H8.1: Metazoa — symmetrie, multicellulariteit & lichaamsholten

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

kenmerken

Last updated 5:35 PM on 8/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

28 Terms

1
New cards
Wat zijn Metazoa?
Animalia, de dieren.
2
New cards
Wat is multicellulariteit?
Een organisme bestaat uit meerdere cellen.
3
New cards
Wat betekent differentiatie bij Metazoa?
Cellen ontwikkelen verschillende gespecialiseerde functies.
4
New cards
Wat is bilaterale symmetrie?
Het lichaam kan in een linker- en rechterhelft worden verdeeld.
5
New cards
Welke 3 lichaamsrichtingen horen bij bilaterale symmetrie? (3)
Links-rechts, dorsaal-ventraal en anterieur-posterieur.
6
New cards
Wat betekent anterieur?
Voorzijde.
7
New cards
Wat betekent posterieur?
Achterzijde.
8
New cards
Wat is radiale symmetrie?
Meerdere symmetrievlakken rond een centrale as.
9
New cards
Wat is biradiale symmetrie?
Er zijn 2 mogelijke symmetrievlakken.
10
New cards
Wat betekent geen symmetrie?
Er is geen vast symmetrievlak.
11
New cards
Wat is cephalisatie?
Concentratie van zenuwweefsel en zintuigen aan de voorzijde.
12
New cards
Met welke symmetrie hangt cephalisatie vooral samen?
Bilaterale symmetrie.
13
New cards
Welke groep is de zusterclade van de Metazoa?
Choanoflagellata.
14
New cards
Wat is belangrijk aan choanoflagellaten voor de evolutie van Metazoa?
Ze lijken sterk op choanocyten van sponzen.
15
New cards
Wat doen choanoflagellaten en choanocyten op een gelijkaardige manier?
Voedselpartikels opnemen.
16
New cards
Waarom zijn cadherines belangrijk bij multicellulariteit?
Ze zorgen voor cel-celadhesie.
17
New cards
Wat is de belangrijke functie van Hox-genen?
Ze sturen het bodyplan tijdens de ontwikkeling.
18
New cards
Welke 3 kiemlagen hebben triploblastische dieren? (3)
Ectoderm, mesoderm en endoderm.
19
New cards
Wat is een coeloom?
Een lichaamsholte.
20
New cards
Telt de darmholte als coeloom?
Nee.
21
New cards
Wat is een acoelomaat?
Een dier zonder lichaamsholte.
22
New cards
Welke groep is een voorbeeld van een acoelomaat?
Platyhelminthes (platwormen).
23
New cards
Wat is een eucoelomaat?
Een dier met een lichaamsholte volledig omgeven door mesoderm.
24
New cards
Wat is een pseudocoelomaat?
Een dier met een lichaamsholte die niet volledig door mesoderm omgeven is.
25
New cards
Welke groep is een voorbeeld van een pseudocoelomaat?
Nematoda (rondwormen).
26
New cards
Wat is metamorfose?
Een duidelijke verandering van lichaamsvorm tijdens de ontwikkeling.
27
New cards
Welke 4 groepen hebben vaak een larvaal stadium met metamorfose? (4)
Cnidaria, Arthropoda, Mollusca en Annelida.
28
New cards
Geef 2 voorbeelden van metamorfose. (2)
Rups → vlinder en kikkervisje → kikker.