H7 - Postproductie, beeldtechnieken en audiotechnieken

0.0(0)
Studied by 4 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/24

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:44 PM on 1/22/24
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

25 Terms

1
New cards

Postproductie

  • Subtiele geluidseffecten geven extra informatie of gevoel bij scène

  • Muziek bepaalt sfeer scène

    • Zorgvuldig mee zijn

  • Muziek zorgt voor geheel

  • Foley Artist

2
New cards

Soorten cuts

  • Cut in action

  • Jump cuts

  • Cut Away

  • Cross cut

  • Freeze frame

  • Invisible cuts

3
New cards

Cut in action

Een cut die plaatsvindt middenin een actiemoment.

4
New cards

Jump cuts

Een cut waarbij een enkele clip in tweeën wordt geknipt, waardoor een sprong in de tijd ontstaat.

5
New cards

Cut Away

Het wegsnijden van actie om de aandacht op iets anders te vestigen.

6
New cards

Cross cut

Het afwisselen tussen verschillende scènes om spanning of contrast te creëren.

7
New cards

Freeze frame

Een stilstaand beeld door het bevriezen van een frame voor meerdere tellen.

8
New cards

Invisible cuts

Twee shots die naadloos in elkaar overgaan door middel van een goede cut.

9
New cards

On to: visual effects!

  • Visuele effecten digitaal gemaakt via software

  • Integratie

    • Live action beelden

      • Special effects

    • Gegenereerde beelden

      • Digitale of optische effecten

  • Dure, gevaarlijke, onpraktishce of tijdrovende zaken zijn makkelijk toe te voegen met visual effects

10
New cards

Special effects

  • Fysiek aanwezig op set

  • SFX, SX, FX

    • Illusies

    • Visuele mechanische trucs

    • Pyrotechnische trucs

11
New cards

Green key

  • Van nature geen groen in huidskleur

    • Uitdaging

      • Groene reflecties op onderwerp

    • Oplossing

      • Onderwerp zo ver mogelijk van achtergrond

12
New cards

Blue key

  • Van nature geen blauw in huidskleur

    • Uitdaging

      • Overal goed belichten met zo min mogelijk donkere schaduwen

    • Voordeel

      • Onderwerp krijgt geen spill → gedetailleerder keyen

13
New cards

Luminantie

  • Helderheidswaarde van een pixel

  • 10 Bits/pixel = 1000 combinaties

    • 0000000000

    • 0000001000

    • 0000000010

    • 1000000000

14
New cards

Chrominantie

  • Kleur van een pixel

  • Licht = 300.000 km/s

  • 3 karakteristieke eigenschappen

15
New cards

3 karakteristieke eigenschappen van chrominantie

  • Amplitude

    • Hoogte van de golf

      • Intensiteit of lichtsterkte

  • Frequentie

    • Golflengte

      • Verschil in frequentie ervaren we als kleur

        • Golven komen even snel maar gaan in breedte sneller of trager bewegen

  • Altijd eenzelfde snelheid

    • Tussen 400 nm en 700 nm golflengte

      • Zichtbaar licht

16
New cards

Additieve kleurmenging

  • Rood, groen en blauw

  • Meer kleuren → meer licht

  • Basissen samenvoegen → mengkleuren

  • Ontstaat

    • Menging van verschillende kleuren

      • → Wit licht

17
New cards

Subtractieve kleurmenging

  • Cyaan, magenta en geel (vaak ook zwart

  • Meer kleuren → donkerder

  • Ontstaat

    • Selectieve absorptie van wit licht door 1 of meerdere kleurstoffen

18
New cards

Kleurendriehoek

  • REC 709

    • Standaard kleurengamma voor beeldschermen en projectoren

      • Gebaseerd op kleurendriehoek

19
New cards

Kleur

  • 20 bits

    • 10 voor tint en 10 voor hoeveelheid

  • 10 bits (voor luminantie) + 20 bits (voor kleur) = 30 bits/pixel

  • Drie dingen beschrijven

    • Hoeveelheid licht

    • Tint van de kleur

    • Saturatie van de kleur

20
New cards

LUT (Look up Table)

  • LOG draaien

    • Voordeel

      • Veel invloed op dynamische range van beeld in postproductie

    • Nadeel

      • Geen zicht op beelden tijdens filmen

  • LUT

    • Filter bovenop beeld

21
New cards

Audiotechnologie

  • Audio = luchtdruk

    • Geluidsgolf

    • Golflengte

    • Amplitude

    • Periode = tijd van een golflengte

    • Frequentie = aantal cycli per seconde

    • 344m/sec

22
New cards

Frequentie of toonhoogte

  • Drukvariaties detecteerbaar als sneller dan 20 trillingen/seconde

  • Frequentie lager dan 20.000 trillingen/seconde om te kunnen horen

23
New cards

Amplitude of geluidssterkte

  • Groter drukverschil → luidere toon

  • Geluid = relatief traag

    • Looptijdverschillen

  • Langere afstand → langere reistijd → vertraging van het geluid

  • Geluidsdrempel

    • Min. 20 microPascal

    • Max. 20 Pascal

    • Ook afhankelijk van toonhoogte

24
New cards

SPL (Sound Pressure Level)

  • Uitgedrukt in dB

  • Logaritmische schaal voor ons gehoor

  • 140 dB is pijngrens (20 Pascal)

  • Voorbeeld:

    • Geluidsgolf A legt twee meter af

    • Geluidsgolf B legt vier meter af = 6dB minder dan A

    Geluidsdruk halveert als de afstand verdubbelt.

    • Persoon aan het eind van A ervaart het geluid dubbel zo luid of 6db luider dan persoon B.

    ————————————- A

    ————————————-————————————- B

25
New cards

Toepassing: optredens in open lucht

  • Line Array

    • Onderste speaker op voorste publiek

      • Korte afstand → mag relatief stil

    • Middelste speaker op mensen in het midden

      • Langere afstand → moet luider

    • Bovenste speaker op achterste publiek

      • Verre afstand → moet luider

  • Tweede line array

    • Delay tower

    • 0.2 seconde later geluid laten vertrekken

  • Ook op podium hangen line arrays