Biologie - Hoofdstuk 5/6 Nectar Havo 4

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/109

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Alle begrippen van hoofdstuk 5 en 6.

Biology

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

110 Terms

1
New cards

Metabolisme

De stofwisseling, alle chemische processen in het lichaam die nodig zijn voor energieproductie, groei en onderhoud.

2
New cards

Brandstoffen

Koolhydraten, vetten en eiwitten die energie leveren via dissimilatie.

3
New cards

Bouwstoffen

Stoffen nodig voor opbouw en herstel van weefsels, zoals eiwitten, water, vetten en mineralen.

4
New cards

Reservestoffen

Stoffen die worden opgeslagen voor later gebruik, zoals glycogeen en vetten.

5
New cards

Glycogeen

Vertakt molecuul opgebouwd uit glucose, opgeslagen in lever- en spiercellen als energiereserve.

6
New cards

Energie

Vermogen om arbeid te verrichten, gemeten in joules of calorieën.

7
New cards

Niet-essentiële aminozuren

Aminozuren die het lichaam zelf kan maken.

8
New cards

Essentiële aminozuren

Aminozuren die het lichaam niet zelf kan maken en via voeding moeten worden opgenomen.

9
New cards

Reservevoedsel

Opgeslagen voedingsstoffen in planten, zoals zetmeel in aardappelen.

10
New cards

Dissimilatie

Afbraakprocessen waarbij energie vrijkomt uit voedingsstoffen.

11
New cards

Warmte

Vorm van energie die vrijkomt bij dissimilatie.

12
New cards

Chemische energie

Energie opgeslagen in chemische bindingen.

13
New cards

ATP

AdenosineTrifosfaat - belangrijkste energiedragend molecuul in cellen.

14
New cards

ADP

AdenosineDifosfaat - molecuul dat ontstaat wanneer ATP een fosfaatgroep afstaat.

15
New cards

Kinetische energie

Energie van beweging.

16
New cards

Creatinefosfaat

Energiebuffer in spiercellen die snel ATP kan genereren.

17
New cards

Faataccu

Energiereservesysteem in spieren (ATP + creatinefosfaat).

18
New cards

Pyrodruivenzuur

Tussenproduct bij glucose-afbraak.

19
New cards

Melkzuurgisting

Anaerobe omzetting van glucose in melkzuur.

20
New cards

Anaerobe dissimilatie

Energieproductie zonder zuurstof.

21
New cards

Aerobe dissimilatie

Energieproductie met zuurstof waarbij glucose volledig wordt afgebroken.

22
New cards

Reactievergelijking

Schematische weergave van een chemische reactie.

23
New cards

Vetten

Lipiden die energie leveren en als bouwstof dienen.

24
New cards

Eiwitten

Grote moleculen opgebouwd uit aminozuren, nodig voor opbouw en herstel van weefsels.

25
New cards

Glycerol

Bestanddeel van vetten.

26
New cards

Vetzuren

Bestanddelen van vetten.

27
New cards

Aminozuren

Bouwstenen van eiwitten.

28
New cards

Ureum

Afvalproduct van eiwitafbraak.

29
New cards

Melkzuurbacteriën

Bacteriën die melkzuurgisting veroorzaken.

30
New cards

Cellulaire gisten

Eencellige schimmels die betrokken zijn bij fermentatieprocessen.

31
New cards

Alcoholische gisting

Anaerobe omzetting van glucose in ethanol en CO₂ door gisten.

32
New cards

Chlorofyl

Groen pigment in planten dat licht absorbeert voor fotosynthese.

33
New cards

Lichtenergie

Energie afkomstig van licht.

34
New cards

Anorganische stoffen

Stoffen die niet door levende organismen zijn gemaakt, zoals water en mineralen.

35
New cards

Fotosynthese

Proces waarbij planten lichtenergie omzetten in chemische energie.

36
New cards

Koolstofassimilatie

Vastleggen van koolstof in organische verbindingen.

37
New cards

Chloroplasten

Organellen in plantencellen waar fotosynthese plaatsvindt.

38
New cards

Huidmondjes

Openingen in bladeren voor gasuitwisseling.

39
New cards

Abiotische factoren

Niet-levende omgevingsfactoren die van invloed zijn op organismen.

40
New cards

Beperkende factor

Omgevingsfactor die een proces beperkt, zoals licht bij fotosynthese.

41
New cards

Brutoproductie

Totale hoeveelheid door fotosynthese geproduceerde glucose.

42
New cards

Nettoproductie

Brutoproductie minus verbruik door dissimilatie.

43
New cards

Drooggewicht

Gewicht van een organisme of weefsel zonder water.

44
New cards

Gaswisseling

Uitwisseling van gassen zoals CO₂ en O₂.

45
New cards

Verdamping

Overgang van water van vloeibaar naar gasvormig.

