ingrijpende verandering in de productiemethoden, waarbij handarbeid wordt vervangen door machines
4
New cards
mechanisatie
met gebruik van een machine (complex werktuig)
5
New cards
moderne tijd
vijfde periode (1800-heden)
6
New cards
onderneming
een bedrijf
7
New cards
sector
deel van de economie, zoals de landbouwsector, industriesector en dienstensector
8
New cards
tijd van burgers en stoommachines
achtste tijdvak (1800-1900)
9
New cards
verstedelijking
het ontstaan en de groei van steden
10
New cards
welvaart
rijkdom
11
New cards
werkgever
iemand die mensen tegen loon in dienst heeft
12
New cards
werknemer
iemand die in loondienst is bij een werkgever
13
New cards
consumptiemaatschappij
samenleving waarin veel producten worden gekocht
14
New cards
economische crisis
lange tijd van economische achteruitgang en werkloosheid
15
New cards
multinational
bedrijf met vestigingen in meerdere landen
16
New cards
stempelen
systeem met stempelkaarten voor werklozen
17
New cards
tijd van de wereldoorlogen
negende tijdvak (1900- 1950)
18
New cards
uitkering
geld dat iemand krijgt bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid
19
New cards
wereldeconomie
alle landen zijn door handel economisch afhankelijk van elkaar
20
New cards
werkverschaffing
projecten waarbij werklozen aan het werk worden gezet
21
New cards
automatisering
vervanging van mensenwerk door uit zichzelf werkende machines
22
New cards
EEG
Europese Economische Gemeenschap (vanaf 1958)
23
New cards
EGKS
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (vanaf 1952)
24
New cards
EU
Europese Unie (vanaf 1993)
25
New cards
gastarbeider
buitenlandse werknemer
26
New cards
globalisering
groeiende economische, politieke en culturele verbondenheid in de wereld
27
New cards
informatiemaatschappij
samenleving waarin informatie- en communicatietechnologie (ICT) erg belangrijk zijn
28
New cards
postindustriële samenleving
maatschappij waarin de meeste mensen werken in de dienstensector
29
New cards
tijd van televisie en computer
tiende tijdvak (1950-heden)
30
New cards
Anton Philips
? kwam in 1895 in dienst bij de gloeilampenfabriek van zijn broer. In het begin als succesvol verkoper, later als opvolger van zijn broer. Onder leiding van Anton werd ? een multinational en één van de grootste bedrijven van Nederland.
31
New cards
Gerard Philips
Nadat hij zich jaren had verdiept in de mogelijkheden van elektrisch licht, richtte ? in 1891 een gloeilampenfabriek op. Deze fabriek zou uitgroeien tot de bekende multinational ?.
32
New cards
Petrus Regout
? wordt de eerste Nederlandse industrieel genoemd. Daarnaast was hij in 1834 de eerste Nederlander die stoomkracht in zijn bedrijf toepaste. Het bedrijf van ? werd groot met aardewerk. Het servies van ? werd tot in Nederlands-Indië verkocht.