Kaarten: Mondeling WIT 3 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/78

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:54 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

79 Terms

1
New cards

Welke vijf fasen onderscheidt Tuckman?

Forming, Storming, Norming, Performing en Adjourning.

2
New cards

Wat gebeurt er in de formingfase?

Groepsleden leren elkaar kennen en zoeken hun plaats in de groep.

3
New cards

Welke kenmerken horen bij de formingfase?

Kennismaking, onzekerheid, voorzichtigheid en zoeken naar structuur.

4
New cards

Van wie zijn groepsleden afhankelijk in de formingfase?

Van de begeleider.

5
New cards

Welke centrale vraag stellen groepsleden zich in de formingfase?

Hoor ik erbij?

6
New cards

Welke centrale vraag stellen groepsleden zich nog in de formingfase?

Wat wordt van mij verwacht?

7
New cards

Welke centrale vraag stellen groepsleden zich over de groep?

Hoe werkt deze groep?

8
New cards

Wat doet de begeleider in de formingfase?

Een veilige sfeer creëren.

9
New cards

Wat doet de begeleider nog in de formingfase?

Structuur bieden.

10
New cards

Wat doet de begeleider met de doelstellingen in de formingfase?

Ze verduidelijken.

11
New cards

Wat doet de begeleider om vertrouwen op te bouwen?

Kennismaking stimuleren en duidelijke afspraken maken.

12
New cards

Wat ontstaat er in de stormingfase?

Meningsverschillen, spanningen en conflicten.

13
New cards

Welke kenmerken horen bij de stormingfase?

Machtsstrijd, weerstand en subgroepen.

14
New cards

Wat proberen groepsleden in de stormingfase te bepalen?

Hun positie in de groep.

15
New cards

Welke centrale vraag staat centraal in de stormingfase?

Wie heeft invloed?

16
New cards

Welke centrale vraag wordt gesteld over macht?

Wie bepaalt?

17
New cards

Welke centrale vraag wordt gesteld over normen?

Welke normen gelden?

18
New cards

Welke centrale vraag wordt gesteld over vrijheid?

Hoeveel ruimte krijg ik?

19
New cards

Wat doet de begeleider in de stormingfase?

Conflicten erkennen.

20
New cards

Hoe bevordert de begeleider de stormingfase?

Door open communicatie te stimuleren.

21
New cards

Wat doet de begeleider met verschillen tussen groepsleden?

Hij maakt ze bespreekbaar.

22
New cards

Wat doet de begeleider bij problemen in de groep?

Hij ondersteunt het zoeken naar oplossingen.

23
New cards

Hoe bewaakt de begeleider de groep tijdens de stormingfase?

Door veiligheid te bewaken.

24
New cards

Hoe worden conflicten gezien binnen groepsontwikkeling?

Als een normaal onderdeel van groepsontwikkeling.

25
New cards

Wat ontwikkelt de groep in de normingfase?

Normen en afspraken.

26
New cards

Welke kenmerken horen bij de normingfase?

Vertrouwen, samenwerking en samenhang.

27
New cards

Wat gebeurt er met de groepscohesie in de normingfase?

Ze neemt toe.

28
New cards

Welke vraag staat centraal in de normingfase?

Hoe werken we samen?

29
New cards

Welke vraag wordt gesteld over afspraken?

Welke afspraken maken we?

30
New cards

Welke vraag wordt gesteld over verwachtingen?

Wat verwachten we van elkaar?

31
New cards

Wat doet de begeleider in de normingfase?

Samenwerking ondersteunen.

32
New cards

Wat stimuleert de begeleider in de normingfase?

Participatie.

33
New cards

Wat bevordert de begeleider in de normingfase?

Cohesie.

34
New cards

Wat bewaakt de begeleider in de normingfase?

De afspraken.

35
New cards

Wat moedigt de begeleider aan in de normingfase?

Wederzijds respect.

36
New cards

Hoe functioneert de groep in de performingfase?

Efficiënt.

37
New cards

Welke kenmerken horen bij de performingfase?

Duidelijke taakverdeling, vertrouwen, open communicatie en hoge productiviteit.

38
New cards

Wat kan de groep in de performingfase zelfstandig doen?

Werken en problemen oplossen.

39
New cards

Wat doet de begeleider in de performingfase?

Ruimte geven aan de groep.

40
New cards

Wanneer ondersteunt de begeleider in de performingfase?

Alleen waar nodig.

41
New cards

Wat bewaakt de begeleider in de performingfase?

