Didactiek | Module 1

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Hoe je kennis en vaardigheden kunt overbrengen op derden

Last updated 10:43 AM on 7/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Wat is didactiek?

Didactiek houdt zich bezig met de vraag hoe kennis en vaardigheden kunnen worden overgedragen aan derden (leerlingen).

Didaktiek gaat over de kunst van het lesgeven, hoe je lessen organiseert, en hoe je leerlingen motiveerd.

2
New cards

Waarom rijden mensen paard?

Benoem verschillende motieven die mensen hebben om paard te rijden

  • Paardrijden is een fijne manier om vrije tijd door te brengen (ontspanning)

  • Paardrijden is een manier om te leren omgaan met sociaal-emotionele problemen

  • Paardrijden is een manier om in beweging te komen

  • Goed kunnen paardrijden is een manier om mislukkingen op ander vlak te compenseren

  • Prestaties neerzetten met een paard is het hoogste doel

  • Liefde voor paarden zorgt ervoor dat de ruiter niets andere wilt dan paardrijden (intrinsieke motivatie)

3
New cards

In welke doelgroepen kunnen we onze leerlingen indelen?

  • Naar leeftijd: kinderen, pubers, volwassenen, jong volwassenen, ouderen

  • Interesses: Horsemanship, biomechanica, wedstrijden, lol met je knol, springen, dressuren

  • Motivatie: recreatief paardrijden, prestatiegericht paardrijden, het beste voor je paard willen

  • Achtergrond: hoog opgeleid, laag opgeleid, alleenstaand, getrouwd, topinkomen, laag inkomen, kak, plat, buitenlandse origine etc..

4
New cards

Waar zijn we bij elk leerproces - zeker bij bewegingsonderwijs- naar opzoek?

We zijn opzoek naar gedragsveranderingen

5
New cards

Welke stappen zet je als je werkt volgens een van tevoren opgesteld plan?

  • Plannen: beginsituatie analyseren, doel bepalen

  • Realiseren: indeling van de les, organisatie van de les, materiaal, oefeningen, rust

  • Evalueren: beoordelen of het doel bereikt is, nieuwe beginsituatie vaststellen

6
New cards

E: Welke sleutelvragen vormen de pijlers van het didactische model?

  1. Waar moet ik beginnen? → De beginsituatie

  2. Wat wil ik bereiken? → De doelstelling

  3. Hoe ga ik lesgeven? → De les of training

  4. Heb ik mijn doel bereikt? → De evaluatie

7
New cards

E: Wat zijn de pijlers van het didactische model?

  1. De beginsituatieWaar moet ik beginnen?

  2. De doelstellingWat wil ik bereiken?

  3. De les of trainingHoe ga ik lesgeven?

  4. De evaluatieHeb ik mijn doel bereikt?

8
New cards

Waar wordt de begin situatie door bepaald?

Wie er leert? Wat kan de ruiter? Wat kan het paard?

Belastbaarheid van het paard

Leeftijd van de ruiter en het paard

Discipline

Motivatie

Buitenbak of binnenbak?

Weersomstandigheden? temperatuur?

Lawaai of stilte?

Wedstrijd aanstaande?

Persoonlijke omstandigheden

9
New cards

Wat zijn constante begin situatiefactoren?

Dit zijn factoren die niet veranderen, (ze hebben een voorspelbare invloed op de les) denk daarbij aan:

  • Dezelfde combinatie: type paard, leeftijd, afstamming discipine

  • Dezelfde ruiter: leeftijd, sociale achtergrond, interesse, motivatie

  • Dezelfde instructeur: jijzelf en je persoonlijkheid, je karakter

  • Dezelfde omstandigheden: de pensionstal, de binnenbak, de duur van de les, tijdstip van de les

10
New cards

Wat zijn wisselende beginsituatie factoren bij de ruiter?

Wisselende beginsituatie factoren zijn factoren die veranderen in de loop van de tijd.


Denk daarbij aan:

  • Motoriek: technische vaardigheden van de ruiter verbeteren, houding en zit verbeteren

  • Cognitief: de ruiter begint te begrijpen wat het effect is van hulpen en oefeningen

  • Sociaal-Affectief: de ruiter begint meer respect te tonen voor het paard, of ontwikkelt zelfvertrouwen, motivatie veranderd van recreatief naar prestatiegericht door succeservaringen.

11
New cards

Wat zijn wisselende beginsituatie factoren bij het paard/de combinatie?

  • Motoriek: de bewegingskwaliteit en het africhtingsniveau van het paard verbeterd.

  • Context: dezelfde combinatie (constante factor) rijdt een clinic bij jou op een andere locatie

  • Motivatie: het paard raakt gewend aan bepaalde oefeningen en omstandigheden

  • De combinatie: niveau van africhting, wedstrijdniveau, ervaring van het paard

  • De ruiter: technische vaardigheden, manier van bewegen, kennis en inzicht, zelfvertrouwen

  • De instructeur: technische vaardigheden, ervaring, vakkennis, didaktiek, geduld, motivatie

  • De omstandigheden: wedstrijdterrein, het weer, stoorzenders zoals radio in de bak, tijdstip van de les.

12
New cards

De … moet in het verlengde liggen van de beginsituatie.

De doelstelling moet in het verlengde liggen van de beginsituatie.

13
New cards

E: Een … leidt tot een gewenste gedragsverandering bij de leerling.

Een lesdoelstelling leidt tot een gewenste gedragsverandering bij de leerling.

14
New cards

Benoem de verschillende soorten doelstellingen

Soorten doelstellingen:

  • Motorisch

  • Cognitief

  • Sociaal-Affectief

15
New cards

De … moet in het verlengde liggen van de … beginsituatiefactoren.

De lesdoelstellingen moet in het verlengde liggen van de wissende beginsituatiefactoren.

16
New cards

In welke termijnen kunnen we de soorten doelstellingen opdelen?

  • Korte termijn: haalbaar binnen één les

  • Middellange termijn: haalbaar binnen een aantal lessen

  • Lange termijn: haalbaar binnen een jaar

17
New cards

In welke subcategorieën kunnen we de doelstelling motoriek opsplitsen?

Motoriek

  • vaardigheden: technieken, ruiterhulpen

  • Eigenschappen: manier van bewegen, houding op het paard

18
New cards

In welke subcategorieën kunnen we de doelstelling cognitief opsplitsen?

Cognitief

  • Kennis: weten

  • Inzicht: begrijpen

19
New cards

In welke subcategorieën kunnen we de doelstelling sociaal-affectief opsplitsen?

Sociaal-affectief

  • Omgang leerling - instructeur: gelijkwaardig, autoritair - ontzag, respectvol, streng, etc…

  • Omgang ruiter - paard: gelijkwaardig, dwingend, liefdevol, zacht, grof, ongecontroleerd

  • Communicatie: woordkeuze, intonatie, gebruik van headset, commando’s of instructie

  • Emotie en intentie: motivatie initiatief, lef, angst, geduld

20
New cards

Moet je de lesdoelstelling kostte wat het kost nastreven?

Je hoeft een lesdoelstelling niet kostte wat het kost na te streven. Het vormt een leidraad voor de les die je in staat stelt om op een effectieve wijze een gedragsveranderen teweeg te brengen bij je leerling.

21
New cards

Wat wil je aan je lesdoelstelling koppelen?

Aan je lesdoelstellingen wil je een minimale vaardigheidseis koppelen.

Voorbeeld: het kunnen uitvoeren van een volte bij B en E met lengtebuiging, waarbij de ruiter minimaal in staat is om de cirkel in verticale balans te rijden.