1/42
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is het Rb-eiwit en waarom is het belangrijk?
Het Retinoblastoma-eiwit (Rb) is een belangrijke tumorsuppressor die optreedt als een rem op de celcyclus.
In zijn actieve, niet-gefosforyleerde vorm bindt Rb aan transcriptieregulatoren zoals E2F.
Hierdoor worden genen die nodig zijn voor de S-fase geblokkeerd.
De cel blijft daardoor in G1 en gaat niet delen.
Rb voorkomt dus dat cellen zonder toestemming de S-fase ingaan. Dit is essentieel om ongecontroleerde celgroei (kanker) te voorkomen.
Waar bevindt Rb zich en hoe werkt het in rusttoestand?
Rb zit in de kern van vrijwel alle gewervelde cellen.
In de rusttoestand (G0/G1) is Rb actief (niet gefosforyleerd). In deze toestand:
Bindt Rb aan transcriptieregulatoren zoals E2F.
Dit verhindert dat E2F de genen activeert die nodig zijn voor DNA-replicatie.
Gevolg: geen activatie van S-fase-genen, en de cel blijft in G1.
Kortom: Actief Rb = celcyclusblokkade.
Hoe zetten mitogenen de celcyclus in beweging?
Mitogenen zijn extracellulaire groeifactoren die de cel vertellen dat er gedeeld moet worden.
Wanneer een mitogeen bindt aan zijn receptor:
Wordt een intracellulaire signaalroute geactiveerd (bijv. Ras/MAPK).
Dit leidt tot activatie van transcriptie van cyclines en CDK’s.
Hierdoor worden G1- en G1/S-CDK’s geactiveerd (de exacte combinaties hoef je niet te kennen).
Deze CDK’s vormen de “startmotor” die nodig is om Rb te inactiveren.
→ Zonder mitogenen blijft Rb actief en staat de cel stil.

Hoe inactiveren CDK’s het Rb-eiwit?
Zodra mitogenen CDK’s activeren:
De actieve CDK’s fosforyleren het Rb-eiwit.
Fosforylatie verandert de conformatie (vorm) van Rb.
Hierdoor verliest Rb zijn vermogen om transcriptieregulatoren vast te houden.
Rb laat E2F los.
Gefosforyleerd Rb = inactief, en kan de celcyclus niet langer tegenhouden.
Wat gebeurt er wanneer E2F wordt vrijgelaten?
Zodra E2F vrijkomt van Rb:
Wordt E2F actief als transcriptiefactor.
Het activeert de expressie van genen die essentieel zijn voor de S-fase, zoals:
DNA-polymerasen
Nucleotide-synthese-enzymen
S-fase cyclines
Componenten van DNA-replicatiecomplexen
Dit leidt tot:
Start van DNA-replicatie
Instellingen van S-fase omgeving
Voorbereiding op celverdubbeling
E2F is dus de directe “schakelaar” die S-fase-genen aanzet.
Hoe zorgt E2F ervoor dat de cel de S-fase ingaat?
E2F activeert een reeks genen die:
Het DNA-replicatieapparaat opbouwen
De cyclines en CDK’s produceren die nodig zijn voor de S-fase
De synthese van nieuwe nucleotiden stimuleren
Hierdoor wordt de cel biochemisch klaargemaakt om DNA te verdubbelen.
Zodra deze genen worden afgelezen, schuift de cel van late G1 → S-fase.
Hoe leiden Rb-inactivatie en E2F-activatie tot celproliferatie?
Als Rb eenmaal is gefosforyleerd en E2F actief is, ontstaat een kettingreactie:
S-fase-genen worden geactiveerd.
DNA-replicatie start.
Cel gaat van G1 naar S.
Na S-fase volgen G2 en mitose.
De cel deelt.
Dus: Rb-inactivatie → E2F-activatie → celcyclus gaat verder → proliferatie.
Waarom verhindert actief Rb dat de cel in de S-fase komt?
Actief Rb sluit E2F als het ware op.
Zonder vrije E2F kan de cel geen enkel S-fase-gen aflezen.
De cel heeft dus niet de bouwstenen en enzymen om DNA te repliceren → geen S-fase, geen deling.
Rb fungeert als een “checkpoint”:
Zijn default = rem aan
Alleen bij juiste signalen (mitogenen) gaat de rem tijdelijk los
Wat zou er gebeuren als Rb permanent inactief is (bijv. bij kanker)?
