Thema 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/126

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:42 AM on 6/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

127 Terms

1
New cards

Wat zijn de belangrijkste functies van de nier?

Uitscheiding afvalstoffen/medicatie/toxines, regulatie vocht en elektrolyten, bloeddrukregulatie via RAAS, zuur-base balans, EPO-productie en activatie vitamine D.

2
New cards

Welke anatomische onderdelen zijn belangrijk bij nierziekten?

Glomeruli = filtratie; arteriolen = bloedtoevoer/druk; tubuli = vocht- en elektrolythuishouding; urinewegen = afvoer van urine.

3
New cards

Hoe deel je nierproblemen anatomisch in?

Prerenaal = probleem vóór de nier/doorbloeding. Renaal = probleem in nierweefsel. Postrenaal = obstructie in urinewegen.

4
New cards

Wat betekent verhoogd creatinine meestal?

Verminderde nierfunctie, dus verlaagde eGFR.

5
New cards
6
New cards

Wat wijst proteïnurie/albuminurie op?

Vaak glomerulaire schade of verhoogde permeabiliteit van het glomerulaire filter.

7
New cards

Wat wijst erytrocyturie met dysmorfe erytrocyten op?

Glomerulaire oorzaak, vaak glomerulonefritis. Dysmorfe erytrocyten zijn misvormde rode bloedcellen door passage door beschadigde glomeruli.

8
New cards

Wat is het verschil tussen hematurie en erytrocyturie?

Hematurie = bloed in urine. Erytrocyturie = rode bloedcellen in urine. Dipstick kan positief zijn door Hb/myoglobine, dus sediment is nodig voor echte erytrocyten.

9
New cards

Wat is nefrotisch syndroom?

Massale proteïnurie, hypoalbuminemie en oedeem. Vaak door glomerulaire schade.

10
New cards

Wat is het verschil tussen primaire en secundaire glomerulaire ziekte?

Primair = beperkt tot de nier. Secundair = door systemische ziekte zoals SLE of diabetes.

11
New cards

Hoe worden glomerulaire aandoeningen ingedeeld op immunofluorescentie?

Lineair, granulair of IF-negatief/pauci-immuun.

12
New cards

Welke ziekte past bij lineaire immunofluorescentie?

Anti-GBM-nefritis/Goodpasture

13
New cards

Welke ziekten passen bij granulaire immunofluorescentie?

Poststreptokokken-GN, SLE-nefritis en IgA-nefropathie.

14
New cards

Welke ziekten passen bij IF-negatieve/pauci-immuun glomerulonefritis?

ANCA-vasculitiden zoals GPA, MPA en Churg-Strauss/EGPA.

15
New cards

Wat zijn tubulo-interstitiële nierziekten?

Aandoeningen van tubuli en interstitium, zoals tubulo-interstitiële nefritis en acute tubulusnecrose.

16
New cards

Waardoor ontstaat acute tubulusnecrose meestal?

Door ischemie/lage bloeddruk/shock of toxische schade door medicatie/contrast/operat

17
New cards

Wat test een urine-dipstick?

Bloed, eiwit, nitriet en leukocyten. Nitriet/leukocyten helpen blaasontsteking uitsluiten of aantonen.

18
New cards

Welke diagnostiek gebruik je bij nierziekten?

Anamnese, LO met bloeddruk/oedeem, bloedonderzoek creatinine/elektrolyten/serologie, urineonderzoek, echo en eventueel nierbiopt.

19
New cards

Wat kun je met urinesediment beoordelen?

erytrocyten, dysmorfe erytrocyten en cilinders. Dit helpt glomerulaire oorzaken herkennen.

20
New cards

Wat is het verschil tussen acute en chronische nierinsufficiëntie?

Acuut = snelle stijging creatinine/daling nierfunctie. Chronisch = sluipend, vaak met tekenen zoals anemie, fosfaatstijging en langer bestaande nierziekte.

