1/12
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is de bruto toegevoegde waarde?:
De bruto toegevoegde waarde geeft weer hoeveel nieuwe waarde de onderneming zelf creëert tijdens het productieproces.
Ze is het verschil tussen de waarde van de productie en het intermediair verbruik (goederen en diensten die bij andere ondernemingen worden aangekocht).
Wat is de norm van de bruto toegevoegde waarde?:
Er is geen vaste norm
Hoe hoger de bruto toegevoegde waarde, hoe meer waarde de onderneming creëert = hoe hoger hoe beter
De absolute waarde vergelijk je vooral doorheen de tijd of met andere ondernemingen in de sector
Wat is de toegevoegde waarde marge?
De toegevoegde waardemarge geeft aan welk percentage van de waarde van de productie door de onderneming zelf wordt gecreëerd.
Van elke €100 waarde productie blijft €25,79 toegevoegde waarde over.
Wat is de norm van de TW marge?
Vergelijk met sectorgenoten, hoe hoger de sector hoe gunstiger
Wat is de verdeling van de bruto toegevoegde waarde?
Wat is de norm van de?:
Is een hoog aandeel personeelskosten altijd negatief?:
Een hoog aandeel personeelskosten is niet altijd negatief. Bij dienstverlenende of arbeidsintensieve ondernemingen is dit vaak normaal.
Is een hoog aandeel overheidskosten altijd negatief?:
Nee, Een hoog aandeel overheid kan ook gewoon het gevolg zijn van een hoge winst. Dat is dus niet per se negatief.

Leg de samenhang van de ratios uit:
De verschillende groepen ratios staan niet los van elkaar maar beinvloeden elkaar
1. Toegevoegde waarde ↔ Rendabiliteit (Productiviteit)
Verband: Productiviteit
De onderneming creëert eerst toegevoegde waarde. Hoe efficiënter zij haar personeel en productiemiddelen inzet (hogere productiviteit), hoe meer toegevoegde waarde ze creëert.
Meer toegevoegde waarde leidt meestal tot:
hogere bedrijfswinst;
hogere marges;
hogere rendabiliteit.
2. Rendabiliteit ↔ Liquiditeit (Cashflow na belastingen)
Een onderneming kan pas voldoende cash genereren als ze winst maakt.
Meer rendabiliteit → meer winst → meer cashflow → betere liquiditeit.
Omgekeerd: lage rendabiliteit → minder cash → moeilijker om schulden tijdig te betalen.
Een winstgevende onderneming heeft doorgaans een betere liquiditeit.
3. Rendabiliteit ↔ Solvabiliteit (Financiële hefboom)
Hier komt de financiële hefboom in beeld.
Wanneer:
het rendement op de activa groter is dan de kost van het vreemd vermogen,
dan verhogen schulden het rendement van de aandeelhouders.
Dus: goede solvabiliteit en slim gebruik van vreemd vermogen = hogere rendabiliteit.
Maar: te veel schulden → hogere interestkosten → lagere rendabiliteit.
4. Liquiditeit ↔ Solvabiliteit (Dekking)
Liquiditeit en solvabiliteit hangen eveneens samen.
Een onderneming met voldoende eigen vermogen:
krijgt gemakkelijker leningen;
heeft meestal minder betalingsproblemen.
Omgekeerd: blijvende liquiditeitsproblemen → meer schulden → lagere solvabiliteit.
Hogere productiviteit → meer toegevoegde waarde → hogere rendabiliteit → meer cashflow → betere liquiditeit → sterkere solvabiliteit
Lage rendabiliteit → minder cash → liquiditeitsproblemen → meer schulden → slechtere solvabiliteit.
! 1 ratio verandert zelden alleen → 1 verandering heeft meestal invloed op meerdere groepen !
Wat is de kasstromenanalyse?:
Een kasstroomanalyse onderzoekt hoe het geld in en uit een onderneming stroomt tijdens een bepaalde periode.
Ze toont de werkelijke ontvangsten en uitgaven en niet de boekhoudkundige winst.
(Kasstroom en winst zijn niet hetzelfde)
Netto kasstroom uit operationele activiteiten + Netto kasstroom uit investeringsactiviteiten = de vrije kasstroom
De vrije kasstroom + netto kasstroom uit financieringsactiviteiten = Netto kasstroom van de periode
Netto kasstroom van de periode + kaspositie bij begin van de periode = kaspositie aan het einde van de periode

Waarom maken we een kasstroomanalyse?
Een kasstroomanalyse helpt om na te gaan:
of de onderneming voldoende geld genereert
of ze haar schulden kan betalen
hoe investeringen worden gefinancierd
of de onderneming financieel gezond is
Ze geeft een beter beeld van de liquiditeit dan de resultatenrekening alleen en je kan heel snel betalingsproblemen zien in een kasstroomanalyse
Op deze manier krijgen we een beeld van hoe veel het bedrijf waard is
Welke 3 soorten kasstromen zijn er?:
Er zijn 3 soorten kasstromen:
1. Kasstroom uit operationele activiteiten
= de kasstroom uit de normale bedrijfsactiviteiten
2. Kasstroom uit investeringsactiviteiten
= aankoop van machines, aankoop van gebouwen, aankoop van deelnemingen, verkoop van vaste activa
3. Kasstroom uit financieringsactiviteiten
= hoe de onderneming zich financiert
Wat zijn de normen van de kasstromenanalyse?:
Positieve nettokasstroom uit operationele activiteiten
Negatieve nettokasstroom uit investeringsactiviteiten
Vrije kasstroom is best positief
Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten heeft geen vaste norm (positief betekent dat de onderneming een nieuwe lening of kapitaal aantrekt, negatief betekent dat schulden worden afgelost of dividenden worden uitgekeerd)
Netto kasstroom van de periode is best positief of stabiel
De kaspositie aan het einde van de periode willen we liefst voldoende hoog houden (de onderneming moet voldoende liquide middelen hebben om haar KT verplichtingen te kunnen nakomen)