Als Rb niet meer werkt, dan wordt E2F permanent actief, zelfs zonder mitogenen.
Gevolg:
S-fase-genen staan continu aan
DNA-replicatie stopt niet
Cel blijft ongecontroleerd delen
Hierdoor ontstaan tumoren
Daarom is het Rb-pad een van de meest verstoorde routes in menselijke kanker.
Wat is de G0-fase?
De G0-fase is een rustfase buiten de actieve celcyclus, waarin de cel:
niet deelt
geen voorbereiding voor deling treft
lage CDK-activiteit heeft
Rb ongefosforyleerd houdt → E2F blijft geblokkeerd → geen S-fase-genen
G0 is een aftakking vanuit G1, niet onderdeel van de cyclische G1–S–G2–M-cyclus.
Waarom gaat een cel G0 in?
Geen mitogenen (groeisignalen) → CDK’s blijven inactief.
Weinig nutriënten / stress.
Differentiatie (neuronen, spiercellen gaan permanent G0 in).
DNA-schade → cel stopt delen.
Wat zijn de kenmerken van G0-cellen?
Lage metabole activiteit maar niet “uitgeschakeld”
Geen DNA-replicatie, geen mitose
Ze voeren vaak gespecialiseerde functies uit (bv. neuronen: signaalgeleiding)
Cycline/CDK-activiteit zeer laag
Rb actief → blokkeert E2F → geen S-fase-transcriptie
Welke twee soorten G0 zijn er?
1. Reversibele G0 (tijdelijk)
Cellen kunnen terugkeren naar de cyclus.
Voorbeelden: hepatocyten, T-lymfocyten, fibroblasten.
Mitogeen → activeert CDK’s → fosforyleert Rb → E2F actief → terug naar G1.
2. Irreversibele G0 (terminal differentiatie)
Neuronen, cardiomyocyten, skeletspieren.
Deze cellen delen nooit meer → celcyclusmachinerie grotendeels afgebroken.
Hoe komt een cel weer uit G0?
Mitogeen bindt receptor.
Signaalroute activeert G1-CDK’s.
Rb wordt gefosforyleerd.
E2F komt vrij → activeert S-fase-genen.
Cel keert terug naar G1 → S-fase.
Wat gebeurt er in de G1-fase?
De G1-fase is de eerste fase na mitose.
Functies:
Cel groeit (proteïnen, organellen).
Controleert omgevingssignalen (voeding, groeifactoren).
Maakt eiwitten voor S-fase (cyclines, enzymen).
Grote beslissing: delen → G1 doorgaan → S-fase of stoppen → G0.
Uitkomstopties in G1
Verder naar S-fase
Tijdelijke stop (G0)
Permanente differentiatie (neuronen, spiercellen)
Wat is de rol van mitogenen en de rol van Rb en E2F bij de G1-fase
Regulatie: Mitogenen
Mitogenen activeren:
Cycline D–Cdk4/6
Cycline E–Cdk2
Deze fosforyleren Rb.
Rol van Rb en E2F
Actief Rb + E2F = rem op S-fase-genen
Gefosforyleerd Rb laat E2F los → E2F activeert genen voor DNA-replicatie → S-fase start
Wat gebeurt er in de S-fase?
De S-fase is de fase van DNA-replicatie:
Hele genoom wordt exact éénmaal gekopieerd
Nieuwe histonen gemaakt
Centrosomen worden gedupliceerd
Onvolledige replicatie activeert:
DNA-schaderespons → remt Cdc25
M-Cdk blijft inactief
→ geen mitose tot DNA volledig is

Hoe wordt de cel voorbereid of de S-fase in de G1-fase?
ORC zit altijd op de replicatieoorsprong
Cdc6 bindt ORC
Helicase MCM wordt geladen → pre-RC gemaakt
Dit complex is geladen maar inactief
Wat gebeurt er in de G2-fase?
De G2-fase volgt op DNA-replicatie.
Functies:
Cel groeit verder
Controleert of DNA volledig en correct is gerepliceerd
Repareert DNA-schade
Maakt mitose-eiwitten aan (condensines, tubuline, M-cyclines)
Wat gebeurt er in de M-fase en welke eiwitten spelen een rol?