21
New cards

Wat test een urine-dipstick globaal?

Nitriet, leukocyten, erytrocyten/hemoglobine en eiwit. Het is screening; afwijkingen moeten soms met sediment of aanvullend onderzoek worden bevestigd.

22
New cards

Waar wijst nitriet op bij dipstick?

Op bacteriën die nitraat omzetten in nitriet → past bij urineweginfectie. Elke roze verkleuring is afwijkend.

23
New cards

Waar wijzen leukocyten op in urine?

Ontsteking/infectie, bijvoorbeeld cystitis. Bij dipstick wordt dit semikwantitatief aangegeven met + tot ++++.

24
New cards

waarom is een positieve dipstick op bloed niet altijd echte hematurie?

Dipstick reageert ook op hemoglobine en myoglobine. Voor echte erytrocyten moet je sediment bekijken.

25
New cards

Wat is het verschil tussen glomerulaire en urologische hematurie?

Glomerulair: dysmorfe erytrocyten, soms erytrocytencilinders en vaak proteïnurie. Urologisch: isomorfe erytrocyten, stolsels mogelijk, meestal geen cilinders.

26
New cards

Wat zijn dysmorfe erytrocyten?

Misvormde erytrocyten door passage door beschadigde glomeruli/tubuli. Dit wijst op een glomerulaire oorzaak.

27
New cards

Wat betekenen erytrocytencilinders?

Sterke aanwijzing voor glomerulaire inflammatoire nierziekte, zoals glomerulonefritis, ANCA-vasculitis of snel progressieve GN.

28
New cards

Wanneer moet je bij hematurie aan maligniteit denken?

Vooral bij asymptomatische macroscopische hematurie, leeftijd >50 jaar, roken of risicofactoren. Dan verwijzen naar uroloog.

29
New cards

Welke oorzaken van proteïnurie zijn er?

Overflow lichte ketens, tubulaire proteïnurie en glomerulaire proteïnurie.

30
New cards

Wat is overflow-proteïnurie?

Er is te veel klein eiwit in het bloed, bijvoorbeeld lichte ketens bij Kahler/multipel myeloom, waardoor tubuli het niet kunnen terugresorberen.

31
New cards

Wat is tubulaire proteïnurie?

Tubuli kunnen eiwitten niet goed terugresorberen door tubulo-interstitiële schade, bijvoorbeeld interstitiële nefritis of acute tubulusnecrose.

IN: veroorzaakt door ontsteking van tubuli en interstitium of door medicatie zoals NSAIDs en antibiotica
AT: veroorzaakt door ischemie of toxiciteit van medicatie

32
New cards

Wat is glomerulaire proteïnurie?

Eiwitlekkage door beschadiging van de glomerulaire filtratiebarrière. Kan nefritisch of nefrotisch zijn.

33
New cards

Wat is het verschil tussen nefritisch en nefrotisch dominant?

Nefritisch: veel hematurie, minder proteïnurie. Nefrotisch: veel proteïnurie, minder hematurie. Gemengd beeld kan bij lupus/vasculitis.

34
New cards

Hoe classificeer je albuminurie met ACR?

Normaal: ACR <3 mg/mmol. Microalbuminurie: 3–30 mg/mmol. Macroalbuminurie/proteïnurie: >30 mg/mmol.

35
New cards

Uit welke lagen bestaat de glomerulaire filtratiebarrière?

Glycocalyx/endotheel, podocyten met foot processes en glomerulaire basaalmembraan. Schade geeft albumineverlies.

36
New cards

Wat past bij ANCA-vasculitis in de nier?

Proteïnurie + hematurie, stijgend creatinine, soms respiratoire klachten. Vaak ANCA positief, bijvoorbeeld anti-PR3.

37
New cards

Wat past bij diabetische nefropathie?

Diabetes, hypertensie, albuminurie/proteïnurie, aanvankelijk normale creatinine, later GFR-daling.

