Flashcards van Anna-Elise <3 (versimpeld)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/208

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:18 PM on 6/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

209 Terms

1
New cards

disruptie

een radicale, onoverkomelijk plotse verandering, bijvoorbeeld via genetische mutatie.

2
New cards

zone van Broca

voor spraakformatie.

3
New cards

zone van Wernicke

voor taalbegrip.

4
New cards

continuiteitshypothese

bij de biologisch evolutionaire aanpak voor het onderzoek naar het ontstaan van taal

5
New cards

culturele transmissie (Michael Tomasello)

de nieuwe levensvorm van de homo sapiens stamt niet uit louter fysieke evolutie maar uit culturele transmissie

6
New cards

sociale epistemologie

het sociale aspect van cultuur vermijdt dat iedereen altijd zelf alles moet ontdekken en op risico van eigen leven moet experimenteren

7
New cards

intentioneel altruïstisch gedrag (Tomasello)

men bezorgt informatie aan iemand waarvan we denken dat die ze nodig heeft.

8
New cards

process-oriented

mensenbaby's imiteren niet in de eerste plaats met de bedoeling snel naar het doel te gaan, maar wel met de bedoeling zo getrouw mogelijk de informatie of procedure te kopiëren.

9
New cards

cumulatief (cultureel) leren

informatie of cultuur systematisch verder opbouwen zodat niet iedereen afzonderlijk van nul moet beginnen, maar kennis kan doorgeven en specialiseren.

10
New cards

cultural intelligence (Tomasello)

natuurlijke menselijke predispositie om informatie te willen opvangen van andere mensen

11
New cards

het ratchet-effect/het pal-effect

taal voorkomt dat informatie verloren gaat

12
New cards

interaction engine (Stephen Levinson)

de natuurlijke aanleg om met mensen te interageren, bestaande uit gedeelde intentionaliteit, coöperatief gedrag en duidelijke interactie.

13
New cards

dyadische interactie

interactie met een ander mens of object.

14
New cards

monadische interactie

iets of iemand stuurt een signaal uit ongeacht of er iemand aanwezig is die het signaal kan oppikken en decoderen.

15
New cards

triadische interactie

interactie tussen twee mensen en een object waarbij informatie kan worden uitgewisseld over dat object.

16
New cards

reciprocity of perspectives (Edmond Husserl)

zich in iemands situatie kunnen verplaatsen

17
New cards

stance sharing

je eigen perspectief op bepaalde feiten weergeven of verkondigen.

18
New cards

socialisatie

coöperatief gedrag vertonen en participeren in normen en gedragingen van een groep omdat men als volwaardig groepslid aanvaard wil worden.

19
New cards

speech act

bij een conversatie voorbereidend werk doen om te antwoorden door te voorspellen of iets een mededeling, vraag, verzoek enzovoort is.

20
New cards
21
New cards

sociolinguïstiek

taal wordt gezien als een middel waarmee een individu zich uitdrukt in een specifieke context.

22
New cards

taalgemeenschap

een groep waarvan de leden dezelfde taal spreken.

23
New cards

peer-group

de groep van je gelijken of lotgenoten.

24
New cards

primaire socialisatie

via taal associëren we ons met anderen in een eerste sociaal netwerk, namelijk dat van familie of gezin.

25
New cards

secundaire socialisatie

socialisatie met groepen buiten het thuisdomein.

26
New cards

sociale constructie

we leren van elkaar hoe we talen of variëteiten moeten evalueren.

27
New cards

culturele adaptatie

snelle aanpassing via cultuur waarbij taal cumulatief cultureel leren mogelijk maakt en informatie helpt delen, aanpassen en doorgeven.

28
New cards

in-group

de wij-groep, de groep waartoe je jezelf rekent.

29
New cards

out-group

de zij-groep, de groep waartoe anderen behoren en jij niet.

30
New cards

common bond

verbanden die de leden van een sociale groep met elkaar hebben.