De M-fase bestaat uit:
Mitose (kerndeling)
Cytokinese (cytoplasmadeling)
Belangrijkste eiwitten
M-Cdk = motor van mitose
Condensines = compact maken van chromatiden
Cohesines = houden zusterchromatiden bij elkaar
Kinesines/dyneïnes = beweging chromosomen
APC/C = degradeert M-cyclines → exit mitose


Welke cyclines en CDKs reguleren de celcyclus?
Fase | Cycline | Cdk | Functie |
|---|---|---|---|
G1 → S | Cycline D | Cdk4/6 | Activeert Rb → E2F komt vrij |
G1 → S | Cycline E | Cdk2 | Start S-fase |
S-fase | Cycline A | Cdk2 | Voortzetting replicatie |
G2 → M | Cycline B | Cdk1 | Start mitose |

Wat zijn CKI’s en hoe werken ze?
CKI’s blokkeren CDK’s zodat de celcyclus stopt.
INK4-familie
p15, p16, p18, p19
Remmen specifiek Cdk4/6
→ Rb blijft actief → cel blijft in G1/G0
CIP/KIP-familie
p21, p27, p57
Remmen breed Cdk2/Cdk1
→ blokkeren G1/S- en S-fase
Wat is p53 en hoe werkt het bij DNA-schade?
p53 = “guardian of the genome”
p53 wordt geactiveerd bij:
DNA-schade
oncogene stress
hypoxie
Functies
Activeert p21
Stopcelcyclus (G1/S of G2/M blokkade)
Stimuleert DNA-herstel
Bij zware schade → apoptose
Meer dan 50% van kankers heeft een TP53-mutatie.

Wat is p21 en wat doet het?
p21:
Wordt geactiveerd door p53
Remt:
Cdk2
Cdk4/6
Hierdoor blijft Rb actief
→ E2F blijft geblokkeerd
→ cel gaat NIET de S-fase in
Kort: p53 → p21 → CDK-rem → Rb actief → geen S-fase
Hoe reguleren Rb en E2F de G1/S-overgang?
In rust is Rb ongefosforyleerd → bindt E2F → remt S-fase-genen
Mitogeen → Cdk4/6 + Cdk2 fosforyleren Rb
Rb laat E2F los
E2F activeert genen voor DNA-replicatie
S-fase begint
Mutaties in Rb → controleverlies → kanker (retinoblastoom).
Wat zijn cycline-afhankelijke kinasen (CDK’s)? Wat doen ze?
Cycline-afhankelijke kinasen (CDK’s) zijn enzymen die andere eiwitten activeren of inactiveren door fosforylering.
Ze zijn essentieel voor de voortgang van de celcyclus.
Belangrijk:
CDK’s zijn altijd aanwezig in de cel.
Maar ze zijn alleen actief wanneer ze binden aan een cycline.
Elk actief cycline-CDK-complex stuurt een specifieke fase van de celcyclus aan (G1, S, G2, M).
CDK’s werken als moleculaire schakelaars die abrupt aan/uit gaan via fosforylering of de-fosforylering.
Wat zijn cyclines en waarom fluctueren ze?
Cyclines zijn regulatoreiwitten die CDK’s activeren.
Ze heten cyclines omdat hun concentratie:
langzaam stijgt door transcriptie
plotseling daalt door snelle afbraak via het APC/C-complex (ubiquitine → proteasoom)
Rol van cyclines:
binden aan CDK → activeren CDK
bepalen welke CDK’s op welk moment actief zijn
garanderen dat processen in de juiste volgorde plaatsvinden
Hoe worden cyclines gereguleerd?
Cyclines worden gereguleerd door twee complementaire processen:
Synthese op het juiste moment (transcriptie):
Elke cycline wordt pas aangemaakt wanneer de cel die nodig heeft.
G1-cyclines in G1
S-cyclines in S-fase
M-cyclines in G2/M
Gerichte afbraak (proteolyse):
Wanneer een fase is voltooid, worden cyclines snel opgeruimd via ubiquitinatie en afbraak in het proteasoom.
Dit voorkomt dat een Cdk te lang actief blijft.
De concentratie cycline in een cel is dus altijd een balans tussen synthese en afbraak.
Hoe worden CDK’s zelf aan/uit gezet?
CDK’s worden niet alleen gereguleerd door hoeveelheid cycline, maar ook door remmende en activerende fosfaten:
CDK’s bevatten remmende fosfaten → CDK blijft uit, ook al is het cycline aanwezig
Een specifieke fosfatase verwijdert deze remmende fosfaten → plots wordt CDK actief
Dit creëert abrupte, schakelachtige overgangen tussen fasen.
