1/38
40 vraag-en-antwoord flashcards in het Nederlands over kernbegrippen van de college-opname ‘Mucosaal immuunsysteem’.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke drie grote mucosale systemen onderscheiden we bij de mens/diersoorten?
Respiratoir (BALT), Gastro-intestinaal (GALT) en Urogenitaal (NALT/uro-mucosa).
Wat is het voornaamste doel van het mucosale immuunsysteem?
Beschermen tegen pathogenen terwijl tolerantie wordt behouden voor voedselantigenen en commensale microbiota.
Hoe groot is de oppervlakte van de menselijke darmmucosa ongeveer?
Ongeveer 3000 m² (recent herberekend).
Wat zijn de twee hoofdfuncties van het mucosale immuunsysteem?
1) Inductie van tolerantie voor voedingsantigenen/microbiota. 2) Inductie van protectieve immuniteit tegen pathogenen.
Welke twee soorten plaatsen onderscheidt men in GALT?
Inductieplaatsen (bv. Peyerse platen) en effectorplaatsen (bv. lamina propria, epitheel).
Noem drie typen georganiseerde lymfoïde aggregaten in de darm.
Peyerse platen, cryptopatches en geïsoleerde lymfoïde follikels.
Wat is de typische opbouw van de darmepitheelbarrière (drie lagen)?
Mucuslaag – Glycocalyx – Strakke verbindingen (tight junctions) tussen epitheelcellen.
Welke cel domineert numeriek in het dunne-darmepitheel?
Enterocyt (voor opname en vertering).
Welke epitheelcel is gespecialiseerd in mucusproductie?
Slijmbeker- of gobletcel.
Welke darmepitheelcel produceert antimicrobiële peptiden zoals defensinen?
Paneth-cel (voornamelijk in de dunne darmcrypten).
Welke zeldzame epitheelcel detecteert worminfecties en secreteert IL-25?
Tuft-cel.
Waarom heeft de dikke darm meer gobletcellen dan de dunne darm?
Er bevinden zich veel meer bacteriën; een dikke mucuslaag is nodig als bescherming en niche voor microbiota.
Welke drie barrièrereceptoren herkenningslagen moet een pathogeen successievelijk passeren?
Mucus – Glycocalyx – Tight junctions/epitheelcellen.
Welke cytokines werden in vitro verhoogd geproduceerd door varkensepitheelcellen na ETEC-infectie?
IL-8 (chemo-kine) en IL-6 (pro-inflammatoir cytokine).
Hoe heten de unieke epitheelcellen boven Peyerse platen verantwoordelijk voor antigeentransport?
M-cellen (microfold cells).
Noem twee kenmerken van een M-cel die opname van partikels faciliteert.
Weinig/geen microvilli en een basolaterale zak met immuuncellen, plus dunne mucus- en glycocalyxlaag.
Noem twee pathogenen die specifiek M-cellen gebruiken als ingang.
Salmonella spp. en Listeria monocytogenes.
Welke drie alternatieve routes kunnen antigeen de epitheelbarrière passeren buiten M-cellen om?
1) Dendritische cel-dendrieten tussen tight junctions, 2) Goblet-cell Associated Passage (GAP), 3) FcRn-gemedieerde transcytose van IgG-antigeencomplexen.
Wat zijn de drie professionele antigeenpresenterende cellen?
Dendritische cellen, macrofagen en B-cellen.
Welke professionele APC is in staat naïeve T-cellen te activeren?
Dendritische cel.
Wat zijn de drie signalen die een T-cel nodig heeft voor activatie?
1) MHC-peptide – TCR, 2) Co-stimulatie (CD80/86-CD28, CD40-CD40L), 3) Cytokines die differentiatierichting bepalen.
Welk cytokineprofiel induceert TH17-differentiatie in de darm?
IL-23 (van DC) en aanwezigheid van TGF-β/IL-6; resultaat is productie van IL-17A/F.
Welke functies vervult IL-17A in het darmepitheel?
Stimuleert mucus- en antimicrobiële peptideproductie, versterkt barrière.
Welk chemokinereceptor‐ligandpaar leidt immatuur DC naar de epitheelrand?
CCR6 op DC – CCL20 geproduceerd door epitheelcellen.
Welke receptor vervangt CCR6 tijdens DC‐maturatie voor migratie naar de lymfeknoop?
CCR7 (herkent CCL19/CCL21 in lymfevaten).
Welk integrine op geactiveerde T/B-cellen medieert homing naar de darm?
α4β7-integrine (bindt MAdCAM-1 op darmendotheel).
Welk chemokinereceptor herkent CCL25 en stuurt cellen naar de dunne darm?
CCR9.
Welk metaboliet, geproduceerd door darm-DC via retinal-aldehyde-dehydrogenase, induceert α4β7 en CCR9?
Retinoïnezuur (afkomstig uit vitamine A).
In welke immunoglobuline-klasse wordt in de darm voornamelijk ‘class switch’ uitgevoerd?
Naar IgA.
Beschrijf de structuur van secretorisch IgA.
Dimeer IgA verbonden via een J-chain en omgeven door een secretorische component afkomstig van de pIgR.
Welke receptor transporteert dimeer IgA door epitheelcellen naar het lumen?
Polymeer Ig-receptor (pIgR).
Noem twee belangrijkste functies van secretorisch IgA in het lumen.
Immune exclusion (voorkomen adhesie/kolonisatie) en intracellulaire/extrusie-neutralisatie van pathogenen.
Waarom is secretorisch IgA resistenter tegen proteasen dan serum-IgA?
De gebonden secretorische component beschermt tegen afbraak.
Welke Ig-klasse domineert in herkauwermelk i.p.v. IgA?
IgG1.
Wat is het verschil in lymfocyt-migratie als activatie plaatsvond in Peyerse platen versus mesenteriale lymfeknopen?
Peyerse-plaatactivatie stuurt hoofdzakelijk homing naar de dunne darm; activatie in de dikke darm/mesenteriale knoop stuurt cellen vooral naar de dikke darm.
Hoe draagt butyraat, gevormd na vezelrijke voeding, bij aan mucosale immuniteit volgens de muismodel-studie?
Het stimuleert de expansie van Tritrichomonas, verhoging van succinaat, activatie van tuftcellen → IL-25 → ILC2-activatie → IL-13 → toename mucus en tuftcellen (positieve feedback).
Wat is de rol van follicular helper T-cellen (Tfh) in Peyerse platen?
Bieden ‘help’ voor B-cellen in germinal centers, inclusief klasse-switch naar IgA.
Waarom worden gobletcellen betrokken bij antigeenpassage (GAP)?
Ze kunnen kleine oplosbare antigenen transcyteren naar lamina propria-APC’s terwijl ze mucus produceren.
Welke barrière-eiwitten vormen tight junctions?
Occludine, claudines en junctional adhesion molecules (JAM’s) vormen een eiwitcomplex dat paracellulaire doorgang verhindert.