Poëzie: praat erover

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/44

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:47 PM on 6/6/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

45 Terms

1
New cards

vers

regel van een gedicht

2
New cards

strofe

groep versregels in een gedicht die een geheel vormen

3
New cards

refrein

gelijke versregels die herhaaldelijk terugkeren in het gedicht.

4
New cards

free verse

(vrij vers) versvorm waarin gedeeltelijk of geheel wordt gebroken met de traditionele verstechniek: geen metrum, (rijm)schema ...

5
New cards

visuele poëzie

Poëzie waarbij de schrijfwijze de inhoud van de tekst illustreert

<p>Poëzie waarbij de schrijfwijze de inhoud van de tekst illustreert</p>
6
New cards

kwatrijn

strofe van 4 regels

7
New cards

terzine

strofe van drie regels

8
New cards

distichon

strofe van 2 regels

9
New cards

sextet

strofe van zes regels/twee terzines

10
New cards

octaaf

strofe van 8 regels / 2 kwatrijnen

11
New cards

(vaste) dichtvorm

Vaste opzet van een gedicht, waarmee het rijmschema, het ritme, de klank of de inhoud van het gedicht kan worden voorgeschreven.

12
New cards

eindrijm

Rijm aan het eind van een versregel

13
New cards

assonantie

klinkerrijm

<p>klinkerrijm</p>
14
New cards

alliteratie

beginrijm

<p>beginrijm</p>
15
New cards

metafoor

stijlfiguur: figuurlijke uitspraak die gebaseerd is op overeenkomst

<p>stijlfiguur: figuurlijke uitspraak die gebaseerd is op overeenkomst</p>
16
New cards

antithese

stijlfiguur: tegenstelling (je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen)

<p>stijlfiguur: tegenstelling (je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen)</p>
17
New cards

enjambement

doorlopen van een zin over twee of meer versregels

18
New cards

personificatie

stijlfiguur: je stelt een levenloos ding voor als een persoon

19
New cards

rondeel

dichtvorm waarbij bepaalde versregels diverse malen worden herhaald

20
New cards

sonnet

(of klinkdicht) veertienregelig metrisch gedicht

21
New cards

parallellisme

je herhaalt onvolledig. De grammaticale constructie komt overeen, maar een aantal woorden verandert. bv. Spreken is zilver, zwijgen is goud.

22
New cards

repetitio

herhaling: je herhaalt dezelfde woorden om er aandacht op te vestigen

23
New cards

retorische vraag

je stelt een vraag waarop je geen antwoord verwacht

24
New cards

anafoor

herhaling van hetzelfde woord aan het begin van een reeks verzen/zinnen/zinsdelen. bv.: niemand die het weet, niemand die wat doet, niemand die het wat kan schelen

25
New cards

epifoor

Herhaling van woorden (woordgroepen) aan het einde van opeenvolgende verzen, zinnen of zinsdelen.

26
New cards

metonymie

je brengt dingen in verband op basis van een gelijkenis (deel voor geheel, geheel voor deel ...)

27
New cards

synesthesie

beeldspraak die twee zintuiglijke waarnemingen combineert. bv. Schreeuwende kleuren.

28
New cards

opsomming, eufemisme, understatement, ironie, tautologie, pleonasme, woordspeling.

7 stijlfiguren die je al langer kent.

29
New cards

paradox

schijnbare tegenstrijdigheid. Bv. Toen het bergop ging, ging het bergaf. Toen het bergaf ging, ging het bergop.

30
New cards

allusie

een toespeling op, een verwijzing naar een persoon, film, tekst ... bv. spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de beste wielrenner van het land?

31
New cards

oxymoron (stijlfiguur)

speciaal geval van de paradox, in hun letterlijke betekenis tegenstrijdige woorden die elkaar versterken. bv. publiek geheim, oud nieuws, ...

32
New cards

retorische vraag

een vraag waarop je geen antwoord verwacht

33
New cards

metrum/versmaat

vast ritmepatroon, regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen

34
New cards

volta

een inhoudelijke verandering die in een bepaalde relatie tot het voorafgaande, meestal dus het octaaf, staat

35
New cards

chiasme

kruisstelling (wanneer je woorden onder elkaar plaatst, zie je een kruis). bv.: Het leven is kort, lang echter de eeuwigheid.

<p>kruisstelling (wanneer je woorden onder elkaar plaatst, zie je een kruis). bv.: Het leven is kort, lang echter de eeuwigheid.</p>
36
New cards

climax (>< anticlimax)

Vorm van opsomming waarbij de elementen in sterkte toenemen (vs. afnemen). bv. Het wordt vanavond weer lachen, gieren, brullen vs. Het is schitterend, prachtig, aardig weer.

<p>Vorm van opsomming waarbij de elementen in sterkte toenemen (vs. afnemen). bv. Het wordt vanavond weer lachen, gieren, brullen vs. Het is schitterend, prachtig, aardig weer.</p>
37
New cards

zeugma

Een ww. of bn. verbindt 2 andere woordgroepen, terwijl dat woord in relatie tot beide zinsdelen een verschillende functie vervult. Vaak grappig bedoeld. bv. Ze gaf hem een hand en de bons.

(onbedoeld grappig? > stijlfout. )

38
New cards

litotes

Je zegt het negatieve van het tegenovergestelde. Bv. Dat ziet er niet goed uit. (i.p.v. dat ziet er slecht uit)

39
New cards

hyperbool

zware overdrijving. Bv. We hebben nog een zee van tijd.

40
New cards

prolepsis

Vooropplaatsing, je plaatst het deel dat je wil beklemtonen voorop en duidt het dan later weer met een verwijswoord aan. Bv. Soep, daar lust ik wel pap van.

41
New cards

eufemisme, understatement, litotes, ironie >< hyperbool

Stijlfiguren (4) waarmee je je milder wil uitdrukken dan wat je bedoelt of dan hoe het in werkelijkheid is. 1 stijlfiguur wil net het omgekeerde doen.

42
New cards

Prolepsis, repetitio (herhaling), anafoor, epifoor, tautologie, pleonasme, opsomming, parallellisme, climax, anticlimax, antithese (tegenstelling), chiasme (kruisstelling)

Stijlfiguren (12) waarmee je iets wil beklemtonen.

43
New cards

paradox, oxymoron, retorische vraag

Stijlfiguren (3) waarmee je de ontvanger aan het denken wil zetten.

44
New cards

allusie

Stijlfiguur waarmee je een belezen indruk wil maken.

45
New cards

woordspeling, zeugma

Stijlfiguren (2) waarmee je een grappige indruk wil maken.