1/142
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke hoofdgroepen oorzaken van pijn op de borst zijn er?
Cardiaal en niet-cardiaal.
Cardiaal: coronairlijden/ACS/angina, aortadissectie, pericarditis, aortaklepstenose.
Niet-cardiaal: long, maag-darm, spier/skelet, herpes zoster, psychogeen/hyperventilatie.
Welke pijnpresentatie past bij ACS?
drukkende retrosternale pijn met uitstraling naar linkerarm, kaak of interscapulair, vaak met vegetatieve klachten zoals zweten, misselijkheid en bleekheid.
Welke pijnpresentatie past bij aortadissectie?
scheurende pijn uitstralend naar de rug, neurologische uitval of bloeddrukverschil tussen links en rechts.
Welke pijnpresentatie past bij pericarditis/pleuritis?
Houdingsafhankelijke pijn, vaak erger bij liggen of slikken; bij pleuritis vooral ademhalingsafhankelijk.
Welke pijnpresentatie past bij longembolie of pneumothorax?
Ademhalingsafhankelijke scherpe pijn met dyspneu.
Welke pijnpresentatie past bij GERD?
Brandende of krampende retrosternale pijn met zuurbranden, vaak na eten of bij bukken/liggen.
Welke pijnpresentatie past bij costomyalgie/Tietze?
Lokale drukpijnlijke thoraxwand; pijn is opwekbaar bij palpatie.
Welke pijnpresentatie past bij herpes zoster?
Brandende of stekende pijn in een dermatoom, later blaasjes op de huid.
Welke pijnkenmerken passen bij coronair vaatlijden?
Diepe retrosternale druk/beklemming, diffuse pijn, uitstraling naar arm/kaak/rug/schouderbladen, uitgelokt door inspanning/kou/emotie/maaltijd, vegetatieve klachten.
Wat is angina pectoris?
Pijn door disbalans tussen zuurstofbehoefte en zuurstofaanbod van het myocard, vaak door coronairsclerose/vernauwing.
Wat zijn de 3 kenmerken van typische angina pectoris?
Retrosternale beklemmende klachten, provocatie door inspanning, en verdwijnen binnen 15 minuten in rust of na nitroglycerine.
Wanneer spreek je van atypische AP of aspecifieke thoracale klachten?
atypische AP = 2 van de 3 AP-kenmerken. Aspecifieke thoracale klachten = 0 of 1 kenmerk.
Wat is instabiele angina pectoris?
Nieuwe, verergerende of in rust optredende angina-klachten; valt onder ACS en moet serieus/urgent beoordeeld worden.
Wat doet nitroglycerinespray?
Vaatverwijding, waardoor de cardiale belasting en coronairspasme kunnen afnemen. Let op: kan bloeddrukdaling geven.
Welke medicatie hoort bij angina pectoris volgens dit college?
Aanvalsmedicatie: nitroglycerinespray. Onderhoud: bètablokker of calciumantagonist. CV-preventie: acetylsalicylzuur.
Wat is GERD en hoe behandel je het?
Reflux van maagzuur naar oesophagus. Behandeling: leefstijl, afvallen/stoppen met roken, antacida of protonpompremmers.
Wat is syndroom van Tietze?
Drukpijnlijke/stekende pijn aan de thoraxwand zonder ernstige oorzaak; beleid is geruststelling en pijnstilling.
Wat past bij pericarditis en hoe behandel je het?
Pijn vaak erger bij liggen/slikken, soms pericardwrijven en ECG-afwijkingen. Behandeling: NSAID’s en colchicine.
Wat is pleuritis?
Ontsteking van de pleura. Geeft scherpe pijn vast aan ademhaling met soms koorts, hoesten en dyspneu. Het is een symptoom, geen diagnose op zichzelf.
Wat past bij pneumothorax?
