CHAPTER 2 - FUNCTIONAL ORGANIZATION OF THE CELL

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/27

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

28 Terms

1
New cards

inhoud

1 — structuur

2 — functie

3 — gespecialiseerde celtypes

2
New cards

1 — STRUCTUUR

3
New cards

fysiologie — def

studie v/d homeostatische mechanismen waardoor een organisme kan blijven bestaan ondanks de steeds veranderende druk die wordt opgelegd door een vijandige omgeving

4
New cards

plasmamembraan

  • = leaflet

  • barrière die voorkomt dat intracellulaire stoffen diffunderen naar de extracellulaire ruimte

  • asymmetrisch;

    • beïnvloedt buiging (curvature) en vloeibaarheid van membraan (extracellulair stijver dan intracellulair)

    • intracellulair negatief geladen

5
New cards

fosfolipiden

  • hoofdbestanddeel van celmembranen

  • amfipatische moleculen

    • hydrofiele kop

    • hydrofobe vetzuurstaarten

  • verschillende soorten; maar gelijkaardige opbouw (behalve glycerol)

6
New cards

opbouw fosfolipide

  • kop

    • fosfaat

    • glycerol

    • andere groep

  • staarten

    • vetzuur‎; beïnvloedt vloeibaarheid, structuur en dikte lipide membraan

<ul><li><p>kop</p><ul><li><p>fosfaat</p></li><li><p>glycerol</p></li><li><p>andere groep</p></li></ul></li><li><p>staarten</p><ul><li><p>vetzuur‎; beïnvloedt vloeibaarheid, structuur en dikte lipide membraan</p></li></ul></li></ul><p></p>
7
New cards

gel-sol state

  • fosfolipide membraan is een vloeibare structuur met extreme temperatuursgevoeligheid

    • gel = meer vast

    • sol(ution) = meer vloeibaar

    • Tm = melting temperature = overgang tss gel en sol

<ul><li><p>fosfolipide membraan is een vloeibare structuur met extreme temperatuursgevoeligheid</p><ul><li><p>gel = meer vast</p></li><li><p>sol(ution) = meer vloeibaar</p></li><li><p>T<sub>m</sub> = melting temperature = overgang tss gel en sol</p></li></ul></li></ul><p></p>
8
New cards

verzadigde vs onverzadigde vetzuren

  • lange/verzadigde vetzuren (recht)

    • sterke interactie

    • dichte (dense) pakking

    • vast (hoge Tm)

  • korte/onverzadigde vetzuren (knik)

    • zwakke interactie

    • zwakke pakking

    • vloeibaar (lage Tm)

9
New cards

cholesterol

  • bij weinig cholesterol; stijfheid bij polaire koppen → membraan minder permeabel

  • bij veel cholesterol; minder interactie, want cholesterol zit in de weg → membraan vloeibaarder

10
New cards

soorten bewegingen membraan

  • laterale diffusie

  • flexie

  • rotatie

  • flip-flop

<ul><li><p>laterale diffusie</p></li><li><p>flexie</p></li><li><p>rotatie</p></li><li><p>flip-flop</p></li></ul><p></p>
11
New cards

flip-flop

  • ATP-afhankelijk + undirectioneel

  • flippasen; extra → intra

    • scramblasen; energieonafh. + bidirectioneel

  • floppasen; intra → extra

<ul><li><p>ATP-afhankelijk + undirectioneel</p><p>‎</p></li><li><p>flippasen; extra → intra</p><ul><li><p>scramblasen; energieonafh. + bidirectioneel</p></li></ul></li><li><p>floppasen; intra → extra</p></li></ul><p></p><p></p>
12
New cards

microdomeinen — opbouw

  • = lipid rafts

  • bevatten cholesterol en sphingolipiden → dikker membraan

    • leaflet-leaflet interacties kunnen variëren

    • accumulatie van membraan proteïnes

  • beïnvloeden

    • lokale vloeibaarheid

    • membraaneigenschappen; stijfheid en stretch

<ul><li><p>= lipid rafts</p></li><li><p>bevatten cholesterol en sphingolipiden → dikker membraan</p><ul><li><p>leaflet-leaflet interacties kunnen variëren</p></li><li><p>accumulatie van membraan proteïnes</p></li></ul></li><li><p>beïnvloeden</p><ul><li><p>lokale vloeibaarheid</p></li><li><p>membraaneigenschappen; stijfheid en stretch</p></li></ul></li></ul><p></p>
13
New cards

microdomeinen — functies

  • ruimtelijke organisatie plasmamembraan (PM)