46
New cards

Wortelharen

Uitstulpingen van wortelcellen die de opname vergroten.

47
New cards

Endodermis

Laag cellen in plantenwortels die de opname van stoffen reguleert.

48
New cards

Worteldruk

Druk die water omhoog duwt in planten.

49
New cards

Plasmastroming

Beweging van cytoplasma in cellen.

50
New cards

Houtvaten

Vaten in planten die water en mineralen transporteren.

51
New cards

Bastvaten

Vaten in planten die organische stoffen zoals suikers transporteren.

52
New cards

Voedingsstoffen

Stoffen nodig voor groei en onderhoud van het lichaam.

53
New cards

Vetten

Lipiden die energie leveren en als bouwstof dienen.

54
New cards

Eiwitten

Grote moleculen opgebouwd uit aminozuren.

55
New cards

Koolhydraten

Organische verbindingen zoals suikers en zetmeel.

56
New cards

Vitamines

Organische verbindingen nodig voor diverse lichaamsfuncties.

57
New cards

Mineralen

Anorganische voedingsstoffen zoals calcium en ijzer.

58
New cards

Spoorelementen

Mineralen die in zeer kleine hoeveelheden nodig zijn.

59
New cards

ADH-waarden

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid van voedingsstoffen.

60
New cards

Gezonde voeding

Voeding die alle benodigde voedingsstoffen in de juiste verhoudingen bevat.

61
New cards

Mechanische verkleining

Fysieke afbraak van voedsel door kauwen.

62
New cards

Chemische afbraak

Enzymatische afbraak van voedsel.

63
New cards

Verteringsenzymen

Enzymen die voedsel afbreken.

64
New cards

Zetmeel

Polysacharide dat dient als plantaardige energiereserve.

65
New cards

Polysacharide

Lange ketens van suikermoleculen.

66
New cards

Glucose

Enkelvoudige suiker, belangrijkste brandstof voor cellen.

67
New cards

Disachariden

Suikers bestaande uit twee monosacharide-eenheden.

68
New cards

Verteringsorganen

Organen betrokken bij de spijsvertering.

69
New cards

Verteringssappen

Vloeistoffen met enzymen voor de spijsvertering.

70
New cards

Speekselklieren

Klieren die speeksel produceren.

71
New cards

Slokdarm

Buis die voedsel van mond naar maag transporteert.

72
New cards

Maagsapklieren

Klieren in de maagwand die maagsap produceren.

73
New cards

Pepsinogeen

Inactief precursor van het enzym pepsine.

74
New cards

Alvleesklier

Orgaan dat verteringsenzymen produceert.

75
New cards

Twaalfvingerige darm

Eerste deel van de dunne darm.

76
New cards

Dunne darm

Darmgedeelte waar meeste vertering en opname plaatsvindt.

77
New cards

Galblaas

Orgaan dat gal opslaat.

78
New cards

Darmsapklieren

Klieren in de darmwand die darmsap produceren.

79
New cards

Verteringsproducten

Eindproducten van de spijsvertering.

80
New cards

Blindedarm

Begin van de dikke darm.

81
New cards

Appendix

Aanhangsel van de blindedarm.

82
New cards

Dikke darm

Darmgedeelte waar water wordt opgenomen.

83
New cards

Endeldarm

Laatste deel van de dikke darm.

84
New cards

ADI-waarde

Aanvaardbare Dagelijkse Inname van een stof.

85
New cards

Katalyseren

Het versnellen van een chemische reactie.

86
New cards

Substraatmolecuul

Molecuul waar een enzym op inwerkt.

87
New cards

Enzym-substraatcomplex

Tijdelijke verbinding tussen enzym en substraat.

88
New cards

Substraatspecifiek

Eigenschap dat een enzym slechts één specifiek substraat herkent.

89
New cards

Enzymen

Eiwitten die chemische reacties versnellen.

90
New cards

Optimumkromme

Grafiek die de optimale omstandigheden voor enzymactiviteit weergeeft.

91
New cards

Aminozuren

Bouwstenen van eiwitten.

92
New cards

Gal

Vloeistof geproduceerd door de lever, helpt bij vetvertering.

93
New cards

Emulgeren

Het verdelen van vetdruppels in kleinere deeltjes.

94
New cards

Monoglyceriden

Vetzuurmoleculen met één glycerol.

95
New cards

Vetzuren

Bestanddelen van vetten.

96
New cards

Glycerol

Bestanddeel van vetten.

97
New cards

Maag

Orgaan waar eerste fase van eiwitvertering plaatsvindt.

98
New cards

Darmperistaltiek

Golfachtige spiersamentrekkingen voor voedseltransport.

99
New cards

Maagportier

Sluitspier tussen maag en dunne darm.

100
New cards

Darmvlokken

Uitstulpingen in de dunne darm die het oppervlak vergroten.