1/79
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Synoniem
Een woord met een vergelijkbare betekenis als een ander woord. (Kapot - Stuk)
Antoniem
Een woord dat het tegenovergestelde betekend. (Kopen - Verkopen)
Hyponiem/Hyperoniem
Een overkoepelend en onderliggend woord. (Groente - Sla)
Homofoon
Een woord dat hetzelfde klinkt, maar anders wordt geschreven. (Ligt - Licht)
Homoniem
Een woord met meerdere betekenissen. (Bank - Bank)
Polyseem
Een woord dat in verschillende contexten net iets anders betekend. (Tak van een Boom - Tak van Sport)
Fonologisch / Fonologisch Niveau
Klank
Morfologie / Morfologisch Niveau
Woord
Syntaxis / Syntactisch niveau
Zin
Tekstlinguïstiek / Zinsoverstijgend niveau
Tekst
Orthografie / Orthografisch niveau
Spelling
Semantiek / Semantisch niveau
Betekenis
Pragmatiek / Pragmatisch niveau
Gebruik
Prelinguale fase
0-1 jaar, huilen, vocaliseren, vocaal spel, brabbelen
Vroegliguale fase
1-2.5 jaar, één woord zinnetjes, breid later uit naar twee (of meer).
Differentiatiefase
2.5-5 jaar, ongeveer 3000 woorden bij start basisschool, verschil leren tussen letterlijk en figuurlijk, ontwikkeling morfologie incl. overgeneralisatie (tafels → paards)
Voltooiingsfase
5-9 jaar, taalverwerving op school, uitbreiding woordenschat, morfologie (woordbouw) en syntaxis (zinsbouw)
Taalvorm
Fonologische, morfologische, syntactische component
Taalinhoud
Semantische component
Taalgebruik
Pragmatische component
Denotatie
De formele betekenis van een woord.
Connotatie
De gevoelswaarde van een woord.
Arme Taal
Beperkte variatie in woorden en taal. (Eenvoudig, weinig creativiteit, oppervlakkig)
Rijke Taal
Variatie in woorden en zinnen. (creatief & complex)
Inhoudswoorden
Rood, Appel, Plukken, Lopen, Groot, Groen.
Functiewoorden
Op, af, omdat, jullie, bovendien, tussen, maar.
Signaalwoorden
Omdat, bovendien, maar.
Fonologisch principe
Fonologische strategie
Morfologisch principe
Regelstrategie of analogiestrategie
Etymologisch principe
Woordbeeldstrategie of analogiestrategie
Syllabisch principe
Regelstrategie of analogiestrategie
Fonologisch principe
Klank en klankclusters (t-e-l-e-f-oo-n)
Morfologisch principe
Woorden en werkwoorden - Vaste woordstukjes (-te -ig etc.)
Etymologisch principe
Vroegere taalvorm is bepalend voor schrijfwijze (ij-ei, ou-au)
Syllabisch principe
Spelling van syllaben / klankgroepen (bak-ker) - verdubbelingsregel, verenkelingsregel
Welk spellingsprincipe: gat
Fonologisch (Klank)
Welk spellingsprincipe: aardig
Morfologisch (woordstukjes - werkwoorden)
Welk spellingsprincipe: kei
Etymologisch (vroegere taalvorm bepaald)
Welk spellingsprincipe: vindt
Morfologisch (woordstukjes - werkwoorden)
Welke spellingsprincipe: puberteit
Syllabisch (klankgroep, verdubbeling- en verenkelingsregel) + Morfologisch (woordstukjes - werkwoorden)
Welk spellingsprincipe: controller
Syllabisch (klankgroep, verdubbeling- en verenkelingsregel) + Etymologisch (vroegere taalvorm bepaald)
Welke uitspraak past het best bij 'Taal is een expressiemiddel'?
Taal is een middel om je gevoelens te uiten.
Wat wordt in de ‘semantiek’ beschreven?
De betekenissen van woorden.
Hoe beïnvloeden lezen en schrijven elkaar in het proces van taalverwerving en taalontwikkeling?
Lezen versterkt de schrijfvaardigheid door het vergroten van de woordenschat en het begrip van zinsstructuren, terwijl schrijven helpt bij het verbeteren van leesbegrip door actieve verwerking van taal.