Natuurlijk beloop: microalbuminurie → macroalbuminurie → GFR-daling.
Pathofysiologie: verlies glycocalyx door ontstekkingscellen door obesitas, pdocyverlies/detachment, mesengiale expansie, hyperfiltratie door hogere glomerulaire druk

38
New cards

Wat zijn hoekstenen van behandeling bij diabetische proteïnurie?

RAAS-remming met ACE-remmer/ARB en SGLT2-remmer. GLP-1-agonist kan helpen via glucose- en gewichtsreductie.

39
New cards

Wat is hematurie?

Aanwezigheid van rode bloedcellen in urine. Microscopisch: >3 erytrocyten per HPF (de field of view)
Macroscopisch: zichtbaar rood/bruin gekleurde urine.

40
New cards

Wat doe je bij rode urine met rood supernatant na centrifugeren?

Dipstick doen. Positief → hemoglobine/myoglobine. Daarna plasma bekijken: rood plasma past bij hemoglobine, helder plasma bij myoglobine.

41
New cards

Welke oorzaken van hematurie zijn belangrijk bij jongeren?

Vaak relatief onschuldig, maar denk aan nierstenen, UWI, IgA-nefropathie, poststreptokokken-GN, Alport of thin basement membrane nephropathy.

42
New cards

Welke oorzaken van hematurie zijn belangrijk bij ouderen?

Urologische maligniteit, zoals blaas- of niercelcarcinoom, vooral bij macroscopische hematurie en roken.

43
New cards

Wat past bij poststreptokokken-glomerulonefritis?

Kind na keel-/huidinfectie, cola-kleurige urine, hematurie en proteïnurie. Vaak zelflimiterend, behandeling meestal controle/monitoring.

44
New cards

Wat past bij IgA-nefropathie?

Episoden van macroscopische hematurie enkele dagen na bovensteluchtweginfectie, dysmorfe erytrocyten, mesangiale IgA-depositie, vaak negatieve familieanamnese.

45
New cards

Wat past bij thin basement membrane nephropathy?

aanhoudende microscopische hematurie, vaak familiair, meestal goede prognose, geen specifieke behandeling.

46
New cards

Wat past bij Alport-syndroom?

Familiaire hematurie met risico op nierfalen en soms doofheid/oogafwijkingen. Erfelijke collageen-IV-afwijking.

47
New cards

differentiatie tussen glomerulair en extra-glomerulair?

knowt flashcard image
48
New cards

Wat is een sterk argument voor een glomerulaire bloeding?

Acanthocyten (“Mickey Mouse cellen”)

49
New cards

Wat is Goodpasture/anti-GBM-ziekte?

Antistoffen tegen type IV-collageen in de glomerulaire basaalmembraan. Kan nier én long aantasten → glomerulonefritis + longbloeding.

50
New cards

Wat is SLE-nefritis?

Nierschade door immuuncomplexdepositie bij systemische lupus erythematosus. Kan hematurie, proteïnurie en nierfunctiestoornis geven.

51
New cards

Wat is ANCA-vasculitis/GPA in de nier?

Pauci-immuun glomerulonefritis door ANCA’s tegen neutrofiele eiwitten, vaak met weinig/geen immuundeposities op IF.

52
New cards

Wat is het verschil tussen Fab- en Fc-deel van een antistof?

Fab bindt specifiek aan antigenen: herkenning Fc bepaalt effectorfunctie, zoals complementactivatie en binding aan Fc-receptoren.

53
New cards

Welke antistoffen activeren vooral de klassieke complementroute?

vooral IgG en IgM.

54
New cards

Welke 3 routes activeren het complementsysteem?

Klassieke route, lectineroute en alternatieve route. Alle routes komen samen bij C3-splitsing.

55
New cards

Wat ontstaat bij C3-splitsing?

C3b voor opsonisatie; C3a voor ontsteking/chemotaxie/vasodilatatie. Verdere activatie kan leiden tot C5b-C9/MAC.

