Marketing en Economie Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/146

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards van marketingtermen, economische begrippen en organisatiestructuren gebaseerd op de verstrekte collegedictaten.

Last updated 2:03 PM on 6/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

147 Terms

1
New cards

Abstracte markt

Contact tussen vraag en aanbod waaruit een prijs ontstaat, zonder dat vragers en aanbieders elkaar op een bepaalde plaats tegenkomen.

2
New cards

Concrete markt

(Aanwijsbare) plaats waar vragers en aanbieders samenkomen en koopovereenkomsten sluiten.

3
New cards

Consumentenmarkt

Alle potentiële afnemers die producten kopen voor gebruik of verbruik ter bevrediging van de behoeften in de privésfeer van individuele afnemers en/of gezinshuishoudingen.

4
New cards

Inkoopmarkt

Markt waarop een organisatie grond- en hulpstoffen, materialen, onderdelen en/of diensten koopt die noodzakelijk zijn om haar producten te kunnen produceren.

5
New cards

Kopersmarkt

Marktsituatie waarbij de afnemers een sterkere positie hebben dan de aanbieders, omdat de aangeboden hoeveelheid de gevraagde hoeveelheid overtreft.

6
New cards

Producenten

Organisaties die producten maken van materialen die ze kopen op de inkoopmarkt.

7
New cards

Veiling

Openbare verkoping van goederen die meestal ter plaatse aanwezig zijn.

8
New cards

Verkopersmarkt

De marktsituatie waarbij de aanbieders een sterkere positie hebben dan de afnemers, omdat de vraag het aanbod overtreft.

9
New cards

Aanbod

Totaal aan producten dat in een bepaald geografisch gebied op een bepaald moment of gedurende een bepaalde periode wordt aangeboden.

10
New cards

Vraag

Totaal aan producten dat op een bepaalde markt op een bepaald moment of gedurende een bepaalde periode wordt gevraagd.

11
New cards

Afzet

Wat verkocht wordt of hetgeen verkocht wordt.

12
New cards

Bezitsgraad

Kengetal waarmee het werkelijke aantal afnemers in relatie tot het potentiele aantal afnemers wordt weergegeven dat ten minste één exemplaar van een bepaald duurzaam product of merk op een bepaald moment of in een bepaalde periode in gebruik of in bezit heeft.

13
New cards

Break-evenanalyse

Bepaling van de kritische omvang van productie en verkoop, waarbij de totale opbrengsten van die hoeveelheid producten (tegen een bepaalde verkoopprijs) exact gelijk zijn aan de totale productie- en verkoopkosten van die hoeveelheid (totale kosten=totale opbrengsten\text{totale kosten} = \text{totale opbrengsten}).

14
New cards

Marktpotentieel

Totaal van de potentiële vraag en de actuele vraag.

15
New cards

Omzet

Wat verkocht is, uitgedrukt in een hoeveelheid geld.

16
New cards

Penetratiegraad

Kengetal waarmee het aantal afnemers in verhouding tot het marktpotentieel wordt aangegeven dat een bepaald niet-duurzaam product of merk in een bepaalde periode ten minste één keer heeft gekocht.

17
New cards

Arbeid

Het verrichten van bezigheden die nut hebben voor diegene die de arbeid verricht, voor zijn of haar naaste omgeving en/of voor de maatschappij als geheel.

18
New cards

Crowdfunding

Vorm van financiering waarbij ondernemers en stichtingen maar ook particulieren een beroep doen op het publiek (‘the crowd’) om hun kredietbehoefte ingevuld te krijgen.

19
New cards

Dividend

Vorm van inkomen uit kapitaal en ondernemerschap doordat iemand een aandeel of aandelen heeft in een bedrijf.

20
New cards

Huur

Vergoeding voor het gebruiken van een pand (onroerend goed).

21
New cards

Investering

Opoffering in tijd, geld of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op de lange termijn wordt behaald.

22
New cards

Kapitaal

Totaal van de kapitaalgoederen waarin het vermogen van een onderneming is vastgelegd (en soms het vermogen van die onderneming zelf).

23
New cards

Kapitaalgoederen

Goederen waarmee je andere producten kunt maken.

24
New cards

Natuurlijke hulpbronnen

In de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn en onmisbaar zijn voor de levenskwaliteit van de mens.

25
New cards

Ondernemer

Persoon die iets onderneemt en daarmee een of andere maatschappelijke bijdrage levert (ook wel: zakenman, zakenvrouw of entrepreneur).

26
New cards

Pacht

Vergoeding van de pachter voor het gebruiken van een stuk grond.

27
New cards

Prestatiebeloning

Vast salaris met daarbovenop een extra salaris voor geleverde prestaties.

28
New cards

Rente

Vergoeding van de bank voor het gebruiken van het geld van de spaarder.

29
New cards

Salaris of loon

De beloning die een werknemer ontvangt omdat hij arbeid levert.

30
New cards

Winst

Beloning voor ondernemerschap.

