Kaarten: Mondeling WIT 1 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/60

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:53 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

61 Terms

1
New cards

Wat is het derde kenmerk van een groep?

Een groepsstructuur.

2
New cards

Wat is groepsdynamica?

De invloed die mensen binnen een groep op elkaar uitoefenen.

3
New cards

Waar bevindt groepsdynamica zich?

Op het raakpunt van psychologie en sociologie.

4
New cards

Welke drie hoofdthema's staan centraal in groepsdynamica?

Individu, groep en samenleving.

5
New cards

Hoe wordt groepsdynamica ook genoemd?

De psychologie van de kleine groep.

6
New cards

Welke twee betekenissen heeft groepsdynamica?

De wetenschappelijke studie van groepen en de processen die zich in groepen afspelen met bijhorende interventies.

7
New cards

Wat onderzoekt groepsdynamica als wetenschappelijke studie?

Groepsontwikkeling, communicatie, leiderschap en feedbackmechanismen.

8
New cards

Wat betekent groepsdynamica als processen in groepen?

Het analyseren van groepen en gepaste interventies uitvoeren.

9
New cards

Wie is de grondlegger van de groepsdynamica?

Lewin.

10
New cards

Wat is interdependentie?

De verbondenheid van mensen door onderlinge afhankelijkheden.

11
New cards

Wat is een groep?

Twee of meer mensen die afhankelijk zijn van elkaar om doelen te bereiken, gemeenschappelijke uitgangspunten hebben en elkaar beïnvloeden.

12
New cards

Wat is het eerste kenmerk van een groep?

Directe interactie tussen de leden.

13
New cards

Wat is het tweede kenmerk van een groep?

Gezamenlijke uitgangspunten.

14
New cards

Wat is het vierde kenmerk van een groep?

Interdependentie.

15
New cards

Welke structuurkenmerken vertonen groepen?

Rollen, relaties en statusaspecten.

16
New cards

Wat betekent interdependentie binnen een groep?

Gebeurtenissen bij één groepslid hebben invloed op andere groepsleden.

17
New cards

Wat is een collectiviteit?

Een verzameling mensen met een gemeenschappelijk kenmerk maar te weinig interactie om een groep te vormen.

18
New cards

Geef voorbeelden van een collectiviteit.

Alle AHS-studenten, alle vredesactivisten en alle vegetariërs.

19
New cards

Wat is een sociale categorie?

Een verzameling mensen met een gemeenschappelijk kenmerk zonder echte verwantschap.

20
New cards

Geef voorbeelden van een sociale categorie.

Mannen, taxichauffeurs, jongeren en senioren.

21
New cards

Wat is een togetherness-situatie?

Een toevallige situatie waarin mensen samen aanwezig zijn.

22
New cards

Waarin kan een togetherness-situatie evolueren?

In een groep.

23
New cards

Welke vier soorten groepen onderscheidt men?

Primaire en secundaire groepen, formele en informele groepen, lidmaatschapsgroepen en referentiegroepen, ingroup en outgroup.

24
New cards

Wat zijn primaire groepen?

Groepen met persoonlijke en intieme relaties.

25
New cards

Hoe zijn relaties in primaire groepen?

Persoonlijk, spontaan en intiem.

26
New cards

Hoe groot is de sociale afstand in primaire groepen?

Klein.

27
New cards

Waarop beoordelen leden elkaar in primaire groepen?

Op persoonlijke eigenschappen.

28
New cards

Wat telt vooral in primaire groepen?

Wie je bent.

29
New cards

Hoe worden primaire groepen ook genoemd?

Psychegroepen.

30
New cards

Geef voorbeelden van primaire groepen.

Gezin en vriendengroep.

31
New cards

Wat zijn secundaire groepen?

Groepen met eerder formele en rationele relaties.

32
New cards

Hoe zijn relaties in secundaire groepen?

Koel, onpersoonlijk en formeel.

33
New cards

Hoe groot is de sociale afstand in secundaire groepen?

Groot.

34
New cards

Waarop beoordelen leden elkaar in secundaire groepen?

Op status en functies.

35
New cards

Wat telt vooral in secundaire groepen?

Wat je bent.

36
New cards

Hoe worden secundaire groepen ook genoemd?

Sociogroepen.

37
New cards

Geef voorbeelden van secundaire groepen.

Taakgroep en werkgroep.

38
New cards

Waarom mogen primaire groepen niet geromantiseerd worden?

Omdat ook daar conflicten en vijandigheid kunnen voorkomen.

39
New cards

Wanneer spreekt men van een informele groep?

Wanneer groepskenmerken impliciet zijn.

40
New cards

Welke kenmerken hebben informele groepen?

Eigen activiteiten, eigen doelen en geen organisatorische beperkingen.

41
New cards

Geef een voorbeeld van een informele groep.

Een vriendengroep.

42
New cards

Wanneer spreekt men van een formele groep?

Wanneer doelen en procedures door externe factoren worden bepaald.

43
New cards

Geef een voorbeeld van een formele groep.

Een werkgroep binnen een organisatie.

44
New cards

Wat is belangrijk bij formele en informele groepen?

Informele groepen kunnen formeel worden en formele groepen kunnen een informele structuur ontwikkelen.

45
New cards

Wat is een lidmaatschapsgroep?

Een groep waarvan je officieel lid bent.

46
New cards

Wanneer behoor je tot een lidmaatschapsgroep?

Wanneer je op de ledenlijst staat of aanwezig bent bij bijeenkomsten.

47
New cards

Betekent lid zijn automatisch actief participeren?

Nee.

48
New cards

Wat is een referentiegroep?

Een groep waaraan men participeert, wil participeren of net niet wil participeren.

49
New cards

Welke twee functies heeft een referentiegroep?

Vergelijkingsfunctie en normatieve functie.

50
New cards

Wat betekent de vergelijkingsfunctie?

Men vergelijkt zichzelf met anderen om het eigen gedrag te beoordelen.

51
New cards

Wat is een negatieve vergelijking?

Eigenschappen van een groep vermijden.

52
New cards

Wat is een positieve vergelijking?

Zo veel mogelijk op de groep willen lijken.

53
New cards

Wat betekent de normatieve functie?

De groep beloont of wijst af volgens de groepsnormen.

54
New cards

Waarom hebben referentiegroepen veel invloed?

Omdat mensen zich aanpassen aan hun waarden, normen en gedragingen.

55
New cards

Wat is een ingroup?

De groep waartoe men zichzelf rekent.

56
New cards

Wat is een outgroup?

De groep die als buitenstaander wordt beschouwd.

57
New cards

Wat gebeurt er bij stereotypering?

Ingroupleden worden als individuen gezien en outgroupleden als categorieën.

58
New cards

Wat benadrukken we tegenover de outgroup? De verschillen.

59
New cards

Wat benadrukken we binnen de ingroup?

De gelijkenissen.

60
New cards

Wat is een gevolg van bedreiging vanuit de outgroup?

Meer cohesie en solidariteit binnen de ingroup.

61
New cards

Nog leren (13)

Je hebt een begin gemaakt met het leren van deze termen. Hou vol!