Thema 5

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/142

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:08 PM on 6/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

143 Terms

1
New cards

Welke hoofdgroepen oorzaken van pijn op de borst zijn er?

Cardiaal en niet-cardiaal.
Cardiaal: coronairlijden/ACS/angina, aortadissectie, pericarditis, aortaklepstenose.
Niet-cardiaal: long, maag-darm, spier/skelet, herpes zoster, psychogeen/hyperventilatie.

2
New cards

Welke pijnpresentatie past bij ACS?

drukkende retrosternale pijn met uitstraling naar linkerarm, kaak of interscapulair, vaak met vegetatieve klachten zoals zweten, misselijkheid en bleekheid.

3
New cards

Welke pijnpresentatie past bij aortadissectie?

scheurende pijn uitstralend naar de rug, neurologische uitval of bloeddrukverschil tussen links en rechts.

4
New cards

Welke pijnpresentatie past bij pericarditis/pleuritis?

Houdingsafhankelijke pijn, vaak erger bij liggen of slikken; bij pleuritis vooral ademhalingsafhankelijk.

5
New cards

Welke pijnpresentatie past bij longembolie of pneumothorax?

Ademhalingsafhankelijke scherpe pijn met dyspneu.

6
New cards

Welke pijnpresentatie past bij GERD?

Brandende of krampende retrosternale pijn met zuurbranden, vaak na eten of bij bukken/liggen.

7
New cards

Welke pijnpresentatie past bij costomyalgie/Tietze?

Lokale drukpijnlijke thoraxwand; pijn is opwekbaar bij palpatie.

8
New cards

Welke pijnpresentatie past bij herpes zoster?

Brandende of stekende pijn in een dermatoom, later blaasjes op de huid.

9
New cards

Welke pijnkenmerken passen bij coronair vaatlijden?

Diepe retrosternale druk/beklemming, diffuse pijn, uitstraling naar arm/kaak/rug/schouderbladen, uitgelokt door inspanning/kou/emotie/maaltijd, vegetatieve klachten.

10
New cards

Wat is angina pectoris?

Pijn door disbalans tussen zuurstofbehoefte en zuurstofaanbod van het myocard, vaak door coronairsclerose/vernauwing.

11
New cards

Wat zijn de 3 kenmerken van typische angina pectoris?

Retrosternale beklemmende klachten, provocatie door inspanning, en verdwijnen binnen 15 minuten in rust of na nitroglycerine.

12
New cards

Wanneer spreek je van atypische AP of aspecifieke thoracale klachten?

atypische AP = 2 van de 3 AP-kenmerken. Aspecifieke thoracale klachten = 0 of 1 kenmerk.

13
New cards

Wat is instabiele angina pectoris?

Nieuwe, verergerende of in rust optredende angina-klachten; valt onder ACS en moet serieus/urgent beoordeeld worden.

14
New cards

Wat doet nitroglycerinespray?

Vaatverwijding, waardoor de cardiale belasting en coronairspasme kunnen afnemen. Let op: kan bloeddrukdaling geven.

15
New cards

Welke medicatie hoort bij angina pectoris volgens dit college?

Aanvalsmedicatie: nitroglycerinespray. Onderhoud: bètablokker of calciumantagonist. CV-preventie: acetylsalicylzuur.

16
New cards

Wat is GERD en hoe behandel je het?

Reflux van maagzuur naar oesophagus. Behandeling: leefstijl, afvallen/stoppen met roken, antacida of protonpompremmers.

17
New cards

Wat is syndroom van Tietze?

Drukpijnlijke/stekende pijn aan de thoraxwand zonder ernstige oorzaak; beleid is geruststelling en pijnstilling.

18
New cards

Wat past bij pericarditis en hoe behandel je het?

Pijn vaak erger bij liggen/slikken, soms pericardwrijven en ECG-afwijkingen. Behandeling: NSAID’s en colchicine.

19
New cards

Wat is pleuritis?

Ontsteking van de pleura. Geeft scherpe pijn vast aan ademhaling met soms koorts, hoesten en dyspneu. Het is een symptoom, geen diagnose op zichzelf.

20
New cards

Wat past bij pneumothorax?

