1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
democratie
het volk heeft de meeste macht
evolutie
(historische redeneerwijze): (geleidelijke) ontwikkelingen in de tijd → verandering
politieke revolutie
verandering in het politieke systeem
→ bv: meer inspraak voor het volk of het afzetten van de vorst, meestal als gevolg van een (gewelddadige) opstand
absolutisme
onbeperkte vorstelijke macht
staatsvorm
manier waarop de staat georganiseerd wordt, hoe de bevoegdheden/taken verdeeld zijn
parlementaire monarchie
de vorst deelt zijn macht met een parlement
absolutisme wanneer
1500 - 1789
Lodewijk XIV wanneer
1643 - 1715
stuarts 1
1603 - 1648
Cromwell
1648 - 1660
Stuarts 2
1660 - 1688
kenmerken koning (absolutisme)
plaatsvervanger van God
macht van God gekregen
alleen verantwoording aan God
bestuurt + maakt wetten + spreekt recht → geen scheiding der macht
staat boven de wet
kenmerken onderdanen (absolutisme)
moeten gehoorzamen → geen vrijheid
geen kritiek mogelijk → geen vrije menings uiting
Lodewijk XIV bestuurt efficiënt en zonder adel (kenmerken)
bekwame medewerkers → beroepsleger en (betaalde) ambtenaren
beter inning belastingen
meer inkomsten
investeringen in de nijverheid
Adel in Versailles afgeleid door
voorrechten, erefuncties, geld
vermaak
aanbidden van de koning
Adel in Versailles afgeleid gevolg
verliezen aandacht voor politiek
Stuarts vorstelijk absolutisme (1603-1648)
burgeroorlog Karel I ←→ parlement → 1649 = Karel I onthoofd + Cromwell aan de macht → dictator
Stuarts vorstelijk absolutisme (1660-1688)
1688: Glorious Revolution → Willem III van Oranje
Declaration of Rights (1689)
verdeling macht
koning bestuurt (uitvoerende macht)
parlement maakt wetten (wetgevende macht)
staatsvorm Frankrijk
absolutisme
staatsvorm Engeland
parlementaire monarchie
→ MAAR: inspraak beperkt tot adel, geestelijke en burgerij dus eigenlijk geen echte democratie
Zonnekoning
aan zijn absolute macht en een zorgvuldig gekozen symbool: de zon → Louis XIV ziet zichzelf als het centrum van Frankrijk = ‘Létat, c’est moi’ (de staat dat ben ik)
ontstaan burgeroorlog in Engeland
ontstond door een botsing tussen koning Karel I en het Parlement over de staatsmacht en religie. Karel regeerde als absoluut vorst (met goddelijk recht) en eiste onafhankelijk geld, terwijl het Parlement eiste dat de vorst zich aan de wet hield
Declaration of Rights (1689)
de koning moet zijn macht delen met het parlement → de koning bestuurt en het parlement maakt de wetten