De juf zegt tegen Marc: “De deur staat open”. Marc rent naar de deur om deze te sluiten.
Communicatieve functie
In welke taalontwikkelingsfase zit een kind dat vocaal spel gebruikt?
Prelinguale fase
Bram is volop bezig zijn taal te ontwikkelen. Hij maakt zinnetjes zoals: ik slapen – koek hebben – oma lief.
In welke fase van de taalontwikkeling bevindt Bram zich?
Vroeglinguale fase
Wat is het belangrijkste verschil tussen taalleren en taal ontwikkelen volgens ‘Rijke taal’
Taalleren richt zich op het expliciet aanleren van bijvoorbeeld spellingregels, terwijl taal ontwikkelen plaatsvindt in rijke, betekenisvolle contexten.
Wat is volgens ‘Rijke taal’ een belangrijk kenmerk van goed taalonderwijs, en hoe draagt dit bij aan de ontwikkeling van leerlingen?
Het werken met rijke teksten en interessante opdrachten, omdat dit leerlingen motiveert en hen helpt om diepgaande verbindingen in hun brein te maken.
Welke spellingsprincipe ligt aan de basis van het woord "kat"?
Fonologisch principe
Ruben schrijft een boodschappenbriefje. Van welke taalfunctie is hier sprake? (H.1.2)
Conceptualiserende functie
Juf Anne legt uit hoe een magneet werkt. De kinderen maken aantekeningen. Van welke taalfunctie is hier sprake? (H.1.2)
Conceptualiserend
Wat is het appellerende aspect van een boodschap? (H.1.2)
De zender wil dat de ontvanger iets doet
Welke betekenisrelatie is er tussen mentaal en fysiek? (H.1.3)
Antoniem
Welk rijtje bevat alleen inhoudswoorden? (H.1.3)
Voorzetsel, postbode, dansen
Welke betekenisrelatie is er tussen want en wand? (H.1.3)
Homofoon
Welk woord is een homoniem? (H.1.3)
Bank
Welk woord is een abstract begrip? (H.1.3)
Verdriet
Welk woord is een signaalwoord? (H.1.3)
Maar
In het woord dijkramp is een bijzonderheid op... (H.1.4)
Morfologisch gebied
Uit hoeveel fonemen bestaat het woord 'hoofdluis'? (H.1.4)
7
Hoeveel morfemen zitten er in het woord "kastjes"? (H.1.4)
1 vrij en 2 gebonden morfemen
"Maak deze woorden langer. Gebruik steeds –ig: haast, hand, verstand, enz." Wat oefenen de kinderen hier? (H.1.4)
Afleiding
Wat wordt er binnen syntaxis bestudeerd? (H.1.4)
Zinsbouw
De klas mag woorden bedenken die rijmen op 'muur'. Op welk taalniveau vindt dit plaats? (H.1.4)
Fonologisch niveau
"Vliegeraars krijgen 'm maar moeilijk omhoog" Op welk taalniveau komt een dubbele betekenis tot stand? (H.1.4)
Semantisch niveau
Abel zegt tegen zijn moeder: oto boem. In welke fase van de taalverwerving zit hij? (H.2)
Vroeglinguale fase
Wat is het morfologische component van taal? (H.2)
Regels voor woorden
Welk spellingsprincipe past bij 'kettinkje'? (H.9 en reader)
Morfologisch
Welk spellingsprincipe past bij 'kettinkje'? (H.9 en reader)
Syllabisch
Welk spellingsprincipe past bij 'hazen'? (H.9 en reader)
Morfologisch
Welk spellingsprincipe past bij 'hazen'? (H.9 en reader)
Syllabisch
Welke strategie werkt bij het woord 'theater'? (H.9 en reader)
Woordbeeld
Welke strategie werkt bij het woord 'theater'? (H.9 en reader)
Analogie
Welk begrip past het beste bij Rijke Taal? (RT)
Verbinden
Wat maakt taal 'Rijk'? (RT)
Beeldspraak en variatie
Afleiding
De betekenis is afgeleid (werk+zaam)
Verbuiging
Meervoudsvorm, verkleining, vergelijking (werk+en)
Vervoeging
Werkwoorden (werk+t)
Samenstelling
Twee vrije morfemen (werk+plaats)