1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
vers
regel van een gedicht
strofe
groep versregels in een gedicht die een geheel vormen
refrein
gelijke versregels die herhaaldelijk terugkeren in het gedicht.
free verse
(vrij vers) versvorm waarin gedeeltelijk of geheel wordt gebroken met de traditionele verstechniek: geen metrum, (rijm)schema ...
visuele poëzie
Poëzie waarbij de schrijfwijze de inhoud van de tekst illustreert

kwatrijn
strofe van 4 regels
terzine
strofe van drie regels
distichon
strofe van 2 regels
sextet
strofe van zes regels/twee terzines
octaaf
strofe van 8 regels / 2 kwatrijnen
(vaste) dichtvorm
Vaste opzet van een gedicht, waarmee het rijmschema, het ritme, de klank of de inhoud van het gedicht kan worden voorgeschreven.
eindrijm
Rijm aan het eind van een versregel
assonantie
klinkerrijm

alliteratie
beginrijm

metafoor
stijlfiguur: figuurlijke uitspraak die gebaseerd is op overeenkomst

antithese
stijlfiguur: tegenstelling (je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen)

enjambement
doorlopen van een zin over twee of meer versregels
personificatie
stijlfiguur: je stelt een levenloos ding voor als een persoon
rondeel
dichtvorm waarbij bepaalde versregels diverse malen worden herhaald
sonnet
(of klinkdicht) veertienregelig metrisch gedicht
parallellisme
je herhaalt onvolledig. De grammaticale constructie komt overeen, maar een aantal woorden verandert. bv. Spreken is zilver, zwijgen is goud.
repetitio
herhaling: je herhaalt dezelfde woorden om er aandacht op te vestigen
retorische vraag
je stelt een vraag waarop je geen antwoord verwacht
anafoor
herhaling van hetzelfde woord aan het begin van een reeks verzen/zinnen/zinsdelen. bv.: niemand die het weet, niemand die wat doet, niemand die het wat kan schelen
epifoor
Herhaling van woorden (woordgroepen) aan het einde van opeenvolgende verzen, zinnen of zinsdelen.
metonymie
je brengt dingen in verband op basis van een gelijkenis (deel voor geheel, geheel voor deel ...)
synesthesie
beeldspraak die twee zintuiglijke waarnemingen combineert. bv. Schreeuwende kleuren.
opsomming, eufemisme, understatement, ironie, tautologie, pleonasme, woordspeling.
7 stijlfiguren die je al langer kent.
paradox
schijnbare tegenstrijdigheid. Bv. Toen het bergop ging, ging het bergaf. Toen het bergaf ging, ging het bergop.
allusie
een toespeling op, een verwijzing naar een persoon, film, tekst ... bv. spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de beste wielrenner van het land?
oxymoron (stijlfiguur)
speciaal geval van de paradox, in hun letterlijke betekenis tegenstrijdige woorden die elkaar versterken. bv. publiek geheim, oud nieuws, ...
retorische vraag
een vraag waarop je geen antwoord verwacht
metrum/versmaat
vast ritmepatroon, regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen
volta
een inhoudelijke verandering die in een bepaalde relatie tot het voorafgaande, meestal dus het octaaf, staat
chiasme
kruisstelling (wanneer je woorden onder elkaar plaatst, zie je een kruis). bv.: Het leven is kort, lang echter de eeuwigheid.

climax (>< anticlimax)
Vorm van opsomming waarbij de elementen in sterkte toenemen (vs. afnemen). bv. Het wordt vanavond weer lachen, gieren, brullen vs. Het is schitterend, prachtig, aardig weer.

zeugma
Een ww. of bn. verbindt 2 andere woordgroepen, terwijl dat woord in relatie tot beide zinsdelen een verschillende functie vervult. Vaak grappig bedoeld. bv. Ze gaf hem een hand en de bons.
(onbedoeld grappig? > stijlfout. )
litotes
Je zegt het negatieve van het tegenovergestelde. Bv. Dat ziet er niet goed uit. (i.p.v. dat ziet er slecht uit)
hyperbool
zware overdrijving. Bv. We hebben nog een zee van tijd.
prolepsis
Vooropplaatsing, je plaatst het deel dat je wil beklemtonen voorop en duidt het dan later weer met een verwijswoord aan. Bv. Soep, daar lust ik wel pap van.
eufemisme, understatement, litotes, ironie >< hyperbool
Stijlfiguren (4) waarmee je je milder wil uitdrukken dan wat je bedoelt of dan hoe het in werkelijkheid is. 1 stijlfiguur wil net het omgekeerde doen.
Prolepsis, repetitio (herhaling), anafoor, epifoor, tautologie, pleonasme, opsomming, parallellisme, climax, anticlimax, antithese (tegenstelling), chiasme (kruisstelling)
Stijlfiguren (12) waarmee je iets wil beklemtonen.
paradox, oxymoron, retorische vraag
Stijlfiguren (3) waarmee je de ontvanger aan het denken wil zetten.
allusie
Stijlfiguur waarmee je een belezen indruk wil maken.
woordspeling, zeugma
Stijlfiguren (2) waarmee je een grappige indruk wil maken.