Scherpe continue pijn erger bij diep inademen, dyspneu/hoesten, afwezig ademgeruis en hypersonore percussie. Kleine pneumothorax kan spontaan herstellen; grote moet gedraineerd worden.

21
New cards

Wat past bij psychogeen/hyperventilatie als oorzaak van pijn op de borst?

Pijn vaak in rust en onafhankelijk van inspanning, met snelle ademhaling, tintelingen rond mond/handen, palpitaties, angst en diverse bijkomende klachten.

22
New cards

Waarom kan aortaklepstenose angina pectoris geven?

Door linkerventrikelhypertrofie stijgt de zuurstofbehoefte van het hart, waardoor inspanningsgebonden pijn kan ontstaan.

23
New cards

Wat zijn risicofactoren voor coronairlijden?

Roken, hypertensie, hypercholesterolemie, diabetes, positieve familieanamnese, afwijkend ECG, LV-dysfunctie, afwijkend inspannings-ECG, troponinestijging en calciumscore >0.

24
New cards

Wat zijn coronairspasmen en microvasculair lijden

Angineuze klachten zonder duidelijke atherosclerose op coronairangiografie. Komt vaker voor bij vrouwen en jongere patiënten en kan lijken op AP of ACS.

25
New cards

Wat is pre-test probability?

De kans dat iemand vóór aanvullend onderzoek al een bepaalde aandoening heeft, op basis van klachten, leeftijd, geslacht en risicofactoren.

26
New cards

Wanneer is diagnostische test het meest zinvol?

Bij een intermediaire pre-test probability. Bij heel lage of heel hoge kans verandert de testuitslag vaak weinig aan je beleid.

27
New cards

Wat is het doel van diagnostiek bij pijn op de borst?

Vaststellen of er atherosclerose/coronairlijden is en of er ischemie optreedt.

28
New cards

Welke factoren bepalen de kans op atherosclerotisch coronairlijden?

Leeftijd, geslacht en aard van de klachten: typische druk/bandgevoel, duur 2–15 min, retrosternaal, uitstraling, verlichting door rust/nitraat en uitlokking door inspanning/kou/stress.

29
New cards

Wat is ischemie?

Een disbalans tussen zuurstofvraag van het myocard en zuurstofaanbod via de coronairen.

30
New cards

Wat is de volgorde van de ischemische cascade?

↓ coronaire bloedflow → perfusiestoornis → diastolische dysfunctie → systolische dysfunctie/wandbewegingsstoornis → ECG-veranderingen → angina pectoris.

31
New cards

Wat is de eerste aantoonbare afwijking in de ischemische cascade?

Perfusiestoornis, bijvoorbeeld zichtbaar op perfusiebeeldvorming.

32
New cards

Wat is de eerste functionele afwijking bij ischemie?

Diastolische dysfunctie.

33
New cards

wat is de laatste manifestatie van de ischemische cascade?

Angina pectoris. Klachten ontstaan dus relatief laat.

34
New cards

Welke anatomische testen kunnen coronairlijden aantonen?

invasieve coronairangiografie en CT-coronairangiografie. Deze tonen de anatomie/vernauwingen van de coronairen.

35
New cards

Waarvoor gebruik je troponine?

troponine toont myocardcelschade aan en is belangrijk bij verdenking op ACS/myocardinfarct.

36
New cards

Welke functionele testen kunnen ischemie aantonen?

Myocardperfusie-MRI, stress-echocardiografie en inspannings-ECG/fietsergometrie/loopbandtest.

37
New cards

Wat toont stress-echocardiografie aan?

Wandbewegingsstoornissen die bij inspanning of farmacologische stress ontstaan, passend bij myocardischemie.

38
New cards

Wat is een nadeel van inspannings-ECG?

Het is eenvoudiger, maar minder gevoelig dan beeldvormende functionele testen.

39
New cards

Welke diagnostiek gebruik je bij hartkloppingen?

ECG en Holtermonitor. Holter registreert continu ritme en is nuttig bij intermitterende klachten.

40
New cards

welke diagnostiek gebruik je bij verdenking hartfalen

Klachten + ECG + BNP + echocardiografie. Als ECG en BNP normaal zijn, is hartfalen onwaarschijnlijk.

41
New cards

Wanneer verwijs je bij verdenking hartfalen voor echo?

