L6-7 spierfysiologie excitatie-contractiekoppeling GLADDE SPIEREN

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/15

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

3 laatste slides: verschillende voorbeelden nog aanvullen/leren vanuit slide

Last updated 2:05 PM on 12/17/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

16 Terms

1
New cards

wat is het verschil in initiatie van contractie bij skelet/hartspier en gladde spier?

  1. hart/skelet: strikt gekoppeld aan AP (elektrisch signaal)

  2. glad: AP in deze cellen veel minder eenvormig + contractie niet per se gekoppeld aan AP (niet per se elektrisch)


2
New cards

hoe gebeurt de initiatie van contractie in gladde spiercellen?

  1. meeste types: dmv NT

  2. andere: spontane contractie (pacemakercellen)

  3. membraan-uitrekking/mechanische stimulus


3
New cards

wat is kenmerkend aan contractie van gladde spiercellen?

contracties zijn heel traag en duren heel lang

4
New cards

van wat is de dwarsbrugcyclus van gladde spiercellen afhankelijk (in essentie)?

  1. in essentie: Ca2+ afhankelijk (idem hart en skelet)

  2. MAAR:

    1. bron Ca2+ minder eenvormig dan bij skelet/hart

    2. Ca2+ gevoeligheid kan w aangepast door Ca2+ onafhankelijke signaaltransductiecascades → ook schijnbaar Ca2+ onafhankelijke contracties

  3. → vooral evenwicht tussen gefosforyleerde en gedefosforyleerde MLC bepaalt contractie → activiteit MLCK en MLCP cruciaal


5
New cards

hoe wordt de spanningsafhankelijkheid van contractie in gladde spieren bepaald?

→ door type kanaal dat zorgt voor de Ca2+ influx:

  1. L-type/spanningsafhankelijk Ca2+ kanaal: meer depolarisatie → meer kanalen open → contractie

  2. ROC/SOC: meer depolarisatie → minder drijvende kracht Ca2+ influx → relaxatie → dus hier: hyperpolarisatie zorgt voor contractie!


6
New cards

welke voor soort Ca2+ influx kanalen zijn er in gladde spiercellen?

  1. L-type/spanningsafhankelijk (idem skelet/hart) → actief door depolarisatie

  2. ROC: receptor operated Ca channel → actief bij activatie receptor

  3. SOC: store operated Ca channel → actief door vrijzetten Ca2+ uit SR (→ omgekeerde volgorde dan bij skelet/hart!)


7
New cards

bij gladde spiercellen met ROC/SOC als Ca2+ influx kanaal zorgt … voor contractie, hoe komt dit?

hyperpolarisatie:

  1. kanalen niet spanningsafhankelijk (AP) → membraanpotentiaal bepaalt vooral drijvende kracht Ca2+

  2. bij hyperpolarisatie: meer influx van Ca2+ (drijvende kracht)

  3. → contractie


8
New cards

welke soorten contractie via NT in gladde spiercellen zijn er?

  1. depolarisatie afhankelijke contractie

  2. depolarisatie onafhankelijke contractie


9
New cards

hoe werkt de depolarisatie afhankelijke contractie via NT in gladde spieren?

  1. alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline

  2. activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG

  3. IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol

  4. activatie reeks Ca2+ gevoelige ionenkanalen → depolarisatie (AP)

  5. AP activeert spanningsafhankelijke Ca2+ kanaal in plasmamembraan → Ca2+ influx activeert MLCK

  6. MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie

→ hoe meer depolarisatie, hoe meer contractie

<ol><li><p>alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline</p></li><li><p>activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG</p></li><li><p>IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol</p></li><li><p>activatie reeks Ca2+ gevoelige ionenkanalen → depolarisatie (AP)</p></li><li><p>AP activeert spanningsafhankelijke Ca2+ kanaal in plasmamembraan → Ca2+ influx activeert MLCK</p></li><li><p>MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie</p></li></ol><p>→ hoe meer depolarisatie, hoe meer contractie</p>
10
New cards

hoe werkt de depolarisatie onafhankelijke contractie via NT in gladde spieren?

