1/82
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
aller
gaan
s'asseoir
gaan zitten
battre
vechten
débattre
debateren
boire
drinken
conclure
besluiten
exclure
uitsluiten
inclure
invoegen
connaître
kennen
paraître
lijken
apparaître
verschijnen
disparaître
verdwijnen
reconnaître
herkennen
courir
lopen
parcourir
doornemen
secourir
te hulp komen
croire
kruisen
devoir
moeten
dire
zeggen
redire
herhalen
contredire
tegenspreken
interdire
verbieden
médire
roddelen
prédire
voorspellen
Ă©crire
schrijven
inscrire
inschrijven
prescrire
voorschrijven
Ă©mouvoir
ontroeren
mouvoir
bewegen
promouvoir
bevorderen
envoyer
verzenden
renvoyer
terugzenden
faire
falloir
moeten
fuir
vluchten
Ă©lire
verkiezen
relire
herlezen
mettre
zetten
admettre
toelaten
Ă©mettre
uitzenden
permettre
toestaan
promettre
beloven
mourir
dood gaan / overlijden
naître
geboren worden
plaire
aanstaan, bevallen
déplaire
niet aanstaan
pleuvoir
regenen
pouvoir
kunnen
se plaire Ă
het leuk vinden
prendre
nemen
apprendre
leren
comprendre
begrijpen
repandre
hernemen
surprendre
verassen
résoudre
oplossen
rire
lachen
sourire
glimlachen
savoir
weten
suffrire
voldoende zijn
suivre
volgen
poursuivre
achtervolgen
se taire
zwijgen
taire
verzwijgen
tenir
houden
contenir
bevatten
appartenir Ă
toebehoren tot
retenir
onthouden
vaincre
overwinnen
convaincre
overtuigen
valoir
waard zijn
venir
komen
devenir
worden
prévenir
verwittigen
revenir
terugkomen
intervenir
tussenkomen
se souvenir de
zich herinneren
vivre
leven
survivre
overleven
voir
zien
prévoir
voorzien
pouvoir Ă / de
voorzien in/ van
se revoir
mekaar terug zien
vouloir
willen