56
New cards

Wat doet het membrane attack complex/MAC?

C5b-C9 vormt poriën in membranen van pathogenen → lysis.

57
New cards

Welke lagen vormen de glomerulaire filtratiebarrière?

Gefenestreerd endotheel, glomerulaire basaalmembraan en podocyten met voetuitsteeksels/slit diaphragms.

58
New cards

Welke bioptkleuringen worden gebruikt bij nierpathologie?

HE-kleuring, PAS-kleuring en zilverkleuring.

He: ernstige ontsteking→ veel blauwe celkernen
PAS:lijkt op HE + kapsel van Bowman aangekleurd
Zilver: geeft met mooi zwart randje een capillaire wand weer→ rbc zien liggen→ zien of ontsteking binnen of buiten capillair zit

59
New cards

Waarvoor gebruik je immunofluorescentie bij nierbiopt?
Wat betekent “full house” immunofluorescentie?

Om immuundeposities aan te tonen, zoals IgG, IgA, IgM, C3, C1q, kappa en lambda.

positiviteit voor meerdere immuunreactanten, typisch bij lupus nefritis: IgG, IgA, IgM, C3, C1q, kappa en lambda.

60
New cards

Wat is membranueze nefropathie?

Podocytziekte met immuundeposities langs de basaalmembraan, vaak nefrotisch syndroom met veel proteïnurie. Vaak antistoffen tegen PLA2-receptor.

61
New cards

wat zie je bij membranueze nefropathie op zilverkleuring?

Verdikte/onregelmatige basaalmembraan met “spikes”, door nieuwvorming tussen immuundeposities.

62
New cards

Welke complementroute speelt waarschijnlijk mee bij IgA-nefropathie?

vooral de lectineroute en deels alternatieve route; C3 en C4d kunnen positief zijn, C1q meestal niet.

63
New cards

Wat is crescentische glomerulonefritis?

Ernstige snel progressieve glomerulonefritis (GN) met ruptuur van de capillaire wand, fibrine in kapsel van Bowman en vorming van crescents door proliferatie van pariëtaal epitheel en immuuncellen.

64
New cards

Waarom is crescentische GN gevaarlijk?

Het kan snel leiden tot ernstig nierfunctieverlies/eindstadium nierfalen als het niet snel behandeld wordt.
→ alles wat normaal in bv zit komt daarbuiten terecht en wordt afgescheiden via de urine

65
New cards

Wat past bij anti-GBM op immunofluorescentie?

Lineaire IgG-afzetting langs de glomerulaire basaalmembraan.

66
New cards

wat past bij ANCA-vasculitis op immunofluorescentie?

pauci-immuun beeld: weinig of geen immuundeposities, ondanks ernstige ontsteking.

67
New cards

Wat is atypisch hemolytisch uremisch syndroom/aHUS?

Complementregulatiestoornis, vaak alternatieve route, met trombotische microangiopathie, hemolytische anemie, trombocytopenie en acuut nierfalen.

68
New cards

elke behandeling remt complement bij aHUS?

Eculizumab, een anti-C5-antistof. Het remt vorming van C5a en MAC.

69
New cards

Welke behandelprincipes zijn er bij auto-immuun nierziekten?

B-cellen remmen of wegvangen, antistoffen verwijderen via plasmaferese, of complement/effectorfunctie remmen.

70
New cards

Wat past bij tubulo-interstitiële nefritis?

Ontsteking in tubuli/interstitium, vaak door medicatie, infectie of auto-immuunziekte. Kan nierfunctieverlies, lichte hematurie en lichte proteïnurie geven.

71
New cards

Welke clues kunnen helpen bij tubulo-interstitiële nefritis?

Granulomen bij sarcoïdose/TBC/toxisch
eosinofielen bij type I-overgevoeligheid/medicatie
viruskleuring bij polyomavirus (vaak bij transplantatie pt)
immuundeposities bij Sjögren/lupus.

