Aardrijkskunde - Weer en Klimaat Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/58

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards over weer en klimaat, gebaseerd op de aardrijkskundelessen over meteorologische begrippen en fenomenen.

Last updated 10:28 PM on 6/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

59 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van weer?

Hoe het buiten nu is.

2
New cards

Wat wordt bedoeld met klimaat?

Gemiddeld weer over veel jaren.

3
New cards

Wat is de atmosfeer?

De luchtlaag om de aarde.

4
New cards

Wat is een weerelement?

Dingen die het weer bepalen.

5
New cards

Wat geeft de bewolkingsgraad aan?

Hoeveel wolken er zijn.

6
New cards

Wat is UV-straling?

Onzichtbare straling van de zon.

7
New cards

Wie zijn meteorologen?

Mensen die het weer voorspellen.

8
New cards

Wat is het KNMI?

De Nederlandse organisatie voor weeronderzoek.

9
New cards

Wat zijn klimaatfactoren?

Dingen die het klimaat beïnvloeden.

10
New cards

Wat is de definitie van breedteligging?

De afstand tot de evenaar.

11
New cards

Wat houdt hoogteligging in?

Hoe hoog een plek ligt.

12
New cards

Wat meet de Schaal van Celsius?

De temperatuur in graden Celsius.

13
New cards

Wat zijn isothermen?

Lijnen met dezelfde temperatuur.

14
New cards

Wat is de zonsinvalshoek?

De hoek waarmee de zon schijnt.

15
New cards

Wat is de aardas?

De lijn waar de aarde om draait.

16
New cards

Waar ligt de Kreeftskeerkring?

Op een lijn boven de evenaar.

17
New cards

Waar ligt de Steenbokskeerkring?

Op een lijn onder de evenaar.

18
New cards

Wat is luchtdruk?

De druk van de lucht.

19
New cards

Welk instrument meet de luchtdruk?

Een barometer.

20
New cards

In welke eenheid wordt de luchtdruk gemeten?

In Hectopascal.

21
New cards

Wat zijn isobaren?

Lijnen met dezelfde luchtdruk.

22
New cards

Wat voor weer tref je vaak aan in een lagedrukgebied?

Vaak regen en wind.

23
New cards

Wat voor weer tref je vaak aan in een hogedrukgebied?

Vaak droog en zonnig.

24
New cards

Wat is luchtcirculatie?

De beweging van lucht.

25
New cards

Waar liggen de tropen?

In een warm gebied rond de evenaar.

26
New cards

Waarvoor wordt de Schaal van Beaufort gebruikt?

Als schaal voor de windkracht.

27
New cards

Wat geeft de windrichting aan?

Waar de wind vandaan komt.

28
New cards

Wat is een windroos?

Een overzicht van windrichtingen.

29
New cards

Wat is aanlandige wind?

Wind die van zee naar land waait.

30
New cards

Wat is aflandige wind?

Wind die van land naar zee waait.

31
New cards

Wat meet de luchtvochtigheid?

Hoeveel water er in de lucht zit.

32
New cards

Wat is waterdamp?

Water in gasvorm.

33
New cards

Wat gebeurt er tijdens condenseren?

Waterdamp wordt water.

34
New cards

Wat gebeurt er tijdens verdampen?

Water wordt waterdamp.

35
New cards

Wat is stijgingsneerslag?

Regen die ontstaat door opstijgende warme lucht.

36
New cards

Wat is stuwingsneerslag?

Regen die ontstaat doordat lucht tegen een berg stijgt.

37
New cards

Wat is frontale neerslag?

Regen die ontstaat doordat warme en koude lucht botsen.

38
New cards

Welke kant van een berg is de loefzijde?

De natte kant.

39
New cards

Welke kant van een berg is de lijzijde?

De droge kant.

40
New cards

Wat is een front?

De grens tussen warme en koude lucht.

41
New cards

Wat is een regenschaduw?

Het droge gebied achter een berg.

42
New cards

Wat gebeurt er bij bevriezen?

Water wordt ijs.

43
New cards

Wat gebeurt er bij smelten?

IJs wordt water.

44
New cards

Wat betekent afstromen?

Dat water wegstroomt.

45
New cards

Wat betekent infiltreren?

Dat water in de grond zakt.

46
New cards

Wat is landijs?

IJs dat op land ligt.

47
New cards

Wat is zee-ijs?

Bevroren zeewater.

48
New cards

Wat wordt bedoeld met zonne-instraling?

De warmte en het licht van de zon.

49
New cards

Wat stelt de Wet van Buys Ballot?

Wind waait van hoge naar lage druk.

50
New cards

Wat is een tropische orkaan?

Een zware storm boven zee.

51
New cards

Wat is een Hurricane?

De Amerikaanse naam voor een tropische orkaan.

52
New cards

Wat is een Cycloon?

Een andere naam voor een tropische orkaan.

53
New cards

Wat is een tornado?

Een draaiende sterke wind.

54
New cards

Wat is een wervelwind?

Wind die ronddraait.

55
New cards

Wat is Tornado Alley?

Een gebied waar veel tornado's voorkomen.

56
New cards

Wat is een Supercell?

Een zware onweersbui met kans op tornado's.

57
New cards

Wat is hazard management?

Het voorkomen van schade door natuurrampen.

58
New cards

Wat is risicoperceptie?

Hoe gevaarlijk mensen iets vinden.

59
New cards

Wat is een evacuatie?

Het overbrengen van mensen naar een veilige plek.