1/17
Flashcards samengesteld uit de introductie van het co-schap Poliklinisch Werken en het college Pathofysiologie van Pijn (LUMC).
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Definitie van pijn volgens IASP (1979)
Pijn is een onaangename sensorische of emotionele ervaring (samenhangend met actuele of potentiële weefselbeschadiging of beschreven in termen van een dergelijke beschadiging).
Definitie van pijn volgens McCaffery (1979)
Pijn is dat wat de persoon die pijn ervaart zegt dat het is, en is aanwezig telkens wanneer hij of zij zegt dat het aanwezig is.
Acute pijn
Pijn die minder dan 1 maand duurt, een beschermende functie heeft, essentieel is voor overleving en vaak scherp, stekend of kloppend van aard is.
Chronische pijn
Pijn die langer duurt dan 3 maanden, geen beschermende functie heeft ('pain that kills'), vaak persisterend en intens is en een onduidelijke oorzaak kan hebben.
Nociceptieve pijn
Pijn veroorzaakt door actieve of dreigende weefselschade die leidt tot activering van de perifere nociceptoren.
Neuropathische pijn
Pijn veroorzaakt door een laesie of ziekte van het somatosensore zenuwstelsel (centraal of perifeer).
Aβ/δ-nociceptoren
Nociceptoren die verantwoordelijk zijn voor gelokaliseerde, onmiddellijke, 'first' of 'fast' (acute) pijn en een terugtrek-reactie veroorzaken.
C-nociceptoren
Nociceptoren die verantwoordelijk zijn voor meer diffuse, doffe, slecht gelokaliseerde, 'second' of 'slow' (persisterende) pijn.
Vier niveaus van pijn
Model bestaande uit: 1. Weefselbeschadiging (nociceptieve component), 2. Pijngewaarwording (waarneming door het CZS), 3. Pijnbeleving (ervaring o.i.v. psychische, sociale en spirituele factoren), en 4. Pijngedrag.
Perifere sensitisatie
Het proces bij chronificatie waarbij na weefselschade neuroinflammatoire mediatoren vrijkomen, nabijgelegen nociceptoren geworven worden en neuropeptides toenemen (neurogene inflammatie), wat leidt tot persisterend actieve nociceptoren.
Centrale sensitisatie
Het proces in de dorsale hoorn van het ruggenmerg waarbij herhaaldelijke input de NMDA-receptor activeert ('wind-up') en langdurige excitatie leidt tot structurele veranderingen en spontane activiteit.
Wind-up fenomeen
Activatie van de NMDA-receptor in de dorsale hoorn van het ruggenmerg door herhaaldelijke input van perifere zenuwen tijdens het proces van centrale sensitisatie.
Allodynie
Verhoogde gevoeligheid waarbij niet-pijnlijke stimuli als pijnlijk worden geïnterpreteerd als gevolg van sensitisatie van pijnbanen.
Hyperalgesie / Hyperesthesie
Een verhoogde gevoeligheid voor reeds pijnlijk ervaren stimuli als gevolg van sensitisatie en hyperexcitatie van pijnbanen.
Endogene pijnstilling
Een belangrijk mechanisme in de normale pijnperceptie (zoals placebo- en stress-geïnduceerde pijnstilling) dat bij chronische pijnsyndromen verstoord is door vermindering van pijninhibitie en toename van pijnfacilitatie.
EPA-1 (Poliklinisch Werken)
Entrustable Professional Activity waarbij de student onderdelen van een medisch consult (anamnese, lichamelijk onderzoek, diagnose en beleid) uitvoert in de context van poliklinisch werken.
EPA-4 (Poliklinisch Werken)
Entrustable Professional Activity gericht op het uitvoeren van medische verrichtingen, zoals het afnemen van een huidbiopt onder lokale anesthesie, hechten op de (P)OK en het kennen van steriliteitsprocedures.
KPF-vereisten (Toetsplan)
Minimaal 2 KPF's (Korte Praktijkbeoordelingen) per week aanleveren via het E-Journal, waarvan minimaal 1 vakspecifiek (EPA 1) en 1 uit de algemene lijst (EPA 2 en 3).