72
New cards

Wat gebeurt er bij transplantaatnefritis?

T-cel-gemedieerde afstoting valt tubuli aan → tubulitis. Onbehandeld kan dit overgaan in tubulusatrofie en interstitiële fibrose.

73
New cards

wat is minimal change nefropathie (MCN)

zeldzame aandoening
nieren “lek”→ ew langs glomeruli→ in grote hoeveelheden uit lichaam
oorzaak onduidelijk
-gepaard met oedeem in ogen en enkels
nierfunctie (creatinineklaring) blijft normaal

74
New cards

Wat is het verschil tussen acute en chronische nierinsufficiëntie?

Acuut: snelle stijging creatinine, bijv. >25% in 48 uur of >50% in 1 week. Chronisch/CNS: eGFR <60 ml/min/1,73 m² of ACR ≥3 mg/mmol gedurende ≥3 maanden.

75
New cards

Hoe deel je oorzaken van nierinsufficiëntie in?

Prerenaal: probleem vóór de nier, zoals dehydratie, sepsis, hartfalen. Renaal: probleem in nierweefsel, zoals glomeruli/tubuli/interstitium. Postrenaal: obstructie in ureter, blaas of urethra.

76
New cards

Wanneer krijgen patiënten meestal pas klachten van nierinsufficiëntie?

Vaak pas laat, meestal bij eGFR <30 ml/min. Klachten: anemie, moeheid, jeuk, misselijkheid, metabole acidose, oedeem en hyperkaliëmie.

77
New cards

Wat zijn veelvoorkomende oorzaken van CNS in de huisartsenpraktijk?

Hypertensie, diabetes mellitus type 2 en atherosclerose. Bij jongeren vaker auto-immuunziekten of DM1.

78
New cards

Welke diagnostiek doe je bij afwijkende eGFR/ACR?

Lab: eGFR, ACR, elektrolyten. Urinesediment. Eventueel echo bij verdenking obstructie of cystenieren.

79
New cards

Wat is de behandeling van CNS in de eerste lijn?

Leefstijl: zoutreductie, bewegen, stoppen met roken. CV-risicofactoren behandelen. Bloeddruk streefwaarde <130/80, liefst met ACE-remmer/ARB. Bij diabetes HbA1c streven meestal ≤53 mmol/mol afhankelijk van patiënt.

80
New cards

Waarom moet je oppassen met medicatie bij verminderde nierfunctie?

Sommige middelen zijn nefrotoxisch of worden minder goed geklaard. Denk aan NSAID’s; bij dehydratie moet medicatie soms tijdelijk aangepast/gestopt worden.

81
New cards

Wat moet je regelmatig controleren bij CNS?

eGFR, ACR, bloeddruk, leefstijl/risicomedicatie en metabole complicaties zoals fosfaat, kalium, calcium, Hb en eventueel parathormoon.

82
New cards

Wat past bij glomerulaire hematurie?

Dysmorfe erytrocyten en erytrocytencilinders. Dit wijst erop dat de bloeding uit het nefron/glomerulus komt.

83
New cards

Wat past bij urologische hematurie?

Monomorfe erytrocyten, geen erytrocytencilinders. Bloeding komt na de glomerulus: pyelum, ureter, blaas of urethra.

84
New cards

Wat past bij nierstenen/urolithiasis?

Rode urine met intermitterende flankpijn/koliekpijn. Pijn ontstaat door obstructie, drukstijging, ureterspasmen en activatie van pijnreceptoren.

85
New cards

Waarom is pijnloze hematurie verdacht?

Pijnloze hematurie, vooral bij ouderen, kan wijzen op maligniteit zoals blaas-, nier- of pyelumcarcinoom.

86
New cards

Wat is nefrotisch syndroom?
Waarom kan nefrotisch syndroom buikpijn/scrotaal oedeem geven?
Welke ziekten kunnen nefrotisch syndroom geven?

