1/78
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke vijf fasen onderscheidt Tuckman?
Forming, Storming, Norming, Performing en Adjourning.
Wat gebeurt er in de formingfase?
Groepsleden leren elkaar kennen en zoeken hun plaats in de groep.
Welke kenmerken horen bij de formingfase?
Kennismaking, onzekerheid, voorzichtigheid en zoeken naar structuur.
Van wie zijn groepsleden afhankelijk in de formingfase?
Van de begeleider.
Welke centrale vraag stellen groepsleden zich in de formingfase?
Hoor ik erbij?
Welke centrale vraag stellen groepsleden zich nog in de formingfase?
Wat wordt van mij verwacht?
Welke centrale vraag stellen groepsleden zich over de groep?
Hoe werkt deze groep?
Wat doet de begeleider in de formingfase?
Een veilige sfeer creëren.
Wat doet de begeleider nog in de formingfase?
Structuur bieden.
Wat doet de begeleider met de doelstellingen in de formingfase?
Ze verduidelijken.
Wat doet de begeleider om vertrouwen op te bouwen?
Kennismaking stimuleren en duidelijke afspraken maken.
Wat ontstaat er in de stormingfase?
Meningsverschillen, spanningen en conflicten.
Welke kenmerken horen bij de stormingfase?
Machtsstrijd, weerstand en subgroepen.
Wat proberen groepsleden in de stormingfase te bepalen?
Hun positie in de groep.
Welke centrale vraag staat centraal in de stormingfase?
Wie heeft invloed?
Welke centrale vraag wordt gesteld over macht?
Wie bepaalt?
Welke centrale vraag wordt gesteld over normen?
Welke normen gelden?
Welke centrale vraag wordt gesteld over vrijheid?
Hoeveel ruimte krijg ik?
Wat doet de begeleider in de stormingfase?
Conflicten erkennen.
Hoe bevordert de begeleider de stormingfase?
Door open communicatie te stimuleren.
Wat doet de begeleider met verschillen tussen groepsleden?
Hij maakt ze bespreekbaar.
Wat doet de begeleider bij problemen in de groep?
Hij ondersteunt het zoeken naar oplossingen.
Hoe bewaakt de begeleider de groep tijdens de stormingfase?
Door veiligheid te bewaken.
Hoe worden conflicten gezien binnen groepsontwikkeling?
Als een normaal onderdeel van groepsontwikkeling.
Wat ontwikkelt de groep in de normingfase?
Normen en afspraken.
Welke kenmerken horen bij de normingfase?
Vertrouwen, samenwerking en samenhang.
Wat gebeurt er met de groepscohesie in de normingfase?
Ze neemt toe.
Welke vraag staat centraal in de normingfase?
Hoe werken we samen?
Welke vraag wordt gesteld over afspraken?
Welke afspraken maken we?
Welke vraag wordt gesteld over verwachtingen?
Wat verwachten we van elkaar?
Wat doet de begeleider in de normingfase?
Samenwerking ondersteunen.
Wat stimuleert de begeleider in de normingfase?
Participatie.
Wat bevordert de begeleider in de normingfase?
Cohesie.
Wat bewaakt de begeleider in de normingfase?
De afspraken.
Wat moedigt de begeleider aan in de normingfase?
Wederzijds respect.
Hoe functioneert de groep in de performingfase?
Efficiënt.
Welke kenmerken horen bij de performingfase?
Duidelijke taakverdeling, vertrouwen, open communicatie en hoge productiviteit.
Wat kan de groep in de performingfase zelfstandig doen?
Werken en problemen oplossen.
Wat doet de begeleider in de performingfase?
Ruimte geven aan de groep.
Wanneer ondersteunt de begeleider in de performingfase?
Alleen waar nodig.
Wat bewaakt de begeleider in de performingfase?
Het groepsproces.
Wat stimuleert de begeleider in de performingfase?
Verdere ontwikkeling.
Heeft de groep in de performingfase veel sturing nodig?
Nee.
Waarop heeft de adjourningfase betrekking?
Beëindiging en afscheid nemen.
Welke elementen horen bij de adjourningfase?
Evaluatie en verwerking van het groepsproces.
Wat doen groepsleden in de adjourningfase?
Afscheid nemen van elkaar en van de groep.
Wat doet de begeleider in de adjourningfase?
Aandacht besteden aan het afscheid.
Wat doet de begeleider met de samenwerking in de adjourningfase?
Ze evalueren.
Wat erkent de begeleider in de adjourningfase?
Gevoelens rond het beëindigen van de groep.
Hoe rondt de begeleider de groep af?
Op een zorgvuldige manier.
Welke fase wordt gekenmerkt door kennismaking en afhankelijkheid?
Forming.
Welke fase wordt gekenmerkt door conflicten en machtsstrijd?
Storming.
Welke fase wordt gekenmerkt door normen en samenwerking?
Norming.
Welke fase wordt gekenmerkt door efficiënt functioneren?
Performing.
Welke fase wordt gekenmerkt door afscheid nemen?
Adjourning.
Wat is groepscohesie?
Het gevoel van samenhang tussen groepsleden.
Hoe voelen groepsleden zich bij een sterke groepscohesie?
Verbonden en geaccepteerd.
Wat ervaren groepsleden door groepscohesie?
Dat ze erbij horen.
Waarmee identificeren groepsleden zich bij groepscohesie?
Met de groep.
Waarom is groepscohesie belangrijk?
Voor een goede groepsontwikkeling.
Welke positieve gevolgen heeft groepscohesie?
Veiligheid, betrokkenheid, samenwerking en solidariteit.
Hoe helpt groepscohesie tegen isolement?
Mensen voelen zich geaccepteerd en niet alleen.
Welke helende factor van Yalom betekent dat groepsleden zowel helper als geholpene zijn?
Helper en geholpene tegelijk.
Waarom is anderen helpen belangrijk voor het zelfbeeld?
Het versterkt het positieve zelfbeeld.
Welke helende factor van Yalom verwijst naar perspectief en vooruitgang?
Het wekken van hoop.
Welke helende factor van Yalom draagt bij aan het welbevinden van groepsleden?
Humor.
Waarom werken met groepen een veilig leerklimaat biedt?
Omdat deelnemers kunnen experimenteren met nieuw gedrag.
Welke preventieve werking hebben groepen?
Problemen kunnen tijdig worden aangepakt.
Hoe helpen groepen bij het doorbreken van isolement?
Door verbondenheid en erkenning te bieden.
Waarom zijn lotgenoten belangrijk?
Ze bieden herkenning en erkenning.
Waarom is informatieoverdracht in groep efficiënt?
Omdat meer groepsbesef en betrokkenheid ontstaan.
Wat is groepsafweer?
Weerstand die voortkomt uit angst, onzekerheid en bedreiging.
Waarmee houdt groepsafweer verband?
Gevoelens van bedreiging, onzekerheid en angst.
Waarop moet de begeleider letten bij groepsafweer?
Op achterliggende gevoelens en angsten.
Welke factoren bevorderen groepsontwikkeling?
Structuur, veiligheid, vertrouwen, open communicatie en positieve bekrachtiging.
Waarom zijn evaluatiemomenten belangrijk?
Om de groepsontwikkeling te ondersteunen.
Waarom moet kritiek serieus genomen worden? Omdat ze kan bijdragen aan verbetering.
Welke factoren remmen groepsontwikkeling af?
Gebrek aan structuur, onduidelijke afspraken, onvoldoende veiligheid en slechte communicatie.
Wat kan een vicieuze cirkel veroorzaken in groepen?
Onmacht en frustratie.