termen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/221

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:32 PM on 8/17/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

222 Terms

1
New cards
Eugenetica
Volgens deze groep mensen was alles genetisch bepaald, dus de enige manier om mensen te verbeteren was via genetica (Francis Galton)
2
New cards
OMIM
Online Medendelian Inheritance Man. Is een catalogus waarin inzicht wordt verkregen in genetische aandoeningen
3
New cards
Human genome
project Grootste biologische project
4
New cards
Monogeen
1 gen is afwijkend en veroorzaakt het ziektebeeld = zuiver genetische aandoening
5
New cards
Multifactorieel Ziektes
die worden veroorzaakt door genetica en door omgevingsfactoren
6
New cards
Omgevingsziekten
Ziektes die worden veroorzaakt door omgevingsfactoren
7
New cards
Heritabiliteit
% in welke mate een bepaald kenmerk/ziektebeeld te wijten is aan genetische factoren
8
New cards
Genotype
De genetische samenstelling van een dier, plant of persoon
9
New cards
Fenotype
Het uitzicht van een dier, plant of persoon. Wordt bepaald door het genotype en interactie met de omgeving
10
New cards
Monozygoten
Identiek/eeneiige tweeling
11
New cards
Dizygoten
Eigen genetische materiaal maar gelijkend op broer/zus
12
New cards
Concordantie
Wat is het percentage, als 1 een aandoening heeft, dat de ander het dan ook heeft
13
New cards
Comparatieve genetica
Lessen trekken uit gelijkenissen en verschillen tussen genomen van verschillende diersoorten
14
New cards
Genetische drift
Genetische verandering
15
New cards
Survival of the fittest
Genotype kan over een aantal populaties langzaam veranderen om beter aangepast te zijn aan de omgevingsfactoren
16
New cards
Monohybride kruisingen
Kruisingen met planten die maar in 1 kenmerk verschillen
17
New cards
Factor
Genetische informatie wordt bepaald door een bepaalde factor
18
New cards
Allelen
De factoren kunnen verschillende uitingen hebben
19
New cards
Dominant
Het kenmerk dat tot uiting komt
20
New cards
Recessief
Het kenmerk komt alleen tot uiting als er geen dominant kenmerk aanwezig is
21
New cards
Homozygoot
fenotype 2 identieke allelen
22
New cards
Heterozygoot
fenotype 2 verschillende allelen
23
New cards
Segregatie wet (1ste wet)
2 allelen die een bepaald kenmerk veroorzaken splitsen bij de volgende generatie, ze hebben evenveel kans om doorgegeven te worden, ze segreregen willekeurig
24
New cards
Testkruising
Je kruist met een dier dat homozygoot recessief is om te achterhalen of een dier genetisch zuiver is
25
New cards
Dihybride kruising
Ouderparen die verschillen in 2 kenmerken worden met elkaar gekruist
26
New cards
Wet van onafhankelijke segregatie (2de wet)
Ouderparen die verschillen in 2 kenmerken worden met elkaar gekruist
27
New cards
Complementaire genen
Genen die bijdragen aan hetzelfde kenmerk
28
New cards
Codominantie
2 allelen kunnen samen tot uiting komen in het fenotype bij een heterozygoot
29
New cards
Onvolledige dominantie/partiële dominantie
De heterozygoot heeft een intermediair fenotype
30
New cards
Lethale genen
De combinatie van 2 allelen is lethaal in homozygote toestand
31
New cards
Multiple allelie
Je bekijkt 1 gen, maar er kunnen meerdere genen/verschijningsvormen voorkomen
32
New cards
Penetrantie
vermindering Een genetisch kenmerk kan een verminderde penetrantie vertonen  het genetische profiel is aanwezig om een bepaalt fenotype tot uiting te brengen, maar het fenotype is toch niet aanwezig
33
New cards
Pleiotropie
Een gen beïnvloedt meer dan 1 kenmerk, die je in eerste instantie niet met elkaar in verband zou brengen
34
New cards
Epistasie
Twee of meer genen kunnen interfereren met elkaar waarbij bepaalde allelen van het ene gen het effect van de allelen van het andere gen te niet doen
35
New cards
Dominante epistasie
In aanwezigheid van een dominant allel in het eerste gen, komt het tweede gen niet tot uiting
36
New cards
Wederkerige dominante epistasie
De aanwezigheid van een dominant allel van 1 gen zorgt dat de allelen van het andere gen niet tot uiting komen en dit in beide richtingen
37
New cards
Recessieve epistasie
In aanwezigheid van een homozygote recessieve toestand van het tweede gen, kan het eerste gen niet tot uiting komen
38
New cards
Wederkerige recessieve epistasie
Het recessieve allel van het eerste gen zorgt dat het dominante allel van het tweede gen niet tot uiting kan komen, en het recessieve allel van het tweede gen zorgt dat het dominante allel van het eerste gen niet tot uiting kan komen
39
New cards
Chromosomen
Vormen een diffuus netwerk van chromatine en ligt verspreid in de nucleus
40
New cards
Histonen
Positief geladen eiwitten die op negatief geladen DNA binden
41
New cards
Nucleosomen
Histonen gebonden aan DNA
42
New cards
Mitose
De celdeling waarbij 2 identieke cellen worden gevormd die hetzelfde genetisch materiaal bevatten als de moedercel (diploïd)
43
New cards
Karyokinese
