Begrippenlijst examen 2026 Nederlands

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 7:41 AM on 6/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

Ballade

Een episch-lyrisch-dramatisch lied of gedicht in strofevorm met meestal een tragische afloop.

2
New cards

Romance

Een specifieke vorm van de ballade die wordt gekenmerkt door een gelukkige afloop.

3
New cards

Intertekstualiteit

Het verschijnsel waarbij een literaire tekst verwijst naar een andere tekst, film of muziek.

4
New cards

Geëngageerde kunst

Kunstwerken waarin de kunstenaar een maatschappelijke taak opneemt om verandering teweeg te brengen.

5
New cards

Motief

Een steeds terugkerend element in een verhaal dat een bepaalde betekenis draagt.

6
New cards

Middeleeuwse Topoi

Vaste ingrediënten of motieven die traditioneel in de proloog van een middeleeuws verhaal voorkomen.

7
New cards

Antropomorfisme

Het toekennen van menselijke eigenschappen, emoties en gedragingen aan dieren.

8
New cards

Satire

Een kunstvorm waarbij op humoristische wijze maatschappijkritiek wordt geleverd.

9
New cards

Parodie

Een spottende nabootsing van een bestaand werk of genre.

10
New cards

Religieuze Epiek

Verhalende teksten bedoeld om 'nutscap' (stichtelijkheid of lering) over te brengen.

11
New cards

Exempel (Exemplum)

Een kort voorbeeldverhaal met een duidelijke morele of religieuze boodschap.

12
New cards

Waarheidsclaim

De bewering van een auteur dat zijn verhaal 'naar waarheid' geschreven is.

13
New cards

Citeren

Een brontekst direct en letterlijk overnemen.

14
New cards

Parafraseren

Een deel van een brontekst herformuleren in eigen woorden.

15
New cards

Samenvatten

Een brontekst in verkorte vorm weergeven, waarbij alleen de hoofdzaken aan bod komen.

16
New cards

Morfeem

De kleinste betekenisdragende eenheid in een taal.

17
New cards

Allomorfen

Vormvarianten van een morfeem die een verschillende vorm hebben maar dezelfde betekenis dragen.

18
New cards

Recursiviteit

Het principe waarbij eenzelfde procedé onbeperkt na elkaar kan worden toegepast.

19
New cards

Open Woordklassen

Inhoudswoorden die uitbreidbaar zijn (Zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord).

20
New cards

Gesloten Woordklassen

Functiewoorden die niet uitbreidbaar zijn (Voorzetsel, voegwoord, voornaamwoord).

21
New cards

Drogreden

Een fout in de argumentatie waarbij er geen correct of sluitend verband is tussen het standpunt en de argumenten.

22
New cards

Syllogisme

Een vorm van deductief redeneren die uit drie onderdelen bestaat: majorpremisse, minorpremisse en conclusie.

23
New cards

Romantiek

Kunststroming waarbij gevoel, verbeelding en subjectiviteit centraal staan (1800-1850).

24
New cards

Realisme

Reactie op de Romantiek waarbij de nadruk ligt op objectiviteit en een gedetailleerde benadering van de werkelijkheid.

25
New cards

Naturalisme

Een vorm van "wetenschappelijk realisme" dat de werkelijkheid wil verklaren vanuit objectieve factoren.

26
New cards

Impressionisme

Stroming die niet de objectieve realiteit weergeeft, maar de subjectieve indruk (stemming en sfeer).

27
New cards

Popart

Kunstvorm die directe aansluiting zoekt bij de alledaagse consumptiemaatschappij.

28
New cards

Nieuw Realisme

Stroming die stelt dat alles onderwerp van een gedicht kan zijn, vaak met readymades.

29
New cards

Neoromantiek

Reactie op het nieuw realisme waarbij gevoelens, subjectiviteit en melancholie opnieuw centraal staan.

30
New cards

Sonnet (Klinkdicht)

Gedicht bestaande uit 14 verzen, traditioneel met twee kwatrijnen, twee terzinen en een volta.

31
New cards

Valentie

Het aantal noodzakelijke zinsdelen dat een werkwoord vereist om een zin te vormen.

32
New cards

Bananenzin

Constructie in spreektaal waarbij een voorzetsel dat bij een werkwoord hoort, achteraan de zin staat.

33
New cards

Ambiguïteit

Wanneer een zin op meer dan één manier begrepen kan worden.

34
New cards

Standaardtaal

De normatieve taal bruikbaar in officiële situaties, onderwijs en media.

35
New cards

Dialect

Een geografisch beperkte taalvariëteit.

36
New cards

Regiolect

Variëteit die fungeert als 'gemene deler' van een aantal dialecten in een groter gebied.

37
New cards

Tussentaal

Informele variëteit tussen dialect en standaardtaal in.

38
New cards

Taalcontinuüm

De geleidelijke overgang tussen verschillende taalvormen.

39
New cards

Sociolect

Variëteit gesproken door een sociale groep of klasse om verbondenheid te versterken.

40
New cards

Expressionisme

Poëzie die breekt met rijm, metrum en vaste strofebouw om emoties direct te uiten.

41
New cards

Ritmische Typografie

Techniek waarbij visuele bladspiegel en auditief ritme gecombineerd worden.

42
New cards

Voornaamwoordelijk Bijwoord

Combinatie van een bijwoord van plaats en een voorzetsel.

43
New cards

Codewisseling

Het willekeurig overschakelen tussen taal, dialect of register tijdens een gesprek.