1/20
Deze flashcards behandelen de belangrijkste begrippen uit Hoofdstuk 1 over globalisering, bevolking, economie en waterproblematiek in China.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Heihe-Tengchong-lijn
De scheidslijn die China verdeelt in een dichtbevolkt oosten (94% van de bevolking) en een dunbevolkt westen (6% van de bevolking).
Beijing
De hoofdstad van China met 21.516.000 inwoners.
Oeigoeren
Een islamitische etnische minderheid in de provincie Xinjiang die wordt onderdrukt door surveillance en heropvoedingskampen.
Reliëf van China
Een 'trap met 3 treden' bestaande uit het Hoogland van Tibet (4.500m), de middelste hoogvlakten (1.000 tot 2.000m) en de laagvlakte (0 tot 200m).
Eenkindpolitiek
Beleid ingevoerd in 1979 om de enorme bevolkingsgroei in China onder controle te krijgen.
Vergrijzing
Een proces waarbij het aandeel ouderen in de totale bevolking toeneemt, een gevolg van de eenkindpolitiek.
Vervangingscijfer
Het gemiddelde aantal kinderen per vrouw (2,1) dat nodig is om de bevolkingsgrootte stabiel te houden.
Han-Chinezen
De dominante etnische groep in China (ruim 90%) die Mandarijn spreekt en de kern vormt van de nationale identiteit.
Etnische minderheid
Een groep mensen met een andere cultuur dan die van andere bevolkingsgroepen in een land.
SEZ (Speciale Economische Zone)
Gebied waar buitenlandse bedrijven zich vrij mogen vestigen en weinig belasting betalen, zoals voor het eerst in Shenzhen (1980).
Lagelonenland
Een land met lage arbeidskosten, waardoor het aantrekkelijk is voor multinationale ondernemingen voor assemblage.
Kennisintensief bedrijf
Een bedrijf (hightechindustrie) dat veel vakkennis nodig heeft om producten te maken, wat meer oplevert dan alleen assemblage.
Afzetmarkt
Het aantal klanten dat producten wil kopen; deze groeit in China door stijgende lonen.
Urbanisatiegraad
Het percentage van de bevolking dat in steden woont (in China 67% in 2024).
Urbanisatietempo
De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
Pushfactor
Een reden (afstotingsfactor) om uit een gebied te verhuizen, zoals werkloosheid op het platteland.
Pullfactor
Een reden (aantrekkingsfactor) die een gebied zoals de stad aantrekkelijk maakt voor migranten.
Jangtsekiang (Yangtze)
Rivier in het natte zuiden van China die te maken heeft met wateroverlast en waar de Drieklovendam in ligt.
Bodemerosie
Het verdwijnen van de bovenste vruchtbare bodemlaag, wat bij de Huang He zorgt voor de gele kleur door löss.
Aquifer
Een bodemlaag met veel grondwater; in Beijing daalt het peil hiervan doordat het niet duurzaam wordt gebruikt.
Waterstress
Een tekort aan water dat ontstaat door een oneerlijke verdeling tussen het natte zuiden en het droge noorden van China.