Persoonlijkheidstheorie en -onderzoek – Kernbegrippen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/80

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze set bevat 90 kernbegrippen uit de collegereeks ‘Persoonlijkheidstheorie en -onderzoek’ (jaar 1, periode 5). De flashcards dekken de belangrijkste concepten, modellen en onderzoeksbevindingen uit de hoorcolleges en bijbehorende literatuur.

Last updated 12:50 PM on 6/28/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

81 Terms

1
New cards

Persoonlijkheidspsychologie

Vakgebied dat onderzoekt hoe mensen op elkaar lijken (natuur), van elkaar verschillen (individu/groep) en uniek zijn (idiografisch).

2
New cards

Niveau 1: Menselijke natuur

Universele benadering die zoekt naar eigenschappen die alle mensen delen.

3
New cards

Niveau 2: Individuele & groepsvariatie

Nomothetische benadering gericht op verschillen tussen personen of groepen.

4
New cards

Niveau 3: Individuele uniciteit

Idiografische benadering die de unieke persoonlijkheid van één individu beschrijft.

5
New cards

Persoonlijkheid

Consistente individuele verschillen in gedrag, gedachten en gevoelens over situaties en tijd.

6
New cards

3 G’s

Gedragingen, Gedachten en Gevoelens – de bouwstenen van persoonlijkheid.

7
New cards

Variantieanalyse

Statistische toets om te bepalen of er significante individuele verschillen (variantie) bestaan.

8
New cards

Situatieselectie

Tendens om situaties te kiezen die passen bij de eigen persoonlijkheid.

9
New cards

Situatie-evocatie

Het uitlokken of vormen van situaties door iemands gedrag en persoonlijkheid.

10
New cards

Empirische strategie

Vragenlijstconstructie op basis van geobserveerde item-variabele verbanden.

11
New cards

Factor-analytische strategie

Selecteert items aan de hand van factoranalyse om onderliggende dimensies vast te stellen.

12
New cards

Rationele strategie

Itemkeuze op basis van theorie en logica (face validity).

13
New cards

Berustingsbias

Neiging om steeds hetzelfde antwoordpatroon te geven in vragenlijsten.

14
New cards

Sociale Wenselijkheidsschaal (SDS)

Meetinstrument om de mate van sociaal wenselijk antwoorden te schatten.

15
New cards

Typologische benadering

Indeling van mensen in discrete persoonlijkheidstypen (bv. introvert–extravert).

16
New cards

Dimensionale benadering

Beschouwt persoonlijkheid als continuüm van trekken in plaats van vaste types.

17
New cards

Vier humeuren

Klassieke indeling van Hippocrates/Galenus in sanguinisch, cholerisch, melancholisch, flegmatisch.

18
New cards

Somatotypes van Sheldon

Endo-, meso- en ectomorf koppelen lichaamsbouw aan persoonlijkheid (onvoldoende validiteit).

19
New cards

MBTI

Myers-Briggs Type Indicator; 16 types op basis van vier dichotomieën (geen sterke wetenschappelijke steun).

20
New cards

Lexicale benadering

Uitgangspunt dat belangrijke persoonlijkheidsverschillen in taal verankerd zijn (bijvoeglijk naamwoorden).

21
New cards

Factoranalyse

Statistische methode om sterk correlerende items tot één factor samen te voegen.

22
New cards

Big Five

Extraversie, Vriendelijkheid, Consciëntieusheid, Neuroticisme, Openheid voor Ervaring.

23
New cards

HEXACO

Model met zes dimensies: Integriteit, Emotionaliteit, Extraversie, Verdraagzaamheid, Consciëntieusheid, Openheid.

24
New cards

Age-Period-Cohort (APC)

Drie verstrengelde bronnen van verandering: leeftijd, historische periode en geboortecohort.

25
New cards

Longitudinale studie

Onderzoekt dezelfde personen herhaaldelijk door de tijd (leeftijdeffect).

26
New cards

Cross-sectionele studie

Vergelijkt verschillende leeftijds- of cohorten op één meetmoment.

27
New cards

Maturatieprincipe

Leeftijdsgerelateerde toename van adaptieve trekken zoals consciëntieusheid.

28
New cards

Social Investment Theory

Persoonlijkheidsverandering volgt uit het aannemen van volwassen rollen.

29
New cards

Persoonlijkheidscoherentie

Continuïteit van onderliggende trekken ondanks veranderende gedragsvormen.

30
New cards

Erfelijkheid (h²)

Proportie variantie in een eigenschap toegeschreven aan genetische verschillen.

31
New cards

Gedeelde omgeving (c²)

Omgevingsinvloeden die gezinsleden gelijk maken.

32
New cards

Unieke omgeving (e²)

Individuele ervaringen die gezinsleden van elkaar doen verschillen.

33
New cards

Selectieve teelt

Dierstudie-methode: fokken op specifieke eigenschappen om genetische invloed te testen.

34
New cards

Tweelingonderzoek

Vergelijkt overeenkomsten van monozygote en dizygote tweelingen om h², c², e² te schatten.

35
New cards

Adoptieonderzoek

Vergelijkt geadopteerden met biologische en adoptieve ouders om genetische en omgevingsinvloed te scheiden.

36
New cards

Gen-omgevingsinteractie

Effect van genen hangt af van de omgeving (en omgekeerd).

37
New cards

Passieve gen-omgevingscorrelatie

Ouders geven zowel genen als bijpassende omgeving door.

38
New cards

Evocatieve gen-omgevingscorrelatie

Iemands genetisch beïnvloede gedrag roept specifieke reacties van de omgeving op.

39
New cards

Actieve gen-omgevingscorrelatie

Individu zoekt omgevingen die passen bij de eigen genetische aanleg.

