Ontwikkelinglijn 3.0 Psychologie in de volwassenheid - Social Work

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards over de psychologie in de volwassenheid, de 8 ontwikkelingsstadia van Erikson, stress & coping (UCL), empathie vs. sympathie, en de professionele grondhouding (overdracht, tegenoverdracht, projectie, introspectie).

Last updated 8:49 PM on 9/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

Psychosociale ontwikkelingsstadia van Erikson

Een model van Erikson (1963) met 8 achtereenvolgende stadia gedurende de levensloop, waarin telkens een specifiek psychosociaal conflict en bijbehorende positieve en negatieve resultaten centraal staan.

<p>Een model van Erikson (1963) met 8 achtereenvolgende stadia gedurende de levensloop, waarin telkens een specifiek psychosociaal conflict en bijbehorende positieve en negatieve resultaten centraal staan.</p>
2
New cards

Vertrouwen versus wantrouwen

Het 1e stadium van Erikson (Geboorte - 1,5 jaar). Positief resultaat is het ontstaan van gevoelens van vertrouwen dankzij steun van de omgeving; negatief resultaat is angst en bezorgdheid met betrekking tot anderen.

3
New cards

Autonomie versus schaamte en twijfel

Het 2e stadium van Erikson (1,5 - 3 jaar). Positief resultaat is zelfstandigheid als verkenning wordt gestimuleerd; negatief resultaat betreft twijfels over zichzelf en gebrek aan onafhankelijkheid.

4
New cards

Initiatief versus schuldgevoel

Het 3e stadium van Erikson (3 - 6 jaar). Positief resultaat is het ontdekken van manieren om dingen in gang te zetten; negatief resultaat is schuldgevoel door gedrag en gedachten.

5
New cards

Vlijt versus minderwaardigheid

Het 4e stadium van Erikson (6 - 12 jaar). Positief resultaat is het ontwikkelen van een besef van het eigen kunnen; negatief resultaat omvat gevoelens van minderwaardigheid en geen gevoelens van competentie.

6
New cards

Identiteit versus identiteitsverwarring

Het 5e stadium van Erikson (Adolescentie). Positief resultaat is het bewustzijn van de eigen uniekheid en van de eigen rol in het verdere leven; negatief resultaat is het onvermogen om de juiste rollen in het leven te identificeren.

7
New cards

Intimiteit versus isolement

Het 6e stadium van Erikson (Vroege volwassenheid). Positief resultaat is de ontwikkeling van liefdevolle, seksuele relaties en hechte vriendschappen; negatief resultaat is angst voor relaties met anderen.

8
New cards

Generativiteit versus stagnatie

Het 7e stadium van Erikson (Middelbare volwassenheid). Positief resultaat is het besef van bijdrage aan de continuïteit van het leven; negatief resultaat is het bagatelliseren van de eigen activiteiten.

9
New cards

Integriteit versus wanhoop

Het 8e stadium van Erikson (Late volwassenheid). Positief resultaat is het besef van eenheid in wat men in het leven heeft bereikt; negatief resultaat is spijt vanwege gemiste kansen in het leven.

10
New cards

Utrechtse Coping Lijst (UCL)

Een vragenlijst met 47 items verdeeld over 7 subschalen die het doel heeft om het karakteristieke copinggedrag en de cognitieve/gedragsmatige strategieën van mensen bij probleem- of aanpassingssituaties in kaart te brengen.

11
New cards

Coping

De manier waarop iemand zowel gedragsmatig, cognitief als emotioneel reageert op omstandigheden die aanpassing vereisen.

12
New cards

Zelfeffectiviteit

De karaktereigenschap om vertrouwen te hebben in je eigen bekwaamheid.

13
New cards

Weerbaarheid

Een buffer tegen stress die bestaat uit een verzameling persoonskenmerken: control, challenge en commitment.

14
New cards

Empathie

Het vermogen om vast te stellen wat iemand anders denkt of voelt en met een passende emotie te reageren op zijn gedachten en gevoelens.

15
New cards

Sympathie

Het voelen van medelijden of bezorgdheid voor iemand anders zonder dat er sprake is van echt begrip voor of inleving in het gevoel van de ander.

16
New cards

Holding

Het bieden van begrenzing aan hevige gevoelens van de cliënt door het contact met de social worker.

17
New cards

Overdracht

Het herhalen van een relatie uit het verleden in het hier en nu, waarbij irrationele gevoelens door de cliënt worden overgedragen op de social worker.

18
New cards

Tegenoverdracht

Het verschijnsel waarbij irrationele gevoelens uit een relatie uit het verleden door de social worker worden overgedragen op de cliënt.

19
New cards

Projectie

De neiging om onze eigen verwachtingen te zien en te horen in het gedrag van de ander (niet per se afkomstig uit het verleden).

20
New cards

Introspectie

Zelfonderzoek waarbij je naar binnen kijkt en verantwoordelijkheid neemt voor je eigen gedachten en gevoelens.

21
New cards

Vijf basisvragen van introspectie

Vragen voor zelfonderzoek bij de hulpverlener: 1) Wat neem je waar? (waarneming), 2) Wat ervaar je? (registratie), 3) Wat denk je daarover? (evaluatie), 4) Wat wil je daarmee? (navigatie), 5) Wat doe je? (interventie).