management en organisatie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/208

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:49 PM on 7/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

209 Terms

1
New cards

Bedrijf

een organisatie die goederen of diensten produceert of levert om winst te maken.

2
New cards

manager

Een persoon die sturing geeft aan processen, mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken.

3
New cards

Organiseren

Het optimaal laten samenwerken van mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken.

4
New cards

Onderneming

Een met als belangrijkste doel het maken van winst.

5
New cards

Organisatiekunde

De wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van gedrag van en inn organisatie en de wijze waarop organisaties bestuurd kunnen worden.

6
New cards

Rechtspersoon

Een juridische constructie waardoor een organisatie volwaardig en handelingsbekwaam op kan treden in het rechtsverkeer, met alle rechten en plichten van dien.

7
New cards

Rechtsvorm

De juridische wijze waarop natuurlijke personen, rechtspersonen of combinaties daarvan samenwerken met het oog op een gemeenschappelijk doel of belang.

8
New cards

Management

Het optimaal laten samenwerken van mensen en middelen om een bepaald doel te bereiken.

9
New cards

Natuurlijke personen

Mensen van vlees en bloed met een bepaalde identiteit (naam en voornamen), geboorteplaats en -datum, geslacht en nationaliteit.

10
New cards

Organisatie

Een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen bereiken.

11
New cards

Beleid

Het aangeven van de richting waarin, de wijze waarop en de middelen waarmee de organisatie haar doelen wil realiseren.

12
New cards

Inclusiviteit

Het volwaardig doen participeren van mensen in een werkomgeving ongeacht leeftijd, geslacht, herkomst of beperking.

13
New cards

Relatief marktaandeel

Het marktaandeel van de eigen PMC of SBU gedeeld door dat van de grootste concurrent (de marktleider).

14
New cards

Consumentisme

Het streven van consumenten, door zich te organiseren, sterker te zijn tegenover de producenten en hun belangen gezamenlijk te verdedigen.

15
New cards

Concurrenten

Rivaliserende aanbieder van producten of diensten die dezelfde klantbehoeften binnen een specifiek marktsegment bevredigen.

16
New cards

Business model canvas

Model dat beschrijft hoe een organisatie met haar bekwaamheden en partners klantwaarde levert voor verschillende doelgroepen, gericht op duurzame winstgevendheid.

17
New cards

Bedrijfstak

De verzameling ondernemingen die een gelijksoortige functie in het voortbreningsproces van een bepaald product of een bepaalde dienst vervullen.

18
New cards

bedreiging

en negatieve trend van externe omgevingsfactoren

19
New cards

Koopkracht

De hoeveelheid goederen en diensten die met het besteedbaar inkomen gekocht kan worden.

20
New cards

Product-/marktcombinatie

Eeen klant groep in relatie tot de producten/diensten die een organisatie biedt om in de behoeften van eze klantgroep te voorzien.

21
New cards

Demografische druk

De verhouding tussen de som van het aantal personen van 0-19 jaar en 65 jaar of ouder en de personen in de zogenoemde ‘productieve leeftijdsgroep’ van 20-64 jaar.

22
New cards

Duurzamheid

Het zorgen voor evenwicht tussen sociale, economische en ecologische belangen voor zowel huidige als toekomstige generaties.

23
New cards

Procesinnovatie

Het aanpassen van bedrijfsprocessen gericht op de verbetering van efficiëntie, kwaliteit en/of effectiviteit.

24
New cards

Differentiatie

Het toevoegen van nieuwe, onderscheidende elementen aan bestaande situatie.

25
New cards

Doelmatigheid

De mate waarin activiteiten tegen de laagst mogelijke offers worden uitgevoerd. ook wel de efficiëntie genoemd.

26
New cards

Efficiëntie

De mate waarin activiteiten tegen de laagst mogelijke offers worden uitgevoerd. ook wel de doelmatigheid genoemd.

27
New cards

Besteedbaar inkomen

Het bruto-inkomen na aftrek van premies sociale verzekeringen en belastingen.

28
New cards

Strategische fit

De aansluiting van de organisatie op de omgeving.

29
New cards

Strategisch management

Het proces van systematische analyse van externe en interne factoren van een organisatie om te komen tot strategische beleidsopties voor het verwerven van duurzaam concurrentievoordeel.

