1/25
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
On peut ouvrir/ fermer une fenêtre / une porte ?
Mag er een raam / een deur open/ dicht
On peut allumer/ éteindre la lumière?
Mag het licht aan/ uit?
Est-ce que je peux aller aux toilettes ?
Mag ik naar de WC ?
Je ne me sens pas bien.
Ik voel me niet goed.
Je peux aller au secrétariat ?
Mag ik naar het secretariaat?
Vous avez (déjà) corrigé les tests ?
Heeft u de toetsen (al) verbeterd?
Quand faut-il rendre / remettre le devoir?
wanneer moeten we de taak afgeven?
Je peux distribuer/ ramasser les copies ?
Mag ik de kopies uitdelen/ophalen?
J'ai terminé / fini les exercices.
ik ben klaar met de oefeningen
Enregistre-le.
Sla het op.
Faites des exercices en ligne
Maak de online oefeningen.
Je n’ai pas compris votre / ta question.
Ik heb uw/jouw vraag niet begrepen.
Un moment, je cherche le mot exact.
Een moment, ik zoek het juiste woord.
À dans une semaine / quinze jours
tot binnen een week/ 15 dagen
à la prochaine
tot de volgende
Passez / Passe une bonne journée
Ik wens u/je een fijne dag
fijne (einde vd) dag
Bonne (fin de) journée
Bonne (fin de) soirée
fijne (einde vd) avond
Prends soin de toi / Porte-toi bien
Zorg goed voor jezelf/ Hou je goed
enfin, bref
dus, kortom
du coup
vandaar, dus, daarme
quand même
toch
par contre
daarentegen
quand même
toch
en fait
in feite
sinon
en verder