Het proces waarbij genetisch materiaal wordt verdeeld over de 2 helften van de cel
44
New cards
Cytokinese
Het proces waarbij het cytoplasma wordt verdeeld
45
New cards
G0 fase
Een cel in rust die zich tijdelijk niet verder deelt
46
New cards
S fase
DNA replicatie
47
New cards
G2 fase
Celvolume wordt verdubbeld
48
New cards
Profase
Chromosomen worden gecondenseerd en centriolen worden gevormd
49
New cards
Metafase
De nucleaire envelop verdwijnt zodat de chromosomen vrij komen te liggen en in het midden van de cel worden gepositioneerd
50
New cards
Anafase
Spoeldraden trekken de chromosomen naar het uiteinde
51
New cards
Telofase
Nieuwe nucleaire enveloppen worden gevormd en splitsen het cytoplasma
52
New cards
Meiose
Specifieke celdelingen om geslachtscellen te vormen, de genetische inhoud wordt gehalveerd (haploïd)
53
New cards
Cytogenetica
Studie/analyse naar chromosomen
54
New cards
Karyotype
Is als het ware een foto van de chromosomen van een individu (om afwijkingen op te sporen)
55
New cards
Metacentrisch centromeer
Centromeer ligt in het midden
56
New cards
Submetacentrisch centromeer
Centromeer ligt meer aan 1 kant
57
New cards
Acrocentrisch centromeer
Centromeer lig op het uiteinde
58
New cards
Telomeren
Liggen aan het uiteinde van chromosomen en zorgen dat DNA niet wordt afgebroken/aangetast
59
New cards
C-paradox
Er is geen correlatie tussen de hoeveelheid DNA en de complexiteit van een organisme
60
New cards
G-paradox
Er is geen correlatie tussen het aantal genen en de complexiteit van een organisme
61
New cards
Koppeling
Kern A en kern B komen op elkaar te liggen waardoor er geen onafhankelijke segregatie meer is
62
New cards
Chiasma crossing-over
Verstrengeling van 2 armen waardoor recombinanten ontstaan
63
New cards
Recombinanten
Nieuwe combinaties van allelen van een gen
64
New cards
Nucleotiden
De combinatie van suiker met een base
65
New cards
Nitrogene base
Adenine, cytosine, guanine, thymine, uracyl
66
New cards
Semi-conservatieve replicatie
Een kopie maken van de enkelstreng
67
New cards
DNA polymerase
Enzym dat in staat is om van een enkelstrengig DNA een dubbelstrengig DNA te maken
68
New cards
Primase Enzym
dat ervoor zorgt dat op een enkelstrengig DNA een kort RNA fragment komt zodat polymerase zijn werk kan doen
69
New cards
Leading strand
Eenvoudige DNA replicatie
70
New cards
Lagging strand
Gecompliceerder dan de leading strand, omdat korte DNA fragmenten (Okazaki-fragmenten) worden gebonden
71
New cards
Ligase
Enzym dat verbindingen legt tussen Okazakifragmenten
72
New cards
Telomerase
Bevat de capaciteit om te voorkomen dat bij de celdeling geen DNA verloren gaat
73
New cards
Transcriptie
Het omzetten van DNA naar RNA
74
New cards
Reverse transcriptie
Het omzetten van RNA naar DNA
75
New cards
Proeflezen
Is een mechanisme waarmee foute nucleotiden ontdekt en gecorrigeerd kunnen worden
76
New cards
Direct repair mechanisme
Onmiddellijk bij activiteit van DNA polymerase wordt een correctie mechanisme in gang gezet
77
New cards
Exonuclease activiteit
Conformatie veranderingen zodat het nucleotide verwijdert wordt
78
New cards
Base excision repair mechanisme
Herstel waarbij een base wordt verwijdert
79
New cards
Nucleotiden
excision repair mechanisme Een stuk van het streng wordt verwijdert en dan perfect opnieuw opgevuld door DNA polymerase
80
New cards
Huishoudgenen
Zijn genen die overal tot expressie kunnen komen
81
New cards
Promotor
Geheel van korte DNA sequenties die in de buurt van een gen liggen
82
New cards
TATA box
Situeert zich kort voor de start van de plaats van transitie, het RNA polymeras zal hierop binden
83
New cards
GC box Is
vaak aanwezig bij huishoudgenen
84
New cards
CAAT box
Geeft aan waar de transcriptie start
85
New cards
Splicing
Genen bestaan uit intronen en exonen, alle intronen moet verwijderd worden door het spliceosoom
86
New cards
Exon
Coderend gedeelte
87
New cards
Intron
Niet-coderend gedeelte
88
New cards
Mature mRNA
2 exonen die verbonden zijn doordat de intronen ertussen uit zijn verwijderd
89
New cards
Epi-genoom
Kan modificatie aanbrengen aan het genoom onder gevolgen van externe factoren
90
New cards
Translatie
Het vertalen van eiwitten
91
New cards
Stopcodon
Plaats waar geen aminozuur wordt ingebouwd
92
New cards
Initiatie
De kleine subeenheid van tRNA is gebonden op het mRNA en glijdt erover heen tot het op de plaats is die codeert voor metionine
93
New cards
Elongatie
De tweede fase waarin de grote subeenheid gaat binden
94
New cards
Monogeen kenmerk
1 gen/1 genetische afwijking resulteert in klinische symptomen
95
New cards
Digenische kenmerk
Afwijking in 2 genen
96
New cards
Oligenisch
Enkele genen zijn betrokken
97
New cards
Polygenisch
Meerdere genen zijn betrokken
98
New cards
Multifactoriele aandoeningen
Meerdere genen en omgevingsfactoren zijn betrokken
99
New cards
Verticale transmissie
In elke generatie zijn patiënten
100
New cards
Horizontale transmissie
Kenmerk komt in 1 generatie voor