1/26
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Symptomen gastrointestinale aandoening:
stomatitis(ontstking mond), halitose(slechte adem), dyspepsie(maagklachten bovenbuik, opgeblaven, pijn, misselijk, zuurbranden), dysfagie, actute bovenste GI bloeding, bloedarmoede door ijzertekort, rectale bleoding, (rectale) tenesmus (constante drang tot poepen), braken en diarree, malabsorptie, flatulentie(winderigheid), buikpijn
Fysieke verdedigingmechanismen
Dikke laag mucus, continue vervanging van epitheelcellen, beweging chymus en aanwegige bacteriele populaie die de concurrentiestrijd wint van binnenkomende pathogenen
Chemische verdedingsmechanismen
antibacteriele enzymen door de Paneth cellen en antimicrobiele peptiden als defensinen. Daarnaast is een uitgebreid immuunsysteem opgezelt: MALT (mucosa-geassocieerd lymfoid weefsel), onderdelen zijn IgA en platen van Peyer.
Inspectie maagdarmstelsel
let op uitzetting: flatus(ontsnappen gassen), vet, foetus, vocht, ontlasting.
Volgorde regulier onderzoek is inspectie, auscultatie, percussie, palpetatie.
proctoscopie(vorm endoscopie, inwendig onderzoek anus en laatste deel endeldarm), gastroscopie(slokdarm maag en duodenum), coloscopie(dikke darm), ontlastingsonderzoek(diarree voor kweek gekeken naar calprotectine aanwezig bij IBD/infectie), bloedtesten(RBC, WBC, bloedplaatjes, serumcreatinine, elektrolyten, leverfunctie).
Naast rontenfoto’s en echografie is belagnrijk CT (bijv blindedarmontsteking, ziekte chron, abcessen)
diarree
Meer dan drie dunne ontlastingen binnen 24 uur.
Te onderschieden in:
Osmotische diarree:
Secretoire diarree:
Ontstekingsdiarree:
Acute diarree:
Chronische diarre:
Coeliakie
Geen intolleratie, vorm malabsorptie. Sprake van auto immuunreactie→ontsteking dunne darm.
Gluten zit in eiwit inhoud van tarwe, gerst, rogge
prolamines schadelijke factor; bestand tegen pepsine en chymotrypsine→creeren immuunrespons
Gliadine(vorm prolamines)→passeert de darmmembraan en bindt aan antigeen presenterende cel→presenteert aan CD4+T cel→geactiveerde T lymfocyten produceren inflammentoire cytokingen→inflammenoire cascade die zorgt voor atrofie van vili enhyperplasie van crypen. Voornamelijk in proximaal deel dunne darm.
Gen factoren spelen rol bij verkrijgen van coeliakie, tweeling 70%, eerstelijns 10-15%. borsvoeding en leeftijd glutenindicatie
Piekperiode is 40-50 jaar, hogere prevalentie vrouwen.
Bij vermoeden PDS ook testen op coeliakie, mondzweren en angulaire stomatitis komen regelmatig samen voor. ook complicaties, depressie, angst, infertiliteit, tetanus, neurologische afwijkingen, auto immuunziekten. Op lange termijn→osteoporose.
marsh oberhuber kwalificatie
Diagnostiek: biobt, 4 tot 6. Endoscopie: afwezigheid vouwen in slijmvlies en mozaiek patroon op het oppervlak. Ook serologisch; test voor antilichamen anti weefsel trans glutaminase(anti TTG), standaard testen op IgA lichamen. HLA-DQ2.
Histologische verandering: atrofie van villi en hyperplasie crypten
moet DEXA test uitgevoerd worden ivm hoog risico osteoporose
Deel verbetert niet met dieet: T cel lymfoon en ulceratieve jejunitis. (neoplastische T cel stoornis).
marsh oberhuber kwalificatie

Osmotische diarree
Darmslijmvlies werkt als semipermeabel membraan→vloeistof beweegt de darmen in als er grote hoeveelheden hypertonische substanties zijn in het lumen.→diarree
Kan voorkomen als een patiënt een substantie heeft ingenomen die niet te absorberen is of algemene malabsorbtie heeft of specifiek absorptie defect.
Wordt verminderd door reabsorptie vloeistof naar ileum en colon, als de persoon stopt met eten.
Secretoire diarree
Zowel actieve intestinale secretie van vloeistof en elektrolyten, als van een verminderde resorptie.
Oorzaken: enterotoxinen, hormonen, laxeermiddelen, aanwezigheid van galzouten/vetzuren in colon als gevolg verwijdering ileum
Acute diarree
<14 dagen
Virale of bacteriële infectie/voedselvergiftiging
Klinisch: koorts, buikpijn, overgeven, waterige stoelgang. Bij ernstige diarree oppassen voor uitdroging(kinderen, ouderen).
Diarree >7 dagen, dan onderzoek. Insturen van een monster
Ontstekingsdiarree
Vernietiging van het slijmvies→diarree→verlies van vloeistof en bloed + absorbtie probleem vloeistof en elektrolyten.