31
New cards

common identity

de leden van een sociale groep zijn verbonden rond een bepaalde identiteit die tevens hun doelstelling vormt.

32
New cards

entitativiteit

de mate waarin een sociale groep homogeen, coherent, gestructureerd en duidelijk afgebakend is.

33
New cards

sociale identiteit

de collectieve identiteit die mee bepaald wordt door groepen waarvan iemand deel uitmaakt.

34
New cards

in-group favouritism

voorkeur voor de eigen groep binnen group saliency.

35
New cards

intersectionaliteit

of kruispuntdenken.

36
New cards

sprekersgemeenschap

een groep die zichzelf identificeert aan de hand van gedeelde taalkundige normen.

37
New cards

jointly negotiated enterprise

een doel dat in gezamenlijk overleg werd afgesproken.

38
New cards

mutual engagement

leden van een praktijkgemeenschap nemen bewust en wederzijds deel aan een gezamenlijke activiteit.

39
New cards

shared repertoire

gedeelde middelen, gewoonten, jargon of andere kenmerken binnen een praktijkgemeenschap.

40
New cards

legitimate peripheral participation

sociale leertheorie waarbij novices zich meer fouten mogen veroorloven binnen een community of practice dan experts.

41
New cards

sociale netwerken

brengen de dynamiek van sociale contacten in kaart vanuit het individu.

42
New cards

core network members

leden met een belangrijke status binnen iemands sociaal netwerk, zoals familie en hechte vrienden.

43
New cards

secondary network members

leden met een lagere status binnen het sociaal netwerk.

44
New cards

peripheral network members

leden die amper belang hebben voor het individu.

45
New cards

multiplex ties

complexe relaties waarbij mensen op meerdere manieren met elkaar verbonden zijn.

46
New cards

dense netwerk

een netwerk waarin ieder lid alle andere leden kent.

47
New cards

loose netwerk

een netwerk waarin contacten deels via tussenpersonen verlopen.

48
New cards

sociologische groep

een groep gebaseerd op gedeelde identitaire eigenschappen of criteria, zonder dat de leden noodzakelijk met elkaar in contact staan.

49
New cards

sociolect

een taalvariant die typisch is voor een bepaalde sociologische groepering.

50
New cards

we-code

taalcode die geassocieerd wordt met de eigen groep.

51
New cards

they-code

taalcode die geassocieerd wordt met een andere groep.

52
New cards

domein

een combinatie van locatie, participanten, topic en functie van talige en andere handelingen.

53
New cards

talige socialisatie

het proces waarbij men niet alleen taalvormen leert, maar ook wanneer en hoe men ze gebruikt en interpreteert.

54
New cards

taal

een historisch ontwikkeld systeem van tekens dat geluiden en betekenissen op arbitraire conventionele wijze koppelt en waarmee mensen doelbewust communiceren.

55
New cards

diachrone taalvariatie

taalgebruik dat verschilt en verandert onder invloed van tijd.

56
New cards

diatope taalvariatie

geografische taalvariatie.

57
New cards

situationele taalvariatie

registervariatie die sterk contextgebonden is.

58
New cards

sociale taalvariatie

taalvariatie die verbonden kan worden aan een sociale groep.

59
New cards

stereotypes

typische variatiefenomenen waarvan sprekers zich goed bewust zijn en die gemakkelijk geïmiteerd worden.

60
New cards

markers

taalvormen die sprekers meer gebruiken in bepaalde situationele contexten dan in andere.

61
New cards

indicatoren

taalvormen waarvan sprekers zich meestal niet bewust zijn dat ze die gebruiken.

62
New cards

variëteiten

stabiele verzamelingen van taalvarianten die door specifieke factoren worden getriggerd.

63
New cards

varianten

elementen die kunnen variëren.

64
New cards

language management (Spolsky)

talen worden volgens Spolsky gemanaged door externe factoren of managers die de keuzes van sprekers regelen of beperken.

65
New cards

taalbeleid/language policy

het geheel van taalpraktijken, taalovertuigingen en expliciete sturing door managers.

