Organisatiewijs

studied byStudied by 0 people
0.0(0)
get a hint
hint

Organisatie

1 / 120

encourage image

There's no tags or description

Looks like no one added any tags here yet for you.

121 Terms

1

Organisatie

een samenwerkingsverband van mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken

New cards
2

Dienst

een ontastbaar product of een niet-fysiek goed

New cards
3

Dienstverleners

zij maken geen dingen maar stellen kennis, vaardigheden en tijd ter beschikking om daarna hun afnemers te bedienen

New cards
4

Laag kennisintensieve diensten

hier is weinig kennis voor nodig, de vaardigheid is hier juist voor nodig

New cards
5

Hoog kennisintensieve diensten

Hier is veel kennis nodig

New cards
6

Professional services

Het berichten van werkzaamheden over het algemeen theoretische kennis en praktische vaardigheden zijn vereist die alleen door langdurige opleiding en ervaring kunnen worden verkregen

New cards
7

Tuchtrecht

Een deel van publiekrecht, dat aan een bepaalde groep beroepsoefenaren de bevoegdheid geeft om toezicht uit te oefenen op de behoorlijke uitvoering van hun taak door leden van de beroepsgroep

New cards
8

Juridische diensten

alleen diensten die hoogwaardige juridische expertise vereisten en die alleen geleverd kunnen worden door juristen

New cards
9

Diensten met belangrijke en/of complexe juridische aspecten

Diensten die geen brede en hoogwaardige juridische expertise vereisten, maar wel belangrijke rechtsgevolgen hebben

New cards
10

Kenmerken van organisatie

Mensen, middelen, samenwerken en doel

New cards
11

Bedrijf

een organisatie die producten en/of diensten voortbrengt om te voorzien in een maatschappelijke behoefte

New cards
12

Onderneming

Een bedrijf met een winstoogmerk

New cards
13

Centrale overheid

Het hoogst bevoegd gezag op een bepaald grondgebied. Alle organisaties die op landelijk niveau opereren.

New cards
14

Decentrale overheid

Deze organisatie opereren niet landelijk, maar bevoegdheden en taken met betrekking tot een bepaald grondgebied

New cards
15

Semioverheid

zijn organisaties die een private rechtsvorm hebben, maar publieke belangen dienen

New cards
16

Private organisaties

Organisaties die eigendom zijn van private (rechts)personen, dus niet door de overheid

New cards
17

Profit organisatie

Bedrijf dat winst maken als doelstelling heeft

New cards
18

non-profitorganisatie

organisatie die zonder winstoogmerk ideële doelen nastreeft

New cards
19

Klassiek-juridsiche orgnaisaties

Juridische organisaties die een geschilbeslechtende functie

New cards
20

Niet klassiek-juridische organisatie

Juridische organisaties gericht op verlenen van rechtsbijstand of juridische advies

New cards
21

Organisatiekunde

Is de wetenschap die het functioneren van organisaties bestudeert

New cards
22

Legal management

organisatiekunde, toegepast op het functioneren van juridische professionals en juridische organisaties

New cards
23

INK-model

samenhang tussen de inspanningen en eigenschappen van een organisatie en de resultaten van deze organisatie

New cards
24

7S-model

de wisselwerking tussen verschillende belangrijke aspecten van een organisatie

New cards
25

Strategie

het stellen en behalen van langetermijndoelen.

New cards
26

Visie

Het beeld dat de organisatie heeft over haar toekomst en de manier waarop de missie volbracht kan worden.

New cards
27

Missie

De bestaansreden van de organisatie

New cards
28

Concern

een groep vennootschappen die onder gezamenlijke leiding staat

New cards
29

Waarden

Uitgangspunten of principes die de organisatie altijd wil hanteren bij het bereiken van de doelen

New cards
30

Identiteit van de organisatie

de missie, visie en waarden bepalen dit

New cards
31

Trade-off

keuzes ten gunste van iets, per definitie inhouden dat de organisatie iets anders niet zal doen

New cards
32

Strategietermijn

Vaak is het voor langer termijn, maar dat kan erg verschillende per organisatie.

New cards
33

SMART

Specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden

New cards
34

Kritische prestatie indicatoren (KPI's)

Vertalen van strategische doelen naar doelen op lagere niveau's.

New cards
35

Strategische dialoog

gesprek tussen twee of meer personen om de strategie te begrijpen

New cards
36

implementatie

het invoeren van een nieuw systeem, plan, idee, model, ontwerp, standaard of beleid in de organisatie

New cards
37

Topmanagement

stelt strategische doelen vast

New cards
38

Strategische planning

een planning gemaakt door het topmanagement/directie is gemaakt. Deze planning ziet op lange termijn.