Abnormale bewegelijkheid
Komt voor bij diabetische diarree, diarree na vagotomie, diarree door hyperthyreoïdie zijn het gevolg van abnormale beweeglijkheid van het bovenste deel van de darmen.
→bij bacteriele overgroei kunnen de symptomen verergeren.
Chronische diarree
langer dan 30 dagen diarree
Altijd onderzoek: bloedonderzoek, screening voor coeliakie, bepaling calprotectine en een kweek voor bacteriën.
Vervolg onderzoek, indien nodig: colonscopie, beeldvormingstechnieken
Behandeling: zoek de onderliggende oorzaak zoals IBD, coeliakie.
PDS prikkelbare darm syndrooom
spasmen van de darmen door onreglmatige spierbewegingen in de darmregio→buikkrampen en buikpijn
Chronische moeheid, fibromyalgie (op eerste gezicht ongerelateerd aan maagdarmstelsel)
Risico: vrouw, duur, ernst diarree, angststoornissen, depressie
Diagnose adhv 3 criteria: terugkerende buikpijn gerelateerd aan defecatie, verandering in de freqeuntie stoelgang, verandering vorm van de ontlasting(meer vloeibaar)
Behandeling: aanpassing dieet en leefstijl, ernstiger: medicatie. Centrale aansturing van psychotherapie of functionele gedragstherapie.
Tropische spruw
Schimelinfectie, tropsiche variant zorgt voor chronische diarree en malabsorptie.
Klinische kenmerken: diarree, gewichtsverlies
Uiting van infectie: na dagen na infectie, maar ook na jaren.
Diagnose stellen: acute infectieuze oorzaken van diarre worden uitgesloten, malabsorptie van vitamine B12 en vetten worden aangetoond. Vaak is atrofie van de villi en van het jejunum aanwezig.
Behandeling: innemen foliumzuur supplementen voldoende voor significante verbetering. In meeste geval een een antibiotica kuur voor compleet herstel.
Bacteriele overgroei
Bovenste deel dunne darm is vrijwel steriel, daaronder steeds meer bacteriën. Vaak is er bij bacteriele overgroei ook sprake van structurele afwijking in de dunne darm, waardoor dit deel niet meer steriel is.
Klinische kenmerken: diarree en steatorroe(vetdiarree), als gevolg van een tekort aan galzouten.
Behandeling: resectie anders is antibiotica kuur enige optie.
Short Bowel Syndrome
Als er na een resectie minder dan 1 meter overblijft
Resectie van jejunum beter te verdragen dan resectie ileum(verminderde aanpassing door verminderde aanwezigheid GLP-2, groeihormoon enterocyten)
Resectie ileum: malabsorptie galzouten, vitamine B12. Ilocaecale klep verwijdert?→diarree.
Resectie van het ileum heeft gevolgen: diarree door galzouten, steatorroe, vorming galstenen, oxalurie(risico nierstenen), vitamine B12 defficiëntie. Behandeling: Vitmaine B12, vetarm dieet, colestyramine(verbind galzouten)
Resectie jejunum: compensatie door ileum. Kan wel leiden tot hypersecretie maag met veel gastrine, toename absorptie van gehel lengte van de darm.
Resectie van groot deel dunne darm: darmfalen→lichaam kan vloeistof elektrolyen en nutrientenbalans niet meer behouden. 1. verkorte dunne darm eindigend in een stoma: natrium en vloeistofverlies is een groot probleem. Supplementen van vloeistof, elektrolyen en nutriënten is nodig. 2. Verkorte dunne darm eindigend in colon: absorberende functie erg groot, resectie compensatie. Meestal geen supplementen nodig.
IBD iflammatory bowel disease en het verschil
Ziekte van Crohn: overal in lichaam vs Colitis Ulcerosa: alleen in colon
Risicofactoren IBD: Roken: vergroot risico op chron, maar minder kans op CU, NSAID’s, schone omgeving >risico Chron, dieet, psychologische factoren zoals chronische stress en depressie.
Bij colonoscopie is typerend dat CU een aaneensluitende ontsteking is terwijl CD ook uiten als skip lesions.
CUTE: als het onderscheid nog niet gemaakt kan worden. Colitis van onbekende etiologie. Dmv testen met antilichamen kan verschil gemaakt worden.

Welke becteriele eigenschappen spelen een rol bij IBD?
IBD wordt geassocieerd met disbalans tussen effector T lymfocyten Th1 en Th17 en regulaoire T lymfocyten.→macrofagen worden gestimuleerd inflammatoire cytokine uit te scheiden→>expressie adhesie moleculen waardoor lymfocyten beter kunnen binnentreden→geven chemokinen af→celschade etc.
Typerende ANCA’s(antistof) bij CU en ASCA’s bij CD.