30
New cards

Strategie

De langetermijndoelen van een organisatie en de inzet van middelen en activiteiten om die doelen te realiseren

31
New cards

leeftijl

Een bepaalde manier van leven

32
New cards

Export

Het verkopen van goederen of diensten aan het buitenland

33
New cards

Inclusieve organisatie

een organisatie die optimaal gebruikmaakt van de diversiteit van talenten en vermogens van medewerkers ongeacht leeftijd, geslacht, herkomst of beperking.

34
New cards

Balanced scorecard

Een model om strategische doelstellingen te vertalen naar daadwerkelijke acties dat naast financiële indicatoren betaat uit niet-financiële (operationele) indicatoren.

35
New cards

Kerncompetenties

Unieke en voor de markt relevante bekwaamheden die de essentie vormen van concurrentievoordeel. ook wel kernbekwaamheden genoemd.

36
New cards

Greenwashing

Het zich maatschappelijk verantwoordleijker voordoen dan een organisatie daadwerkelijk is.

37
New cards

Norm

Een streefwaarde voor een variabele.

38
New cards

SWOT-analyse

Een modelmatige aanpak om de externe kansen en bedreigingen en de interne sterkten en zwakten van een organisatie in beeld te brengen.

39
New cards

Marktsegment

Delen van een markt bestaande uit groepen afnemers met overeenkomstige behoeften.

40
New cards

Informatie- en communicatietechnologie

Het vakgebied dat zich bezighoudt met informatiesystemen, telecommunicatie en computers.

41
New cards

Doeltreffendheid

De mate waarin de beoogde doelen daadwerkelijk worden behaald. ook wel effectiviteit genoemd.

42
New cards

Consumentenvertrouwen

Begrip dat aangeeft in hoeverre huishoudens vinden dat het economisch gezien beter of slechter gaat.

43
New cards

Innovatie

De toepassing van nieuwe ideeën, goederen diensten en/of processen.

44
New cards

Afnemer

Een klant of consument die bepaalde producten of diensten aanschaft.

45
New cards

Cashflow

De nettowinst na aftrek van belasting vermeerderd met de afschrijvingen.

46
New cards

Ambitie

Datgene wat de organisatie uiteindelijk wil realiseren.

47
New cards

Etniciteit

Een sociaal-culturele identiteit, die een bepaalde groep mensen of een aantal bevolkingsgroepen verbindt.

48
New cards

Productinnovatie

Het veranderen van kenmerkende eigenschappen van bestaande producten of het realiseren van een geheel nieuw product.

49
New cards

Visie

Een ambitieus beeld van de gewenste toekomst van de organisatie.

50
New cards

Branche

De verzameling ondernemingen in een bedrijfstak die grotendeels dezelfde producten of diensten leveren.

51
New cards

Productportfolio

Het geheel van producten (productgroepen) van een onderneming.

52
New cards

Kernwaarden

De leidende principes, overtuigingen en drijfveren van de organisatie en haar leden.

53
New cards

Sterkte

Competentie van een organisatie die kan leiden tot concurrentievoordeel.

54
New cards

Doelstelling

De beschrijving van e beoogde toestand of resultaten.

55
New cards

Algemene (macro-)omgeving

Het geheel van omgevingsfactoren waarop een organisatie geen of beperkt invloed kan uitoefenen.

56
New cards

Diversiteit

Het erkennen en waarderen van verschillen tussen mensen in waarden, cultuur, overtuiging, etnische of religieuze achtergrond, seksuele orientatie, kennis, vaardigheden en levenservaring.

57
New cards

Zwakte

Een gebrek aan bekwaamheden van een organisatie dat kan leiden tot minder concurrentievoordeel.

58
New cards

Strategische optie

Een beleidsmatige mogelijkheid voor het realiseren van strategische doelen.

59
New cards

Import

Het kopen van goederen of diensten uit het buitenland.

60
New cards

Macro-omgeving

Het geheel van omgevingsfactoren waarop een organisatie geen of beperkt invloed kan uitoefenen.

61
New cards

Kans

een positieve trend van externe omgevingsfactoren.

62
New cards

Stakeholders

Belanghebbenden in een organisatie.

63
New cards

Klantwaarde

het geheel van productvoordelen zoals de klant deze ervaart en waarvoor hij bereid is te betalen.

64
New cards

Missie

De verklaring van de bestaansredenen en de identiteit van de organisatie.

65
New cards

Prestatie-indicator

Een variabele die de realisatie van een kritische succesfactor meet.

66
New cards

Confrontatiematrix

Een schematische vergelijking van de kansen en bedreigingen met de sterkten en zwakten van een organisatie, en de daaruit volgende strategische opties.

67
New cards

Kritische succesfactoren.

