1/36
Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van de lessen Historische Methode, variërend van historiografische stromingen en bronkritiek tot concepten over tijd en sociale structuren.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
George Duby
Toonaangevend Frans mediëvist uit de Annales-traditie die geschiedenis omschreef als een "beperkte droom".
Nominalisme
De filosofische opvatting dat woorden verwijzen naar concepten en context in plaats van naar een objectieve werkelijkheid.
Publieksgeschiedenis
De vertaling van wetenschappelijk historisch onderzoek naar een breder publiek via media zoals monumenten, kunstwerken of tv-programma's.
Teleologie
Een denkkader waarbij het verleden wordt verklaard vanuit een vastgesteld eindpunt of doel in het heden of de toekomst.
Smithiaans liberalisme
Een teleologisch denkkader dat uitgaat van een continue progressie met volledige vrijheid als eindpunt.
Marxisme
Een teleologische visie die streeft naar een klasseloze maatschappij via een dialectisch proces van these en anti-these.
Moderniteitsparadigma
Het idee dat de moderniteit superieur is, gekenmerkt door industrialisatie, stedelijkheid, wetenschappelijke controle over de natuur en parlementaire democratie.
Stadialisme
Het idee dat alle beschavingen door eenzelfde typisch proces van vooruitgang of verschillende stadia van ontwikkeling moeten gaan.
Nostalgie
Een positieve waardering van het verleden die gepaard gaat met een negatieve waardering van het heden.
Benedict Anderson
Grondlegger van het concept dat een volk een "verbeelde gemeenschap" (imagined community) is.
Essentialisme
De overtuiging dat bepaalde kenmerken onveranderlijk bepalen of iemand tot een groep (zoals een natie) behoort.
Historisme
Een visie die de autonomie van het verleden respecteert, anachronismen vermijdt en streeft naar een neutrale beschrijving van de tijdgeest.
Wie es eigentlich gewesen
Beroemde uitspraak van Leopold von Ranke die de ambitie uitdrukt om het verleden te tonen zoals het eigenlijk gebeurd is.
Historische empathie
Het proberen doorgronden van de interne logica van een vroegere samenleving alvorens het verleden te verklaren.
Heuristiek
De fase in het historisch onderzoek waarin men bronnen verzamelt en de kwaliteit ervan onderzoekt.
Hermeneutiek
De kunst van de interpretatie, waarbij relevante en interessante vragen aan bronnen worden gesteld.
Témoignage involontaire
Concept van Marc Bloch waarbij de historicus inlichtingen ontwringt aan een bron die de maker niet bedoeld had te verschaffen.
Ambtelijke bronnen
Documenten geproduceerd door instellingen of personen die in een bepaalde functie handelen, zoals rekeningen, notulen en wetten.
Narratieve bronnen
Bronnen die een verhaal vertellen aan een publiek, zoals kronieken, brieven, dagboeken en fictie.
Materieel falsum
Een vervalsing waarbij de fysieke vorm (zoals materiaal of inkt) niet overeenkomt met de beweerde ontstaansperiode.
Intellectueel falsum
Een bron die qua uiterlijk echt is, maar waarvan de inhoudelijke boodschap bewust is vervalst of gelogen.
Pastiche
Een tussenvorm van kopie en origineel die verschillende kenmerken combineert, vaak bedoeld als parodie of artistieke spielerei.
Pseudo-Isodorische decretalen
Een negende-eeuwse verzameling vervalste pauselijke besluiten die als basis dienden voor het canonieke recht.
Herstellingskritiek
Onderdeel van de externe bronkritiek dat zoekt naar de oudste en meest originele tekst of toestand van een bron.
Oorsprongskritiek
Vorm van externe kritiek die onderzoekt door wie, waar en wanneer een bron tot stand is gekomen.
Anachronisme
Het projecteren van begrippen, waarden of zaken in een tijdperk waar ze nog niet bestonden of een andere betekenis hadden.
Gezagskritiek
Interne bronkritiek die onderzoekt of de auteur een ooggetuige was en over het nodige krediet beschikt.
Bevoegdheidskritiek
Interne bronkritiek die bekijkt of de auteur de feiten intellectueel kon vatten of begrijpen.
Rechtzinnigheidskritiek
Vorm van interne kritiek die onderzoekt of er sprake is van bewust verdraaide of verzwegen feiten.
Linguistic turn
Een wending in de geschiedschrijving waarbij bronnen worden geanalyseerd als taalkundige constructies in plaats van directe getuigenissen van de werkelijkheid.
Fernand Braudel
Historicus die de gelaagdheid van de tijd introduceerde: evenementiële, cyclische en structurele tijd.
Longue durée
De structurele tijd van de zeer lange termijn waarbij veranderingen traag tot nauwelijks waarneembaar zijn.
Thick description
Term van Clifford Geertz voor het ontcijferen van de diepere betekenis achter sociale praktijken en rituelen.
Habitus
Concept van Pierre Bourdieu voor geïnternaliseerde waarden en gedragscodes die het handelen van mensen onbewust beïnvloeden.
Contingentie
Het proces in de geschiedenis waarbij unieke contexten samenkomen door toevalligheden, waardoor de uitkomst fundamenteel onvoorspelbaar is.
Malthusiaans plafond
Het idee dat de bevolkingsgroei beperkt wordt door de draagkracht van het ecosysteem en de beschikbare middelen.
Actor Network Theory
Theorie van Bruno Latour die stelt dat objecten (materiële zaken) agency bezitten doordat ze onderdeel zijn van menselijke netwerken.