31
New cards

Businessmarketing

Marketingactiviteiten van een organisatie die gericht zijn op andere organisaties; alle marketingactiviteiten die niet gericht zijn op particulieren.

32
New cards

Consumentenmarketing

Geheel van de activiteiten van een organisatie gericht op particulieren (consumenten).

33
New cards

Detaillistenmarketing

Marketing die zich samen met groothandelsmarketing op de eerste schakel in de distributie richt (ook wel: handelsmarketing).

34
New cards

Dienst

Niet-tastbare en relatief snel vergankelijke activiteit, waarbij tijdens de interactieve consumptie directe behoeftebevrediging centraal staat en er geen materiële bezitsvorming wordt nagestreefd.

35
New cards

Actiecommunicatie

Vorm van communicatie die als doel heeft om het gedrag van de doelgroep direct te beïnvloeden.

36
New cards

Contentmarketing

Manier om relaties met klanten aan te gaan en te onderhouden met behulp van multimedia.

37
New cards

Direct marketing

Vorm van marketing gericht op het verkrijgen en onderhouden van directe relaties tussen een aanbieder en de afnemers, gebaseerd op kennis van de individuele klanten.

38
New cards

E-marketing

Toepassen van internet en digitale technologieën om voor de marketing geformuleerde doelstellingen te halen.

39
New cards

Experiencemarketing

Marketingtechniek waarmee getracht wordt de klant het onderscheidend vermogen van een product te laten ‘ervaren’.

40
New cards

Relatiemarketing

Vorm van marketing waarbij het gaat om het opbouwen, onderhouden en versterken van duurzame en interactieve relaties met individuele afnemers.

41
New cards

Telemarketing

Vorm van marketing die systematisch gebruikmaakt van de telefoon als marketingcommunicatie-instrument.

42
New cards

Themacommunicatie

Communicatie met als doel om de kennis en affectie van de doelgroep te beïnvloeden.

43
New cards

Customer lifetime value

Contante waarde van de winst die op transacties met de desbetreffende klant zijn of worden behaald gedurende de totale periode van de relatie met die klant.

44
New cards

Customer relationship management

Wijze van ondernemen die het vervullen van individuele klantenwensen centraal stelt en gericht is op het creëren van wederzijds profijtelijke relaties via maatwerk.

45
New cards

Customer value

Geheel van de door de klant persoonlijk gewaardeerde mogelijkheden, voordelen, eigenschappen en het imago van een bepaald product, inclusief de relatie met de leverancier.

46
New cards

Decision making unit (DMU)

Tijdelijke of blijvende groep personen in een organisatie die zich bezighoudt met de aankoopbeslissing rondom een product.

47
New cards

Klantloyaliteit

Trouw van een klant aan een product, merk, leverancier of producent (ook wel: customer loyalty of klantentrouw).

48
New cards

Distributiespreiding

Verhouding tussen het aantal verkooppunten van een merkartikel en het totaal aantal verkooppunten van het betreffende product.

49
New cards

Marktbereik

Verhouding tussen de omzet in een merkartikel bij de ingeschakelde verkooppunten en de omzet in het betreffende product bij alle verkooppunten.

50
New cards

Cognitieve dissonantie

Conditie waarin de klant verkeert wanneer hij beschikt over een set attituden, kenniselementen en gedragingen die manifest onderling met elkaar in strijd zijn.

51
New cards

Consumentisme

Stroming onder consumenten met als belangrijkste doel het waarborgen en verbeteren van de rechten van de consument en het versterken van hun marktpositie.

52
New cards

Kennis van alternatieven

Kennis die een klant heeft als het om alternatieve producten of diensten gaat; beïnvloedt de onderhandelingspositie.

53
New cards

Klantenverloop

Vermindering van het aantal klanten dat aankopen doet bij jouw onderneming.

54
New cards

Klanttevredenheid

Mate waarin de uitkomsten van de relatie tussen aanbieder en afnemer overeenkomen met de verwachtingen van de afnemer.

55
New cards

Leveranciersvergelijking

Check van verschillende leveranciers op prijs, kwaliteit en leveringsbetrouwbaarheid (ook wel: vendor rating).

56
New cards

Perceptie

Mentale activiteit waarbij een individu sensorische prikkels selecteert, verwerkt en integreert tot een ervaring of betekenisvol beeld; omvat exposure, aandacht en begrip.

57
New cards

Verwachting

Vooronderstelling die een klant heeft bij aankoop; kan bij tegenvallen leiden tot ontevredenheid.

58
New cards

Aankoopgedrag

Onderdeel van het afnemersgedrag dat betrekking heeft op de feitelijke aankoop, de plaats en de frequentie.

59
New cards

Adoptie

Beslissing van afnemers om een nieuw product te accepteren door het aan te schaffen en te blijven gebruiken.

60
New cards

Besluitvormingsproces

Alle stappen van behoefteherkenning tot na-aankoopprocessen.

61
New cards

Black box-model

Model van niet-waarneembare mentale processen (zoals informatieverwerking) tussen stimuli en respons.