  1. alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline

  2. activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG

  3. IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol

  4. DAG activeert…

    1. ROC (receptor operated cation channel) → influx Ca2+ → stijging intracellulaire Ca2+ conc

    2. proteïne kinase C → verhoging Ca2+ gevoeligheid contractie

  5. Ca2+ conc hoog → activatie MLCK

  6. MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie

→ hoe meer depolarisatie, hoe minder contractie (want minder Ca2+ influx)

<ol><li><p>alfa1 adrenerge receptor actief door binden adrenaline/noradrenaline</p></li><li><p>activatie fosfolipase C → omzetting PIP2 in IP3 + DAG</p></li><li><p>IP3 activeert IP3-gevoelige Ca release kanalen op SR → Ca2+ release vanuit SR naar cytosol</p></li><li><p>DAG activeert… </p><ol><li><p>ROC (receptor operated cation channel) → influx Ca2+ → stijging intracellulaire Ca2+ conc</p></li><li><p>proteïne kinase C → verhoging Ca2+ gevoeligheid contractie</p></li></ol></li><li><p>Ca2+ conc hoog → activatie MLCK</p></li><li><p>MLCK fosforyleert myosinehoofdjes → contractie</p></li></ol><p>→ hoe meer depolarisatie, hoe minder contractie (want minder Ca2+ influx)</p>
11
New cards

hoe kan de Ca2+ gevoeligheid van contractie in gladde spieren worden aangepast?

→ modulatie van MLCP en MLCK

  1. inhibitie MLCP/activatie MLCK → hogere Ca2+ gevoeligheid

  2. activereing MLCP/inhibitie MLCK → lagere Ca2+ gevoeligheid


<p>→ modulatie van MLCP en MLCK</p><ol><li><p>inhibitie MLCP/activatie MLCK → hogere Ca2+ gevoeligheid</p></li><li><p>activereing MLCP/inhibitie MLCK → lagere Ca2+ gevoeligheid</p></li></ol><p></p>
12
New cards

welke stoffen kunnen zorgen voor een hogere Ca2+ gevoeligheid in gladde spieren?

  1. inhibitie MLCP → rho-kinase

  2. activatie MLCK → CaM

→ meer gefosforyleerde myosinehoofdjes → meer contractie bij zelfde Ca2+ stijging

<ol><li><p>inhibitie MLCP → rho-kinase</p></li><li><p>activatie MLCK → CaM</p></li></ol><p>→ meer gefosforyleerde myosinehoofdjes → meer contractie bij zelfde Ca2+ stijging</p>
13
New cards

welke stoffen kunnen zorgen voor een lagere Ca2+ gevoeligheid in gladde spieren?

  1. activatie MLCP → PKA en PKG (door bv NO)

  2. inhibitie MLCK

→ minder gefosforyleerde myosinehoofdjes → minder contractie bij zelfde Ca2+ stijging

14
New cards

gladde spiercellen in verschillende organen hebben verschillende eigenschappen, geef hier een concreet voorbeeld van

bv bij allergische reactie → vrijzetting histamine, bindt aan andere soorten receptoren:

  1. bloedvaten: H2 receptor → Gs-type → productie cAMP → PKA → inhibitie MLCK → relaxatie, aka bloeddruk daling

  2. longen (bronchiolen): H1 receptor → Gq-type → PLC → Ca2+ conc stijging → contractie, aka bronchioconstrictie

zelfde hormoon heeft tegengestelde werking op gladde spiercellen

15
New cards

hoe werkt de behandeling van anafylactische schok?

→ via bèta adrenerge agonisten: adrenaline

  1. in long (bronchiolen): bèta2 receptor → Gs-type → productie cAMP → PKA → inhibitie MLCK → relaxatie bronchiolen (effect histamine (contractie) tegengaan)

  2. bloedvaten: alfa1 receptor → Gq-type → PLC → IP3 → Ca2+ vrijzetting → activatie MLCK → contractie bloedvaten/stijging bloeddruk (effect histamine (relaxatie/bloeddrukdaling) tegengaan)


16
New cards

op welke manieren/niveau’s kan de gladde spiertonus in bloedvaten worden gemodeleerd?

  1. ionenkanalen en pompen

    1. stijging Ca2+ concentratie → contractie (vasoconstrictie)

    2. daling Ca2+ concentratie → relaxatie (vasodilatie)

  2. soorten receptoren/NT

    1. bv adrenerge receptor: alfa1 → agonist zorgt voor stijging Ca2+ → contractie

    2. bv adrenerge receptor: bèta2 → agonist zorgt voor inhibitie MLCK → relaxatie

  3. neuropeptides van autonoom zs

    1. angiotensine receptor AT1 → agonist zorgt voor stijging Ca2+ → contractie

    2. angiotensine receptor AT2 → agonist zorgt voor NO release → relaxatie