Klinische Psychologie, theme 2

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

31 Terms

1
New cards

Angst

Angst is een basisemotie die een fight-or-flight response van het autonome zenuwstelsel activeert.

2
New cards

3 componenten van algemene angst en paniek

  • cognitieve/subjectieve component: Betreft de gedachten van mensen die angst of paniek ervaren (bv. ā€˜ik ga doodā€™)

  • Fysiologische component: Dit omvat de lichamelijke reacties als gevolg van angst of paniek (bv. een verhoogde hartslag)

  • Gedragscomponent: Dit betreft het gedrag dat mensen tonen bij angst of paniek (bv. vluchten uit een beangstigende situatie)

3
New cards

Angstresponse

Dit is een complex mengsel van onaangename emoties en cognities

4
New cards

Angststoornis

Een psychische stoornis die wordt gekenmerkt door een overdreven of verhoogde staat van alertheid en gevoelens van bezorgdheid, angst en onzekerheid.

5
New cards

Verschillend soorten angststoornissen

  • specifieke fobieĆ«n

  • sociale angststoornis

  • paniek stoornis

  • obsessief-compulsieve stoornis (OCD)

  • posttraumatische stressstoornis (PTSS)

  • gegeneraliseerde angststoornis (GAD)

6
New cards

Wat is een fobie?

Een fobie is een aanhoudende en onevenredige angst voor een specifiek object of situatie die geen reƫel gevaar vormt , maar toch leidt tot het vermijden van deze situaties.

7
New cards

5 subgroepen van specifieke fobieƫn

  1. Situationele fobieƫn (liften, kleine ruimtes, etc)

  2. Bloed-injectie-letsel fobieƫn

  3. Dierenfobieƫn

  4. Natuurlijke omgevingsfobieƫn (hoogtes, oceanen, etc)

  5. Andere fobieƫn (de dood, kauwen, etc)

8
New cards

Definitie specifieke fobie

Een specifieke fobie is een sterke en aanhoudende angst die wordt geactiveerd door de aanwezigheid van een specifiek object of situatie.

9
New cards

DSM-V criteria: specifieke fobie

  1. Een duidelijke angst voor een specifiek object of een specifieke situatie, bv. spinnen of bloed.

  2. Het fobische object of de fobische situatie veroorzaakt vrijwel altijd onmiddellijke angst of bezorgdheid.

  3. Het fobische object of de fobische situatie wordt actief vermeden of met intense angst of bezorgdheid doorstaan.

  4. De angst, bezorgdheid of het vermijdingsgedrag veroorzaakt klinisch significante stress of een beperking in het sociale functioneren, beroepsmatige functioneren of andere belangrijke levensgebieden.

  5. De angst of bezorgdheid is niet in verhouden tot het werkelijke gevaar dat wordt veroorzaakt door het specifieke object of de specifieke situatie en tot de sociaal-culturele context.

  6. De angst, bezorgdheid of vermijdingsgedrag is aanhoudend en aanwezig gedurende meer dan 6 maanden.

  7. De stoornis kan niet beter worden verklaard door de symptomen van andere psychische stoornissen, zoals angst, bezorgdheid en vermijding van situaties die verband houden met paniekachtige symptomen of andere ongepaste symptomen; objecten of situaties die verband houden met obsessies; herinneringen aan traumatische ervaringen; scheiding van thuis of gehechtheid; of sociale situaties.

10
New cards

2 opvattingen over de ontwikkeling van een sociale fobie

  • Psychoanalytische voorsprong (Freud stelde dat een fobie een afweermechanisme is tegen angst die voortkomt uit onderdrukte ID-impulsen.

  • FobieĆ«n als aangeleerd gedrag

11
New cards

Voorbereidend leren / biologische voorbestemdheid

De ingebouwde aanleg om bepaalde angsten te leren.

12
New cards

Biologische voorbestemdheid ondersteund met 2 soorten bewijsen

  1. Wanneer een ā€˜angstrelevanteā€™ stimulus wordt gekoppeld aan een elektrische schok, ontwikkelen mensen sneller angst voor die stimulus en is de angst moeilijker uit te doven.

  2. Onderzoek met reus apen laat zien dat zowel mensen als primaten sneller een angstreactie ontwikkelen voor bepaalde stimuli dan voor andere. Apen die beelden zagen van andere apen die bang waren voor slangen, ontwikkelde zelf ook een angst voor slangen, maar dit gebeurde niet bij beelden van bange apen die konijnen of bloemen zagen.

13
New cards

niet-associatieve angstverwerving

Een innerlijke aanleg om angstreacties te ontwikkelen ter bescherming van zichzelf. Dit model stelt dat mensen op natuurlijke wijzen angst ontwikkelen voor biologisch relevante stimuli na vroege confrontaties, en dat deze angst weer verdwijnt bij herhaaldelijke blootstelling aan de stimuli.