62
New cards

Consumentengedrag

Activiteiten van consumenten direct samenhangend met het verkrijgen, gebruiken en afdanken van producten.

63
New cards

Koopmotief

Rationele of emotionele beweegreden die voor de koper de drijfveer vormt voor de daadwerkelijke aankoop.

64
New cards

Hoge betrokkenheid

Situatie waarin een individu een specifiek object (product of merk) voor zichzelf in sterke mate relevant acht.

65
New cards

Lage betrokkenheid

Situatie waarin een individu een specifiek object (product of merk) voor zichzelf in geringe mate relevant acht.

66
New cards

Redundantie

Overbodigheid of overtolligheid bij de overdracht van met name schriftelijke informatie.

67
New cards

Selectieve blootstelling

Individuele selectie van stimuli waarmee een persoon wenst te worden geconfronteerd op basis van interesse.

68
New cards

Selectieve herinnering

Verschijnsel dat niet alle waargenomen informatie op een later tijdstip voor verwerking beschikbaar is; bewust of onbewust filteren.

69
New cards

Selectieve interpretatie

Subjectieve waarneming en uitleg van feiten onder invloed van eerder ingenomen opvattingen en attituden.

70
New cards

Selectieve perceptie

Verzamelterm voor het feit dat mensen niet alle informatie uit hun omgeving willen of kunnen verwerken.

71
New cards

Aspiratiegroep

Referentiegroep waarbij een individu zich graag zou willen aansluiten.

72
New cards

Associatiegroep

Referentiegroep waarmee een individu zich kan identificeren, zonder er per se deel van uit te maken.

73
New cards

Communicatie

Overdracht van informatie; proces van informatie-uitwisseling tussen personen, organisaties en apparatuur.

74
New cards

Dissociatiegroep

Referentiegroep waarmee een individu zich niet wenst te identificeren of waartegen men zich wil afzetten.

75
New cards

Gedrag

Activiteiten in het menselijk organisme die kunnen worden waargenomen en geregistreerd.

76
New cards

Primaire groep

Groep uit de directe omgeving (gezin, vrienden) die de meeste directe invloed uitoefent op het gedrag.

77
New cards

Referentiegroep

Groep mensen die aanzienlijke invloed heeft op attituden en aankoopgedrag door associatie of vergelijking.

78
New cards

Rol

Geheel van normen, verwachtingen en gedragingen geassocieerd met een functionele positie binnen een groep.

79
New cards

Secundaire groep

Groep met minder directe invloed en minder frequent contact dan de primaire groep.

80
New cards

Cultuur

Geheel van waarden en normen die mensen aan elkaar doorgeven en die normaal gevonden worden.

81
New cards

Cultuurdrager

Zaak of persoon die een cultuur vertegenwoordigt, zoals helden, rituelen, waarden en symbolen.

82
New cards

Held

Iemand die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de samenleving of door wie men geïnspireerd wordt.

83
New cards

Ritueel

Handeling verricht tegen de achtergrond van een cultuur, vaak op feest- en gedenkdagen.

84
New cards

Symbool

Betekenisdrager gebruikt in logo’s, handelsmerken en reclame voor landen, provincies of bedrijven.

85
New cards

Waarde

Fundamentele opvatting van mensen en bedrijven om na te streven.

86
New cards

Waardecongruentietheorie

Theorie over de consistente verhouding tussen individuele waarden en de waarden ontleend aan objecten.

87
New cards

Behoefteconcurrentie

Concurrentie tussen verschillende behoeften van een bepaalde afnemer.

88
New cards

Concurrent

Aanbieder die zich op dezelfde groep potentiële afnemers richt.

89
New cards

Generieke concurrentie

Concurrentie tussen verschillende producten die in eenzelfde behoefte voorzien.

90
New cards

Merkconcurrentie

Concurrentie tussen merken.

91
New cards

Productvormconcurrentie

Vorm van concurrentie die draait om verschillende technische verschijningsvormen.

92
New cards

Marktleider

Bedrijf met het grootste marktaandeel of de meeste omzet in een bepaalde branche.

93
New cards

Marktvolger

Bedrijf dat de marktleider volgt.

94
New cards

Nicher

Meestal klein bedrijf dat een heel specifiek deel van de markt bedient.

95
New cards

Fusie

Samengaan van twee partners (ook wel horizontale integratie).

96
New cards

Guerrillamarketing

Techniek om met beperkte middelen, lage kosten en hoge snelheid een groot resultaat te bereiken.

97
New cards

Inkoopcombinatie

Samenwerking in inkoop tussen gelijkwaardige detaillisten uit één branche.

98
New cards

Joint venture

Samenwerking van twee of meer onafhankelijke bedrijven op een bepaald gebied.

99
New cards

Kartel

Samenwerking tussen ondernemingen met afspraken om concurrentie op de markt te beperken.

100
New cards

Heterogene producten

Producten die op elkaar lijken, maar toch anders zijn.