66
New cards

manager

een actor of factor die taalregels uitvaardigt, variëteiten verbiedt of taalgebruik beïnvloedt.

67
New cards

taalpraktijken

de effectief observeerbare talige praktijken, zoals welke talen met wie gesproken worden.

68
New cards

taalovertuigingen

attitudes en ideologieën die sprekers hebben tegenover talen en variëteiten.

69
New cards

gemeenschapsmeertaligheid

meertaligheid berekend voor een gehele gemeenschap of land.

70
New cards

individuele meertaligheid

meertaligheid op het niveau van het individu.

71
New cards

taalgrens

een vastgelegde grens tussen taalgebieden waar een andere taalpolitiek geldt.

72
New cards

faciliteiten

uitzonderingen op de algemene taalwetgeving voor bepaalde gemeenten.

73
New cards

faciliteitsgemeenten

gemeenten waar inwoners officiële documenten in een andere taal kunnen ontvangen.

74
New cards

standaardisering

het proces waarbij een taal expliciete normen ontwikkelt via grammatica's, woordenboeken en instituten.

75
New cards

codificatie

het vastleggen van taalnormen en taalvormen.

76
New cards

elaboration/normontwikkeling

de ontwikkeling en uitbreiding van een standaardtaal.

77
New cards

vitaliteit

de mate waarin een taal status, aanzien en institutionele ondersteuning heeft.

78
New cards

autonomie

het hebben van een eigen afgesloten regelsysteem als taal.

79
New cards

heteronomie

het volgen van de regels van een andere taal of standaardtaal.

80
New cards

a language is a dialect with an army and a navy (Max Weinreich)

uitspraak die wijst op de machtsverhouding tussen standaardtalen en dialecten.

81
New cards

stabiliteit van een taalvorm

de mate waarin een taalvorm behouden blijft door normering en sanctionering van afwijkende vormen.

82
New cards

formeel prestige

prestige dat verbonden is aan gestandaardiseerde en genormeerde taalvormen.

83
New cards

dialect, language, nation (Einar Haugen)

model dat de ontwikkeling van een standaardtaal beschrijft via selectie, codificatie, implementatie en elaboratie.

84
New cards

selectie

fase waarin de status van een taal wordt bepaald.

85
New cards

implementatie

fase waarin een taalvorm maatschappelijk wordt ingevoerd.

86
New cards

statutory national language

officieel erkende nationale standaardtaal die gebruikt wordt in de administratie maar niet noodzakelijk identitair is.

87
New cards

de facto language of national identity

taal die door burgers als identiteitstaal wordt erkend maar geen officiële status heeft.

88
New cards

supranationale talen

wereldtalen die op verschillende continenten gebruikt worden.

89
New cards

statutory national working language

officieel erkende handelstaal die niet noodzakelijk de identiteitstaal van het volk is.

90
New cards

daktaal/roofing language (Heinz Kloss)

standaardtaal die verschillende dialecten overspant.

91
New cards

ausbausprache (Heinz Kloss)

dialect dat via normering wordt uitgebouwd tot standaardtaal.

92
New cards

afstandstaal

prestigieuze taal die uit een ander taalgebied werd geïmporteerd.

93
New cards

diglossie (Ferguson)

maatschappelijke tweetaligheid waarbij twee variëteiten in duidelijk afgebakende situaties worden gebruikt.

94
New cards

high language

de standaardtaal binnen een diglossische situatie.

95
New cards

low language

de dialectvorm binnen een diglossische situatie.

96
New cards

microdiglossie

diglossie met enkel high language en low language.

97
New cards

macrodiglossie

diglossie met high language, middle language en low language.

98
New cards

middle language

tussentaal tussen dialect en standaardtaal.

99
New cards

diaglossie (Auer)

continuüm van variëteiten waarbij standaardtaal en dialect gradueel in elkaar overlopen.

100
New cards

destandaardisering

proces waarbij standaardtaal regionale kenmerken opneemt.