1/73
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Proces waarin jongeren
emoties leren herkennen, reguleren
relaties opbouwen en onderhouden
verantwoord gedrag ontwikkelen
4 doelen van sociaal-emotionele ontwikkeling
zelfinzicht
empathie
sociale vaardigheden
emotioneel welzijn
Zelfbewustzijn
Vermogen om eigen emoties, gedachten en waarden te herkennen en te begrijpen.
Intern zelfbewustzijn
Inzicht in eigen gevoelens, gedachten en reacties.
Extern zelfbewustzijn
Inzicht in hoe anderen jou waarnemen.
Zelfvertrouwen
Geloof in eigen mogelijkheden en capaciteiten.
Metacognitie
Nadenken over het eigen denken en leren.
Johari-venster
Model dat inzicht geeft in wat je over jezelf weet en wat anderen over jou weten.
Leg de vensters van het Johari venster uit.
open: info bekend bij jezelf en anderen
blinde vlek: info bekend bij anderen maar onbekend bij jezelf
verborgen: bekend bij jezelf maar onbekend bij anderen (die je niet toont)
onbekend: onbekend voor iedereen

Doel van het Johari-venster
De open ruimte vergroten om communicatie en zelfinzicht te verbeteren. “Hoe kwam mijn uitleg over bij jullie?”
Manier om blinde vlekken te verkleinen.
Feedback vragen
Daniel Ofman
Ontwikkelaar van de kernkwadranten. (hoe onze kernkwaliteiten andere beïnvloeden)

Emotieregulatie
Vermogen om emoties te herkennen, begrijpen en beheersen.
Co-regulatie
Proces waarbij een volwassene een jongere helpt emoties te reguleren.
Thermostaatmetafoor
De leraar blijft rustig en helpt emoties temperen.
Amygdala
Hersengebied betrokken bij emotionele reacties.
didactische tips om emoties te reguleren
herkennen + benoemen
afkoelfase
herwaardering
stop-denk-doe
Empathie
Vermogen om gevoelens van anderen te begrijpen of mee te voelen.
Affectieve empathie
Emoties van anderen meevoelen.
Cognitieve empathie
Perspectief van anderen begrijpen zonder dezelfde emotie te voelen.
Attributiebias
Neiging om gedrag van anderen verkeerd of negatief te interpreteren.
Sociale acceptatie
Geaccepteerd worden door leeftijdsgenoten.
Peer-invloed
Invloed van leeftijdsgenoten op gedrag en keuzes.
Relatievorming
Proces van het opbouwen en onderhouden van relaties.
Peergroup
Groep leeftijdsgenoten die belangrijk is voor sociale ontwikkeling.
Conformisme
Neiging zich aan te passen aan de groep.
Veilige haven
Persoon of omgeving die steun biedt tijdens stress.
Thomas-Kilmann Conflict Model
Model met vijf stijlen van conflicthantering.