Scherpe continue pijn erger bij diep inademen, dyspneu/hoesten, afwezig ademgeruis en hypersonore percussie. Kleine pneumothorax kan spontaan herstellen; grote moet gedraineerd worden.
Wat past bij psychogeen/hyperventilatie als oorzaak van pijn op de borst?
Pijn vaak in rust en onafhankelijk van inspanning, met snelle ademhaling, tintelingen rond mond/handen, palpitaties, angst en diverse bijkomende klachten.
Waarom kan aortaklepstenose angina pectoris geven?
Door linkerventrikelhypertrofie stijgt de zuurstofbehoefte van het hart, waardoor inspanningsgebonden pijn kan ontstaan.
Wat zijn risicofactoren voor coronairlijden?
Roken, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes, positieve familieanamnese, afwijkend ECG, LV-dysfunctie, afwijkend inspannings-ECG, troponinestijging en calciumscore >0.
Wat zijn coronairspasmen en microvasculair lijden
Angineuze klachten zonder duidelijke atherosclerose op coronairangiografie. Komt vaker voor bij vrouwen en jongere patiënten en kan lijken op AP of ACS. |
Wat is pre-test probability?
De kans dat iemand vóór aanvullend onderzoek al een bepaalde aandoening heeft, op basis van klachten, leeftijd, geslacht en risicofactoren.
Wanneer is diagnostische test het meest zinvol?
Bij een intermediaire pre-test probability. Bij heel lage of heel hoge kans verandert de testuitslag vaak weinig aan je beleid.
Wat is het doel van diagnostiek bij pijn op de borst?
Vaststellen of er atherosclerose/coronairlijden is en of er ischemie optreedt.
Welke factoren bepalen de kans op atherosclerotisch coronairlijden?
Leeftijd, geslacht en aard van de klachten: typische druk/bandgevoel, duur 2–15 min, retrosternaal, uitstraling, verlichting door rust/nitraat en uitlokking door inspanning/kou/stress.
Wat is ischemie?
Een disbalans tussen zuurstofvraag van het myocard en zuurstofaanbod via de coronairen.
Wat is de volgorde van de ischemische cascade?
↓ coronaire bloedflow → perfusiestoornis → diastolische dysfunctie → systolische dysfunctie/wandbewegingsstoornis → ECG-veranderingen → angina pectoris.
Wat is de eerste aantoonbare afwijking in de ischemische cascade?
Perfusiestoornis, bijvoorbeeld zichtbaar op perfusiebeeldvorming.
Wat is de eerste functionele afwijking bij ischemie?
Diastolische dysfunctie.
wat is de laatste manifestatie van de ischemische cascade?
Angina pectoris. Klachten ontstaan dus relatief laat.
Welke anatomische testen kunnen coronairlijden aantonen?
invasieve coronairangiografie en CT-coronairangiografie. Deze tonen de anatomie/vernauwingen van de coronairen.
Waarvoor gebruik je troponine?
troponine toont myocardcelschade aan en is belangrijk bij verdenking op ACS/myocardinfarct.
Welke functionele testen kunnen ischemie aantonen?
Myocardperfusie-MRI, stress-echocardiografie en inspannings-ECG/fietsergometrie/loopbandtest.
Wat toont stress-echocardiografie aan?
Wandbewegingsstoornissen die bij inspanning of farmacologische stress ontstaan, passend bij myocardischemie.
Wat is een nadeel van inspannings-ECG?
Het is eenvoudiger, maar minder gevoelig dan beeldvormende functionele testen.
Welke diagnostiek gebruik je bij hartkloppingen?
ECG en Holtermonitor. Holter registreert continu ritme en is nuttig bij intermitterende klachten.
welke diagnostiek gebruik je bij verdenking hartfalen
Klachten + ECG + BNP + echocardiografie. Als ECG en BNP normaal zijn, is hartfalen onwaarschijnlijk.
Wanneer verwijs je bij verdenking hartfalen voor echo?