14
New cards

Amygdala

De amygdala speelt een belangrijke rol bij de vorming en opslag van herinneringen die verband houden met emotionele gebeurtenissen.

  • (De amygdala geeft feedback aan de thalamus, die vervolgens een passende motorische reactie aanstuurt)

  • De activatie van de amygdala heeft een lineaire relatie met de subjectieve ervaring van angst.

15
New cards

ziektevermijdingsmodel

Het ziekte-vermijdingsmodel stelt dat bepaalde fobieƫn, zoals de angst voor kleine dieren, verband houden met een verhoogde gevoeligheid voor walging. Kleine dieren worden vaak geassocieerd met ziektes en besmettingen, en hun kenmerken kunnen herinneren aan factoren die besmetting of vuil aanduiden. Dit model suggereert dat fobieƫn voor deze dieren een evolutionaire functie hebben door het vermijden van potentiƫle ziektes en besmettingen, wat de overlevingskansen vergroot.

16
New cards

Exposuretherapie

patiƫnten worden op een gecontroleerde manier blootgesteld aan de stimulus of situatie die hun fobie veroorzaakt.

  • exposure therapie is de meest effectieve behandeling voor specifieke fobieĆ«n

17
New cards

Participantmodelling (variant van exposuretherapie)

De therapeut doet voor hoe iemand op een kalme manier met de gevreesde situatie of stimulus om kan gaan.

  • lijkt vaker effectiever dan exposuretherapie alleen, want patiĆ«nt kan direct leren dat de situatie niet zo eng is als gedacht

18
New cards

Systematische desensitisatie

(techniek gebruikt bij exposuretherapie)

De patiĆ«nt leert ontspanningstechnieken om rustig te blijven wanneer hij of zij wordt geconfronteerd met de angstige stimulus of situatie. ā€”> angstreactie wordt geleidelijk vervangen door een ontspanningsreactie.

  • bijzonder effectief voor angst voor kleine dieren, vliegangst, claustrofobie, en bloed- of letselgerelateerde fobieĆ«n.

19
New cards

Flooding

Hierbij wordt de patiƫnt direct en herhaaldelijk blootgesteld aan de meest angstaanjagende stimulus of situatie.

  • kan erg overweldigend zijn ā€”> patiĆ«nten stoppen met de behandeling en boeken geen resultaat

20
New cards

Sociale angststoornis (SAD)

Een belemmerende angst voor Ć©Ć©n of meerdere sociale of prestatiegerichte situaties.

Mensen met SAD zijn bang om beoordeeld of bekritiseerd te worden door anderen en zijn vaak bang om iets gĆŖnants of ongemakkelijks te doen.

21
New cards

2 subtypes sociale angststoornis

  1. Specifieke sociale situaties

    (bv. spreken in het openbaar of een presentatie geven).

  2. Algemene sociale situaties

    (bv. eten in het openbaar of deelnemen aan sociale interacties zonder specifieke taak)

22
New cards

DSM-V criteria: sociale fobie

  1. Een duidelijke angst voor Ć©Ć©n of meerdere sociale situaties, waarin iemand kan worden blootgesteld aan mogelijke kritische beoordelingen van anderen.

  2. De persoon is bang zich zo te gedragen (of angstsymptomen te vertonen) dat dit negatief beoordeeld wordt.

  3. De sociale situatie veroorzaakt bijna altijd onmiddellijke angst of spanning.

  4. De sociale situaties worden vermeden of met intense angst of spanning doorstaan.

  5. De angst, spanning of vermijding is aanwezig voor meer dan 6 maanden.

  6. De angst is niet in verhouding tot het daadwerkelijke gevaar van de situatie en de socioculturele context.

  7. De angst, spanning of vermijding veroorzaakt klinisch significante stress of beperkingen in sociale, professionele of andere belangrijke levensgebieden.

  8. De angst, spanning of vermijding komt niet door het effect van een middel of een medische aandoening.

  9. De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door een andere mentale stoornis.

  10. Als er een andere medische aandoening is, dan is de angst niet hieraan gerelateerd of buitensporig.

23
New cards

Gedragsremming (BI)

Verwijst naar kinderen die teruggetrokken, stil en angstig zijn in sociale of nieuwe situaties.

  • 50-70% erfelijk

  • risicofactor SAD

24
New cards

omgevingsfactoren die een grote rol spelen bij ontstaan SAD

  1. Opvoeding: de ouders van kinderen met SAD zijn vaak overbeschermend, vertonen minder warmte en zijn minder sociaal. Ze gebruiken vaan schaamte als disciplinaire methode.

