1/7
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vraag: Wat is de oorzaak van TOS?
TOS is een aangeboren neurobiologische ontwikkelingsstoornis. De oorzaak is moeilijk te bepalen, maar er is een erfelijke component en de stoornis situeert zich in de hersenen.
Vraag: Welke genetische factoren spelen een rol bij TOS?
3 soorten studies tonen de genetische oorzaak aan: familieonderzoek, tweelingstudies en genstudies. Familieonderzoek: ouders met TOS hebben een hoger risico op een kind met TOS (20-40%, prevalentie normaal 7%). Komt niet alleen voor in de directe lijn. Tweelingstudies: TOS komt vaker voor bij eeneiige dan bij twee-eiige tweelingen. Uiteindelijk taalniveau hangt ook af van de omgeving. Genstudies: geen specifiek TOS-gen of TOS-genafwijking gevonden.
Vraag: Welke omgevingsfactoren beïnvloeden TOS?
Positieve factoren: rijk taalaanbod, extra taalstimulerende activiteiten, vroege start van taaltherapie. Negatieve factoren: situatie tijdens zwangerschap of bij de geboorte (bv. zuurstoftekort, laag geboortegewicht).
Vraag: Hoe zijn de hersenen opgebouwd bij iemand met TOS?
Atypische asymmetrie: typisch ontwikkelde kinderen hebben een groter taalgebied in de linkerhemisfeer dan in de rechter, bij TOS is dit anders. Er zijn gestoorde hersenbanen en een minder ontwikkelde structuur van de basale ganglia, waardoor kinderen met TOS moeite hebben met het automatisch toepassen van taalregels.
Vraag: Hoe zit het met hersenactiviteit bij TOS?
Er is minder activiteit in de hersendelen die belangrijk zijn voor taal. Het betekeniseffect komt later en op een andere locatie in de hersenen dan bij typisch ontwikkelde kinderen. Resultaten zijn wel inconsistent.
Vraag: Hoe wordt TOS cognitief verklaard?
Er zijn twee cognitieve verklaringsmodellen: een stoornis in de spraakperceptie en een stoornis in het geheugen.
Vraag: Welke stoornis in spraakperceptie is er bij TOS?
Auditieve verwerkingsstoornis: kinderen met TOS hebben moeite met snel veranderende akoestische informatie (bv. SL vs SH minder goed detecteren). Trainen van spraakperceptie heeft geen positief effect.
Vraag: Welke stoornis in het geheugen is er bij TOS?
Zwak auditief kortetermijngeheugen: zwak scoren op nazeggen van nonsenswoorden. Stoornis in het procedureel geheugen: problemen met taalregels en leren van nieuwe woorden. Declaratief geheugen vaak intact: minder moeite met leren van woordbetekenissen dan met leren van woordvorm