Opleidings- en werkveldoriëntatie: Algemeen Welzijnswerk, Sociale Bescherming en OCMW

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Flashcards ter voorbereiding van het examen Opleidings- en werkveldoriëntatie, gebaseerd op de hoofdstukken over AWW, de welvaartsstaat, sociale bescherming en het OCMW.

Last updated 10:27 AM on 8/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

Wat is de definitie van Algemeen welzijnswerk (AWW)?

De psychosociale dienst- en hulpverlening voor alle personen van wie de welzijnskansen bedreigd of verminderd worden ten gevolge van gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer, in de context van criminaliteit of problemen van meervoudige kwetsbaarheid door sociale uitsluiting.

2
New cards

Welke drie kerntaken heeft een CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk)?

  1. Breed toegankelijk onthaal voor iedereen; 2. Het bieden van psychosociale hulpverlening op maat; 3. Preventieve projecten en beleidssignalering.
3
New cards

Wat is het belangrijkste verschil in aard tussen het OCMW en het AWW?

Het OCMW is een publieke organisatie (van de staat), terwijl het AWW (CAW) een private organisatie is die behoort tot het maatschappelijk middenveld.

4
New cards

Wat zijn de vijf kenmerken van het maatschappelijk middenveld?

  1. Privaat; 2. Formeel (vzw-structuur); 3. Zelfbesturend; 4. Non-profit (of social-profit); 5. Vrijwillig (burgers zijn niet verplicht de diensten te gebruiken).
5
New cards

Hoe is de Belgische staat georganiseerd volgens de scheiding der machten van Montesquieu?

In de Wetgevende Macht (Koning en Parlement), de Uitvoerende Macht (Koning en Regering) en de Rechterlijke Macht (Hoven en Rechtbanken).

6
New cards

Wat is het verschil tussen de Gemeenschappen en de Gewesten in België?

De Gemeenschappen zijn bevoegd voor persoonsgebonden materies (zoals onderwijs en welzijn), terwijl de Gewesten bevoegd zijn voor grondgebonden materies (zoals economie en huisvesting).

7
New cards

Wat wordt verstaan onder de 'verzuiling' van de welvaartsstaat?

De historische verdeling van sociale organisaties (vakbonden, ziekenfondsen, scholen) in drie ideologische blokken: de Katholieke zuil, de Socialistische zuil en de Liberale zuil.

8
New cards

Wat is de definitie van 'Vermaatschappelijking van de zorg'?

De verschuiving waarbij mensen die zorg behoeven ondersteund worden om een eigen plek in de samenleving in te nemen en de zorg zo veel mogelijk geïntegreerd in de eigen leefomgeving te laten verlopen.

9
New cards

Welke vijf fasen worden onderscheiden in de historiek van de welvaartsstaat?

  1. De oude sociale kwestie (180018801800-1880); 2. Eerste sociale wetten (188019191880-1919); 3. Ontstaan sociaal overleg (interbellum); 4. Bloei van de traditionele welvaartsstaat (194419731944-1973); 5. Transitie naar de actieve welvaartsstaat (eind 20ste20^{ste} eeuw).
10
New cards

Wat is de 'Participatieparadox' binnen burgerparticipatie?

Het verschijnsel waarbij burgerbevragingen of klimaattafels niet altijd representatief zijn voor de volledige bevolking, waardoor bepaalde groepen ondervertegenwoordigd blijven.

11
New cards

Wat is het verschil tussen de nulde en de eerste lijn in de echelonnering van zorg?

De nulde lijn betreft informele zelfzorg en mantelzorg door vrijwilligers, terwijl de eerste lijn het eerste contact is met het professionele, laagdrempelige en ambulante zorgsysteem (zoals een GBO of CLB).

12
New cards

Welke twee componenten vormen samen de 'Sociale Bescherming' in België?

De sociale verzekeringen (sociale zekerheid) en de sociale bijstand (sociaal vangnet).

13
New cards

Hoe worden de sociale verzekeringen (RSZ) gefinancierd?

Door sociale zekerheidsbijdragen die betaald worden door werknemers (13,07%13,07\% van het brutoloon) en werkgevers (ongeveer 25%25\% bovenop het brutoloon).

14
New cards

Wat is de financieringsbron van de sociale bijstand (zoals het leefloon)?

Belastingsgelden.

15
New cards

Wat zijn de zeven takken van de sociale zekerheid voor werknemers?

  1. Pensioenen; 2. Werkloosheid; 3. Ziekte- en invaliditeitsverzekering; 4. Groeipakket; 5. Jaarlijkse vakantie; 6. Beroepsziekten; 7. Arbeidsongevallen.
16
New cards

Wat houdt het 'Mattheüseffect' in binnen het sociaal beleid?

Het fenomeen waarbij voordelen van het sociaal beleid vaker terechtkomen bij hogere sociale groepen dan bij de lagere sociale groepen die ze het meeste nodig hebben ('aan wie heeft, zal gegeven worden').

17
New cards

Wat is het doel van het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO)?

Een samenwerking tussen OCMW, CAW en de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen om onderbescherming tegen te gaan en een goede toegang tot hulp- en dienstverlening te realiseren via een één-loket-functie.

18
New cards

Welk orgaan binnen het OCMW beslist over individuele dienstverlening zoals het leefloon?

Het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst (BCSD).

19
New cards

Wat is een 'GPMI' in de context van het OCMW?

Een Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie, bedoeld als traject voor tewerkstelling of sociale integratie.

20
New cards

Wat zijn de drie bestedingen van de inkomsten uit de Vlaamse Sociale Bescherming?

  1. Zorgbudgetten (voor zwaar zorgbehoevenden, ouderen met zorgnood of mensen met een handicap); 2. Mobiliteitshulpmiddelen; 3. Financiering van zorg- en personeelskosten in voorzieningen.
21
New cards

Welk maandelijks bedrag bedraagt het maximale leefloon voor een alleenstaande vanaf 1 februari 2025?

1.314,20€ 1.314,20

22
New cards

Wat is het verschil tussen horizontale en verticale solidariteit in de sociale zekerheid?

Horizontale solidariteit is de overdracht tussen groepen met een laag en hoog risico (via vast percentage op loon), terwijl verticale solidariteit de afvlakking is door minimum- en maximumuitkeringen.