Factoren die voor een organisatie van wezenlijk belang zijn voor succes en continuïteit.

68
New cards

Marktgroei

De procentuele stijging van de marktomzet of -afzet ten opzichte van het afgelopen jaar.

69
New cards

Effectiviteit

De mate waarin de beoogde doelen daadwerkelijk worden behaald. ook wel doeltreffendheid genoemd.

70
New cards

Beleidsuitvoerende taken

Activiteiten gericht op het uitvoeren van het strategisch beleidskader. ook wel dirigerende taken genoemd.

71
New cards

Intergraal management

Het principe dat een manager volledig verantwoordelijk en bevoegd is voor alle functionele gebieden van het organisatieonderdeel waaraan hij leiding geeft.

72
New cards

Constituerende taken

Activiteiten gericht op het vaststellen van het strategisch of tactisch beleidskader. ook wel beleidsformulerende taken genoemd.

73
New cards

Humanresourcesmanagement

Een beleidsmatige aanpak gericht op het beschikbaar hebben en optimaal benutten van menselijke kwaliteiten in het kader van strategische organisatiedoelen.

74
New cards

Directeur

Een functionele benaming voor een persoon die de leiding heeft over een organisatie, dienst of afdeling.

75
New cards

Coördineren

Het efficiënt en effectief onderling afstemmen van activiteiten.

76
New cards

Dirigerende taken

Activiteiten gericht op het uitvoeren van strategisch/tactisch beleidskader. ook wel beleidsuitvoerende taken genoemd.

77
New cards

Macht

Het vermogen om andere personen iets te laten doen of niet laten doen.

78
New cards

Scale-up

Een start-up die vijfjaar bestaat en minimaal tien miljoen euro omzet draait.

79
New cards

Gezag

Het recht om (aanvaarde) macht uit te oefenen. Ook wel autoriteit genoemd.

80
New cards

Beleidsformulerende taken

Activiteiten gericht op het vaststellen van het strategisch beleidskader. ook wel constituerende taken genoemd.

81
New cards

Delegeren

Het overdragen van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan een hiërarchisch ondergeschikte.

82
New cards

Beleidskader

De vertaling van de strategische langetermijnvisie op basis waarvan tactische beslissingen kunnen worden genomen.

83
New cards

Organisatie-ethiek

Het geheel van waarden, normen en moreel gedrag dat een organisatie intern en tegenover haar omgeving in acht dient te nemen.

84
New cards

Ondernemer

Een persoon die voor eigen risico handelt om daarmee een inkomen te verwerven.

85
New cards

Participeren

Actief aan iets deelnemen of meewerken.

86
New cards

Marktdynamiek

De snelheid en intensiteit waarmee marktpartijen reageren op trendmatige en incidentele ontwikkelingen

87
New cards

Arbeidsverdeling

Het verdelen van werkzaamheden in taken en deze toebedelen aan medewerkers of afdelingen.

88
New cards

Soft skills

Persoonlijke en interpersoonlijke vaardigheden die invloed uitoefenen op het functioneren in een sociale context.

89
New cards

Stijleffectiviteit

De mate waarin een manager in staat is in een bepaalde situatie de meest effectieve stijl van leidinggeven te hanteren.

90
New cards

Formele organisatie

De beschrijving van de organieke en personele structuur.

91
New cards

Commissie

Een groep mensen met een specifieke opdracht en overeenkomstige bevoegdheden.

92
New cards

Kerncompetenties

Unieke en voor de markt relevante bekwaamheden die de essentie vormen van concurrentie voordeel. ook wel kernbekwaamheden genoemd.

93
New cards

autoritaire leiders

leiders die alles zelf bepalen en beslissen

94
New cards

vaardigheid

De capaciteit van een individu om een handeling bekwaam uit te voeren.

95
New cards

Stijlflexibiliteit

De mate waarin een manager in staat is verschillende stijlen van leidinggeven te hanteren.

96
New cards

Centralisatie

Het beperken van beslissingsbevoegdheden tot het topmanagement van de organisatie.

97
New cards

Niet-voorgeprogrammeerde beslissing

Een besluit met een unieke aanpak.

98
New cards

Organisatie-indeling

De wijze waarop de organisatie is ingedeeld in afdelingen en functies.

99
New cards

Informele organisatie

Het geheel van relaties, processen en besluiten dat niet tot de formele organisatiestructuur behoort.

100
New cards

Omspanningsvermogen

Het aantal medewerkers waaraan een manager effectief leiding kan geven.