Het groepsproces.

42
New cards

Wat stimuleert de begeleider in de performingfase?

Verdere ontwikkeling.

43
New cards

Heeft de groep in de performingfase veel sturing nodig?

Nee.

44
New cards

Waarop heeft de adjourningfase betrekking?

Beëindiging en afscheid nemen.

45
New cards

Welke elementen horen bij de adjourningfase?

Evaluatie en verwerking van het groepsproces.

46
New cards

Wat doen groepsleden in de adjourningfase?

Afscheid nemen van elkaar en van de groep.

47
New cards

Wat doet de begeleider in de adjourningfase?

Aandacht besteden aan het afscheid.

48
New cards

Wat doet de begeleider met de samenwerking in de adjourningfase?

Ze evalueren.

49
New cards

Wat erkent de begeleider in de adjourningfase?

Gevoelens rond het beëindigen van de groep.

50
New cards

Hoe rondt de begeleider de groep af?

Op een zorgvuldige manier.

51
New cards

Welke fase wordt gekenmerkt door kennismaking en afhankelijkheid?

Forming.

52
New cards

Welke fase wordt gekenmerkt door conflicten en machtsstrijd?

Storming.

53
New cards

Welke fase wordt gekenmerkt door normen en samenwerking?

Norming.

54
New cards

Welke fase wordt gekenmerkt door efficiënt functioneren?

Performing.

55
New cards

Welke fase wordt gekenmerkt door afscheid nemen?

Adjourning.

56
New cards

Wat is groepscohesie?

Het gevoel van samenhang tussen groepsleden.

57
New cards

Hoe voelen groepsleden zich bij een sterke groepscohesie?

Verbonden en geaccepteerd.

58
New cards

Wat ervaren groepsleden door groepscohesie?

Dat ze erbij horen.

59
New cards

Waarmee identificeren groepsleden zich bij groepscohesie?

Met de groep.

60
New cards

Waarom is groepscohesie belangrijk?

Voor een goede groepsontwikkeling.

61
New cards

Welke positieve gevolgen heeft groepscohesie?

Veiligheid, betrokkenheid, samenwerking en solidariteit.

62
New cards

Hoe helpt groepscohesie tegen isolement?

Mensen voelen zich geaccepteerd en niet alleen.

63
New cards

Welke helende factor van Yalom betekent dat groepsleden zowel helper als geholpene zijn?

Helper en geholpene tegelijk.

64
New cards

Waarom is anderen helpen belangrijk voor het zelfbeeld?

Het versterkt het positieve zelfbeeld.

65
New cards

Welke helende factor van Yalom verwijst naar perspectief en vooruitgang?

Het wekken van hoop.

66
New cards

Welke helende factor van Yalom draagt bij aan het welbevinden van groepsleden?

Humor.

67
New cards

Waarom werken met groepen een veilig leerklimaat biedt?

Omdat deelnemers kunnen experimenteren met nieuw gedrag.

68
New cards

Welke preventieve werking hebben groepen?

Problemen kunnen tijdig worden aangepakt.

69
New cards

Hoe helpen groepen bij het doorbreken van isolement?

Door verbondenheid en erkenning te bieden.

70
New cards

Waarom zijn lotgenoten belangrijk?

Ze bieden herkenning en erkenning.

71
New cards

Waarom is informatieoverdracht in groep efficiënt?

Omdat meer groepsbesef en betrokkenheid ontstaan.

72
New cards

Wat is groepsafweer?

Weerstand die voortkomt uit angst, onzekerheid en bedreiging.

73
New cards

Waarmee houdt groepsafweer verband?

Gevoelens van bedreiging, onzekerheid en angst.

74
New cards

Waarop moet de begeleider letten bij groepsafweer?

Op achterliggende gevoelens en angsten.

75
New cards

Welke factoren bevorderen groepsontwikkeling?

Structuur, veiligheid, vertrouwen, open communicatie en positieve bekrachtiging.

76
New cards

Waarom zijn evaluatiemomenten belangrijk?

Om de groepsontwikkeling te ondersteunen.

77
New cards

Waarom moet kritiek serieus genomen worden? Omdat ze kan bijdragen aan verbetering.

78
New cards

Welke factoren remmen groepsontwikkeling af?

Gebrek aan structuur, onduidelijke afspraken, onvoldoende veiligheid en slechte communicatie.

79
New cards

Wat kan een vicieuze cirkel veroorzaken in groepen?

Onmacht en frustratie.