New cards
39

tactische planning

Door het middenmanagement richt zich op de middellange termijn. De tactische planningen, doordat het een kortere periode betreft, gedetailleerde zijn

New cards
40

operationele planning

Door het lagere management richt zich op de planning van de activiteiten op de korte termijn.

New cards
41

Planning- en controlecyclus

Het management van de organisatie wil controle houden om te kijken of het doel gehaald word. In veel organisaties worden belangrijke afspraken periodiek gecontroleerd

New cards
42

Waardestrategieën van Treacy en Wiersema

Operationele excellence (prijs-kwaliteit verhouding), Product leadership (topkwaliteit) en Customer intimacy (Klant-relatie)

New cards
43

design school

die legt de nadruk op het rationele en analytische proces dat aan strategische planning vooraf gaat

New cards
44

learning school

De nadruk ligt op de complexe werkelijkheid van organisaties en het functioneren van strategie in de praktijk

New cards
45

productinnovatie

Het invoeren van nieuwe of vernieuwde producten.

New cards
46

Diensteninnovatie

nieuwe of betere diensten

New cards
47

Organisatiestructuur

de wijze waarop taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden in een organisatie zijn verdeeld in functies en afdelingen

New cards
48

Organisatiecultuur

de wijze waarop mensen met elkaar omgaan en welke normen en waarden daarbij een rol spelen

New cards
49

arbeidsverdeling

het verdelen van bepaalde taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden over functies in een organisatie

New cards
50

hiërarchie

een rangorde, een indeling in niveaus van hoger naar lager

New cards
51

Horizontale arbeidsverdeling

Verdeling van arbeid op een gelijk niveau

New cards
52

Verticale arbeidsverdeling

Verdeling van arbeid op verschillende niveaus

New cards
53

Organogram

een weergave van de organisatiestructuur met de verschillende hiërarchische niveaus en onderlinge relaties

New cards
54

lijnorganisatie

een organisatie waarbij iedere werknemer één baas boven zich heeft

New cards
55

lijn-staforganisatie

Een lijnorganisatie waaraan één of meer stafafdelingen zijn toegevoegd. De stafafdelingen hebben gespecialiseerde krachten.

New cards
56

Stafafdeling

afdelingen die ondersteunende activiteiten uitvoeren, zij adviseren het management

New cards
57

Ontspanningsvermogen

vaste uitdrukking voor het aantal medewerkers waaraan een leidinggevende effectief leiding kan geven

New cards
58

Divisieorganisatie

Organisatievorm waarbij de bedrijfsactiviteiten gegroepeerd worden rond een aantal aanverwante producten/markten en ondergebracht in divisies.

New cards
59

Projectorganisatie

Tijdelijke organisatie waarin mensen uit verschillende disciplines voor de duur van een project gekoppeld worden

New cards
60

Netwerkorganisatie

dit is een organisatie die bestaat uit twee of meer onafhankelijke organisatie die een structueel samenwerkingsverband zijn aangegaan

New cards
61

just in time-principe

de benodigde productie moet precies op tijd klaar zijn

New cards
62

supply chain

bevoorradingsketen

New cards
63

organisatiecultuur

het geheel van de waarden, normen en gedragsregels binnen een organisatie

New cards
64

waarden

gemeenschappelijke idee over wat goed en nastrevenswaardig is en vormen daarom vaak ook onderdeel van de missie en visie van een organisatie

New cards
65

marketing

het geheel van alle activiteiten die erop gericht zijn de verkoop van producten of diensten te bevorderen

New cards
66

productmarketing

de verkoop van producten en manieren om die te bevorderen

New cards
67

dienstmarketing

marketingactiviteiten van een organisatie voor de levering van diensten

New cards
68

personal branding

jezelf marketen

New cards
69

afnemers

de personen die uiteindelijk van de dienst gebruik maken

New cards
70

producten

fysieke/tastbare producten

New cards
71

informatie-asymmetrie

De jurist heeft meer kennis dan de client

New cards
72

credence services

diensten waarvan de gemiddelde afnemer de kwaliteit moeilijk kan beoordelen

New cards
73

coproductie

goederen die vooraf geproduceerd zijn, zonder directe inbreng van clienten

New cards
74

simultaneity

het fenomeen dat productie en consumptie van de dienst gelijktijdig plaatsvinden

New cards
75

marketingmix

Product, plaats, prijs, promotie

New cards
76

Marketing bij commerciële juridische diensten

dienst, prijs, plaats, promotie

New cards
77

sales

het individuele verkoopgesprek me teen client, met als doel dat deze uiterlijk kiest om met de desbetreffende dienstverlener in zee te gaan