Hoe detecteert de cel DNA-schade?
Dubbelstrengs breuken (DSB):
→ herkend door MRN-complex → activeert ATM
Replicatiestress / enkelstrengs DNA:
→ herkend door RPA + ATRIP → activeert ATR
ATM en ATR activeren:
CHK1
CHK2
p53
Deze leiden tot celcyclusstop of apoptose.
Hoe veroorzaakt DNA-schade een celcyclusstop?
Via p53:
ATM/ATR fosforyleren p53 → p53 wordt stabiel
p53 activeert p21
p21 remt G1/S-CDK en S-CDK
DNA-replciatie wordt geblokkeerd → celcyclus stopt
In G2:
ATM/ATR remmen Cdc25 fosfatase → M-CDK blijft inactief → geen mitose
Wat is de invloed van DNA-schade op transcriptie?
Upregulatie van:
DNA-reparatiegenen (BRCA1/2, RAD51, GADD45)
CDK-remmers (p21)
Pro-apoptotische genen (PUMA, NOXA, BAX) bij ernstige schade
Downregulatie van:
Cyclines (E, A)
Cdk’s
E2F-doelgenen
Proliferatiegenen
Conclusie:
De cel schakelt van een proliferatief programma naar een herstel- of apoptoseprogramma.
Welke factoren zijn schadelijk voor DNA?
Chemisch:
Alkylating agents
Polycyclische koolwaterstoffen (PAK’s) uit rook
Nitrosamines
Mycotoxines (aflatoxine)
Fysisch:
UV → thymine-dimeren
Röntgen/gammastraling → dubbelstrengs breuken
Intern:
ROS (oxidatieve stress)
Replicatiefouten
Endonucleasen
Biologisch:
HPV, HBV (integratie → mutaties)
Wat is apoptose en waarom is het belangrijk?
Apoptose = geprogrammeerde celdood.
Functies:
verwijdert beschadigde of gevaarlijke cel
voorkomt kanker
vormt weefsels tijdens ontwikkeling
houdt weefsels in balans (homeostase)
Geen ontsteking, want cel valt netjes uiteen in apoptotic bodies.
Waarom moeten cyclines snel en specifiek afgebroken worden?
Cyclines moeten snel worden afgebroken omdat ze maar korte tijd actief mogen zijn.
Ze sturen de overgang tussen celcyclusfasen, dus als ze te lang blijven functioneren:
zou een Cdk onterecht actief blijven;
kan de cel te vroeg of te laat naar een volgende fase gaan;
kunnen fouten ontstaan zoals herreplicatie van DNA of vroegtijdige mitose;
verhoogt de kans op DNA-schade en oncogenese.
Cyclines zijn tijdelijke signalen. Zodra een fase voltooid is, moeten ze direct weg, zodat:
de celcyclus maar in één richting verloopt (onherroepelijke overgang);
fasen elkaar niet overlappen;
checkpoints hun signaal kunnen geven.
Daarom zijn cyclines professioneel kortlevende eiwitten: hoge synthese, hoge afbraaksnelheid.
Met welk mechanisme breekt de cel cyclines en andere celcyclus-eiwitten af?
Via het ubiquitine-proteasoom systeem:
Ubiquitinering:
Een doel-eiwit krijgt een keten van ubiquitines opgeplakt door E1-, E2- en vooral E3-ligases.
Polyubiquitinering = “label voor vernietiging”.
Herkenning door het proteasoom:
Het 26S-proteasoom bindt het gemarkeerde eiwit en trekt het in zijn holte.
Afbraak:
Het eiwit wordt in kleine peptiden geknipt en aminozuren worden gerecycled.
Zo verdwijnen cyclines snel, specifiek en gecontroleerd, wat essentieel is voor correcte fasen-overgangen.
Welke rol speelt APC/C bij de regulatie van cyclines?
APC/C (Anaphase-Promoting Complex) is een E3-ubiquitine-ligase dat:
Cyclines ubiquitineert, waardoor ze door het proteasoom worden afgebroken.
Vooral actief is in de overgang van metafase → anafase → G1.
Onmisbaar is om M-cycline op te ruimen.
Als cyclines niet tijdig worden afgebroken, wordt de celcyclus verstoord:
Cdk's blijven te lang actief
Overgangen worden niet afgerond
De cel kan niet een nieuwe cyclus ingaan
APC/C is dus essentieel voor een correct einde van de mitose.
