Temperament en Persoonlijkheid

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
full-widthPodcast
1
Card Sorting

1/22

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een set vocabulaire-flashcards gericht op de geschiedenis, theoretische modellen, fysiologische en genetische correlaten en klinische toepassingen van temperament en persoonlijkheid.

Last updated 12:20 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

Temperament

Constitutioneel gebaseerde individuele verschillen in emotionele, motorische en aandachtsreactiviteit en zelfregulatie, die consistentie vertonen over situaties en relatieve stabiliteit over de tijd.

2
New cards

Persoonlijkheid

Een breder en meer inclusief construct dan temperament, dat onder meer houdingen, zelfconcept en biologisch gebaseerde dimensies omvat die zich gedurende het leven ontwikkelen.

3
New cards

Typologie van Vindician

Een klassieke Grieks-Romeinse typologie die vier temperamenttypen koppelde aan lichaamsvloeistoffen: Melancholisch (zwarte gal), Cholerisch (gele gal), Sanguinisch (bloed) en Flegmatisch (flegma).

4
New cards

Big Five (Vijffactorenmodel)

Een veelgebruikt model van de volwassen persoonlijkheidsstructuur bestaande uit vijf brede factoren: Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism.

5
New cards

New York Longitudinal Study (NYLS)

Een pioniersstudie door Thomas en Chess waarin negen temperamentdimensies werden geïdentificeerd en kinderen werden gecategoriseerd in 'difficult', 'easy' en 'slow-to-warm-up'.

6
New cards

Goodness-of-fit

De mate waarin de temperamentele eigenschappen van een kind aansluiten bij de eisen, verwachtingen en opvoedingsstijl van de ouders en omgeving.

7
New cards

Reactiviteit (Rothbart)

De latentie, stijgtijd, intensiteit en duur van een fysiologische, motorische of emotionele respons op stimulatie.

8
New cards

Zelfregulatie (Rothbart)

Processen die dienen om temperamentele reactiviteit te moduleren, waaronder gedragsmatige benadering, inhibitie, terugtrekking en executieve aandacht.

9
New cards

Negatieve Emotionaliteit (Negative Affectivity)

Een overkoepelende temperamentfactor die de neiging om angst, woede, frustratie, verdriet en fysiek ongemak te ervaren en te uiten omvat.

10
New cards

Surgency (Positieve Emotionaliteit)

Een temperamentfactor die zich voornamelijk uit in hoge activiteit, enthousiasme, sociabiliteit, het zoeken van intense stimulatie en het benaderen van nieuwe situaties.

11
New cards

Effortful Control (Doelgerichte controle)

De regulatieve temperamentfactor die de capaciteit omvat om een dominante respons te onderdrukken ter uitvoering van een subdominante respons, gekoppeld aan executieve aandachtsfuncties.

12
New cards

Orienting Sensitivity

Een temperamentdimensie bij volwassenen die de neiging meet om subtiele omgevings- en lichamelijke prikkels op te merken en spontane cognitieve inhoud te ervaren; sterk gerelateerd aan Openness.

13
New cards

Gedragsinhibitie (Behavioral Inhibition)

Een door Jerome Kagan beschreven temperamentconstruct dat gedefinieerd wordt als de neiging tot aarzeling, voorzichtigheid of angst bij het benaderen van onbekende objecten, mensen of situaties.

14
New cards

Sensory Processing Sensitivity (SPS)

Een genetisch gebaseerde dispositie, beschreven door Aron en Aron, die gekenmerkt wordt door een diepere en meer verfijnde cognitieve verwerking van stimuli en verhoogde emotionele reactiviteit.

15
New cards

Highly Sensitive Person (HSP) Scale

Een vragenlijst bestaande uit 27 items, ontwikkeld door Aron en Aron ter meting van Sensory Processing Sensitivity.

16
New cards

Respiratory Sinus Arrhythmia (RSA)

Een fysiologische indicator van hartslagvariabiliteit tijdens de ademhaling die de parasympathische vagale invloed weergeeft en dient als maat voor emotionele reactiviteit en regulatie.

17
New cards

Vagale rem (Vagal Brake)

Het fysiologische mechanisme waarbij snelle inhibitie en disinhibitie van de vagale toon aan het hart het individu snel kan mobiliseren of kalmeren.

18
New cards

Frontale EEG-asymmetrie

Een patroon van hersenactiviteit in rust waarbij relatief grotere rechter frontale activatie gekoppeld is aan terugtrekgedrag en angst, en linker frontale activatie aan benaderingsgedrag en positieve emoties.

19
New cards

Developmental Niche

Het door Super en Harkness ontwikkelde concept voor de interface tussen kind en cultuur, bestaande uit opvoedingsgebruiken, fysieke/sociale instellingen en ouderlijke ethnotheorieën.

20
New cards

Differential Susceptibility (Differentiële gevoeligheid)

Het concept van Belsky en Pluess dat individuen met specifieke temperamentele kenmerken gevoeliger zijn voor zowel de negatieve effecten van een slechte omgeving als de positieve effecten van een ondersteunende omgeving.

21
New cards

Homotypische continuïteit

De continuïteit en stabiliteit van hetzelfde of vergelijkbaar waarneembaar gedrag over de tijd.

22
New cards

Heterotypische continuïteit

De continuïteit van een onderliggend temperamenteel proces over de tijd, waarvan de uiterlijke gedragsuitingen veranderen naargelang de ontwikkelingsfase.

23
New cards

Therapygenetics

Het onderzoeksgebied dat bestudeert hoe genetische variaties (zoals het korte allel van het 5-HTTLPR-gen) de reactie op en effectiviteit van psychotherapeutische behandelingen beïnvloeden.