Bij afwijkend ECG of verhoogd BNP. Echo beoordeelt systolische en diastolische functie.

42
New cards

Wat is hartrevalidatie?

Multidisciplinair programma om fysieke, psychologische en sociale gezondheid na hartziekte te herstellen en te verbeteren.

43
New cards

Voor wie is hartrevalidatie bedoeld?
Welke disciplines spelen een rol bij hartrevalidatie?
Wat zijn doelen van hartrevalidatie?

Bijvoorbeeld na myocardinfarct, CABG, PCI, harttransplantatie, langdurige IC-opname, steunhart/LVAD of bij hartfalen.

Cardioloog, verpleegkundige, fysiotherapeut, diëtist, psycholoog, ergotherapeut en maatschappelijk werker.

belastbaarheid verbeteren, leefstijl verbeteren, therapietrouw verhogen, angst/depressie verminderen, grenzen leren bewaken en terugkeer naar werk/dagelijks leven ondersteunen

44
New cards

Waarvoor gebruik je een CPET/VO₂max-test?

Om inspanningscapaciteit objectief te meten en het revalidatieprogramma veilig en individueel aan te passen.

45
New cards

Waarom zijn er specifieke revalidatieprogramma’s voor vrouwen?

Vrouwen worden minder vaak verwezen, hebben hogere drop-out en hebben vaker SCAD/microvasculaire dysfunctie; programma’s sluiten beter aan op gezin, stress, werk en sociale context.

46
New cards

Wat is prehabilitatie?

Fysieke, voedings- en leefstijlondersteuning vóór een operatie, zodat patiënten beter en sneller herstellen en minder complicaties krijgen.

47
New cards

Waarom blijft hartrevalidatie belangrijk bij stabiele angina pectoris?

Het verbetert vaatgezondheid/endotheelfunctie, verlaagt hartslag en bloeddruk, stimuleert angiogenese en gunstige vaatwandverandering.

48
New cards

wat is het doel van revalidatie bij hartfalen?

Ziekte-inzicht vergroten, therapietrouw verbeteren, kwaliteit van leven verhogen, klachten verminderen en belastbaarheid/energieverdeling verbeteren.

49
New cards

Wat is het effect van goede hartfalenrevalidatie?

Minder ziekenhuisopnames en soms betere levensverwachting; gecontroleerde training maakt symptomen beter hanteerbaar.

50
New cards

Welke operaties vallen onder cardiothoracale chirurgie?

longchirurgie, hartchirurgie, chirurgie van grote intrathoracale vaten, mediastinum en thoraxwand.

51
New cards

Wat is de prognose van longkanker globaal?

Over het algemeen slecht; 5-jaarsoverleving rond 20%. NSCLC heeft betere prognose dan SCLC.

52
New cards

wat is het verschil tussen niet-kleincellig en kleincellig longcarcinoom qua chirurgie?

NSCLC kan bij lokaal stadium soms geopereerd worden. SCLC metastaseert snel en uitgebreid en is meestal niet goed operabel.

53
New cards

Wanneer is chirurgie bij longkanker zinvol?

Als er geen afstandsmetastasen zijn, geen uitgebreide lymfekliermetastasen en al het tumorweefsel verwijderd kan worden met voldoende resterende longfunctie.

54
New cards

Wat is een lobectomie?

Verwijderen van één longkwab. Was lang standaardbehandeling bij operabele longkanker.

55
New cards

Wat is een segmentectomie?

Verwijderen van één bronchopulmonaal segment. Wordt vaker gebruikt bij kleinere tumoren zonder kliermetastasen en spaart longweefsel.

56
New cards

Wat is een pneumonectomie?

Verwijderen van een hele long. Wordt gedaan als tumor in meerdere kwabben zit, maar heeft hogere mortaliteit dan lobectomie.

57
New cards

Waarom wordt standaard lymfeklierdissectie gedaan bij longkankerchirurgie?

Voor stadiëring en lokale controle; lymfeklierstatus bepaalt prognose en verdere behandeling.

58
New cards

Wat houdt de work-up voor longkankerchirurgie in

Diagnose + uitbreiding tumor, longfunctieonderzoek met spirometrie/diffusie, PET-CT en mediastinale stadiëring via EBUS/EUS of soms mediastinoscopie.