Waarom is snelle afbraak van veel pas gemaakte eiwitten (zoals cyclines) geen energetische verspilling?
Antwoord:
Omdat:
de celcyclus extreem strak gereguleerd moet worden;
een verkeerde timing leidt tot DNA-schade, miscondenserende chromosomen, kanker;
de aminozuren gerecycled worden voor nieuwe synthese;
controle over de tijdelijkheid van signalen (zoals CDK-activiteit) belangrijker is dan een beetje energieverbruik.
Het is dus een nuttige investering om fouten te voorkomen.
Wat zijn de drie hoofdcontrolepunten van de celcyclus en wat controleren ze?
1. G1/S-controlepunt
Controleert of:
de omgeving goed is (groeifactoren, voedingsstoffen);
het DNA niet beschadigd is.
Bij DNA-schade:
p53 ↑ → p21 ↑ → remt Cdk → cel stopt of gaat naar G0.
2. G2/M-controlepunt
Controleert of:
al het DNA volledig is gerepliceerd;
er geen DNA-breuken zijn.
Indien schade:
Chk1/Chk2 remmen o.a. Cdc25, waardoor M-Cdk inactief blijft → cel blijft in G2.
3. Spindle assembly checkpoint (M-controlepunt)
Controleert of:
alle chromosomen correct aan het spoelfiguur vastzitten via hun kinetochoren.
Indien niet:
→ APC/C blijft inactief
→ geen separase activatie → geen anafase.

Hoe remt de cel de overgang van G1 naar S wanneer DNA beschadigd is?
DNA-schade activeert ATM/ATR
Deze activeren p53
p53 activeert p21 (Cdk-remmer)
p21 bindt aan G1/S-Cdk-complexen
DNA-replicatie wordt onmogelijk
Cel stopt → tijd voor herstel of apoptose
Het G1/S-checkpoint is het belangrijkste anti-kankersysteem van de cel.
Wat is Cdc25 en welke rol speelt het in voortgang van de celcyclus?
Cdc25 is een fosfatase dat remmende fosfaten verwijdert van Cdks.
Hierdoor wordt een Cdk-cyclin-complex volledig actief.
Cdc25 is essentieel voor:
G2 → M-overgang (M-Cdk activatie)
Minder uitgesproken: G1 → S
Zonder Cdc25 blijft M-Cdk remmend gefosforyleerd en komt de cel niet in mitose.
Wat zijn de vier grote manieren waarop de cel Cdk-activiteit reguleert?
Cycline niveaus
synthese (aanmaak)
proteolyse (afbraak via APC/C + proteasoom)
Fosforylatie
Remming: Wee1 voegt remmend fosfaat toe
Activatie: Cdc25 verwijdert remmend fosfaat
CDK inhibitor eiwitten (CDKI’s)
p21, p27 → binden als remhouders, blokkeren de activiteit
Externe en interne signalen
Extern: groeisignalen bepalen of cel in G1 → S mag
Intern: DNA-schade activeert p53 → p21 → CDK stop
Wat is een kinetochore en wat doen ze?
Een kinetochoor is een grote eiwitstructuur die zich op de centromeren van chromosomen vormt en dient als een hechtingspunt voor de mitotische spoelvezels. Deze structuur is essentieel voor het correct splitsen van chromosomen tijdens zowel de mitose als de meiose, waarbij het de verbinding tussen het chromosoom en de spoelvezels regelt om ervoor te zorgen dat elke dochtercel het juiste aantal chromosomen krijgt.
Locatie: Het kinetochoor assembleert op een gespecialiseerd deel van het chromosoom, het centromeer, dat ook wel de "insnoering" van een chromosoom wordt genoemd.
Verbinding: Het kinetochoor verbindt de chromosomen met de spoelvezels (microtubuli) van de mitotische spoel.
Chromosoomsegregatie: Tijdens celdeling (mitose en meiose) hechten de kinetochoren van zusterchromatiden zich aan de spoelvezels die naar de tegenovergestelde polen van de cel wijzen.
Beweging: Wanneer de zusterchromatiden gescheiden worden, trekken de spoelvezels via de kinetochoren de chromatiden naar hun respectieve polen, wat zorgt voor een nauwkeurige verdeling van het genetisch materiaal over de twee nieuwe dochtercellen.
