Perfectum - zin

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/74

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:42 PM on 9/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

75 Terms

1
New cards
invullen
Ik heb het formulier ingevuld.
2
New cards
joggen
Ik heb gisteren vijf kilometer gejogd.
3
New cards
kamperen
Wij hebben in de zomer gekampeerd.
4
New cards
kloppen
Ik heb op de deur geklopt.
5
New cards
knippen
De kapper heeft mijn haar geknipt.
6
New cards
koken
Ik heb gisteren pasta gekookt.
7
New cards
kussen
Ik heb mijn moeder gekust.
8
New cards
klaarmaken
Ik heb het ontbijt klaargemaakt.
9
New cards
luisteren
Ik heb naar muziek geluisterd.
10
New cards
maken
Ik heb mijn huiswerk gemaakt.
11
New cards
naaien
Mijn oma heeft een jurk genaaid.
12
New cards
noteren
Ik heb het adres genoteerd.
13
New cards
ontdekken
Wij hebben een mooi dorp ontdekt.
14
New cards
opruimen
Ik heb mijn kamer opgeruimd.
15
New cards
parkeren
Ik heb de auto voor het huis geparkeerd.
16
New cards
passen
Ik heb de nieuwe schoenen gepast.
17
New cards
poetsen
Ik heb mijn tanden gepoetst.
18
New cards
posten
Ik heb een foto op Instagram gepost.
19
New cards
praten
Ik heb met mijn vriend gepraat.
20
New cards
proeven
Ik heb de soep geproefd.
21
New cards
regenen
Het heeft de hele dag geregend.
22
New cards
repareren
Mijn vader heeft de fiets gerepareerd.
23
New cards
roken
Hij heeft vroeger veel gerookt.
24
New cards
schilderen
Ik heb mijn kamer geschilderd.
25
New cards
schillen
Ik heb de aardappelen geschild.
26
New cards
skiën
Wij hebben in Oostenrijk geskied.
27
New cards
sorteren
Ik heb de kleren gesorteerd.
28
New cards
spelen
De kinderen hebben buiten gespeeld.
29
New cards
sporten
Ik heb gisteren gesport.
30
New cards
stofzuigen
Ik heb de woonkamer gestofzuigd.
31
New cards
stoppen
De bus is bij het station gestopt.
32
New cards
studeren
Ik heb gisteren drie uur gestudeerd.
33
New cards
sturen
Ik heb hem een bericht gestuurd.
34
New cards
surfen
Wij hebben op zee gesurft.
35
New cards
tekenen
Ik heb een huis getekend.
36
New cards
telefoneren
Ik heb met mijn moeder getelefoneerd.
37
New cards
tennissen
Ik heb zaterdag getennist.
38
New cards
tuinieren
Mijn vader heeft in de tuin getuinierd.
39
New cards
verbranden
Ik heb het vlees verbrand.
40
New cards
vergaderen
Wij hebben gisteren vergaderd.
41
New cards
verhuizen
Mijn broer is vorig jaar verhuisd.
42
New cards
verjaren
Mijn opa is gisteren verjaard.
43
New cards
vertellen
Zij heeft een leuk verhaal verteld.
44
New cards
verzorgen
Ik heb de planten verzorgd.
45
New cards
vissen
Mijn vader heeft in de rivier gevist.
46
New cards
voetballen
Wij hebben gisteren gevoetbald.
47
New cards
volgen
Ik heb de les goed gevolgd.
48
New cards
volleyballen
Wij hebben op het strand gevolleybald.
49
New cards
vragen
Ik heb de leraar iets gevraagd.
50
New cards
wandelen
Wij hebben in het park gewandeld.
51
New cards
weggooien
Ik heb de oude krant weggegooid.
52
New cards
werken
Ik heb vandaag gewerkt.
53
New cards
winkelen
Ik heb gisteren in de stad gewinkeld.
54
New cards
zeilen
Wij hebben vorige zomer gezeild.
55
New cards
zetten
Ik heb de glazen op tafel gezet.
56
New cards
afstoffen
Ik heb de tafel afgestoft.
57
New cards
afdrogen
Ik heb de borden afgedroogd.
58
New cards
babbelen
We hebben lang gebabbeld.
59
New cards
basketballen
Ik heb gisteren gebasketbald.
60
New cards
beantwoorden
Ik heb de vraag beantwoord.
61
New cards
bellen
Ik heb mijn moeder gebeld.
62
New cards
bestellen
We hebben pizza besteld.
63
New cards
betalen
Ik heb de rekening betaald.
64
New cards
botsen
De auto is tegen een boom gebotst.
65
New cards
controleren
Ik heb mijn antwoord gecontroleerd.
66
New cards
dansen
We hebben de hele avond gedanst.
67
New cards
dekken
Ik heb de tafel gedekt.
68
New cards
dromen
Ik heb vannacht gedroomd.
69
New cards
dweilen
Ik heb de vloer gedweild.
70
New cards
fietsen
Ik heb naar school gefietst.
71
New cards
fitnessen
Ik heb gisteren gefitnesst.
72
New cards
grillen
We hebben vlees gegrild.
73
New cards
gebruiken
Ik heb mijn nieuwe telefoon gebruikt.
74
New cards
halen
Ik heb brood gehaald.
75
New cards
herhalen
Ik heb de woorden herhaald.