  2. Kinderen die van nature teruggetrokken zijn, lopen een groter risico op het ontwikkelen van SAD. (teruggetrokkenheid op zichzelf is geen reden voor diagnose).

25
New cards

Behandelopties sociale angststoornis

  • Cognitieve gedragstherapie (CGT)

  1. exposure therapie: patiƫnten worden geleidelijk blootgesteld aan de gevreesde sociale situaties.

  2. sociale vaardigheidstraining: helpt patiƫnten meer zelfvertrouwen te krijgen in sociale situaties.

  3. cognitieve herstructurering: De therapeut helpt de patiƫnt bij herkennen en veranderen van negatieve automatische gedachten.

  • Medicatie

meest gebruikte medicijnen:

  1. anitdepressiva

  2. SSRIā€™s

andere medicijnen:

  1. MAO-remmers

  2. Benzodiazepines

  3. BĆØtablokkers

26
New cards

Agorafobie

De meest gevreesde situaties zijn openbare ruimtes en drukke plekken. Mensen met Agorafobie zijn bang om in situaties te verkeren waar ze moeilijk fysiek kunnen ontsnappen, zich psychologisch ongemakkelijk voelen of waar directe hulp niet beschikbaar is.

27
New cards

Veiligheidsgedrag

Mensen met paniekstoornissen en agorafobie overtuigen zichzelf ervan dat ze een paniekaanval of flauwvallen kunnen voorkomen door bepaalde gedrag te reguleren.

bv. door altijd een fles water bij te hebben, altijd een uitweg te zoeken in een drukke ruimte of door altijd iemand mee te nemen als ze naar buiten gaan.

28
New cards

DSM-V criteria: agorafobie

  1. Er is sprake van intense angst of paniek bij ten minste 2 van de volgende 5 situaties:

  • gebruik van het openbaar vervoer;

  • zich in open ruimtes bevinden;

  • zich in afgesloten ruimtes bevinden;

  • buiten het huis zijn;

  • in de rij staan of zich in een menigte bevinden.

  1. De persoon vermijdt deze situaties, omdat hij/zij denkt dat ontsnappen moeilijk is of dat hulp niet beschikbaar is in geval van paniekachtige symptomen of andere ongemakkelijke klachten.

  2. De agorafobische situatie veroorzaakt bijna altijd angst of paniek.

  3. De persoon vermijdt deze situaties actief, heeft de aanwezigheid van een metgezel nodig of ondergaat de situatie met intense angst of paniek.

  4. De angst, paniek of vermijding houdt langer dan 6 maanden aan.

  5. De angst of paniek staat niet in verhouding tot het werkelijke gevaar van situatie en sociale context.

  6. De angst, paniek of vermijding veroorzaakt significante stress of beperkingen in sociale, werkgerelateerde of andere belangrijke levensgebieden.

  7. Als er een andere medische aandoening aanwezig is, is de angst of paniek niet daaraan toe te schrijven of overdreven.

  8. De angst, paniek of vermijding kan niet beter verklaard worden door een andere psychische stoornis, zoals specifieke fobieƫn, obsessies (zoals bij OCD), lichamelijk onzekerheid (zoals bij body dysmorphic disorder), traumatische herinneringen of verlatingsangst.

29
New cards

Behandelmethoden agorafobie

  • Cognitieve gedragstherapie (CGT)

    1. exposuretherapie is erg effectief bij de behandeling van agorafobie.

    2. panic control treatment (PCT) is een cognitieve herstructureringstechniek die automatische gedachten herkent en aanpast, waardoor paniekaanvallen verminderd worden.

  • Medicatie

  1. anxiolytica: werkt snel en nuttig bij acute paniek of angst.

  2. antidepressiva: veroorzaken geen fysieke afhankelijkheid en kunnen ook comorbide depressieve symptomen verminderen.

30
New cards

Interoceptieve exposure

Hierbij wordt iemand bewust blootgesteld aan zijn eigen lichamelijke sensaties, zodat de angst uitdooft. bv. door snel rond te draaien op een stoel, te hyperventileren of te rennen. de patiƫnt houdt deze sensaties vast tot ze spontaan verdwijnen, waardoor hij eraan went.

31
New cards

De stappen van Panic Control Treatment (PTC)

PCT bestaat uit meerdere stappen:

  1. Uitleg over de aard van angst en paniek;

  2. Ademhalingstechnieken aanleren om de controle te behouden;

  3. Cognitieve herstructurering, waarbij denkfouten worden gecorrigeerd;

  4. Geleidelijke blootstelling aan gevreesde situaties om tolerantie op te bouwen.