59
New cards

Wat betekent positieve N2-klieren?

lymfeklieruitzaaiingen in mediastinale klieren. Dan wordt meestal geen primaire resectie gedaan; vaak eerst neo-adjuvante behandeling.

60
New cards

Wat is het verschil tussen thoracotomie, VATS en RATS?

Thoracotomie = open operatie met ribspreiding. VATS = kijkoperatie met kleine incisies. RATS = robot-geassisteerde operatie met 3D-beeld en instrumenten via robotarmen.

61
New cards

Wanneer heeft thoracotomie nog de voorkeur?

Bij centrale tumoren, stadium N1 of complexe situaties waarbij open toegang veiliger/beter is.

62
New cards

Wat is een sleeve resectie?

Parenchymsparende operatie waarbij een deel van bronchus wordt verwijderd en gezonde delen weer aan elkaar worden gehecht, zodat een hele long soms gespaard blijft.

63
New cards

Wat is een wedge resectie?

Wigvormige, beperkte resectie van longweefsel. Minder effectief bij longkanker door grotere kans op recidief in resterende longkwab.

64
New cards

Wat is een en-bloc resectie?

Tumor en ingegroeide omliggende structuren worden in één geheel verwijderd, bijvoorbeeld bij ingroei in de wervelkolom met image-guided surgery.

65
New cards

Welke verbeteringen zijn er in longkankerchirurgie?

Betere stadiëring met PET-CT/EBUS/EUS, moleculaire diagnostiek, targeted therapy, combinatiebehandelingen en minder invasieve chirurgie zoals VATS/RATS.

66
New cards

Wat is de hart-longmachine?

Extracorporele circulatie/cardiopulmonary bypass: machine neemt tijdelijk pomp- en longfunctie over tijdens openhartchirurgie.

67
New cards

Wat doet de oxygenator in de hart-longmachine?

Voegt zuurstof toe en verwijdert CO₂ uit het bloed.

68
New cards

Waarom wordt het hart tijdens hartchirurgie stilgelegd?

Met hoge kaliumconcentratie ontstaat diastolische arrest, zodat rustig en bloedarm geopereerd kan worden.

69
New cards

Wat is CABG/bypassoperatie?

coronary artery bypass grafting: een omleiding langs een vernauwing in een coronairarterie, meestal distaal van de vernauwing aangesloten.

70
New cards

Welke grafts kunnen worden gebruikt bij CABG?

Arterieel: meestal a. mammaria interna, soms a. radialis of a. gastroepiploica. Veneus: v. saphena magna/parva.

71
New cards

Waarom heeft een arteriële graft vaak voordeel?

Betere patency: blijft gemiddeld langer open dan veneuze grafts.

72
New cards

Wanneer wordt bij LAD-voorwandinfarct vaak een arteriële graft gebruikt?

Bij LAD/RIVA-gebied wordt vaak a. mammaria interna gebruikt, omdat dit een betere langetermijnopenheid geeft.

73
New cards

Wat is een belangrijk verschil tussen PCI en CABG volgens dit college?

PCI behandelt zichtbare ernstige proximale stenosen. CABG kan ook beschermen tegen toekomstige infarcten door bypass voorbij kwetsbare plaques/flowbeperkende trajecten.

74
New cards

Wat is klepstenose?
Wat is klepinsufficiëntie?

Vernauwing van een hartklep → drukoverbelasting → hypertrofie.

Klep sluit onvoldoende → volumebelasting → dilatatie.

75
New cards

hoe worden klepafwijkingen meestal gedetecteerd?

Met echocardiografie.

76
New cards

Wat zijn oorzaken van kleplijden?

Congenitaal, degeneratief/calcificatie, reumatisch, endocarditis, chordaruptuur/prolaps.

77
New cards

Wat is het verschil tussen biologische en mechanische klepprothese?

Biologische klep: organisch materiaal (varken, koe) gehecht in metalen frame, slijten beperkte levensduur ±10–15 jaar, meestal geen levenslange antistolling.
Mechanische klep: gaat lang mee (geen slijtage), maar vereist levenslange antistolling en geeft risico op klepdysfunctie/infarcten bij trombose.

