1/42
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ballade
Een episch-lyrisch-dramatisch lied of gedicht in strofevorm met meestal een tragische afloop.
Romance
Een specifieke vorm van de ballade die wordt gekenmerkt door een gelukkige afloop.
Intertekstualiteit
Het verschijnsel waarbij een literaire tekst verwijst naar een andere tekst, film of muziek.
Geëngageerde kunst
Kunstwerken waarin de kunstenaar een maatschappelijke taak opneemt om verandering teweeg te brengen.
Motief
Een steeds terugkerend element in een verhaal dat een bepaalde betekenis draagt.
Middeleeuwse Topoi
Vaste ingrediënten of motieven die traditioneel in de proloog van een middeleeuws verhaal voorkomen.
Antropomorfisme
Het toekennen van menselijke eigenschappen, emoties en gedragingen aan dieren.
Satire
Een kunstvorm waarbij op humoristische wijze maatschappijkritiek wordt geleverd.
Parodie
Een spottende nabootsing van een bestaand werk of genre.
Religieuze Epiek
Verhalende teksten bedoeld om 'nutscap' (stichtelijkheid of lering) over te brengen.
Exempel (Exemplum)
Een kort voorbeeldverhaal met een duidelijke morele of religieuze boodschap.
Waarheidsclaim
De bewering van een auteur dat zijn verhaal 'naar waarheid' geschreven is.
Citeren
Een brontekst direct en letterlijk overnemen.
Parafraseren
Een deel van een brontekst herformuleren in eigen woorden.
Samenvatten
Een brontekst in verkorte vorm weergeven, waarbij alleen de hoofdzaken aan bod komen.
Morfeem
De kleinste betekenisdragende eenheid in een taal.
Allomorfen
Vormvarianten van een morfeem die een verschillende vorm hebben maar dezelfde betekenis dragen.
Recursiviteit
Het principe waarbij eenzelfde procedé onbeperkt na elkaar kan worden toegepast.
Open Woordklassen
Inhoudswoorden die uitbreidbaar zijn (Zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord).
Gesloten Woordklassen
Functiewoorden die niet uitbreidbaar zijn (Voorzetsel, voegwoord, voornaamwoord).
Drogreden
Een fout in de argumentatie waarbij er geen correct of sluitend verband is tussen het standpunt en de argumenten.
Syllogisme
Een vorm van deductief redeneren die uit drie onderdelen bestaat: majorpremisse, minorpremisse en conclusie.
Romantiek
Kunststroming waarbij gevoel, verbeelding en subjectiviteit centraal staan (1800-1850).
Realisme
Reactie op de Romantiek waarbij de nadruk ligt op objectiviteit en een gedetailleerde benadering van de werkelijkheid.
Naturalisme
Een vorm van "wetenschappelijk realisme" dat de werkelijkheid wil verklaren vanuit objectieve factoren.
Impressionisme
Stroming die niet de objectieve realiteit weergeeft, maar de subjectieve indruk (stemming en sfeer).
Popart
Kunstvorm die directe aansluiting zoekt bij de alledaagse consumptiemaatschappij.
Nieuw Realisme
Stroming die stelt dat alles onderwerp van een gedicht kan zijn, vaak met readymades.
Neoromantiek
Reactie op het nieuw realisme waarbij gevoelens, subjectiviteit en melancholie opnieuw centraal staan.
Sonnet (Klinkdicht)
Gedicht bestaande uit 14 verzen, traditioneel met twee kwatrijnen, twee terzinen en een volta.
Valentie
Het aantal noodzakelijke zinsdelen dat een werkwoord vereist om een zin te vormen.
Bananenzin
Constructie in spreektaal waarbij een voorzetsel dat bij een werkwoord hoort, achteraan de zin staat.
Ambiguïteit
Wanneer een zin op meer dan één manier begrepen kan worden.
Standaardtaal
De normatieve taal bruikbaar in officiële situaties, onderwijs en media.
Dialect
Een geografisch beperkte taalvariëteit.
Regiolect
Variëteit die fungeert als 'gemene deler' van een aantal dialecten in een groter gebied.
Tussentaal
Informele variëteit tussen dialect en standaardtaal in.
Taalcontinuüm
De geleidelijke overgang tussen verschillende taalvormen.
Sociolect
Variëteit gesproken door een sociale groep of klasse om verbondenheid te versterken.
Expressionisme
Poëzie die breekt met rijm, metrum en vaste strofebouw om emoties direct te uiten.
Ritmische Typografie
Techniek waarbij visuele bladspiegel en auditief ritme gecombineerd worden.
Voornaamwoordelijk Bijwoord
Combinatie van een bijwoord van plaats en een voorzetsel.
Codewisseling
Het willekeurig overschakelen tussen taal, dialect of register tijdens een gesprek.