  • signaaltransductie (vb. PIP2)

  • receptoractivatie

  • intracellulair transport van lipiden en eiwitten van het ER, Golgi-apparaat en endosomen naar het PM

14
New cards

membraanproteïnen

  • types

    • integraal

    • perifeer

  • transport en signaaloverdracht

<ul><li><p>types</p><ul><li><p>integraal</p></li><li><p>perifeer</p></li></ul></li><li><p>transport en signaaloverdracht</p></li></ul><p></p>
15
New cards

2 — FUNCTIES

16
New cards

mogelijke functies membraanproteïnen

  • integraal

    • receptor

    • adhesiemolecule

    • transmembranair transport waterige oplossingen

    • enzym

    • intracellulaire signalering

  • perifeer

    • intracellulaire signalering

    • vorming cytoskelet

17
New cards

integraal membraanproteïne — ligand-bindende receptoren

<p></p>
18
New cards

integraal membraanproteïne — adhesiemoleculen

  • signaal van extracellulair doorgeven aan intracellulair

  • mutaties in adhesiemoleculen

    • kanker

    • Ehlers-Danlos

<ul><li><p>signaal van extracellulair doorgeven aan intracellulair</p></li><li><p>mutaties in adhesiemoleculen</p><ul><li><p>kanker</p></li><li><p>Ehlers-Danlos</p></li><li><p>…</p><p></p></li></ul></li></ul><p></p>
19
New cards

integraal membraanproteïne — transmembranair transport waterige oplossingen (vb. via ion-kanaal)

  • K+- kanaal

<ul><li><p>K<sup>+</sup>- kanaal</p></li></ul><p></p>
20
New cards

3 — GESPECIALISEERDE CELTYPES

21
New cards

cellulaire differentiatie

proces waarbij cellen zich specialiseren in specifieke functies

22
New cards

stamcellen

  • ongespecialiseerde cellen die nog tot verschillende celtypes kunnen ontwikkelen

  • zygote is de “ultieme” stamcel = totipotent

23
New cards

celpotentie

  • toti;

    • in staat om in alle cellen v/h lichaam te differentiëren, inclusief extra-embryonaal weefsel zoals de placenta

  • pluri;

    • in staat om in alle cellen v/h lichaam te differentiëren; exclusief extra-embryonaal weefsel

  • multi;

    • in staat om verschillende cellen van verwante weefsels te vormen

  • oligo;

    • kunnen maar in een paar celtypen differentiëren

  • uni;

    • kunnen slechts in één celtype differentiëren

24
New cards

tight junction = zonula occludens

  • wat? membranen v. twee cellen komen samen → vormen barrière tegen vloeibare stoffen

  • doel? barrrière + selectieve “poorten” + grenslaag tss apicaal en basolateraal domein

  • proteïne? claudines + occludines

25
New cards

adhering junction = zonula adherens

  • wat? eiwitcomplex dat hechte verbinding tussen verschillende cellen in een weefsel vormt

  • doel? stevigheid in weefsels die onder mechanische belasting staan, zoals epitheel- en hartspierweefsel

  • proteïne? cadherines

26
New cards

gap junctions

  • wat? kanaalvormige verbindingen tussen naburige cellen

  • doel? uitwisseling van ionen en kleine moleculen; communicatie tss cellen, vooral in hartspiercellen en neuronen; elektrische en chemische signalen

  • proteïne? connexonen

27
New cards

desmosomen = macula adherens

  • wat? sterke, puntvormige cel-celverbindingen die zorgen voor mechanische stevigheid in weefsels die veel rek en druk ondergaan

  • doel? voorkomt dat cellen uit elkaar getrokken worden bij mechanische stress, zoals in de huid en het hart

  • proteïne? cadherines

28
New cards

gespecialiseerde celtypes — samengevat

knowt flashcard image