78
New cards

Welke hoofdgroepen horen bij de DD van pijn op de borst?

Cardiaal, pulmonaal, musculoskeletaal en gastro-intestinaal.

79
New cards

Welke cardiale oorzaken van pijn op de borst

Coronairlijden/ACS, pericarditis en aortadissectie.

80
New cards

Welke pulmonale oorzaken van pijn op de borst

Longembolie, pneumonie en pneumothorax.

81
New cards

Welke gastro-intestinale oorzaken kunnen pijn op de borst geven?

Reflux/GERD, oesofagitis en maagperforatie.

82
New cards

Wat betekenen sensitiviteit en specificiteit?
Wat betekenen PPV en NPV?

Sensitiviteit: kans op positieve test bij ziekte.
Specificiteit: kans op negatieve test bij géén ziekte.
PPV: kans op ziekte bij positieve test.
NPV: kans op geen ziekte bij negatieve test.

83
New cards

Welke vormen van chronisch atherosclerotisch coronairlijden zijn er?

Typische angina pectoris, atypische angina pectoris en aspecifieke thoracale klachten.

84
New cards

Wat is typische angina pectoris?

Beklemmende/drukkende/snoerende pijn op de borst, uitgelokt door inspanning en verminderd in rust of na nitraten.

85
New cards

Wanneer spreek je van atypische AP of aspecifieke thoracale klachten?

Atypische AP = niet alle klassieke kenmerken aanwezig. Aspecifiek = slechts één of geen klassiek kenmerk.

86
New cards

Welke diagnostiek kies je bij 15–85% kans op coronairlijden?

Functionele ischemietest zoals PET, MRI of stress-echo.

87
New cards

Welke diagnostiek kies je bij 5–50% kans op coronairlijden?

CCTA/CT-coronairangiografie.

88
New cards

Welke diagnostiek kies je bij >85% kans op coronairlijden?

invasieve coronairangiografie.

89
New cards

Wat zijn voordelen/nadelen van ECG en echo?

Snel en goedkoop, maar beperkte sensitiviteit/specificiteit.

90
New cards

Wat zijn voordelen/nadelen van CCTA?
Wat zijn voordelen/nadelen van coronairangiografie?

Hoge sensitiviteit, maar lagere specificiteit.
Gouden standaard, maar invasief en risicovoller.

91
New cards

Wat past bij coronairspasme?

Retrosternale drukkende pijn, meestal ’s nachts of vroeg in de ochtend, verdwijnt snel na nitroglycerine, aanvallen duren vaak 5–15 minuten.

92
New cards

Wat zijn risicofactoren voor coronairspasme?

Roken, cocaïne, 5-FU en capecitabine.

93
New cards

Wat is de pathofysiologie van coronairspasme?

Verstoorde balans tussen vasodilatatie en vasoconstrictie; bij endotheel dysfunctie kan acetylcholine juist vasospasme veroorzaken.

94
New cards

Hoe diagnosticeer je coronairspasme?

Holter met ST-analyse of spasmeprovocatietest. Holter heeft lage sensitiviteit maar hoge specificiteit.

95
New cards

Wat doe je bij verdenking coronairspasme?

Als klachten niet passen: geruststellen. Als klachten passen en kwaliteit van leven verminderd is: proefbehandeling. Bij geen effect: spasmeprovocatietest/second opinion.

96
New cards

Wat past bij STEMI?

ST-elevatie op ECG door transmurale ischemie/volledige afsluiting → directe coronairangiografie.

97
New cards

Wat past bij NSTEMI?

Geen ST-elevatie, maar wel myocardcelschade met verhoogd troponine.

98
New cards

Hoe interpreteer je troponine

12: geen coronairlijden/instabiele AP; 12–52: kijk naar alternatieve verklaring of coronairlijden; >52: NSTEMI.

99
New cards

Wat zijn risicofactoren voor aortadissectie?

Bicuspidale aortaklep, aorta-aneurysma, bindweefselziekten zoals Marfan/Loeys-Dietz/EDS en familiaire aanleg.

100
New cards

Wat gebeurt er bij aortadissectie?

Scheur tussen intima en media, waardoor bloed tussen de vaatwandlagen komt.