1/27
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
inhoud
1 — structuur
2 — functie
3 — gespecialiseerde celtypes
1 — STRUCTUUR
fysiologie — def
studie v/d homeostatische mechanismen waardoor een organisme kan blijven bestaan ondanks de steeds veranderende druk die wordt opgelegd door een vijandige omgeving
plasmamembraan
= leaflet
barrière die voorkomt dat intracellulaire stoffen diffunderen naar de extracellulaire ruimte
asymmetrisch;
beïnvloedt buiging (curvature) en vloeibaarheid van membraan (extracellulair stijver dan intracellulair)
intracellulair negatief geladen
fosfolipiden
hoofdbestanddeel van celmembranen
amfipatische moleculen
hydrofiele kop
hydrofobe vetzuurstaarten
verschillende soorten; maar gelijkaardige opbouw (behalve glycerol)
opbouw fosfolipide
kop
fosfaat
glycerol
andere groep
staarten
vetzuur; beïnvloedt vloeibaarheid, structuur en dikte lipide membraan
gel-sol state
fosfolipide membraan is een vloeibare structuur met extreme temperatuursgevoeligheid
gel = meer vast
sol(ution) = meer vloeibaar
Tm = melting temperature = overgang tss gel en sol
verzadigde vs onverzadigde vetzuren
lange/verzadigde vetzuren (recht)
sterke interactie
dichte (dense) pakking
vast (hoge Tm)
korte/onverzadigde vetzuren (knik)
zwakke interactie
zwakke pakking
vloeibaar (lage Tm)
cholesterol
bij weinig cholesterol; stijfheid bij polaire koppen → membraan minder permeabel
bij veel cholesterol; minder interactie, want cholesterol zit in de weg → membraan vloeibaarder
soorten bewegingen membraan
laterale diffusie
flexie
rotatie
flip-flop
flip-flop
ATP-afhankelijk + undirectioneel
flippasen; extra → intra
scramblasen; energieonafh. + bidirectioneel
floppasen; intra → extra
microdomeinen — opbouw
= lipid rafts
bevatten cholesterol en sphingolipiden → dikker membraan
leaflet-leaflet interacties kunnen variëren
accumulatie van membraan proteïnes
beïnvloeden
lokale vloeibaarheid
membraaneigenschappen; stijfheid en stretch
microdomeinen — functies
ruimtelijke organisatie plasmamembraan (PM)
signaaltransductie (vb. PIP2)
receptoractivatie
intracellulair transport van lipiden en eiwitten van het ER, Golgi-apparaat en endosomen naar het PM
membraanproteïnen
types
integraal
perifeer
transport en signaaloverdracht
2 — FUNCTIES
mogelijke functies membraanproteïnen
integraal
receptor
adhesiemolecule
transmembranair transport waterige oplossingen
enzym
intracellulaire signalering
perifeer
intracellulaire signalering
vorming cytoskelet
integraal membraanproteïne — ligand-bindende receptoren
integraal membraanproteïne — adhesiemoleculen
signaal van extracellulair doorgeven aan intracellulair
mutaties in adhesiemoleculen
kanker
Ehlers-Danlos
…
integraal membraanproteïne — transmembranair transport waterige oplossingen (vb. via ion-kanaal)
K+- kanaal
3 — GESPECIALISEERDE CELTYPES
cellulaire differentiatie
proces waarbij cellen zich specialiseren in specifieke functies
stamcellen
ongespecialiseerde cellen die nog tot verschillende celtypes kunnen ontwikkelen
zygote is de “ultieme” stamcel = totipotent
celpotentie
toti;
in staat om in alle cellen v/h lichaam te differentiëren, inclusief extra-embryonaal weefsel zoals de placenta
pluri;
in staat om in alle cellen v/h lichaam te differentiëren; exclusief extra-embryonaal weefsel
multi;
in staat om verschillende cellen van verwante weefsels te vormen
oligo;
kunnen maar in een paar celtypen differentiëren
uni;
kunnen slechts in één celtype differentiëren
tight junction = zonula occludens
wat? membranen v. twee cellen komen samen → vormen barrière tegen vloeibare stoffen
doel? barrrière + selectieve “poorten” + grenslaag tss apicaal en basolateraal domein
proteïne? claudines + occludines
adhering junction = zonula adherens
wat? eiwitcomplex dat hechte verbinding tussen verschillende cellen in een weefsel vormt
doel? stevigheid in weefsels die onder mechanische belasting staan, zoals epitheel- en hartspierweefsel
proteïne? cadherines
gap junctions
wat? kanaalvormige verbindingen tussen naburige cellen
doel? uitwisseling van ionen en kleine moleculen; communicatie tss cellen, vooral in hartspiercellen en neuronen; elektrische en chemische signalen
proteïne? connexonen
desmosomen = macula adherens
wat? sterke, puntvormige cel-celverbindingen die zorgen voor mechanische stevigheid in weefsels die veel rek en druk ondergaan
doel? voorkomt dat cellen uit elkaar getrokken worden bij mechanische stress, zoals in de huid en het hart
proteïne? cadherines
gespecialiseerde celtypes — samengevat