LES 13 - Absolutisme en parlementaire monarchie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/23

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 7:08 PM on 6/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

24 Terms

1
New cards

democratie

het volk heeft de meeste macht

2
New cards

evolutie

(historische redeneerwijze): (geleidelijke) ontwikkelingen in de tijd → verandering

3
New cards

politieke revolutie

verandering in het politieke systeem

→ bv: meer inspraak voor het volk of het afzetten van de vorst, meestal als gevolg van een (gewelddadige) opstand

4
New cards

absolutisme

onbeperkte vorstelijke macht

5
New cards

staatsvorm

manier waarop de staat georganiseerd wordt, hoe de bevoegdheden/taken verdeeld zijn

6
New cards

parlementaire monarchie

de vorst deelt zijn macht met een parlement

7
New cards

absolutisme wanneer

1500 - 1789

8
New cards

Lodewijk XIV wanneer

1643 - 1715

9
New cards

stuarts 1

1603 - 1648

10
New cards

Cromwell

1648 - 1660

11
New cards

Stuarts 2

1660 - 1688

12
New cards

kenmerken koning (absolutisme)

  • plaatsvervanger van God

  • macht van God gekregen

  • alleen verantwoording aan God

  • bestuurt + maakt wetten + spreekt recht → geen scheiding der macht

  • staat boven de wet

13
New cards

kenmerken onderdanen (absolutisme)

  • moeten gehoorzamen → geen vrijheid

  • geen kritiek mogelijk → geen vrije menings uiting

14
New cards

Lodewijk XIV bestuurt efficiënt en zonder adel (kenmerken)

  • bekwame medewerkers → beroepsleger en (betaalde) ambtenaren

  • beter inning belastingen

  • meer inkomsten

  • investeringen in de nijverheid

15
New cards

Adel in Versailles afgeleid door

  • voorrechten, erefuncties, geld

  • vermaak

  • aanbidden van de koning

16
New cards

Adel in Versailles afgeleid gevolg

verliezen aandacht voor politiek

17
New cards

Stuarts vorstelijk absolutisme (1603-1648)

burgeroorlog Karel I ←→ parlement → 1649 = Karel I onthoofd + Cromwell aan de macht → dictator

18
New cards

Stuarts vorstelijk absolutisme (1660-1688)

1688: Glorious Revolution → Willem III van Oranje

19
New cards

Declaration of Rights (1689)

verdeling macht

  • koning bestuurt (uitvoerende macht)

  • parlement maakt wetten (wetgevende macht)

20
New cards

staatsvorm Frankrijk

absolutisme

21
New cards

staatsvorm Engeland

parlementaire monarchie

→ MAAR: inspraak beperkt tot adel, geestelijke en burgerij dus eigenlijk geen echte democratie

22
New cards

Zonnekoning

aan zijn absolute macht en een zorgvuldig gekozen symbool: de zon → Louis XIV ziet zichzelf als het centrum van Frankrijk = ‘Létat, c’est moi’ (de staat dat ben ik)

23
New cards

ontstaan burgeroorlog in Engeland

ontstond door een botsing tussen koning Karel I en het Parlement over de staatsmacht en religie. Karel regeerde als absoluut vorst (met goddelijk recht) en eiste onafhankelijk geld, terwijl het Parlement eiste dat de vorst zich aan de wet hield

24
New cards

Declaration of Rights (1689)

de koning moet zijn macht delen met het parlement → de koning bestuurt en het parlement maakt de wetten