Bij afwijkend ECG of verhoogd BNP. Echo beoordeelt systolische en diastolische functie.
Wat is hartrevalidatie?
Multidisciplinair programma om fysieke, psychologische en sociale gezondheid na hartziekte te herstellen en te verbeteren.
Voor wie is hartrevalidatie bedoeld?
Welke disciplines spelen een rol bij hartrevalidatie?
Wat zijn doelen van hartrevalidatie?
Bijvoorbeeld na myocardinfarct, CABG, PCI, harttransplantatie, langdurige IC-opname, steunhart/LVAD of bij hartfalen.
Cardioloog, verpleegkundige, fysiotherapeut, diëtist, psycholoog, ergotherapeut en maatschappelijk werker.
belastbaarheid verbeteren, leefstijl verbeteren, therapietrouw verhogen, angst/depressie verminderen, grenzen leren bewaken en terugkeer naar werk/dagelijks leven ondersteunen
Waarvoor gebruik je een CPET/VO₂max-test?
Om inspanningscapaciteit objectief te meten en het revalidatieprogramma veilig en individueel aan te passen.
Waarom zijn er specifieke revalidatieprogramma’s voor vrouwen?
Vrouwen worden minder vaak verwezen, hebben hogere drop-out en hebben vaker SCAD/microvasculaire dysfunctie; programma’s sluiten beter aan op gezin, stress, werk en sociale context.
Wat is prehabilitatie?
Fysieke, voedings- en leefstijlondersteuning vóór een operatie, zodat patiënten beter en sneller herstellen en minder complicaties krijgen.
Waarom blijft hartrevalidatie belangrijk bij stabiele angina pectoris?
Het verbetert vaatgezondheid/endotheelfunctie, verlaagt hartslag en bloeddruk, stimuleert angiogenese en gunstige vaatwandverandering.
wat is het doel van revalidatie bij hartfalen?
Ziekte-inzicht vergroten, therapietrouw verbeteren, kwaliteit van leven verhogen, klachten verminderen en belastbaarheid/energieverdeling verbeteren.
Wat is het effect van goede hartfalenrevalidatie?
Minder ziekenhuisopnames en soms betere levensverwachting; gecontroleerde training maakt symptomen beter hanteerbaar.
Welke operaties vallen onder cardiothoracale chirurgie?
longchirurgie, hartchirurgie, chirurgie van grote intrathoracale vaten, mediastinum en thoraxwand.
Wat is de prognose van longkanker globaal?
Over het algemeen slecht; 5-jaarsoverleving rond 20%. NSCLC heeft betere prognose dan SCLC.
wat is het verschil tussen niet-kleincellig en kleincellig longcarcinoom qua chirurgie?
NSCLC kan bij lokaal stadium soms geopereerd worden. SCLC metastaseert snel en uitgebreid en is meestal niet goed operabel.
Wanneer is chirurgie bij longkanker zinvol?
Als er geen afstandsmetastasen zijn, geen uitgebreide lymfekliermetastasen en al het tumorweefsel verwijderd kan worden met voldoende resterende longfunctie.
Wat is een lobectomie?
Verwijderen van één longkwab. Was lang standaardbehandeling bij operabele longkanker.
Wat is een segmentectomie?
Verwijderen van één bronchopulmonaal segment. Wordt vaker gebruikt bij kleinere tumoren zonder kliermetastasen en spaart longweefsel.
Wat is een pneumonectomie?
Verwijderen van een hele long. Wordt gedaan als tumor in meerdere kwabben zit, maar heeft hogere mortaliteit dan lobectomie.
Waarom wordt standaard lymfeklierdissectie gedaan bij longkankerchirurgie?
Voor stadiëring en lokale controle; lymfeklierstatus bepaalt prognose en verdere behandeling.
Wat houdt de work-up voor longkankerchirurgie in
Diagnose + uitbreiding tumor, longfunctieonderzoek met spirometrie/diffusie, PET-CT en mediastinale stadiëring via EBUS/EUS of soms mediastinoscopie.