Assertiviteit
Opkomen voor eigen belangen.
Coöperativiteit
Rekening houden met belangen van anderen.
Vijf stijlen van conflicthantering volgens Thomas-Kilmann Conflict Model
forceren: hoge assertiviteit en lage coöperativiteit
samenwerken: hoge assertiviteit en coöperativiteit
compromis sluiten: gemiddelde as en co
vermijden: lage as en co
aanpassen: lage as en hoge co
principes bij een conflict
de-escaleer
focus op behoefte en niet gedrag
werk herstelgericht
Ik-boodschap
Communicatievorm die gevoelens benoemt zonder beschuldigingen.
Autonomie
vermogen om zelf beslissingen te maken
Zelfregulatie
Doelgericht sturen van gedachten, emoties en gedrag.
Zimmerman met 3 fasen van zelfregulatie
vooruit blikken: doelen stellen en plannen
uitvoeren
zelfreflectie
didactisch bij autonomie geven
autonomie-ondersteunend lesgeven: waarom een taak en hoe saai is toegeven
structuur bieden
geleidelijke opdracht
keuze-dillema’s
Psychische kwetsbaarheid
Verhoogde gevoeligheid voor psychische problemen.
Signaalfunctie van de leraar
Problemen opmerken en doorverwijzen zonder te diagnosticeren door
observeren: verandering in gedrag
normaliseren en benoemen: zonder oordeel
doorverwijzen
Empathische vermoeidheid
Uitputting door langdurige emotionele betrokkenheid.
Digitale invloeden
Effecten van sociale media op ontwikkeling.
Eenzaamheid
Hoger risico bij veel online en weinig fysieke sociale contacten.
Emotionele intelligentie (EI)
Vermogen om emoties te herkennen, begrijpen, uiten en reguleren.
componenten van EI
zelfbewustzijn
emotieregulatie
empathie
zelfmotivatie
sociale vaardigheden
4 kerncomponenten van EI
emoties:
herkennen
begrijpen
reguleren
empathie en expressie
Hoge emotionele intelligentie
Hangt samen met meer welzijn en betere relaties.
Lage emotionele intelligentie
Hangt samen met meer psychische problemen en problematisch gedrag.
signaalfunctie als leerkracht
sociale terugtrekking
coping-switch: externaliserend (ongecontroleerde woedeuitbarstingen) en internaliserend (extreme faalangst en apathie)
digitale weerslag
kelderende executieve functies: sociaal-emotionele stress neemt over
verandering in identiteitsverkenning
John Bowlby
Grondlegger van de gehechtheidstheorie.
Gehechtheid
Duurzame affectieve band met belangrijke zorgfiguren.
Gehechtheidssysteem
Aangeboren systeem dat nabijheid zoekt bij stress.
Veilige gehechtheid
Vertrouwen in beschikbaarheid van zorgfiguren.
Onveilige gehechtheid
Onvoldoende vertrouwen in beschikbaarheid van zorg.
Strange Situation Test door Mary Ainsworth
Gestandaardiseerde observatie van gehechtheid bij jonge kinderen.
Doel van Strange Situation
Vaststellen van gehechtheidstype.
4 types gehechtheid volgens Strange Situation Test
veilige gehechtheid
onveilig-vermijdend (onverschillig bij vertrek van ouder en zoekt weinig contact)
onveilig-ambivalent/resistent (boos)
gedesorganiseerde gehechtheid (inconsistent)
Beschermend effect van veilige gehechtheid.
Buffer tegen stress
Gevolgen van veilige gehechtheid
emotioneel: beter in emotieregulatie + meer zelfvertrouwen
sociaal: empathie + vriendschappen
cognitief: meer exploratie + concentratie + doorzettingsvermogen
mentaal: positief zelfbeeld + verlaagt kans op mentale problemen
autonomie: meer zelfstandigheid + identiteitsontwikkeling
Gevolgen van onveilige gehechtheid
emotioneel: moeite met stress en emotieregulatie + hoger risico op angst, impuls, …
sociaal: moeite met vertrouwen + nabijheid
cognitief: minder exploratie + concentratie
autonomie: lager zelfvertrouwen + afhankelijk van bevestiging + extreme onafhankelijkheid
Interne werkmodellen uit de hechtingstheorie van John Bowlby
Mentale schema's over zichzelf, anderen en relaties.
Functie van interne werkmodellen
Voorspellen hoe relaties zullen verlopen.
kritiek op gehechtheidstheorie
culturele bias (vooral gebaseerd op westerse families)
strange situation is geen universele perfecte maat (is een momentopname)
overmatige focus op de moeder
te sterke nadruk op vroegere ervaringen
relatief zwakke voorspellende waarde op lange termijn
onduidelijke grens tussen gehechtheid en temperament
pathalogisering van normaal veriabel gedrag
Leertheorie van gehechtheid
volgens klassieke conditionering: wat het kind verwacht van de ouder
volgens operante conditionering: welk gedrag het kind ontwikkeld om steun te krijgen
Verklaring vermijdende gehechtheid
Steun zoeken wordt niet beloond of afgewezen.
Verklaring ambivalente gehechtheid
Steun zoeken wordt onvoorspelbaar beloond.
Sensitief responsief handelen
Signalen opmerken, juist interpreteren en passend reageren.
Internaliserend probleemgedrag
Problemen die naar binnen gericht zijn. (angst, schuld, vermijdend)
Externaliserend probleemgedrag
Problemen die naar buiten gericht zijn. (opstandig, agressie, moeite met autoriteit)
Ferme pedagogiek
Opvoedingsstijl met sensitiviteit én duidelijke grenzen.
Mild opvoeden
Opvoedingsstijl met nadruk op zachtheid en emoties.
Ferme opvoeding
Combinatie van warmte, structuur en duidelijke grenzen.
Sensitief disciplineren
Begrenzen met aandacht voor gevoelens en behoeften.
Sleutelcompetentie 9
Zelfbewustzijn en zelfexpressie.
Sleutelcompetentie 10
Sociaal-relationele competenties.