Massale proteïnurie + hypoalbuminemie + oedeem. Door verlies van albumine daalt de plasma-oncotische druk en verplaatst vocht naar het interstitium.

Door gegeneraliseerd oedeem kan ook de darmwand of het scrotum oedemateus worden.

Minimal change disease, focale segmentale glomerulosclerose en membranueze nefropathie.

87
New cards

Wat doet RAAS bij laag effectief circulerend volume?

Lage nierperfusie activeert renine → angiotensine II → vasoconstrictie, aldosteron, ADH en dorst → herstel van perfusie/bloeddruk.

88
New cards

Waarom krijg je anemie bij chronische nierinsufficiëntie?
Waarom krijg je botproblemen bij chronische nierinsufficiëntie?

De nier maakt minder erytropoëtine/EPO, waardoor minder erytrocyten worden aangemaakt.

Minder activatie van vitamine D naar calcitriol → hypocalciëmie → secundaire hyperparathyreoïdie → renale osteodystrofie.

89
New cards

Waarom is alleen creatinine niet genoeg om nierfunctie te bepalen?

Creatinine hangt af van spiermassa. Daarom gebruik je formules zoals Cockcroft-Gault, MDRD of CKD-EPI om eGFR te schatten.

90
New cards

Wat is SIADH?

Te veel ADH, bijvoorbeeld ectopisch door longcarcinoom → waterretentie → verdunning van natrium → hyponatriëmie.

91
New cards

Wat zijn gevolgen van ernstige hyponatriëmie?

Verwardheid, loopstoornissen, insulten en hersenoedeem doordat water naar hersencellen verplaatst.

92
New cards

Hoe behandel je ernstige hyponatriëmie globaal?

Oorzaak behandelen, diuretica stoppen, vocht beperken, bij ernstige symptomen hypertoon zout en langzaam corrigeren om osmotische demyelinisatie te voorkomen.

93
New cards

Wat veroorzaakt metabole alkalose bij braken?

Verlies van maagzuur: H⁺ en Cl⁻ gaan verloren → alkalose en hypochloremie.

94
New cards

Waardoor ontstaat hypokaliëmie bij braken/diarree/volumedepletie?

Kaliumverlies via diarree/braken en verhoogde renale kaliumuitscheiding door volumedepletie/RAAS-activatie.

95
New cards

Wat zijn gevolgen van hypokaliëmie?

Spierzwakte, spierkrampen en hartritmestoornissen.

96
New cards

Wat past typisch bij IgA-nefropathie?
Welke risicofactoren voorspellen progressie bij IgA-nefropathie?

recidiverende macroscopische hematurie kort na een bovensteluchtweginfectie, vaak met geringe albuminurie en normale nierfunctie.

Proteïnurie >1 g/24 uur, hypertensie en verlaagde GFR bij presentatie.

97
New cards

acute glomerulonefritis

plotselinge ontstekingsreactie in de glomerulus
kenmerken:
-hematurie
-proteunurie
-verminderde nierfunctie
-soms hypertensie en vochtretentie
AO:
-urinesediment
-ACR
-complementfactoren
-auto-antistoffen zoals ANA, ANCA en anti-GBM
-nierbiopsie

98
New cards

wat is anti-GBM-nefritis?

Acute glomerulonefritis door antistoffen tegen de glomerulaire basaalmembraan. Geeft hematurie, proteïnurie, snel nierfunctieverlies en soms oligurie. Dit is een nefrologische spoedsituatie.

99
New cards

Wat zijn kenmerken van nefrotisch syndroom?

proteïnurie >3,5 g/24 uur, hypoalbuminemie, oedeem en hyperlipidemie.

100
New cards

Wat past bij minimal change disease?

efrotisch syndroom, vooral bij kinderen/adolescenten, met op lichtmicroscopie weinig afwijkingen en op EM podocyt-voetprocessusfusie. Reageert meestal goed op prednison.