Wat betekent positieve N2-klieren?
lymfeklieruitzaaiingen in mediastinale klieren. Dan wordt meestal geen primaire resectie gedaan; vaak eerst neo-adjuvante behandeling.
Wat is het verschil tussen thoracotomie, VATS en RATS?
Thoracotomie = open operatie met ribspreiding. VATS = kijkoperatie met kleine incisies. RATS = robot-geassisteerde operatie met 3D-beeld en instrumenten via robotarmen.
Wanneer heeft thoracotomie nog de voorkeur?
Bij centrale tumoren, stadium N1 of complexe situaties waarbij open toegang veiliger/beter is.
Wat is een sleeve resectie?
Parenchymsparende operatie waarbij een deel van bronchus wordt verwijderd en gezonde delen weer aan elkaar worden gehecht, zodat een hele long soms gespaard blijft.
Wat is een wedge resectie?
Wigvormige, beperkte resectie van longweefsel. Minder effectief bij longkanker door grotere kans op recidief in resterende longkwab.
Wat is een en-bloc resectie?
Tumor en ingegroeide omliggende structuren worden in één geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij ingroei in de wervelkolom met image-guided surgery.
Welke verbeteringen zijn er in longkankerchirurgie?
Betere stadiëring met PET-CT/EBUS/EUS, moleculaire diagnostiek, targeted therapy, combinatiebehandelingen en minder invasieve chirurgie zoals VATS/RATS.
Wat is de hart-longmachine?
Extracorporele circulatie/cardiopulmonary bypass: machine neemt tijdelijk pomp- en longfunctie over tijdens openhartchirurgie.
Wat doet de oxygenator in de hart-longmachine?
Voegt zuurstof toe en verwijdert CO₂ uit het bloed.
Waarom wordt het hart tijdens hartchirurgie stilgelegd?
Met hoge kaliumconcentratie ontstaat diastolische arrest, zodat rustig en bloedarm geopereerd kan worden.
Wat is CABG/bypassoperatie?
coronary artery bypass grafting: een omleiding langs een vernauwing in een coronairarterie, meestal distaal van de vernauwing aangesloten.
Welke grafts kunnen worden gebruikt bij CABG?
Arterieel: meestal a. mammaria interna, soms a. radialis of a. gastroepiploica. Veneus: v. saphena magna/parva.
Waarom heeft een arteriële graft vaak voordeel?
Betere patency: blijft gemiddeld langer open dan veneuze grafts.
Wanneer wordt bij LAD-voorwandinfarct vaak een arteriële graft gebruikt?
Bij LAD/RIVA-gebied wordt vaak a. mammaria interna gebruikt, omdat dit een betere langetermijnopenheid geeft.
Wat is een belangrijk verschil tussen PCI en CABG volgens dit college?
PCI behandelt zichtbare ernstige proximale stenosen. CABG kan ook beschermen tegen toekomstige infarcten door bypass voorbij kwetsbare plaques/flowbeperkende trajecten.
Wat is klepstenose?
Wat is klepinsufficiëntie?
Vernauwing van een hartklep → drukoverbelasting → hypertrofie.
Klep sluit onvoldoende → volumebelasting → dilatatie. |
hoe worden klepafwijkingen meestal gedetecteerd?
Met echocardiografie.
Wat zijn oorzaken van kleplijden?
Congenitaal, degeneratief/calcificatie, reumatisch, endocarditis, chordaruptuur/prolaps.
Wat is het verschil tussen biologische en mechanische klepprothese?
Biologische klep: organisch materiaal (varken, koe) gehecht in metalen frame, slijten beperkte levensduur ±10–15 jaar, meestal geen levenslange antistolling.
Mechanische klep: gaat lang mee (geen slijtage), maar vereist levenslange antistolling en geeft risico op klepdysfunctie/infarcten bij trombose.
