1/352
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

blij

buurt

buur/buren

lawaai

gek

saai
present tense
tegenworden
pleasant
geweldig

kroeg
gisteren ___ ik op een solo-date in de pijp (zijn)
was
We ___ nooit blij in deze buurt. (zijn)
waren
Ze _______ boven de snackbar (wonen, verleden tijd)
woonde
Ik eet patat op vrijdag omdat ik in Nederland ___ (wonen)
woon
Jullie ____ in de pijp. (wonen, tegenwoordige tijd)
wonen
Hij ____ in de pijp. (wonen, tegenwoordige tijd)
woont
Zij ___ naast een bak fiets moeder. (wonen, verleden tijd)
woonden
Ik ___ een geweldige tijd met je zus. (hebben, verleden tijd)
had
Ze _____ een gezellige middag in de kroeg. (hebben, verleden tijd)
hadden
past tense
verleden tijd
present tense
tegenwoordige tijd
____ park is veel leuk. (this)
dit (bcs het park)
____ park is veel leuk. (that)
dat (bcs het park)
Ik woon in _____ buurt. (this)
deze (bcs de buurt)
Ik woon in ____ buurt. (that)
die (bcs de buurt)
wij ____ tee veel (werk, verleden tijd)
werkten
Sinterklaas _____ hard op 5 December. (werken, verlende tijd)
werkte
Ik _____ dat de Pieten bestaal kregen. (denken, verlende tijd)
dacht
receive
kregen
Wij _____ dat Sinterklaas en Piet can de Noordpool _____. (denken, komen; verlende tijd)
dachten, kwamen
Ik ___ dat Sinterklaasliedje niet. (kennen/weten)
ken
____ jij hoe oud Sinterklaasliedje is? (weten/kennen)
Weet
Niemand ______ dat Piet de stoute kinderen naar Spanje _____.
(weten/kennen, brengen; verlede tijd)
wist, bracht
least
minst
favourite person
lievelingetjes
never
nooit
always
ooit
often
vaak