepen waarvan het individu (nog) geen lid is, maar waarnaar men zich richt in het handelen: mensen waaraan je denkt op het moment dat je bepaalde gedachten, gevoelens of gedragingen stel -> je referentiekader Vb. SES: bij oudere & migranten toch minder risico lopen op depressie (interactie-effect)

New cards
83

Primaire groepen

interactie, communicatie & gemeenschappelijke W&N

  • Beperkt aantal leden die regelmatig, veelvuldig en intensief interacteren en communiceren

  • Primaire relaties -> relatieve intimiteit tussen de leden

  • Spreekt aan in totaliteit

  • Veelvuldige interactie

  • Waarderationaliteit

  • Relatieve bestendigheid

  • 'onszelf kunne zijn' Vb. gezin, peer groups zoals de straatbende of de speelgroep

New cards
84

Collectiviteit

geen communicatie & interactie, (tussen alle leden) wel zelfde W&N

  • Komt samen met sociale categorie het meeste voor

  • Solidariteit en samenhorigheid: obv gemeenschappelijke W&N of belangen

  • Geen interactie

  • Bestaat vaak uit samenhangende kleinere netwerken of primaire groepen

  • Er zit een dynamiek in: organisaties, sociale bewegingen Vb. sociale klassen, etnische gemeenschappen, vakbonden, politieke partijen, jeugdverenigingen

New cards
85

samenzijn

geen gemeenschappelijke W&N, door toeval op zelfde plaats op zelfde moment

  • Komt dus niet tot duurzame relaties

  • Interactie puur door een extern en moment gebonden gebeuren, van zodra dat gebeuren verdwijnt, verdwijnt ook het samenzijn Vb. ramptoeristen, kijkfiles, concert...

New cards
86

sociale categorie

= geen interactie, andere W&N -> Als kennis hebt v/e bepaalde categorie heb je een idee van wat kan verwachten

  • Geen volwaardige groep

  • Louter aggregaten, verzamelingen van sociale eenheden met een bepaalde gemeenschappelijk kenmerk Vb. persoon X behoort tot de leeftijdscategorie 60-70 jaar persoon Y behoort obv zijn/haar inkomen tot de 20% met de laagste inkomen

New cards
87

Vergelijkende referentiegroepen

groepen mensen waaraan mensen een voorbeeldfunctie ontlenen wanneer ze bepaalde gedragskeuzes moeten maken

  • Je gedrag/keuzes dat je maakt vergelijken met een andere groep

  • Kijkt naar anderen en vraagt af hoe jij je Vb. coronamaatregelen: volgen of niet?

New cards
88

Uitgangspunt = relatieve deprivatie = men voelt zich tekortgedaan in vergelijking met anderen

New cards
89

Normatieve referentiegroepen

niet alleen vergelijken maar ook lid worden van die groep Vb. huwelijk moslim en christen

New cards
90

anticiperende socialisatie

wie referentiegroep gedrag vertoont zal gemakkelijker lid worden v/d referentiegroep Doorheen, deze wisselwerking van associatie met de nieuwe groepswaarden en dissociatie v/d oude wordt het refererende individu dubbel gemotiveerd om lid te worden v/d nieuwe/

New cards
91

maatschappelijk middenveld

betreft alle niet-marktgerelateerde en niet overheidsgerelateerde organisaties, buiten het gezin, waarin mensen zich organiseren en gedeelde interesses in publieke domeinen nastreven bv. buurtverenigingen, vrouwenrechten groepen, vakbonden en werkgeversorganisaties, geloof gebaseerde en onafhankelijke onderzoeksinstituten, coöperaties -vormen schakel tussen burgers en overheid / micro en macro-niveau -> atonomisering en totalitarime

New cards
92

subsidiariteitsbeginsel

= de staat mag enkel tussen komen als het gezin, buurt en verenigingen iets zelf niet kunnen -middenveld was sterk verzuild: les trente glorieuses organisaties verzorgden de burger van de wieg tot het graf

New cards
93

atomisering

samenleving opgebroken in losse verzameling individuen

New cards
94

totalitarisme

staat wordt alles overheersend => individu overgeleverd aan staat of markt vormt mesoniveau

New cards
95

sociale bewegingen

groepering van een aantal organisaties en losse actoren omtrent een maatschappelijk thema, die probeert op dit domein door collectieve actie de geïnstitutionaliseerde politieke kanalen (zoals verkiezingen) maatschappelijke veranderingen (of behoud van een toestand) te realiseren

New cards
96

massa

veel aantal mensen

  • bepaalde gelegenheid op een bepaalde plaats bevinden

  • meestal niet groepsmatig verbonden zijn

  • om niet-voorzienbare redenen leidt dit 'samenzijn' tot gemeenschappelijke acties, waarvan het verloop niet te voorzien valt

  • Le bon: in massa door instincten gedreven wezens

New cards
97

menigte

ook over groot aantal mensen

  • toevallig op een bepaalde plek samentreffen

  • meestal slechts erg vluchtige of helemaal geen persoonlijke contacten hebben

New cards
98

cultuur

= de leefstijl van uw samenleving -> moet gedrag voorspelbaar maken

New cards
99

§min of meer samenhangende geheel (een patroon) van waarden, normen, doelen en verwachtingen; §dat door samenlevingsverbanden wordt gedragen; §dat zorgt voor de specificatie en verduurzaming van het sociale gedrag; §nodig voor het bestendigen van het samenlevingsverband; datdoordeledenvaneensamenlevingsverbandwordtaangeleerdendoorgegeven(socialisatie).

New cards
100

cultural lag

Door de relatieve autonomie van cultuur lopen waarden en normen niet altijd parallel met de feitelijke ontwikkelingen

New cards

Explore top notes

note Note
studied byStudied by 43 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 27 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 18 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 8 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 30 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 25 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 19 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
note Note
studied byStudied by 101 people
Updated ... ago
5.0 Stars(3)

Explore top flashcards

flashcards Flashcard85 terms
studied byStudied by 16 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard36 terms
studied byStudied by 59 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
flashcards Flashcard70 terms
studied byStudied by 3 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard71 terms
studied byStudied by 91 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard31 terms
studied byStudied by 9 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard35 terms
studied byStudied by 1 person
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard52 terms
studied byStudied by 12 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard59 terms
studied byStudied by 2331 people
Updated ... ago
4.8 Stars(30)