New cards
78

strategische niveau

topmanagement

New cards
79

tactische niveau

middenmanagement

New cards
80

operationeel niveau

operationeel management

New cards
81

plannen

in de strategie staat op hoofdlijnen wat de organisatie de komende jaren wil doen en bereiken

New cards
82

organiseren

de managers verdelen de taken onder de medewerkers, waarbij duidelijk moet zijn wie welke taken uitvoert en wie rapporteert over de voortgang

New cards
83

leidinggeven

het dagelijks aansturen, bijsturen, inspireren, motiveren, aanspreken/corrigeren van medewerkers

New cards
84

beheersen

de manager moet vinger aan de pols houden of resultaten worden behaald en of zijn medewerkers op schema liggen

New cards
85

X-theorie (McGregor)

leidinggevende die theorie C hanteren gaan ervan uit dat werknemers een afkeer hebben van werken en dus gedwongen moet worden tot het leveren van presentatie

New cards
86

Y-theorie (McGregor)

Managers die deze theorie aanhangen gaan ervan uit dat mensen verantwoordelijkheid willen nemen, zich willen ontplooien, zelfstandigheid prettig vinden en hier over het algemeen verantwoordelijk mee omgaan.

New cards
87

Managerial grid van Blake en Mouton

Model om de verhouding taakgerichtheid versus mensgerichtheid in beeld te brengen. Aandacht voor taken (horizontale as) en aandacht voor mensen (verticale as)

New cards
88

Deserteur

Linksonder, weinig aandacht voor de taken en de mensen. Heeft geen doelen en geen oog voor de mens

New cards
89

Countryleider

Linksboven, veel aandacht voor de mensen maar weinig aandacht voor de taken.

New cards
90

Compromissenzoeker

midden, deze leidinggevende pakt de middenweg.

New cards
91

Doelmatig leider

Rechtsboven, deze leidinggevende is zeer taakgericht, resultaatgericht en relatiegericht.

New cards
92

Autoritair leider

Rechtsonder, veel aandacht voor taken, is zeer resultaatgericht maar is totaal niet relatiegericht

New cards
93

Situationeel leiderschap

Wanneer er geschakeld wordt tussen verschillende leiderschapsstijlen en dus zijn of haar stijl aangepast aan de situatie

New cards
94

Human Resource Management

een visie op het management van mensen die niet alleen ondersteunend is, maar waarin ook op strategische niveau wordt meegedacht met een organisatie

New cards
95

strategische personeelsplanning

het structureel in kaart brengen, implementeren en evalueren van de instroom, doorstroom en uitstroom van het personeel binnen de organisatie, met als doel een optimale ondersteuning van de organisatiedoelstellingen

New cards
96

Kwalitatief gat

als er wel genoeg medewerkers zijn maar niet met de juiste competenties en vaardigheden

New cards
97

Kwantitatief gat

Als er te weinig medewerkers zijn voor de situatie

New cards
98

Instroom

Het personeelsbeleid rondom de personeelsplanning (prognose), de werving en selectie, de aanstelling van nieuw personeel en de introductie van nieuw personeel.

New cards
99

Tijdelijk contract

een contract voor een bepaalde tijd, bijvoorbeeld een paar maanden of een jaar, je moet daarna een nieuw contract krijgen of je moet weg bij het bedrijf

New cards
100

Payrolling

hierbij geeft een organisatie die verantwoordelijkheid voor zijn werkgeverschap uit handen en komt het personeel in dienst van een payrollonderneming.

New cards

Explore top notes

note Note
studied byStudied by 12 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 3 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 36 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 18 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 9 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 13 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 35 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)

Explore top flashcards

flashcards Flashcard83 terms
studied byStudied by 4 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard61 terms
studied byStudied by 17 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard35 terms
studied byStudied by 3 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard49 terms
studied byStudied by 264 people
Updated ... ago
4.8 Stars(6)
flashcards Flashcard28 terms
studied byStudied by 11 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard51 terms
studied byStudied by 41 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard120 terms
studied byStudied by 8 people
Updated ... ago
4.5 Stars(2)
flashcards Flashcard38 terms
studied byStudied by 21 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)