1/215
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
l'argent de poche
het zakgeld
le budget
het budget, de begroting
le chiffre
het cijfer
le coût
de kostprijs
la dépense
de uitgave
les frais/les charges
de kosten
le loyer
de huurprijs
le montant
het bedrag
le nombre
het aantal
le prêt
de lening (aan)
le revenu
het inkomen
le salaire
het loon
favorable (à)
gunstig (gezind) (tegenover)
financier, financière
financieel
démontrer
aantonen, bewijzen
dépenser
uitgeven
économiser
besparen
effectuer un paiement
een betaling uitvoeren
emprunter de l'argent à quelqu'un / à la banque
geld lenen van iemand / bij de bank
gagner de l'argent
geld verdiennen
prêter de l'argent à quelqu'un
geld aan iemand lenen
rembourser
terugbetalen
retirer de l'argent
geld afhalen
l'essence
de benzine
le sondage
de peiling
le minerval
het inschrijvingsgeld aan de hogeschool of universiteit
économe
zuinig
mensuel, mensuelle
maandelijks
prévoyant(e)
vooruitziend
réticent(e)
terughoudend, weigerachtig
avoir recours à
een beroep doen op, aankloppen bij
dévoiler
onthullen
estimer
(in)schatten
révéler
onthullen, aantonen
sous-estimer
onderschatten
surestimer
overschatten
le compte courant
de zichtrekening
le crédit
het krediet
l'emprunt (à)
de lening (van)
l'épargne-pension
het pensioensparen
le livret d'épargne
de spaarrekening
l'opération bancaire
de bankverrichting
le retrait d'argent
de geldopname
épargner
sparen, geld opzijzetten
gérer les affaires bancaires
de bankzaken beheren
l'action
het aandeel
la Bourse
de Beurs
l'investissement
de investering
le placement financier
de belegging
régler les questions financières
de financiële zaken regelen
spéculer en Bourse
op de Beurs spelen
la majorité
de meerderheid, het merendeel
la minorité
de minderheid
la moitié
de helft
la moyenne
het gemiddelde
la plupart (de)
het merendeel (van), de meeste(n)
le pourcentage
het percentage, het cijfer, het gehalte
le quart
het vierde, het kwart
le tiers
het derde
en moyenne
gemiddeld
pour cent
procent
l'argent/le fric
het geld
un euro
een euro
un centime
een cent
la monnaie
het kleingeld
du liquide
contant geld
une somme
een som
la valeur
de waarde
la fortune
het vermogen
les revenus
de inkomsten
la source d'argent
de geldbron
avoir de l'argent sur soi
geld bij zich hebben
avoir de la monnaie
kleingeld hebben
ne pas avoir un sou en poche
geen cent op zak hebben
la banque
de bank
un guichet
een loket
un banquier, une banquière
een bankier
une carte bancaire
een bankkaart
le code secret
de pincode
un distributeur automatique
een geldautomaat
un compte
een bankrekening
le solde
het saldo
être à découvert
in het rood staan
une opération bancaire
een bankverrichting
un versement
een storting
un virement
een overschrijving
un remboursement
een terugbetaling
payer/régler
betalen
payer en liquide/payer au comptant
contant betalen
payer par carte
met de kaart betalen
régler une facture
een rekening betalen
verser
storten
virer
overschrijven
l'épargne
het sparen
les économies
het spaargeld
une tirelire
een spaarpot
un épargnant
een spaarder
faire des économies
sparen
placer
beleggen
spéculer
speculeren