Welke hoofdgroepen horen bij de DD van pijn op de borst?
Cardiaal, pulmonaal, musculoskeletaal en gastro-intestinaal.
Welke cardiale oorzaken van pijn op de borst
Coronairlijden/ACS, pericarditis en aortadissectie.
Welke pulmonale oorzaken van pijn op de borst
Longembolie, pneumonie en pneumothorax.
Welke gastro-intestinale oorzaken kunnen pijn op de borst geven?
Reflux/GERD, oesofagitis en maagperforatie.
Wat betekenen sensitiviteit en specificiteit?
Wat betekenen PPV en NPV?
Sensitiviteit: kans op positieve test bij ziekte.
Specificiteit: kans op negatieve test bij géén ziekte.
PPV: kans op ziekte bij positieve test.
NPV: kans op geen ziekte bij negatieve test.
Welke vormen van chronisch atherosclerotisch coronairlijden zijn er?
Typische angina pectoris, atypische angina pectoris en aspecifieke thoracale klachten.
Wat is typische angina pectoris?
Beklemmende/drukkende/snoerende pijn op de borst, uitgelokt door inspanning en verminderd in rust of na nitraten.
Wanneer spreek je van atypische AP of aspecifieke thoracale klachten?
Atypische AP = niet alle klassieke kenmerken aanwezig. Aspecifiek = slechts één of geen klassiek kenmerk.
Welke diagnostiek kies je bij 15–85% kans op coronairlijden?
Functionele ischemietest zoals PET, MRI of stress-echo.
Welke diagnostiek kies je bij 5–50% kans op coronairlijden?
CCTA/CT-coronairangiografie.
Welke diagnostiek kies je bij >85% kans op coronairlijden?
invasieve coronairangiografie.
Wat zijn voordelen/nadelen van ECG en echo?
Snel en goedkoop, maar beperkte sensitiviteit/specificiteit.
Wat zijn voordelen/nadelen van CCTA?
Wat zijn voordelen/nadelen van coronairangiografie?
Hoge sensitiviteit, maar lagere specificiteit.
Gouden standaard, maar invasief en risicovoller.
Wat past bij coronairspasme?
Retrosternale drukkende pijn, meestal ’s nachts of vroeg in de ochtend, verdwijnt snel na nitroglycerine, aanvallen duren vaak 5–15 minuten.
Wat zijn risicofactoren voor coronairspasme?
Roken, cocaïne, 5-FU en capecitabine.
Wat is de pathofysiologie van coronairspasme?
Verstoorde balans tussen vasodilatatie en vasoconstrictie; bij endotheel dysfunctie kan acetylcholine juist vasospasme veroorzaken.
Hoe diagnosticeer je coronairspasme?
Holter met ST-analyse of spasmeprovocatietest. Holter heeft lage sensitiviteit maar hoge specificiteit.
Wat doe je bij verdenking coronairspasme?
Als klachten niet passen: geruststellen. Als klachten passen en kwaliteit van leven verminderd is: proefbehandeling. Bij geen effect: spasmeprovocatietest/second opinion.
Wat past bij STEMI?
ST-elevatie op ECG door transmurale ischemie/volledige afsluiting → directe coronairangiografie.
Wat past bij NSTEMI?
Geen ST-elevatie, maar wel myocardcelschade met verhoogd troponine. |
Hoe interpreteer je troponine
12: geen coronairlijden/instabiele AP; 12–52: kijk naar alternatieve verklaring of coronairlijden; >52: NSTEMI.
Wat zijn risicofactoren voor aortadissectie?
Bicuspidale aortaklep, aorta-aneurysma, bindweefselziekten zoals Marfan/Loeys-Dietz/EDS en familiaire aanleg.
Wat gebeurt er bij aortadissectie?
Scheur tussen intima en media, waardoor bloed tussen de vaatwandlagen komt.