Ziekte van Chron
Ziekte van Chron: darm vaak verdikt en vernauwd. Diepe zweren en fissuren en fistels en abcessen. Door alle lagen slijmvlies heen, toename chronische inflammentoire cellen en lymfoïde hyperplasie, 50-60% ontstaan granulomen, skip lesions.
Symptomen: diarree, buikpijn, gewichtsverlies, mailaise, traagheid, anorexia, misselijkehid, overgeven, lichte koorts.
Bij 15% geen symptomen, 50% intestinale resectie binnen vijf jaar.
Ziekte acuut of sluipend, buikpijn voelt als obstructie
Bij 80% ook diaree met bloed, diagnose moeilijk(bij CU ook zo)
steroehae als het zit in dunne darm
Spoedgeval: 20-40% fistels.
Signalen; gewichtsverlies, ondervoeding, zweren in mond, groeve(fossa) in rechter darmbeen.
Bloedtesten: anemie, >CRP waarde, hypoalbuminemie
leverbiochemie, bloedculturen, serologische testen zullen ook ander zin dan normaal
Ontlastingstesten: aanwezigheid Clostridium Difficilile, parasieten om uit te sluiten.
Collitis ulcerosa
Slijmvlies rood, ontstoken, bloederig, uitgebreide ulceratie, opperlakige onsteking, crypt abcessen, slijmbekercellen depletie, chronisch inflammatoir celinfiltraat.
Voornaamste symtptoom: diarree met bloed en slijm, gevoeligheid van onderbuik. Algemeen: malaise, slapte, anorexia, gewichtsverlies. 10% heeft chronische symptomen, en de rest niet.
Als ziekte is gelimiteerd tot rectus: proctitis
Toxisch megacolon: ernstige complicatie van CU met hoge kans mortaliteit. Enorm gedilateerd colon gevuld met gas en slijm eilandjes. Toxische koorts, abdominale uizetting, anemie en laag serumalbumine.
Diagnose: bloedonderzoek en coloscopie→ijzerdeficiëntie anemie, waardes wbc en bloodplaatjes zijn jusit gestegen, CRP en ESR zijn gestegen. pANCA. Kweken om infectie uit te sluiten.
Behandeling, zie afbeelding.
Chirurgie: levensredden, voorkomt lange termijn risico’s kanker. Voldoende of reactie op medicatie. Acuut ziektebeeld’subtotale colectomie met een ileostoma. 1/3 krijgt na operatie ontsteking van een huidplooi→pouchitis.→antibiotica (+steroïde)
Patienten hebben verhoogd risico op colonkanker, CD dunne darm alleen een verhoogde kans op dunne darmcarcinoom.
Beelvorming bij Chron
Coloscopie→zweervorming in verschillende gradaties, bovenste GI endoscopie→ziekte in oesophagus en duodenum uit sluiten, beeldvorming van dunne darm(CT orale contrasvloeistof of ook MRI). Perianale MRI of endo anale ultrasound→wordt gebruikt bij perianale ziekten. Capsule endocopie→bij patienten met normale radiologische testen. Radionuclide scans→ bedoeld om ontstekingen in darmkanaal en extra intestinale abcessen op te sporen.
medicatie en behandeling voor patienten met chron

Hoe ziet onderhoudstherapie eruit voor chron
Goede prognose: geen onderhoudstherapie nodig.
Slechte prognose: immuuntherapie noodzakelijk, vermindering gebruik corticosteroïden, eventuele ziekteprogressie.
Anti-TNF-middelen worden gegeven aan patiënten met refractaire of conventionele immunosuppressieve therapie.→neutraliseren TNF-alfa en binden aan membraangebonden TNF-alfa→Steroid beparend effect en zorgt voor herstel van slijmvlies
operatieve behandeling van ziekte van Crohn
80% ondergaat operatie.
complicaties, groeiproblemen bij kinderen, aanwezigheid van perianale sepsis, medische therapie werkt niet bij acute en chronische symptomen.
Als colon allen vw hoeft te worden kan colonresectie gedaan worden met een ileorectale anastomose.
Wanneer het hele colon en recum zijn aagedaan zullen ze verwijderd worden Het ileum zal via een opening bij de liesholte aan de huid worden gehecht, zodat een stoma kan worden aangelegd.
Problemen: mechanische problemen, denhydratie, psychseksuele problemen, erectiestroornissen, verminderde vruchtbaarheid vrouwen, terukeer CD.
Buikpijn
veroorzaakt door de organen vaak door het rekken van het zachte spierweefsel
Heftige acute buikpijn kan door veel verschillende aandoeningen van het verteringsstelsel worden veroorzaakt, kan ook gerefereerde pijn.
Pijn bovenbuik→opkomend maagzuur, brande pijn achter sternum
Pijn rechts boven in de buik→problemen galblaas(koliekpijn)
Pijn onderbuik links kan infectie in dikke darm zijn
Pijn aan de rechterkant van de onderbuik→appendicitis/funcitonele oorzaken. Bij vrouwen: gynaecologisch probleem of prleem in verteringsstelsel