40
New cards

Interseksuele selectie

Partnerkeuze op basis van aantrekkelijke eigenschappen voor het andere geslacht.

41
New cards

Inclusive fitness

Evolutionair voordeel door bevordering van genen in verwanten, niet alleen eigen nakomelingen.

42
New cards

Frequentie-afhankelijke selectie

Voortplantingsvoordeel van een eigenschap hangt af van haar frequentie in de populatie.

43
New cards

Mentale vaardigheid (g-factor)

Algemene cognitieve capaciteit die prestaties op verschillende taken voorspelt.

44
New cards

Emotionele intelligentie

Vermogen om emoties accuraat te herkennen, gebruiken en reguleren.

45
New cards

Dispositionele intelligentie

Kennis en redeneervermogen over persoonlijkheidstrekken van jezelf en anderen.

46
New cards

Flynn-effect

Gemiddelde wereldwijde stijging van IQ-scores met ca. 3 punten per decennium sinds 1930.

47
New cards

PAKSOC/RIASEC

Zes interesse-domeinen: Praktisch, Analytisch, Kunstzinnig, Sociaal, Ondernemend, Conventioneel.

48
New cards

Prediger-dimensies

Hoofddimensies Beroepsinteresse: Mensen vs Dingen, Data vs Ideeën.

49
New cards

Consistentie (interesseprofiel)

Aangrenzende RIASEC-letters hebben vergelijkbare scores, tegenovergestelde letters niet.

50
New cards

Differentiatie (interesseprofiel)

Mate waarin enkele interesses duidelijk hoger zijn dan andere.

51
New cards

Congruentie (interesse-werk)

Overeenkomst tussen interesses en eisen/activiteiten van een beroep.

52
New cards

Existentiële filosofie

Denkrichting die vrijheid, verantwoordelijkheid en zingeving centraal stelt.

53
New cards

Volledig functionerende persoon

Rogeriaans ideaal: open voor ervaring, zelfacceptatie, creatief en in harmonie met anderen.

54
New cards

Echtheid (therapeut)

Oprechte, niet-rolspelende houding van de therapeut in de behandelrelatie.

55
New cards

Afweermechanisme

Onbewust psychisch proces dat dreigende gedachten of impulsen buiten bewustzijn houdt.

56
New cards

Coping

Bewuste strategieën om met stress om te gaan.

57
New cards

Emotieregulatie

Proces van beïnvloeden welke emoties men ervaart en uit.

58
New cards

Id

Onbewust deel dat streeft naar directe behoeftebevrediging.

59
New cards

Ego

Bemiddelaar die realistische manieren zoekt om Id-behoeften te vervullen binnen sociale regels.

60
New cards

Superego

Innerlijk moreel geweten dat gedrag toetst aan idealen en normen.

61
New cards

Onbewuste

Psychisch domein met gedachten en verlangens buiten directe bewustwording.

62
New cards

Schizotypische persoonlijkheidsstoornis

Patroon van sociale ongemakkelijkheid, excentriek gedrag en cognitieve vervormingen.

63
New cards

Antisociale persoonlijkheidsstoornis

Duurzaam patroon van onverschilligheid voor rechten van anderen, impulsief en crimineel gedrag.

64
New cards

Narcistische persoonlijkheidsstoornis

Grandioos gevoel van eigenbelang, behoefte aan bewondering, gebrek aan empathie.

65
New cards

Borderline persoonlijkheidsstoornis

Instabiele relaties, emoties en zelfbeeld, sterke impulsiviteit.

66
New cards

Vermijdende persoonlijkheidsstoornis

Sociaal geremd gedrag door gevoelens van inadequaatheid en angst voor afwijzing.

67
New cards

Obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis

Perfectionisme, controlebehoefte en rigiditeit ten koste van flexibiliteit en efficiency.

68
New cards

Dimensionele diagnostiek

DSM-5-alternatief dat persoonlijkheidsstoornissen langs continuüm van trekken beoordeelt.

69
New cards

Cross-culturele psychologie

Vergelijkt psychologische processen over verschillende culturen om universaliteit te testen.

70
New cards

Cultuurpsychologie

Bestudeert hoe cultuur zelf persoonlijkheid en gedrag vormt; nadruk op verschillen.

71
New cards

Schwartz Waardenmodel

Tien universele waarden geordend langs openheid vs conservatisme en zelftranscendentie vs zelfversterking.

72
New cards

Oost-West model

Contrast tussen individualistische, analytische westerse en collectivistische, holistische oosterse culturen.

73
New cards

Interpretatiehiërarchie

Culturele voorkeuren voor analyseniveau: detail/analytisch versus geheel/holistisch.

74
New cards

Top-down model van cultuur

Cultuur beïnvloedt waarden, cognities, identiteit en uiteindelijk gedrag van individuen.

75
New cards

Parasiet-stresstheorie

Lager extraversie-niveau in gebieden met hoge infectierisico’s ter beperking van ziekteoverdracht.

76
New cards

Zelfdeterminatietheorie

Intrinsieke motivatie floreert bij vervulling van Autonomie, Competentie en Verwantschap.

77
New cards

Flow

Toestand van totale betrokkenheid waarbij vaardigheden en uitdaging in balans zijn.

78
New cards

Mindfulness

Aandachtsgerichte, accepterende houding tegenover het huidige moment; matige klinische effecten.

79
New cards

Hedonisch geluk

Geluk als ervaren plezier en positieve emoties.

80
New cards

Eudemonisch geluk

Geluk als zinvol leven, persoonlijke groei en zelfontplooiing.

81
New cards

Set-point theorie van geluk

Stelling dat ieders geluk rond een genetisch bepaald basisniveau schommelt.