1/60
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het derde kenmerk van een groep?
Een groepsstructuur.
Wat is groepsdynamica?
De invloed die mensen binnen een groep op elkaar uitoefenen.
Waar bevindt groepsdynamica zich?
Op het raakpunt van psychologie en sociologie.
Welke drie hoofdthema's staan centraal in groepsdynamica?
Individu, groep en samenleving.
Hoe wordt groepsdynamica ook genoemd?
De psychologie van de kleine groep.
Welke twee betekenissen heeft groepsdynamica?
De wetenschappelijke studie van groepen en de processen die zich in groepen afspelen met bijhorende interventies.
Wat onderzoekt groepsdynamica als wetenschappelijke studie?
Groepsontwikkeling, communicatie, leiderschap en feedbackmechanismen.
Wat betekent groepsdynamica als processen in groepen?
Het analyseren van groepen en gepaste interventies uitvoeren.
Wie is de grondlegger van de groepsdynamica?
Lewin.
Wat is interdependentie?
De verbondenheid van mensen door onderlinge afhankelijkheden.
Wat is een groep?
Twee of meer mensen die afhankelijk zijn van elkaar om doelen te bereiken, gemeenschappelijke uitgangspunten hebben en elkaar beïnvloeden.
Wat is het eerste kenmerk van een groep?
Directe interactie tussen de leden.
Wat is het tweede kenmerk van een groep?
Gezamenlijke uitgangspunten.
Wat is het vierde kenmerk van een groep?
Interdependentie.
Welke structuurkenmerken vertonen groepen?
Rollen, relaties en statusaspecten.
Wat betekent interdependentie binnen een groep?
Gebeurtenissen bij één groepslid hebben invloed op andere groepsleden.
Wat is een collectiviteit?
Een verzameling mensen met een gemeenschappelijk kenmerk maar te weinig interactie om een groep te vormen.
Geef voorbeelden van een collectiviteit.
Alle AHS-studenten, alle vredesactivisten en alle vegetariërs.
Wat is een sociale categorie?
Een verzameling mensen met een gemeenschappelijk kenmerk zonder echte verwantschap.
Geef voorbeelden van een sociale categorie.
Mannen, taxichauffeurs, jongeren en senioren.
Wat is een togetherness-situatie?
Een toevallige situatie waarin mensen samen aanwezig zijn.
Waarin kan een togetherness-situatie evolueren?
In een groep.
Welke vier soorten groepen onderscheidt men?
Primaire en secundaire groepen, formele en informele groepen, lidmaatschapsgroepen en referentiegroepen, ingroup en outgroup.
Wat zijn primaire groepen?
Groepen met persoonlijke en intieme relaties.
Hoe zijn relaties in primaire groepen?
Persoonlijk, spontaan en intiem.
Hoe groot is de sociale afstand in primaire groepen?
Klein.
Waarop beoordelen leden elkaar in primaire groepen?
Op persoonlijke eigenschappen.
Wat telt vooral in primaire groepen?
Wie je bent.
Hoe worden primaire groepen ook genoemd?
Psychegroepen.
Geef voorbeelden van primaire groepen.
Gezin en vriendengroep.
Wat zijn secundaire groepen?
Groepen met eerder formele en rationele relaties.
Hoe zijn relaties in secundaire groepen?
Koel, onpersoonlijk en formeel.
Hoe groot is de sociale afstand in secundaire groepen?
Groot.
Waarop beoordelen leden elkaar in secundaire groepen?
Op status en functies.
Wat telt vooral in secundaire groepen?
Wat je bent.
Hoe worden secundaire groepen ook genoemd?
Sociogroepen.
Geef voorbeelden van secundaire groepen.
Taakgroep en werkgroep.
Waarom mogen primaire groepen niet geromantiseerd worden?
Omdat ook daar conflicten en vijandigheid kunnen voorkomen.
Wanneer spreekt men van een informele groep?
Wanneer groepskenmerken impliciet zijn.
Welke kenmerken hebben informele groepen?
Eigen activiteiten, eigen doelen en geen organisatorische beperkingen.
Geef een voorbeeld van een informele groep.
Een vriendengroep.
Wanneer spreekt men van een formele groep?
Wanneer doelen en procedures door externe factoren worden bepaald.
Geef een voorbeeld van een formele groep.
Een werkgroep binnen een organisatie.
Wat is belangrijk bij formele en informele groepen?
Informele groepen kunnen formeel worden en formele groepen kunnen een informele structuur ontwikkelen.
Wat is een lidmaatschapsgroep?
Een groep waarvan je officieel lid bent.
Wanneer behoor je tot een lidmaatschapsgroep?
Wanneer je op de ledenlijst staat of aanwezig bent bij bijeenkomsten.
Betekent lid zijn automatisch actief participeren?
Nee.
Wat is een referentiegroep?
Een groep waaraan men participeert, wil participeren of net niet wil participeren.
Welke twee functies heeft een referentiegroep?
Vergelijkingsfunctie en normatieve functie.
Wat betekent de vergelijkingsfunctie?
Men vergelijkt zichzelf met anderen om het eigen gedrag te beoordelen.
Wat is een negatieve vergelijking?
Eigenschappen van een groep vermijden.
Wat is een positieve vergelijking?
Zo veel mogelijk op de groep willen lijken.
Wat betekent de normatieve functie?
De groep beloont of wijst af volgens de groepsnormen.
Waarom hebben referentiegroepen veel invloed?
Omdat mensen zich aanpassen aan hun waarden, normen en gedragingen.
Wat is een ingroup?
De groep waartoe men zichzelf rekent.
Wat is een outgroup?
De groep die als buitenstaander wordt beschouwd.
Wat gebeurt er bij stereotypering?
Ingroupleden worden als individuen gezien en outgroupleden als categorieën.
Wat benadrukken we tegenover de outgroup? De verschillen.
Wat benadrukken we binnen de ingroup?
De gelijkenissen.
Wat is een gevolg van bedreiging vanuit de outgroup?
Meer cohesie en solidariteit binnen de ingroup.
Nog leren (13)
Je hebt een begin gemaakt met het leren van deze termen. Hou vol!